Geek rubriek

Waarom zijn de zakken van mijn jeansbroek zo belachelijk klein?

Waarom zijn de zakken van mijn jeansbroek zo belachelijk klein?

Wetenschapsliefhebster en fulltime nieuwsgierigaard Stephanie Dehennin zoekt dingen uit die ons allemaal bezig houden, zodat jij dat niet hoeft te doen.

Deze vraag kan alleen maar een vrouw komen. Terwijl mannen zonder problemen hun portefeuille, telefoon en sleutels kwijt kunnen in hun broeks, vest-, borst- en binnenzakken, mogen vrouwen al blij zijn dat de mini zakjes in hun (jeans)broek of jurk niet zijn dichtgenaaid.

Onlangs namen twee Amerikaanse journalisten er een meetlint bij en maten ze de broekzakken van de 20 meest populaire jeansbroeken, voor zowel mannen als vrouwen. Gemiddeld bleken de zakken in jeansbroeken voor vrouwen bijna de helft korter. In amper 40% van de vrouwelijke broekzakken paste een doorsnee portefeuille, een beschamende 10% was groot genoeg voor een volledige vrouwenhand; dit telkens tegenover een volle 100% voor mannen-broekzakken.

“Waarom zitten vrouwen opgezadeld met kabouterbroekzakken en dichtgenaaide nep-krengen?”

Nochtans zijn vrouwen hier allerminst blij mee. Een korte search op sociale media bevestigt de frustratie. Er is zelfs een hashtag: #wewantpockets! Waarom zitten we dan opgezadeld met kabouterbroekzakken en dichtgenaaide nepkrengen? Hebben we hier een vergadering gemist? Is er misschien een geheim broekzakkenpact gesloten tussen mode-ontwerpers en handtassenmakers?

Om hier een antwoord op te vinden, moeten we een klein tripje maken doorheen de verrassend interessante geschiedenis van de broekzak. In de middeleeuwen droegen zowel mannen als vrouwen externe zakken rond hun middel gebonden onder hun kledij, maar in de 17e eeuw begonnen kleermakers zakken te naaien in mannenbroeken en -vesten. Mannen waren hier -terecht- dermate enthousiast over dat het standaard mannenpak tegen de 19e eeuw maar liefst zeventien (!) zakken telde.

‘Smug man with giant pockets’ (John Singleton Copley 1769)

Vrouwen daarentegen moesten in die tijd nog kilometers stof met zich meezeulen, in de vorm van gigantische rokken, petticoats en een stuk of tien onder-petticoats. Tussen die lagen droegen ze een soort handtas-avant-la lettre, bereikbaar door openingen in de zijnaad van hun petticoat. De zakken waren niet zichtbaar en dus allicht ook niet erg handig, maar het voordeel van de opgeblazen ballonrok-stijl was wel dat je er een hoop onder kon verstoppen. Zo kon de doorsnee vrouw er zonder problemen een flesje parfum, haarborstel, brillendoos, notitieboekje, naaigerief, appels, hele stukken cake en zelfs een fles gin in kwijt.

‘Can’t find keys. Too drunk to care’ (William Hogarth 1745)

Rond 1790 kende de vrouwenmode een drastische stijlbreuk. De wijde rokken en petticoats moesten plaats maken voor lossere jurken die nauwer rond de heupen vielen. Dit was dan ook het einde van de onzichtbare, schijnbaar bodemloze zakken en het begin van de handtas zoals wij ze kennen. Ze werden réticules genoemd, naar het Latijnse reticulum of ‘net’. De meeste réticules waren dan ook niet meer dan een veredeld visnetje met handvatten. Gedaan met het stiekem meesmokkelen van taart en alcohol.

Vermits die réticules qua omvang toch eerder ridicules waren, ontstond er een nieuw modefenomeen: de chatelaine. Het principe van de chatelaine was dat je allerlei gebruiksvoorwerpen of ‘tuigjes’ aan een stel kettingen hing. Die metalen kettingen waren bevestigd aan een riem die je rond de middel droeg, of aan een uit de kluiten gewassen broche. Sommige chatelaines waren vrij bescheiden, andere telden maar liefst een dozijn ‘tuigjes’.

Zowat alle vrouwen, ongeacht stand of afkomst, droegen chatelaines. Sommige waren eerder decoratief, andere dan weer erg praktisch. Zo droegen naaisters chatelaines met een schaar, speldenkussen, een naaldendoosje en een meetlint. Verpleegkundige chatelaines waren voorzien van een thermometer, veiligheidsspelden, een schaar en ontsmettingmiddel. Zelfs kinderen droegen chatelaines, met potloden, schaartjes en zelfs een zakmes.

‘Gewapende kleuter’, onbekende meester

Omdat zo’n rammelende ketting aan je lijf redelijk wat lawaai maakte, en allicht ook wat kan beginnen doorwegen, heeft de chatelaine de tand des tijds niet mogen doorstaan. Vandaag zie je nog een klein overblijfsel van de chatelaine voor verpleegkundigen in de vorm van een horloge aan een ketting die wordt bevestigd aan het uniform, vermits verpleegkundigen geen polshorloges mogen dragen uit hygiënische overwegingen.

Spotprenten over chatelaines

In de twintigste eeuw kregen vrouwen eindelijk van hetzelfde laken een broek. En dus ook broekzakken, tenminste, in theorie. Dankzij de bijna ziekelijke obsessie van menig (voornamelijk mannelijk) mode-ontwerper met het ultieme vrouwelijk silhouet, zijn onze broekzakken niet mee geëvolueerd. Christian Dior zou ooit hebben gezegd dat ‘mannen broekzakken hebben om dingen in te stoppen, vrouwen voor de versiering’. Dit broekzakprobleem is dan maar opgelost door vrouwen handtassen te geven die steeds groter werden. Het probleem van de fles gin is daarmee weer opgelost, maar zoals iedereen weet is zo’n grote handtas ook een soort bermudadriehoek en kost het vrouwen hopen tijd om er iets in terug te vinden.

Nu kan ik best begrijpen dat je als modeontwerper elegante kledij wil maken, maar ik vraag me af hoe weinig vertrouwen je kan hebben in je clientèle om dan maar a priori de zakken van die kekke broek dicht te naaien, of broekzakken te ontwerpen waar je met moeite een pink in kan wurmen. Ik kan me vergissen, maar ik denk dat de meeste vrouwen heus wel te vertrouwen zijn met grote-mensen-broekzakken. Geen enkele vrouw wil er bijlopen als een bepakte kameel met vierkante heupen. En zelfs als ze daarvoor zouden kiezen, dan is dat hun goed recht. Dus ja, #wewantpockets, en snel een beetje. Na 400 jaar mag het wel eens vooruit gaan.

Je hoort Stephanie ook elke maand in de podcast van Nerdland. Haar illustratief werk vind je hier: www.poodlesoup.be
Foto’s: Wiki Commons en Istock

Schrijf je reactie

    Stephanie Dehennin is een freelance illustrator en een onverbeterlijke nieuwsgierigaard. Voor Charlie deelt ze de verborgen verhalen en fascinerende feiten die ze vindt in de catacomben van het internet.

    Lees verder in Wereld

    Colofon

    Adres Redactie

    Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
    Statiestraat 139
    2600 Antwerpen