Flashback

Bye bye, wilde haren

Bye bye, wilde haren

Losbandig leven doe je meestal voor even. En dat is goed zo. ­Niemand wil de volgende dag de ­kleren van gisteren ­aantrekken met die ingetrokken geur van rook en bier. Maar wie nooit eens de grens opzoekt, leert nooit om zichzelf in toom te houden. Foto’s: Agathe Danon

Je hebt het briljante idee om met twee kinderen te gaan winkelen na schooltijd. Het is de tweede week van september. Je vijfjarige dochter wurmt zich op de onderkant van de winkelkar. Dat mag, tot de kar stilaan vol raakt, en ze tot drie keer toe de pakken wc-papier er afduwt.

‘Stop daar toch mee.’

‘Het was per ongeluk!’

‘Kom. Daar. Onmiddellijk. Af!’

‘Néééé!’

‘Nu!’

Geen reactie.

‘Ik tel tot drie.’

‘Wáá-róm!?’

‘Omdat ik het zeg.’

‘Dat ís geen antwoord.’

‘Eén.’

‘Twee.’

‘Nééééééééééé!’

Vervolgens gaat je dochter liggen. Op de grond. En doe jij van facepalm. Adem in, adem uit. Het werkt niet. Je vervloekt jezelf. Komt ervan. Had je maar niet de lichtzinnige beslissing moeten nemen om te komen winkelen, na schooltijd, op een hongerige maag, met niet één, maar twee kinderen.

Ziedaar het leven als werkende ouder, bedenk je achteraf. Je bent je moeder geworden. Of erger nog, je vader. Altijd ‘nee’ en ‘pas toch op’ en de allerergste: ‘omdat ik het zeg’. Je hebt wel het boek ‘How to talk to kids so kids will listen and listen so kids will talk’ gelezen, maar veel haalt het blijkbaar niet uit. Hoe ben je hier in godsnaam geraakt?

‘Geen handstand in de zetel.’ ‘Niet de glijbaan aflopen.’ ‘Stil zijn. Nu!’ En laatst hoorde je jezelf letterlijk roepen: ‘Doe niet zo wild!’ En je haat jezelf daarvoor, want je hebt je hele kindertijd niets anders gehoord thuis en op school – en daar werd je wild van.

“Ziedaar het leven als werkende ouder, bedenk je achteraf. Je bent je moeder geworden. Of erger nog, je vader.”

Dat je een halve jongen was. Dat je vol littekens stond van al dat klimmen in bomen. Natuurlijk zijn er altijd grenzen, maar ze leken vaak zo willekeurig. En hoe moest je anders groeien? Risico’s leren inschatten is belangrijk, las je in een ander opvoedingsboek. Dat kan alleen maar als kinderen mogen vallen – letterlijk.

Chaos is ook nodig in de puberteit, zeggen ontwikkelingspsychologen. Omdat adolescenten hun plek moeten zoeken in de samenleving. Het is normaal dat ze makkelijker risico’s nemen en gevoeliger zijn voor spanning en sensatie. Dat kunnen ze tegenwoordig zien, als ze pubers met hun puberhersenen onder de fMRI-scanner leggen. Hun genotscentrum – de nucleus accumbens – is veel gevoeliger afgesteld. En daarom kunnen ze dus niet weerstaan aan allerlei lekkers en zijn ze zo overemotioneel.

En dus drink je die eerste pint. Steek je die eerste sigaret op, ook al vond je ze een paar jaar eerder nog keihard stinken bij je pa. Ga je aan de pil. Ontsnap je uit je raam. Blijf je een halve nacht weg. Blow je je eerste joint.

Je kijkt als zestienjarige al lang niet meer op naar je ouders, maar naar oudere jongens. Toch heb je je al aardig aangepast op school. Dat heb je wel al goed begrepen. Hoe beter je luistert naar leerkrachten, hoe meer ze je met rust laten.

De kindertijd en de puberteit lijken vooral een langgerekte les in het leren luisteren, of liever, leren gehoorzamen. Of nog: doen alsof. Een uitstekende oefening voor later aan de band, of op kantoor. Werk hard in de week, feest nog harder in het weekend.

“Zo veel op café gaan als je wilt. Chips in bed eten. Het licht laten branden. Vrijen met wie je wilt, wanneer je wilt.”

Dus maak je er een gewoonte van om, zodra het mag, op vrijdagavond uit te breken. Al heb je daar dan wel weer een glaasje voor nodig. Want als je op een fuif komt, durf je helemaal niks. Misschien omdat je al jaren geconditioneerd bent om braaf te zijn, en je plots uit de band moet springen. Je hebt alcohol nodig om je op de dansvloer te wagen. Vroeg er iemand om mee naar buiten te gaan?

I’m free, to do what I want, any old time. Zo veel op café gaan als je wilt. Chips in bed eten. Het licht laten branden. Vrijen met wie je wilt, wanneer je wilt. Het zou zomaar kunnen, als je op kot gaat. Maar zo wild zijn de meesten nu ook weer niet. En al die vrijheid is allemaal goed en wel, maar als een vage kennis van op café erop staat om je terug naar je kot te wandelen, en je denkt, bwah waarom niet, en hij komt vervolgens mee tot aan je deur, en gaat dan mee naar binnen, en hij probeert je te kussen, en jij denkt dat als je hem een knuffel geeft, dat hij dan zal begrijpen dat je niet meer kunt of wilt geven, want je hebt tenslotte al uitgelegd dat je een vriendje hebt, maar hij snapt het blijkbaar toch niet, en je moet hem alsnog de deur uitwerken, dan voel je je op zo’n moment plots helemaal niet meer zo vrij. Jaren later besef je eindelijk hoe belachelijk beleefd je bent opgevoed.

Je hebt heel vaak horen praten over meisjes die ‘nee’ moeten kunnen zeggen. Maar de praktijk is iets anders. Misschien had het geholpen als ze je ook hadden leren ‘ja’ zeggen. ‘Ja, ik ben superopgewonden en ik wil met je vrijen.’ Maar daar hebben ze je nooit wat over verteld. En dus blijft het altijd bij afwachten en zien wat de ander doet. Soms doe je mee. Soms niet. Maar enthousiast ja zeggen, nee. Dat gaat niet.

Maar je geeft niet op. Naïef zijn is voor kinderen en je doet moedig voort, in je wild-zijn. Want good girls go to heaven, bad girls go everywhere. Wie wil jij zijn?

Je bent twintig en het is bijna ochtend. Je ligt in het bed van een jongen die aan het begin van de avond mooier en lekkerder leek. Je bent doodmoe en je hebt eigenlijk geen zin meer om te vrijen, hoewel je eerst wel wilde. Je doet het toch. Zelfs wanneer je wild probeert te zijn, verval je in volgzaamheid. Misschien vooral dan.

Wild zijn moet je leren, leer je pas later. En wat is het dan zalig.

Je kunt dansen zo lang je wilt. Of tot de keet sluit. In het donker tot het licht wordt. Met je ogen dicht. Het zijn de jaren 90. Iedereen is lief voor elkaar in de club – of toch op die feestjes waar ze goede elektronische muziek spelen. Sisters, brothers, we’ll make it to the promised land. Maakt niet uit of je student bent, voor de Europese Commissie werkt of een halve gangster bent. Iedereen is gelijk op de dansvloer.

From disco to disco. Je gaat door tot de volgende ochtend. Laatste trein heen, eerste trein terug. Af en toe beland je op een afterparty. Om te chillen. Do you know where your teenager is at five o’clock in the morning? Today the question for parents is, it’s 10 A.M, do you know where your children are? Je doorstaat de kille tocht naar huis, naar je bed, in de namiddag, en je trekt je kleren uit die helemaal doordrenkt zijn van zweet en rook en je slaapt en slaapt en slaapt en sleept jezelf naar de les op maandag. Want je wilt toch ook nog iets maken van je leven.

Het volgende weekend is het weer van hetzelfde en dat gaat zo een hele tijd door. Je moeder maakt zich zorgen. Daar trek je je, in al je vrijgevochtenheid, niets van aan.

“Als je begint te werken, ben je in een klap weer veel minder vrij.”

Als je genoeg geld verdient en spaart van je vakantiejobs, kan je zomaar beslissen om een ticket naar Glasgow te boeken voor een paar weken later, gewoon om af te spreken met een Amerikaanse dj die je één keer hebt ontmoet. Anderhalve nacht feesten en drie dagen citytrippen. Meer moet dat niet zijn.

Er is altijd school en er zijn altijd nog punten te halen, maar al bij al voel je je vrij. Toch in hindsight. Als je begint te werken, ben je in een klap weer veel minder vrij. De goesting in het nachtleven vermindert niet. Nein Mann, ich will noch nicht geh’n, ich will noch n bisschen tanzen.

Je ontsnapt nu en dan aan een kleine ramp op de weg, vooral als passagier. Je dankt je beschermengel. De jaren leren je je zegeningen te tellen.

Je hoort af en toe over slachtoffers die vallen. Die vrolijke jongen die je nooit zal vergeten omdat je dankzij zijn heerlijk eindeloze gebabbel in slaap bent gevallen op een afterparty? Zelfdoding. Die bloedmooie maar louche Spanjaard op wie je een paar maanden lang verliefd was? Gedood bij een overval (en hij was de bandiet).

PLOETEREN IN DE LIEFDE

Intussen heb je het veel te druk om nog te gaan dansen. Je hebt wel wat beters te doen. Werken en eeuwig ploeteren in de liefde. Af en toe gaat het goed. Vaak niet. Hoe harder je werkt, hoe harder je lijkt te worden in de liefde. Je probeert een open relatie – hoe wild is dat niet? Je laat je schaamhaar waxen en daarmee verdwijnt alle gêne. Denk je. Je vrijt je schaamte weg. Happy single, fuck yeah. Je wilt voelen dat je leeft, want het is weekend, maar je voelt je vooral stilletjes doodgaan van binnen.

En dan toch. Eindelijk. Kom je alsnog de liefde van je leven tegen. Op een van de zeldzaam geworden nachten op de dansvloer. Je voelt in elke vezel van je lijf dat hij het is en je herkent de ware, wellicht ook omdat je er in al je wildheid al zo veel foute bent tegengekomen. Voor het eerst in je leven denk je serieus aan kinderen. Huisje, tuintje en boompje lonken.

Bye bye, wilde haren. Je mist ze nog altijd niet.

Je vindt dat wie zijn wilde haren nu nog heeft, is blijven hangen, al weet je vanbinnen ook wel dat de waarheid iets genuanceerder in elkaar zit.

“Je herkent de ware, wellicht ook omdat je er in al al zo veel foute bent tegengekomen.”

De coolste jongen uit het middelbaar die altijd in zijn strakke witte T-shirt rondliep, en in zijn leren jas en zwarte motorlaarzen, en die altijd zijn haar in een staartje had? Die kom je tegen op een vroege zondagochtend op de trein. Je hebt de afgelopen jaren gehoord dat hij heroïneverslaafd is, en dat hij al jaren de ene instelling in en uit gaat. Hij draagt nu een jogging en plastic slippers, en niet omdat hij een hipster is, hij heeft een dikke buik en houdt een blikje bier vast. Hij herkent je niet, de vroegere halfgod die aanbeden werd door de hele stad (m/v). Als hij uitstapt in Brussel-Noord, ben je er zeker van dat hij naar de prostituees zal gaan, aan de achterkant. Arme vrouwen. Dat, of hij gaat drugs kopen. He chose not to choose life. He chose something else.

Je bent dankbaar dat je nu ook niet zo’n wild leven hebt geleid en stapt uit in Brussel-Zuid. Je hebt je ingeschreven voor een begeleide islamwandeling door de hoofdstad onder het motto: nooit te oud om bij te leren. In een moskee hoor je vertellen dat de aanslagen van 9/11 door de Amerikanen zelf gepleegd zijn.

Je gaat terug naar huis, naar je vriend en je kind, en je veilige burgerlijke bubbel. Je bent ervan overtuigd dat het veel slechter met je had kunnen aflopen, in dit leven. Op zo veel manieren. Er moeten nog zulke mensen zijn die, al dan niet bewust, over de grens zijn gegaan, om dan, heel dankbaar, alsnog binnen de lijntjes te mogen kleuren. Wild doen is goed voor even, voor de verhalen jaren later, maar niet voor een heel leven.

Je ziet je dochter van vijf genieten van alles wat snel gaat en hard en ondersteboven, net als jij vroeger als kind, en je vraagt je af hoe het straks met haar zal gaan. Of ze wild genoeg zal mogen zijn om zichzelf te ontdekken en toch ongeschonden uit die jungle zal komen.

“Wild doen is goed voor even, voor de verhalen jaren later, maar niet voor een heel leven.”

Je gaat de grenzen herzien, voor je kinderen. Veiligheid voor alles, maar laat ze toch maar eens goed vallen. Doe die handstand maar, in de zetel. Waarom in godsnaam niet? Wie nooit over een grens gaat omdat die altijd wordt beperkt door een ander, leert de eigen beperkingen nooit kennen. Je neemt je voor om dat boek nog eens te lezen, van ‘How to talk to kids so kids will talk and listen so kids will talk’.

Wild met mate, dat is gezond, ook voor volwassenen.

Je neemt je voor om nog eens een danske te placeren. Met je ogen dicht. I remember when we used to love music. It was our escape. Our sanctuary. It was good times. It was soulful. It was funky. What happened to the music. I remember when we used to dance. No lights, no fights, just soul, all soul. Surrounded by friends. Strangers were friends. (DJ Bone)

***

Al hoop je na dat tweede kind wel dat er straks geen midlifecrisis om de hoek loert. Een Porsche of een jongere minnares voor hem, een boob job voor haar. Dat cliché. Hoewel. ­Tegenwoordig doen die midlifers dat heel anders, als ze een crisis voelen opkomen. Dat lees je toch. Ze trainen voor een marathon, of gaan op yogavakantie op Ibiza. All’s well, ends well. Je mag je schaamhaar zelfs weer laten staan.

Schrijf je reactie

Als journalist weigert Ann-Marie Cordia al vijftien jaar lang te kiezen tussen de serieuze schrijfsels, de curieuze en de amoureuze. Ze schreef al voor Het Laatste Nieuws, NINA, Goedele en De Morgen, maar haar ziel blootleggen doet ze alleen op Charlie.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen