Experiment

“Ik voel me nog fucking schuldig”

Sophie zoekt haar oude vrienden op

“Ik voel me nog fucking schuldig”
Deze reportage verscheen eerder in bookzine 9 met als thema Framily.

Vriendschappen zijn als relaties. Soms bloeden ze langzaam dood, soms laat de ene vriend de andere plots los. Met een verdomd goede reden – of niet. Sophie Lodewijks zocht twee ­verloren vrienden op en leerde iets bij over zichzelf. Foto’s: Jarod Mauws

Jonathan (31)

Ik leerde Jonathan van Boxem (31) in 2007 kennen op de hogeschool. Hij was negentien, ik achttien. Een deel van onze klas ging naar de les, een ander deel zat liever op café. Jonathan en ik hoorden allebei bij die laatste groep. Vanuit het café gingen we met zijn allen door naar mijn kot, om vervolgens in Café d’Anvers te belanden, een discotheek in Antwerpen, om uiteindelijk weer op mijn kot te eindigen. Daar vielen we in slaap, met zijn allen, om dan ’s ochtends brak op te staan – om de volgende avond van voor af aan te beginnen.

Jonathan en zijn flesje wodka-fruitsap waren er eigenlijk altijd: ze woonden zowat bij mij op kot. De ochtenden na onze avondjes stappen was hij, ondanks zijn zwarte gaten, altijd als eerste op en haalde smoskes voor iedereen. Dit ging een jaar of drie door. Na drie jaar feesten en studeren, gingen we elk onze eigen weg. Beiden nog zonder diploma.

Jonathan ging  aan het werk in een tuincentrum en ik belandde in de horeca. Andere uren, andere werelden, en uiteindelijk andere levens. Daarna spraken of zagen Jonathan en ik elkaar enkel bij toeval, en dat was zelden.

Ik vraag Jonathan om samen een koffie te drinken en bij te praten over onze verwaterde vriendschap.

“Ik heb het echt heel moeilijk. Kijk, ik stotter al. Echt niks voor mij om zo de confrontatie aan te gaan.”

“Hey, alles goed?” zegt hij. “Ik voel me heel nerveus. Ik heb het echt heel moeilijk. Kijk, ik stotter al. Echt niks voor mij om zo de confrontatie aan te gaan.” Jonathan is netjes op tijd in de Viggo’s, een koffiebar dicht bij Antwerpen Centraal. Een beetje onhandig schuift hij bij aan tafel. Jonathan is niks veranderd. Ik had al een glaasje water gepakt voor bij onze koffies en dat blijkt voldoende. Hij hoeft geen koffie. Ik moet lachen om zijn ongemakkelijkheid.

Hey! Je voortand is gerepareerd!
“Ja. Da’s al keilang. Mooie herinnering, wel. Dat was tijdens een van onze honderden feestavonden. Ik zat op de grond, op de Ossemarkt, toen jij ineens tegen iedereen riep: ‘Let’s sandwich Jonathan!’ Natuurlijk gehoorzaamde iedereen. Waarna er minstens vijf mensen op mij sprongen. En ik mijn tand op de stoeptegels brak.”

Oh ja, dat was echt mijn schuld. Vet stom dat ik niet eens aangeboden heb hem te vergoeden. Sorry nog.
“Oh geen probleem. Mijn verzekering heeft dat toen betaald, of misschien waren het mijn ouders.”

Wanneer zagen wij elkaar voor het laatst?
“Geen idee. Een paar jaar geleden?”

Op een feestje? Wacht, even onze laatste chat­gesprekken opzoeken. Haha, wow, in mei 2014. We ­typten nog in dialect. Je was komen kijken toen ik op een feestje moest draaien. Lief! Dankjewel!
“Waarschijnlijk dacht ik, oh, Ghetto Titties draait, die wil ik zien. Ik weet er verder niks meer van.”

Toen draaide ik nog onder die dj-naam. Jij hoopte zeker weer op gratis entree ofzo. Haha! Hoe komt het dat wij elkaar niet meer zien?
“Ik denk gewoon dat we elkaar niet meer moesten zien omdat we niet meer samen op school zaten. Niet dat we vaak in de les zaten, maar ik zat liever op jouw kot dan bij mijn ouders in Kontich. Bij jou was het altijd tof.”

“Ik heb weinig moeite met mensen loslaten. Ik ben er niet droevig over geweest dat ik je niet meer zag.”

“Daarna kwam ik weer in een andere fase waarin ik weer andere mensen tegenkwam. Ik ben al zo dikwijls van school en richting veranderd waarbij elke keer een nieuwe groep mensen kwam kijken, dat ik dat normaal vind ofzo. Na een bepaalde periode zie ik mensen niet meer vaak terug. Ik weet het ook niet.”

“Weet je, ik heb weinig moeite met mensen loslaten. Ik ben er niet droevig over geweest dat ik je niet meer zag, haha! Maar je bent wel specialer dan de meeste mensen, want niet veel mensen hebben de eer om mij zo lang te kennen.”

Vrienden zijn dus wat jou betreft vervangbaar?
“Ik denk niet dat vervangen het goeie woord is. Niemand is vervangbaar, dat hoeft ook niet. Nieuwe fase, nieuwe mensen. Niks hoeft vervangen te worden als het plaatje klopt.”

De ene dag woonden we zo goed als samen, de ­volgende was het alweer voorbij. Heb je daar nooit negatieve gevoelens over gehad?
“Helemaal niet. Ik heb nooit iets negatiefs gevoeld bij jou. Vaarwel zeggen is niet iets negatiefs voor mij. Vaarwel is trouwens een veel te zwaar woord. We zitten hier nu toch, dus het was zelfs geen vaarwel. Het was ook geen bewuste breuk, hè. Het heeft gewoon met gemakzucht te maken. (Jonathan schuifelt wat onhandig op zijn stoel) Ik heb hier nooit zo over nagedacht. Ben ook niet gewend hierover te praten.”

Aan het begin noemde je dit gesprek een confrontatie. Waarom?
“Ik weet dat het irrationeel is, want jij bent het, en jij bent Sophie, en dat is totaal niet ongemakkelijk. Ik kan niet zeggen dat mijn vriendschap voor je minder is geworden. ­Gewoon. Hetzelfde. Misschien vind ik het daarom wel moeilijk. Omdat ik niet vind dat dit besproken moet worden ofzo.”

Waarom wilde je wel praten?
“Omdat jij dat vroeg. Ik heb er niet over nagedacht, jij vroeg dat en ik zei ja. Later denk ik dan wel: shit, wat heb ik nu weer beloofd?”

Is er nooit een moment geweest dat je wel wilde bellen maar niet durfde?
“Ik heb soms nog wel aan je gedacht, en als ik je bezig zag op social media, werd ik altijd blij. Dan dacht ik, go Sophie! Maar de behoefte om je te bellen was er niet. Toen jij dit gesprek aanvroeg, zei ik wel meteen ja.”

“Misschien zijn we latvrienden, maar de liefde is nooit weggeweest.”

“Als iemand anders het had gevraagd, zou ik dat nooit gedaan hebben. Jij bent een van de weinigen in wie ik wel een echte goeie vriendin zie en voor wie ik dus loyaliteit voel. Ik denk nu niet anders over je dan vijf jaar geleden. Er is niks veranderd.”

Werk je nog in dat tuincentrum?
“Haha, wat? Ik werk in een winkel van school- en kantoorartikelen. Sinds 2011. Ik heb nooit in een tuincentrum gewerkt. Luisterde jij eigenlijk ooit naar wat ik zei of was ik enkel goed genoeg om broodjes te halen? Ik ben nu meer beledigd dan door al die jaren zwijgen.” (lacht)

Zouden we opnieuw vrienden kunnen zijn?
“Dat vind ik een rare vraag. In mijn ogen zijn we nog steeds vrienden. Misschien zijn we latvrienden, maar de liefde is nooit weggeweest.”

Als ik er zo bij stilsta, is het voor mij net zo, vertel ik Jonathan nog. Hard feelings? Heb ik eigenlijk ook nooit gehad. Ik heb me weleens afgevraagd, of hij het niet kut vond dat ik niks meer van me liet weten. Maar nee, dus. Hij ging verder, net als ik. We stortten ons allebei op iets nieuws en op dat moment interessanters, ha! In die zin lijken we wel meer op elkaar dan ik toen besefte. “Doei!”

Amy (30)

Mijn volgende afspraak is met mijn jeugdvriendin Amy Brokx (30). We leerden elkaar kennen toen we ongeveer vijftien waren. We woonden toen in Poppel, een dorp. We werkten in hetzelfde café en zagen of hoorden elkaar bijna elke dag, acht jaar lang. Zelfs toen ik in Antwerpen op kot ging, ­bleven we elkaar zien. We gingen naar elkaars ­familiefeesten en maakten ontzettend veel mee samen. Amy’s ouders ­scheidden en mijn vriendje stierf in mijn armen nadat een dronken chauffeur onze auto van de weg reed. Amy was er voor me en we feestten om ons verdriet te vergeten.

Het was ongeveer dezelfde periode als Jonathan en zijn wodka-fruitsapjes. Maar met Amy liep het altijd net iets harder uit de hand. Zeven jaar geleden zette ik er op een dag een punt achter via een bericht op Facebook. Ik liet Amy weten dat ik voorlopig geen contact meer wilde. Zij ­reageerde boos. Als het zo zat, dan hoefde ik nooit meer iets te laten weten, beet ze terug. Waarop ik nu dus, zeven jaar later, een bericht stuur. Of ze, misschien, na al die jaren nog eens wil praten?

“We waren beste vrienden. We hadden altijd enorm leuk samen. En opeens kreeg ik een berichtje van jou.”

“Dat komt supergoed uit want ik ben bezig met het verwerken van trauma’s uit het verleden, dus dat gesprek zal me zeker helpen”, reageert ze. Haar bericht emotioneert me.

“Ik ben echt heel zenuwachtig, ik sta helemaal te trillen, joh!” zucht Amy als ze aankomt. Ik antwoord dat dat nergens voor nodig is. “Laten we even rustig gaan zitten. Koffie?”  “Lekker.”

Amy, hoe zat dat nu precies, zeven jaar geleden?
“Euhm, we waren beste vrienden. We hadden altijd enorm leuk samen. Vet veel lol enzo. En opeens kreeg ik een berichtje van jou. Ik weet niet meer precies wat erin stond. Ik heb dat bericht nog gezocht, maar kon hem niet meer vinden. Het kwam erop neer dat jij geen vrienden meer wilde zijn. Je verweet me ook heel erge dingen, onder andere dat ik tijdens een autorit te hard gereden had, terwijl jij met het trauma van dat auto-ongeluk struggelde. Daar voel ik me nog steeds fucking schuldig over, man. Waarom heb je dat toen niet gewoon gezegd? Dat kon je toch wel doen bij mij?”

Ja, daar heb je gelijk in. Ik weet niet waarom ik dat niet gewoon zei. Sorry… Stom.
“Ik vond het echt superkut. Jij was mijn maatje. Ik heb zo ontzettend veel van jou geleerd. Zoals dat het oké is om anders te zijn dan de rest. Bij jou was ik echt mezelf. Ik noemde je mijn beste vriendin en van de ene op de andere dag was dat voorbij. Ik had toen ook geen zin om daar verder energie in te steken. Ik voelde me in de steek gelaten. Die verwijten vond ik echt heel pijnlijk.”

“Als wij samen waren, was er altijd sprake van drank of drugs, en ik wilde een nieuwe weg inslaan.”

Oh, wat kut zeg. Die verwijten sloegen nergens op en waren voor mij, denk ik, meer een excuus om de vriendschap zonder schuldgevoel te kunnen verbreken. Het lag helemaal niet aan jou, natuurlijk. Het lag aan mij. Als wij samen waren, was er altijd wel, euhm, sprake van drank of drugs, en ik wilde een nieuwe weg inslaan. Ik wilde dat niet meer en dus ben ik hard weggerend. Maar dat wist jij natuurlijk allemaal niet. Het was een superegoïstische keuze.
“Dit klinkt nu allemaal heel logisch, maar op dat moment dacht ik echt dat je boos was. Ik vind het nu eigenlijk wel heel knap dat je toen die keuze voor jezelf gemaakt hebt. Misschien zou ik dat ook wat vaker moeten doen, gewoon  een keer voor mezelf kiezen. (glimlacht) Ik ben aan mezelf aan het werken. Afgelopen week ben ik nog naar mijn paarden­therapie geweest. Dat beest was superonrustig, net zoals ik ben.”

Ik zie dat je je onrustig voelt. Vroeger had je dat ook. Wij konden het samen ook nooit rustig aan doen, hè. Het was altijd hard gaan of niet gaan.
“We deden nooit iets normaals. Ik ben gelukkig nu wel geminderd met mijn druggebruik. Ik ben echt even verslaafd geweest. Ik hoop niet dat ik je daar te hard in meegetrokken heb. Ik was niet zo’n goede invloed en snap dat je die keuze maakte.”

Als ik echt een goede vriendin was geweest, had ik op dat moment moeten ingrijpen. Ik had er voor je  ­moeten zijn. Ik had ook kunnen proberen je te ­helpen of zo, toch? Ik zag dat het niet goed ging. Maar ik liep dus weg. Misschien moest ik eerst aan mezelf ­werken voordat ik met anderen bezig kon zijn.
“Dat is echt zo. Ik ben er altijd voor anderen, maar ik ben er nooit voor mezelf. Niemand is er eigenlijk voor mij. Door anderen altijd op de eerste plek te zetten, verwaarloos ik mezelf.”

Denk je dat we ooit nog vrienden kunnen zijn?
“Ik hoop eigenlijk dat dit gesprek een eerste stap is. Maar wel heel rustig aan. Ik hoef niet meteen dagelijks contact, maar misschien kunnen we nog eens iets leuks doen samen. Als jij daar ook in gelooft.”

“Door anderen altijd op de eerste plek te zetten, verwaarloos ik mezelf.”

Dagelijks contact heb ik met niemand. Ik ben echt een einzelgänger geworden. Maar ik denk dat als we onze vriendschap opnieuw zouden opbouwen, die veel waardevoller zou zijn. Voor minder zou ik ook niet meer gaan, ik ben echt heel kieskeurig met wie ik toelaat.
“Oh, dat is dan echt wel anders dan vroeger. Dan lag je hele huis fulltime vol met mensen die bleven party crashen en die je vaak amper kende. Als er mensen bij je zijn, hoef je die confrontatie met je eigen shit niet aan te gaan, hé.”

Wat Amy zegt. Ik dacht die drukte toen nodig te hebben. Het was mijn manier om dingen te verwerken. Wegvluchten. De afgelopen jaren heb ik juist in afzondering geleefd. Nog steeds, eigenlijk. Ik vind het moeilijk om me open te stellen voor haar, maar het voelt wel weer heel fijn. Ik voel de liefde echt tussen ons, zeg ik haar nog. En ik bedank haar. Voor dit. En zij bedankt mij. Voor het duwtje in de rug dat zij nodig heeft om haar problemen aan te pakken. Ik weet dat ze het kan.

Foto’s: Jarod Mauws

Schrijf je reactie

3 reacties

Sophie is ervan overtuigd dat iedereen zijn eigen realiteit creëert en laat zich graag onderdompelen in al die verschillende werelden. Niet alleen omdat ze daar plezier in heeft maar ook omdat ze gelooft dat we enorm veel van elkaar kunnen leren. Ze zoekt voor Charlie dan ook maar al te graag de grens op voor het schrijven van een openhartig stuk.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen