Voorpublicatie

Een hoofdrol voor het dikste meisje van de school

Voorpublicatie: 'Zelfde tijd, zelfde plaats'

Een hoofdrol voor het dikste meisje van de school

In 2015 startte VZW Caleidoscopia met het project Hikkies. Dat is erop gericht om tieners via een positief verhaal kennis te laten maken met onze superdiverse samenleving. Dankzij steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren kwamen er al acht boekjes uit waarin telkens een hoofdrol is weggelegd voor iemand die in de meeste kinderboeken zelden het middelpunt van het verhaal is. In het negende boekje is dat het dikste meisje van de school.

“Samen met een mix van auteurs en illustratoren gingen we aan de slag om boekjes te maken naar het voorbeeld van de eerste Vlaamse Filmkes,” licht Ilke Verhelle, coördinator van het project,  toe. “Voor het negende nummer kwam schrijfster Inge Schilperoord zelf bij ons aankloppen met  een idee voor haar verhaal.”

Auteur Inge Schilperoord: “Kinderen krijgen op school tegenwoordig gelukkig voorlichting over diversiteit in seksuele voorkeur. Niet iedereen is heteroseksueel en dat is prima. Maar hoe zit het met de diversiteit in lichaamsbouw? Daar is weinig aandacht voor. Vóór de aantrekking tot de ander moet je immers eerst je eigen lichaam aanvaarden,  jezelf graag zien. En dat kan alleen als je accepteert dat niet iedereen er hetzelfde uitziet.”

Thema’s voor Hikkies worden gekozen op het kruispunt tussen etnisch-culturele diversiteit en genderdiversiteit.  “Met dit nummer boren we een nieuwe vorm van diversiteit aan. Het enige wat ik van de auteurs en illustratoren vraag,” aldus Ilke, “is dat ze het cliché overstijgen. Maar eigenlijk hoef ik dat niet te vragen. Ze willen die juist doorbreken. Soms ook vanuit hun eigen ervaring met stereotypering.”

“Ik kwam als dikkere tiener of volwassen vrouw nooit een rolmodel tegen om me aan te spiegelen”

Voor ‘Zelfde tijd, zelfde plaats’, de titel van het negende nummer, werd er samengewerkt  met illustratrice Sanne Thijs. Met haar  illustratieproject ‘Full of Freckles’ zet ze dikkere mensen in de kijker. Haar motivatie om mee te werken kwam voort uit haar eigen ervaring. Sanne Thijs: “Ik kwam als dikkere tiener of volwassen vrouw nooit een rolmodel tegen om me aan te spiegelen. Ik voelde me zeer alleen en de vreselijke vooroordelen bleven in stand gehouden. Zowel in de maatschappij als in mijn eigen hoofd. Ik vind het enorm tof dat het hoofdpersonage in deze Hikkie een sportieve passie heeft waar ze ook nog eens in uitblinkt.”

Het verhaal dat Inge Schilperoord schreef gaat over Doortje, het dikste meisje van de school. Maar het verhaal gaat in de eerste plaats over lef, over verliefd zijn en over een supercoole truc met een BMX. “De kracht om boven zichzelf uit te stijgen, die Doortje in dit verhaal ook in zichzelf ontdekt, is mooi terug te brengen naar de oorsprong van de naam Hikkies. Het Arabische woord hikma, waarvan Hikkies is afgeleid, betekent naast wijsheid ook sterker worden, zelfverwezenlijking en groei,” zegt Ilke Verhelle.

Na het nummer van Inge en Sanne komen er dit jaar nog Hikkies van Baram Maro, Anissa Boujdaini en Yousra Benfquih. Els de Caluwé en Anne-Sophie Opara sluiten dit jaar het rijtje illustratoren af. Wie lid is van Charlie kan een exemplaar van het negende boekje winnen! Stuur snel een mail naar redactie@charliemag.be

Hieronder lees je alvast een voorpublicatie.

 

Zelfde tijd, zelfde plaats

Vandaag kan ik niet met losse handen fietsen. Ik heb het geprobeerd. Het komt door de wind, dacht ik eerst. Maar dat is het niet, want ik ben wel wat gewend. Het komt door mijn benen. Ze trillen. En mijn armen willen niet stil langs mijn lichaam blijven hangen. Ook vliegen mijn gedachten alle kanten uit. Het komt door Haas. Haas, de nieuwe jongen bij ons op school. Hij is in de kerstvakantie met zijn pa in ons dorp komen wonen. Vandaag heb ik met Haas afgesproken. We gaan fietsen. Haas. En ik! Ik, het dikste meisje van de school. En hij, de snelste van het laatste leerjaar. Misschien wel van de hele school. De enige die meer dan 3000 meter liep in de Coopertest. Die vijf homeruns sloeg op de sportdag, de jongens juichend om hem heen. En de enige die net als ik een BMX-fiets heeft. Een echte.

Haas en ik hebben afgesproken bij het crossveldje. Hobbelend over het gras steek ik op mijn fiets de weide over. Aan de rand stap ik af. Onder de eik is een goede plek om te wachten. Vanaf hier kan ik de weg goed zien. Links is de dorpskerk. Rechts een plukje boerderijen. Van achter de boerderijen zal Haas komen aanfietsen.

Ongeduldig sta ik te wippen. Mijn gewicht gaat van mijn ene been naar het andere. In de verte, aan de hor zon, fietst een stipje. Is hij het? Mijn adem versnelt. Mijn borst gaat op en neer. Mijn mond wordt droog.

Boven mij zwiepen de takken van de boom in de wind.

Af en toe valt er een druppel uit. Soms spat er een op mijn hoofd. Ik zou mijn tong willen uitsteken. Proeven. Maar ik moet mijn hoofd erbij houden, opletten.

“Ik kan niet met losse handen fietsen vandaag, ik ben veel te duizelig, het komt door het dieet.”

De stip komt dichterbij. Snel harken mijn vingers door de krullen die uit mijn staart zijn gesprongen. Ik trek mijn buik in. Alsof hij me al kan zien. En sjor mijn trui naar beneden. Over mijn billen. Die grote billen. Met veel zacht vlees. Het trilt als ik snel fiets. Het is een vreselijk gevoel. Ik wil het niet meer. Ik wil dun zijn, zoals de andere meisjes uit de klas. Zoals mijn zus Moira. Daarom eet ik vandaag alleen komkommers. Ik ben op een streng dieet. Een dieet dat ik zelf heb verzonnen. Het is een groentedieet. Ik volg het nu al de hele krokusvakantie. Dit is de vierde dag. Op de eerste dag at ik alleen radijsjes. Op dag twee sla. De derde dag was selderijdag. En vandaag is het komkommerdag.

Ik kan niet met losse handen fietsen vandaag, ik ben veel te duizelig, het komt door het dieet.

‘Hee. Ho!’ Haas remt vlak voor mij. Het voorwiel van zijn crossfiets snijdt door de modder. Druppels spatten op en landen op mijn schoenen. Ik slik. ‘Hee, ho.’ Opeens is hij zo dichtbij. Zijn ogen kijken me recht aan.

Haas kauwt een beetje op zijn wang. En veegt met zijn rechterhand een lok haar naar achter. De lok valt gelijk terug. Zijn haar valt bijna tot over zijn wenkbrauwen. Zou hij van zijn pa nooit naar de kapper moeten? Zijn haar ziet er een beetje slordig uit. Maar het is ook mooi. Heel dik.

Mijn handen trillen nu ook een beetje. Elke dag kijk ik naar hem. Op het schoolplein. Of als hij traint op het veldje. Altijd in de verte. Nu staat hij zo dichtbij dat ik hem zou kunnen aanraken.

Ik klem mijn handen steviger om mijn stuur. Ik moet zorgen dat ik niet te nerveus overkom. Ik wil indruk maken op hem.

‘Zo, Doris, of mag ik Door zeggen?’ zegt hij. ‘Laat maar eens zien wat je kunt.’

Hij lacht net te hard. Even schrik ik. Lacht hij me uit? Nee. Dat doet hij niet. Zijn ogen zijn zacht. En zo licht. Ze zijn zo licht als water. Ik zie mezelf erin weerspiegeld. Mijn adem vergeet zichzelf even.

‘Ja,’ wil ik zeggen maar ik zeg iets dat lijkt op ‘juh’. Mijn stem slaat een beetje over. Snel zeg ik wat anders. Alsof ik dat rare juh ermee weg kan vegen.

‘Heb je je handschoenen bij je?’ Hij knikt.

‘Helm?’

Hij tikt met zijn hand op zijn rugzak. ‘Kniebeschermers?’

‘Yep.’

Zijn ogen roepen: wat denk je nou, rare Doris? Ik ben toch geen beginner!

‘Arm- en rugbeschermers?’ ‘Ook.’

‘Tegs?’

‘Zeker.’

“ls het mislukt, val je hard. Als het lukt, is het mooier dan vliegen.”

Nu kan ik niets meer vragen. Het zal moeten gaan gebeuren. Ik heb het mezelf aangedaan. Vandaag ga ik hem de Turndown leren. Een van de moeilijkste trucs van het crossfietsen. Je moet niet alleen op één wiel kunnen springen maar je moet ook nog eens je benen en heupen razendsnel naar rechts kunnen draaien terwijl je je stuur naar links trekt. Precies tegelijk. Het moet zo snel gaan dat je niet kan denken. Als het mislukt, val je hard. Als het lukt, is het mooier dan vliegen.

Het is drie dagen geleden beslist. Op radijsjesdag. Ik was zoals elke middag met mijn vriendin Amber op het crossveldje. Ik was mijn trucs aan het oefenen, zij speelde met een bal. Opeens schoot mijn ketting los. Toevallig fietste Haas net langs. Hij hielp me. Dat was de eerste keer dat ik hem sprak. En toen gebeurde het.

‘Was je de Fire Hydrant aan het oefenen?’ vroeg hij. Dat is ook een moeilijke oefening. Je draait met je lichaam om je eigen voorwiel heen. Maar het is niet zo moeilijk als de Turndown. Je hoeft er niet voor te springen.

Ik zag het haar dat hij van zijn voorhoofd wegstreek, en dat weer terugviel. ‘Nee, de Turndown,’ zei ik. Ik schrok er zelf van. Ik wilde het weer inslikken. Soms rollen er opeens woorden uit mijn mond waarvan ik niet weet waar ze vandaan komen.

Haas zijn ogen gingen wijd open toen hij mij dat hoorde zeggen. Zijn wenkbrauwen trok hij heel hoog op. ‘Dat meen je niet. Kan je dat?’

Mijn hart bonsde. Ik vulde mijn longen met lucht. ‘Ja,’ en ik duwde de gedachte aan de waarheid weg.

Hij bleef maar naar me kijken. Zijn wenkbrauwen nog steeds opgetrokken. Zijn lip een beetje schuin omhoog.

‘Jij? Echt?’

“Ging hij nu zeggen dat het niet kon omdat ik een meisje ben?”

‘Ja,’ zei ik. ‘Echt.’ Maar mijn stem was dun. Dus zei ik het nog een keer. ‘Ja.’ Nu harder. En ook zei ik: ‘Is dat soms gek?’ Ik rechtte mijn rug. Ging hij nu zeggen dat het niet kon omdat ik een meisje ben? Of een leerjaar lager zit? Of omdat ik te dik ben?

Maar hij duwde alleen maar even zijn tong in zijn wang. Het maakte een geluid dat klonk als ‘klok.’ Een ogenblik leek het of hij wat ging zeggen. Maar er kwamen geen woorden. ‘Hm.’

Hij keek naar mijn fiets waar ik alweer overheen leunde. En hij keek naar mijn handen om het stuur. Toen knikte hij. ‘Oke. Dan ga jij het mij leren. Donderdag. Om 12 uur.’

 

Meer info: www.hikkies.be

Schrijf je reactie

Lees verder in Zin in

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen