column

Ik heet mama

Ik heet mama

Er waren heel veel dingen die ik niet zou doen wanneer ik een moeder was. De hele tijd over mijn kind praten, het huis veranderen in een binnenspeeltuin, mezelf inkapselen op fora van het Grote Opvoedingsgelijk, op sociale media enkel foto’s van mijn nageslacht plaatsen en vooral… een column erover schrijven. Dat leek me het ultieme zwaktebod. De val van het moederschap. Kneuterig, beperkt, zo weinig feministisch.

Want ik zou in de eerste plaats mijn eigen zelf blijven. Dezelfde persoon, maar anders. Uithuizig en foodie. Uren achter het fornuis en nog langer aan tafel. Vuile grappen, propere proza. Even licht als diepzinnig. Schrijver, impro-actrice, Katrijn. Er zou een kamer aan het huis van mijn persoonlijkheid gebouwd worden, dat wel. Een veranda desnoods, in ware Vlaamse traditie. Blijkbaar was mijn bolle buik een sloopbal en verrijst er nu een verwarde snelbouw op het puin. Het moederhuis. Ergens, achter in de tuin, de restanten van wat ik ooit was. Koterijen, een duiventil. Behalve vleermuizen en muizenissen fladdert er weinig rond.

“Op de vraag ‘hoe het met de rest gaat’ kan ik enkel vertwijfelend gestamel uitbrengen. Welke rest?”

Hoewel ik soms mijn vriendinnen meewarig bekeek na hun bevalling, moet ik vaststellen dat ik duizend keer erger ben dan zij. Ik vertoon na bijna anderhalf jaar dezelfde symptomen als pubers die net een lief vonden: haast elke zin gaat over hem, ik tel de maanden én de dagen van ons samenzijn, ik kan uren staren naar zijn slapend gelaat en ik vul de uren in zijn afwezigheid met denken aan hem, aan ons. Op de vraag ‘hoe het met de rest gaat’ kan ik enkel vertwijfelend gestamel uitbrengen. Welke rest?

Elke avond leg ik zijn kleertjes klaar, en vergeet daarbij dat ik ook nog gekleed door het leven moet. Maar mijn oude kleren passen me niet meer, letterlijk en figuurlijk. Dus dwaal ik door het leven alsof ik een huis aan het verbouwen ben: met een te grote trui en vuile broek. Mijn volgend boek schrijven is niet half zo aantrekkelijk als weer hetzelfde boekje voorlezen. De twee plakkerige pollen van mijn mini tegen elkaar horen pletsen, evenaart moeiteloos een staande ovatie in een schouwburg naar keuze. Soms betrap ik mijn vrienden en familie erop om – de paar keer dat ik ze nog zie –peinzend naar mij te kijken. Alsof ze me van ergens kennen, maar niet helemaal weten waarvan.

“Het probleem schuilt hem vooral hierin: ik wil dat mijn zoon trots is op mij.”

Ik oscilleer voortdurend tussen berusting en rusteloosheid. Iets in mij wil alle ballen weer oppakken, omhoog houden en omgekeerd aan de trapeze gaan hangen. De andere helft geniet te zeer van de clown spelen voor kindlief. Het probleem schuilt hem vooral hierin: ik wil dat mijn zoon trots is op mij. Niet alleen om wie ik ben als moeder, maar ook als persoon. Een voorbeeld van een rijk, verscheiden en bruisend bestaan. Het lijkt me overigens ook erg beklemmend om als kind de last op je schouders te dragen je moeders wereld te zijn. Ik wil geen Atlas creëren. Dan zijn er interessantere mythologische figuren. Maar laat dat nu misschien niet de juiste motivatie zijn om pen en planken weer op te pakken. Het moet iets van mezelf zijn. Ik moet er maar zacht op vertrouwen dat ik langzaam, maar zeker meer plek verlang in de wereld. En dat, als dat niet zo is, het ook goed is.

Vergis je niet, dit is geen verhaal van louter verlies. Ik heb zoveel gewonnen. Ik ben sterker en zachter dan ooit tevoren, kom veel meer buiten, al is het naar babyvriendelijke plekken. Ik ben vaker vrolijk, heb nog nooit zoveel gelachen en speel meer dan toen ik zelf kind was. Elke dag sta ik versteld van mezelf, misschien voor het eerst écht fier op wat ik doe. Met de mensen die ik nu ontmoet, praat ik meteen op een diepmenselijk niveau en ik breek vrij uit vooroordelen en kritiek.

Mijn begrip en liefde voor de mensheid is exponentieel toegenomen. Ik eet nog steeds doordeweeks regelmatig vier gangen, al is gang één dan ‘te warme viskroketten met puree, want voorproeven’, gang twee één hap op aanvaardbare temperatuur, is de derde gang koude viskroketten met puree en het dessert ietwat zompige viskroket, want al eens in de mond van het kind geweest. Ik wil dit niet kwijt. Integendeel. Maar ik zou het graag uitstallen en koesteren naast wat vroeger mijn vuur deed oplaaien.

“Net zoals ik mijn jongen moet leren kennen, moet ik ook mezelf opnieuw doorgronden.”

Tot dat punt waar ik rond in een niemandsland. Ik voel me verveld, uit mijn vorige cocon gebarsten. Kwetsbaar, en nog niet helemaal getransformeerd. Het is onwennig, maar voelt ook beloftevol. Alsof alles nog kan, ooit. En ondertussen hullen we ons in mildheid en beschutting. Net zoals ik mijn jongen moet leren kennen, moet ik ook mezelf opnieuw doorgronden, en me tot die persoon leren verhouden. Ik heb mezelf niet verloren. Ik moet gewoon mezelf weer uit- en terugvinden. Het is geen afscheid. Het is een aarzelend maar warm welkom.

Ik heb voorlopig geen idee wie ik ben, maar dat is niet erg. Gelukkig weet één iemand het wel. Het is mijn zoontje, dat naar me toe gehold komt na een dag bij de onthaalmoeder. “MAMA”, zegt hij dan, en zijn voeten lijken zelf verbaasd zo snel te kunnen lopen. Kraaiend smeert hij snot over mijn wang op weg naar dat plekje in de glooiing van mijn nek. ‘Mama’. Zucht hij dan, tegen niemand in het bijzonder. “Mijn Mama.” “We zullen wel samen groeien, jongen”, denk ik dan. Uitvliegen. En wat een wonderlijke wezens zullen we zijn.

Foto: Sarah Van Looy

Schrijf je reactie

3 reacties
  • Krachtig geschreven,
    “Tot dat punt waar ik rond in een niemandsland. Ik voel me verveld, uit mijn vorige cocon gebarsten. Kwetsbaar, en nog niet helemaal getransformeerd. Het is onwennig, maar voelt ook beloftevol. Alsof alles nog kan, ooit. En ondertussen hullen we ons in mildheid en beschutting. Net zoals ik mijn jongen moet leren kennen, moet ik ook mezelf opnieuw doorgronden, en me tot die persoon leren verhouden. Ik heb mezelf niet verloren. Ik moet gewoon mezelf weer uit- en terugvinden. Het is geen afscheid. Het is een aarzelend maar warm welkom.”

    Sterk

  • Knap geschreven & herkenbaar!

  • Ann says:

    Wat beschrijf je het mooi. Het moederschap veranderde ook mij voor altijd en ten positieve. Na de geboorte van mijn eerste zoon, werd ik veel zelfverzekerder: ik de verlegen introvert. Mijn tweede zoon had nog meer impact. Hij werd drie maanden te vroeg geboren en zijn leven heeft aan een zijden draadje gehangen, maar hij haalde het. Het heeft mijn kijk op het leven voorgoed veranderd: ik kan beter relativeren en genieten van kleine dingen. Veel meer dan vroeger, ben ik dankbaar voor elke dag samen met mijn gezin.
    Ondertussen zijn ze 12 en 8, mijn zoons. Ze staan steeds meer op eigen benen. En ook dat verandert alweer het leven van hun mama. Ik heb tijd om mijn vroegere passie weer op te nemen: schrijven. Ik engageer me als vrijwilliger: op hun school, in het Voedselteam, in een werkgroep rond klimaat… Ik wil dat ze trots op mij zijn zoals jouw zoon ongetwijfeld ook trots op jou zal zijn.

Schrijver, impro-actrice, mama, geliefde, zelfstandige, vriendin, mopjesmaker… Katrijn Van Bouwel is een vrouw met ballen. Erg veel zelfs. Die in de lucht houden is zelfs voor de meest ervaren jongleur een opdracht. Maar scherven brengen geluk. Tussen to do-lijstjes en romanhoofdstukken peinst en pent Katrijn over wat haar treft, waar ze over struikelt en wat alles uiteindelijk toch zo mooi maakt.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen