Voorpublicatie

Dertig worden voor beginners

Dertig worden voor beginners

Wat eet je eigenlijk als je een dertiger bent? Waar woon je? Hoe doe je dat überhaupt, dertig worden? Yannick Dekeukelaere  zocht het uit en schreef er het boek ‘Dertig worden voor beginners’ over. Hier volgt een voorproefje! Foto: Thomas Sweertvaegher

Wat je eet

Er rekening mee houdend dat je af en toe een ontbijt overslaat, heb je tegen je dertigste dertigduizend maaltijden gegeten. Ik herinner me er vijf:

  • De grenouilles in het restaurant onder de pijnbomen, omdat ik tot ze werden opgediend niet wist wat het Franse woord was voor kikkerbilletjes.
  • Mijn eerste sushi op een duur terras in Saint-Tropez, omdat ik de stokjes eerst op de stevige klomp aardappelpuree wilde uitproberen die geen aardappelpuree bleek maar wasabi.
  • De lasagne van 31 december 2002, omdat die dankzij mijn kookkunsten pas klaar was in 2003.
  • Het Chinese ontbijt in Hongkong, omdat niet alleen Laura en ik aan tafel zaten, maar ook Laura’s moeder en haar Angolese toyboy.
  • De voorverpakte Italiaanse salade met 35% korting uit de Albert Heijn, omdat ik die net heb gegeten.

De overige 29.995 maaltijden kan ik me nog nauwelijks voor de geest halen. Het is een mysterie hoe we erin slagen drie keer per dag te eten. Niet in de eerste twintig levensjaren – bedankt mama – maar wat en hoe we eten tussen ons twintigste en dertigste is een groot raadsel. Dat mijn generatiegenoten minstens vijf keer per week eten is een feit. Dat is hoe vaak ze er verslag van uit- brengen op Instagram. Waar ik benieuwd naar ben, zijn de maaltijden wanneer niemand kijkt.

“Dankzij foodies is eten een belangrijk deel van onze identiteit geworden, net zoals je fiets, je gezichtshaar en je soa’s.”

Je hebt twee soorten twintigers. Enerzijds de keukenanalfabeten zoals ik, die op onverklaarbare wijze niet omkomen van de honger. Anderzijds de kookextremisten die zichzelf foodies noemen en het grootste deel van hun leven wijden aan wat en hoe ze eten. Ik weet het wel, niet lang geleden was voedselvoorziening een dagtaak, maar meer dan een uur per dag met eten bezig zijn gaat ten koste van je zelfontplooiing. Tenzij je koken als zelfontplooiing beschouwt. Vreemd genoeg is dat wat veel van die foodies doen. Dankzij hen is eten een belangrijk deel van onze identiteit geworden, net zoals je fiets, je gezichtshaar en je soa’s. Daarom zijn sommige bijna-dertigers dus twee uur per dag in de weer met nadenken, kopen, koken, fotograferen, nuttigen en opruimen van hun voeding. Dat is een maand per jaar. Een maand per jaar. In die tijd zou je piano of Frans kunnen leren (grenouille betekent kikkerbil), een zeilbrevet halen, Shakespeare lezen of – zoals ik – op YouTube uren kijken naar thuiskomsten van Amerikaanse militairen. Dat doen we echter niet. We focussen op eten en dit is hoe we dat doen.

ONTBIJT

Hoe later op de dag, hoe moeilijker het wordt. Laten we dus beginnen met het ontbijt, na het aperitief de belangrijkste maaltijd van de dag.

Zelfs het ontbijt is niet langer vanzelfsprekend. In de jaren negentig at ik elke ochtend om halfzeven slaapwandelend een portie Frosties. Aan de keukentafel beval mijn klaarwakkere en in pak gestoken vader me steeds om rechtop te zitten en voort te maken. Toch was voor de optimist het glas melk altijd halfvol. Je kreeg namelijk snoep als ontbijt. Snoep. Als. Ontbijt. Al zou die dagelijkse combinatie van een kom gebakken suiker met abrupt afgebroken slaap vanuit pessimistisch oogpunt kunnen leiden tot een vroegtijdige dood. Voor je 80,74ste dus, want dat is hoe oud we hier worden.

“Mijn persoonlijke ontbijt bestaat dan weer uit sojayoghurt met kokossmaak en biomuesli met stukjes appel en cranberry’s (dat is Nederlands voor cranberries).”

Zo’n als evenwichtige maaltijd vermomde suikerbom is vandaag ondenkbaar. Daarom is ze vervangen door twee bosbessen en een halve avocado. Mijn persoonlijke ontbijt bestaat dan weer uit sojayoghurt met kokossmaak en biomuesli met stukjes appel en cranberry’s (dat is Nederlands voor cranberries). Waarom juist die muesli, kun je je afvragen? Omdat ik de keuze had uit zevenenvijftig soorten en al zo lang in die gang van de Albert Heijn stond dat ik een willekeurig kind wilde slaan. Daarom dus die soort.

Als ik tijd heb, pers ik ook een glas sinaasappelsap. Dat gebeurt een keer per maand. Als ik helemaal geen tijd heb, eet ik in de trein een banaan en hoop ik dat dat er minder homo-erotisch uitziet dan ik vrees. Niet dat ik iets tegen homo’s heb. Een van mijn favoriete collega’s is homo. Hij vertelde me onlangs nog dat zijn diëtist hem had gezegd dat mannen dik worden van het oestrogeen in soja. Nu moet ik dus een nieuw ontbijt bedenken en dat was dan nog de gemakkelijkste maaltijd.

LUNCH

Misschien eerst even iets zeggen over het bastaardkind van het ontbijt en het middageten, van de Brangelina der maaltijden: de brunch. Laura leerde me niet alleen Scandinavië, ironie en guacamole kennen, maar introduceerde me ook tot de wondere wereld van het midbijt (de samentrekking werkt in het Nederlands minder goed). Als ik voor mijn twintigste al eens had gebruncht, dan was dat omdat ik pas wakker was geworden toen mijn vader al aan de tweede maaltijd van de dag wilde beginnen. Rond 11 uur 30 dus, of zoals hij het noemde: de namiddag. Als dit gebeurde, moest ik niet proberen om de ingrediënten van zowel het ontbijt als het middageten op tafel te zetten.

Bij ons thuis was de vogel gevlogen als je na zeven uur opstond. Geen ontbijt meer voor jou. In het weekend werd dit einduur uiteraard verlaat. Naar halfacht. Ik geloofde mijn ogen dus niet toen Laura voor de neus van haar ouders om halfelf ’s ochtends eerst een koffiekoek voor de helft opat en vervolgens een toastje belegde met pesto en geitenkaas. Ik geloofde mijn ogen niet omdat ze 1) die koffiekoek maar voor de helft had opgegeten, en ik geloofde mijn ogen niet omdat ze 2) eerst zoet en dan hartig durfde te eten. Dat was zo schokkend dat mijn eigen eetlust verdween. Waren er dan geen zekerheden meer? Die hele brunch vond ik zo onvoorstelbaar dat het tot mijn vijfentwintigste, tot na een bachelor in de Engelse taalkunde, duurde voor ik doorhad dat het een samentrekking was van breakfast en lunch.

“Een bedrijfsrestaurant zou verbetering kunnen brengen, maar je hebt slechts twee soorten: een goedkoop maar ongezond of een gezond maar duur.”

Waarom brunch een feestelijke bijklank heeft, maar lunch de saaiste maaltijd van de dag is, is een raadsel. Misschien ligt het aan die witte boterhammen met zwetende kaas die je zeventien jaar elke dag hebt gegeten. Voor mij is het middageten alleszins een noodzakelijk kwaad. Op het werk gebeurt het vaak dat ik me rond halftwee afvraag waar ik in de voormiddag alweer naar had uitgekeken, om dan te beseffen dat het die zwijgzame, routineuze maaltijd van een uur geleden was. Dat komt vooral voor op dagen dat de tijd zo traag gaat dat als je ’s morgens om kwart voor elf op de klok kijkt en drie uur later nog eens kijkt, je leest dat het tien voor elf is.

Een bedrijfsrestaurant zou verbetering kunnen brengen, maar je hebt slechts twee soorten: een goedkoop maar ongezond of een gezond maar duur. Omdat ik op een plek werk met veel jonge mensen met de juiste prioriteiten, werd gekozen voor het tweede. Allemaal goed en wel, maar als ik mijn treinabonnement en middageten van acht (8!) euro per dag in aanmerking neem, dan kom ik maandelijks ruim onder het Belgische minimumloon van 1.559,38 euro uit. Ik heb geen zes jaar gedaan alsof ik hard studeerde om nu minder dan het minimumloon te verdienen. Dus eet ik tegenwoordig weer elke dag witte boterhammen met zwetende kaas.

AVONDETEN

Lange tijd was het avondeten de grootste uitdaging. Zo stond ik in mijn vorige appartement eens naar de inhoud van de koelkast te staren en me af te vragen wat ik kon maken met een halve ananas, mosterd en chocomousse. Toen kwam Laura thuis met vijf kookboeken die ze had geleend van een collega en een nieuw schrift dat zoals wettelijk bepaald van Moleskine was. ‘Liefje,’ zei ze, ‘we gaan een kookboek maken.’ We zaten in de derde woonfase. Het samenhuizen en het kotleven lagen ver achter ons. We waren een koppel jonge professionals die een appartement huurden in de stad. We hadden een wasmachine, we brunchten elke zaterdag met de weekendkrant en we gingen samen joggen in het park. Na enkele wilde jaren hadden we het recept voor geluk gevonden. Nu nog de recepten voor risotto en cheesecake.

Het rad van fornuis loste de kookstress enigszins op, maar creëerde in plaats daarvan een andere, meer existentiële. Ik vond dat er geen vis- of vleesgerechten in ons kookboek mochten. Laura vond van wel. Ze had me nooit vergeven dat ik halverwege onze relatie vegetariër was geworden. Het was alsof je een PlayStation kocht waarop je na vijf jaar enkel nog kon schaken. Ze voelde zich bekocht, maar deed er niet te moeilijk over. Tot we dus gingen opschrijven wat we als ‘onze gerechten’ beschouwden. Nog een geluk dat ik van veganisme geen kaas had gegeten.

“Als je niet wilt dat je kinderen opgroeien in een wereld die nog vervuilder, ongezonder en complexer is dan de huidige, dan moet je nu stoppen met vlees en vis eten.”

‘Waarom ben je vegetariër?’ vraagt iedereen die geen vegetariër is me. Gevolgd door de vraag hoe lang ik het al ben. Als je nieuw bent, word je namelijk als een meeloper beschouwd die geen recht van spreken heeft. De vraag waarom je vegetariër bent, is echter even absurd als de vraag waarom je niet van massavernietigingswapens houdt. Als je niet wilt dat je kinderen opgroeien in een wereld die nog vervuilder, ongezonder en complexer is dan de huidige, dan moet je nu stoppen met vlees en vis eten. Of geen kinderen maken. ‘Ik wil geen fokking kinderen,’ riep Laura als ik dat argument gebruikte, ‘en als ik ooit kinderen heb, dan zullen ze vlees eten.’ Voor de rest konden we het goed met elkaar vinden.

Mijn zus is geboren als vegetariër. Ze kon er niets aan doen en ze zal er nooit van genezen. Als kind at ze wel paté en gehakt. Toen ze besefte dat dat ook vlees was, hield ze ermee op. Zelf ben ik vegetariër geworden om indruk te maken op het meisje dat Dagen Zonder Vlees organiseert. Als ze Dagen Zonder Choco had georganiseerd, zou ik hebben gepast. ‘Wat? Ben jij vegetariër?’ reageerde ze toen ik vertelde dat ik door/voor haar al een jaar geen vlees meer at. ‘Dat had ik niet verwacht.’ Ik antwoordde dat het taboe de wereld uit moest dat mannen die van voetbal, bier en vrouwonvriendelijke humor hielden geen vegetariër konden zijn. Dat was erg bekrompen van haar. Ik zei dat ze voor iemand die geen vlees at nogal een kalf was. ‘Ik eet wel vlees’, antwoordde ze. We zouden nooit samen kunnen zijn.

Tegenwoordig probeer ik elke week een nieuw gerecht te maken uit het meest pretentieuze kookboek dat ik kon vinden: Bieslook & Polenta Koken op zijn Berlijns. Koken is de laatste vaardigheid die ik nog kan leren. Ik heb geen plek, tijd en interesse om mijn koersfiets in en uit elkaar te halen of om zelf een tafel te maken. Maar aardpeerhummus met rodekoolballetjes, dat moet nog lukken, want eten is het eerste waar wij weer zelf de controle over kunnen nemen. Met wij bedoel ik uiteraard niet mijn buren die naar de Aldi gaan, maar wel wij, de mensen die vier euro willen betalen voor een koffie, wij met de smaak van de hogere middenklasse maar het loon van de lagere, wij die biologische boerenkool tot statussymbool promoveren omdat we geen Volvo kunnen betalen, wij die met farmers’ markets blanke kolonies stichten tussen de kebab- en kapperszaken, wij die onze ouders niet in welvaart maar in welzijn moeten overtreffen en dus geen sauzen meer kopen waar gele verf in zit, wij die zullen strijden tot McDonald’s failliet is en een appel 8,30 euro kost. Wij die bijna dertig worden, wij vinden eten nogal belangrijk.

‘Dertig worden voor beginners’  door Yannick Dekeukelaere  is uitgegeven bij Manteau

Schrijf je reactie

2 reacties
  • Thijs says:

    Ik ken Yannick niet en toch heb ik het gevoel dat ik hem wel ken. Aan zij die hem kennen wil ik vragen mij te excuseren bij hem dat ik even in zijn hoofd zat bij het lezen van bovenstaand artikel. Bedank hem evenwel ook even. Het was er zeer prettig toeven.

  • Ann says:

    Lijkt mij een leuk en grappig boek. Maar ik heb er eigenlijk een nodig over veertig worden voor beginners 😉

Lees verder in Zin in

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen