uitgetest

Eén wastrommel, zes kledingstukken. Kan dat ecologisch?

Redactrice Sarah doet aan kleerkastvasten

Eén wastrommel, zes kledingstukken. Kan dat ecologisch?

Less is more. Maar wat als less wel heel weinig is? Kan jij zes kledingstukken uitkiezen om enkel die stukken zes weken lang te dragen? Redactrice Sarah Vandoorne gaat de uitdaging aan en zet haar kleerkast tot half april op dieet. In deel twee vraagt ze zich af of dat wel een goed idee was, gezien ze zoveel moet wassen. “De meest ecologische was, is de was die je niet doet.” Foto’s: Jarod Mauws en Frederik Galle

“Ben je gek?”, “Jij liever dan ik!”, “Ik zou het echt niet kunnen.”, “I would die.”, “De horror! Ik heb zelf maar de helft van mijn garderobe ter beschikking door verbouwingen en dat maakt me elke dag ongelukkig.”

De reacties op mijn experiment, waarbij ik de uitdaging aanga zes weken lang amper zes kledingstukken te dragen, spreken voor zich. Gelukkig krijg ik ook veel positieve respons. Lezers die net als ik hun kasten uitmesten. Die vertellen over hoe ook zij minder kleren kopen, of enkel tweedehands shoppen. Ook mijn collega’s reageren nieuwsgierig en geïnteresseerd – al stelden meerderen de vraag of ik toch wel zeker mijn kledij mocht wassen. Euh, ja. Gelukkig maar. Al heb ik nu minder kleren om te wassen. Ik moet veel wasjes draaien om voldoende af te wisselen tussen verschillende outfits. Eén wastrommel, zes kledingstukken. En zeggen dat ik mijn voetafdruk klein wil houden.

“Eén wastrommel, zes kledingstukken. En zeggen dat ik mijn voetafdruk klein wil houden.”

Milieuorganisatie Ecolife heeft een tool ontworpen om het verbruik van de wasmachine te meten. “Een gemiddeld gezin gebruikt de wasmachine ongeveer 150 keer per jaar”, zegt projectmedewerker Stijn Bruers. “Door de band genomen hebben die wasmachines energieklasse B of C.” Daar zit ik al goed. In mijn recente speurtocht naar een nieuwe wasmachine ging ik voor klasse A+++  – hoger kan vooralsnog niet. Ook was ik steeds op 30 graden (voor bonte was) of 40 graden (voor witte was).

Tot zover goede punten. Als ik moet invullen hoe vol mijn wasmachine zit, wil ik spontaan ‘zo vol mogelijk’ aankruisen. Maar dat klopt niet meer. In het begin kon ik mijn was nog aanvullen met kleren die minder dringend moesten gewassen worden – aangezien ik ze toch zes weken niet meer zou dragen. Intussen is mijn bonte was, aangevuld met de kleren van mijn vriend, hooguit halfvol. En aangezien ik het liefst twee keer per week mijn kleren wil wassen, komt dat neer op gemiddeld 3.120 liter waterverbruik per jaar. Ter vergelijking: met één was per week die helemaal vol zit, zou ik maximaal 1.560 liter water verbruiken.

Even een handwasje?

Stilaan begin ik te overwegen of het niet beter is om af en toe een handwasje te doen. Stel dat ik snel één van mijn zes items opnieuw wil aandoen, kan ik het maar beter een miniwasbeurt in een basin geven. Toch? Dat wordt mij afgeraden door professor Mario Smet, chemicus aan de KU Leuven. “Eerst en vooral: de meest ecologische was is de was die je niet doet. Wassen verbruikt water en energie, kleren verslijten door het wasproces. Verlucht je kleren dus af en toe gewoon aan de waslijn. Veel beter voor het milieu dan een handwas en voldoende om van een wat minder frisse geur verlost te raken.”

Foto: Jarod Mauws

Wat is dan juist het probleem met een klein, op het eerste zicht onschuldig handwasje? “Wat veel mensen overschatten bij het wassen, is het effect van detergent. Het is vooral je wasmachine die het werk doet. In het geval van een handwasje heb je die wasbeweging niet. Dat maakt het minder efficiënt. Om dat te compenseren, gaan mensen veel wasmiddel voor weinig was gebruiken. Geen goed idee: het meest ecologische wasmiddel is het wasmiddel dat je niet gebruikt.”

“Wat is het probleem met een klein, op het eerste zicht onschuldig handwasje?”

Dat maak ik ruimschoots goed doordat ik ecologisch wasmiddel gebruik, een wit product met het EU Ecolabel. Dàcht ik. “Het ecolabel op je wasmiddel zegt onder meer dat het wasproduct afgeleid is van plantaardige oliën”, verklaart professor Smet. “Maar ook die oliën moeten ergens vandaan komen, die planten moeten geteeld worden. Daar is land voor nodig en landbouwgrond is schaars. Daar moet natuurgebied voor wijken en wordt meststof op gespoten. Als wij planten gebruiken voor allerlei doeleinden, bijvoorbeeld palmolie om wasmiddel van te maken, dan komen die planten in concurrentie met de teelt van onze voedingsgewassen.”

Grijpen we met z’n allen dan beter terug naar synthetische detergenten? “Die zijn gemaakt op basis van fossiele grondstoffen (aardolie) in plaats van plantaardige olie.” Zelf gebruikt professor Smet synthetisch waspoeder. “Uit zo’n ouderwetse kartonnen doos, daar doen we al drie jaar mee”, getuigt hij. “Het nadeel daarvan is dat die niet hernieuwbaar zijn. Plantaardig materiaal kun je in principe elk jaar laten groeien.”

Zelfgemaakt wasmiddel

Zo wordt het moeilijk om te kiezen. Volgens Anne Drake, ambassadrice voor Mei Plasticvrij en auteur van Doe het zelf! Ecologie op hoge hakken, maken we ons wasmiddel beter zelf. “Dat kost minder, is minder chemisch en je hebt er geen nieuwe verpakking voor nodig. Het enige wat je nodig hebt, is een blok Aleppozeep of (palmolievrije) Marseillezeep. En water om de zeep aan te lengen.”

Laat ik dat zelf eens uittesten. Ik meng de geraspte Marseillezeep met water. Een mixer heb ik niet nodig, ik kan de zeep gewoon opkoken en een nachtje laten rusten. De volgende ochtend tref ik een wat slijmerige brei aan. Die giet ik met wat argwaan over in een glazen potje. Als ik daar even mee schud, ziet het er effectief uit als wasmiddel.

“Microplastics en microvezels zijn overal ter wereld verspreid, tot in bergen waar geen mens komt.”

De etherische oliën die Anne Drake in haar video vermeldt, laat ik achterwege op advies van professor Vera Rogiers. Rogiers is toxicoloog aan de VUB en staat erg sceptisch tegenover DIY-producten. “Etherische oliën, dat is vragen om problemen. Die veroorzaken vaak allergische reacties. Als zepen met etherische oliën in contact komen met de huid, kunnen die agressief zijn: de zeep kan de huid ontvetten en de handen binnendringen bij een handwas. Als je dan later producten zoals parfum, deodorant of after-shave gebruikt, waarin sommige componenten van die etherische oliën aanwezig zijn, kun je daar eczeem van krijgen.”

Opnieuw een reden om geen handwasjes uit te voeren. In een wastrommel kan zelfgemaakt wasmiddel volgens chemicus Mario Smet geen kwaad. “Al blijft het nog altijd een wasmiddel op basis van plantaardige olie. Het voordeel ten opzichte van kant-en-klare ecologische wasproducten is dat er relatief weinig verpakkingsmateriaal nodig is.”

Om zelfgemaakt wasmiddel te maken, mengde Sarah de geraspte Marseillezeep met water.

Textielvezels in de lucht…

Plastic. Anne Drake heeft er een broertje aan dood. Ze werkte jarenlang in de plasticindustrie. “Ik zag hoeveel plastic hoesjes en flesjes voor multimedia en verzorgingsproducten er geproduceerd worden. Ik ben gestopt nadat ik verhalen hoorde over microplastics en microvezels. Die zijn overal ter wereld verspreid, tot in bergen waar geen mens komt.” Microvezels zijn een vorm van microplastics die onder meer vrijkomen als je synthetische kledij (zoals polyester, de meest geproduceerde textielsoort ter wereld, gemaakt van fossiele grondstoffen) wast of er zelfs maar over wrijft.

“Het zijn een soort van dunne synthetische haartjes, van minder dan 5 millimeter”, legt eco-toxicoloog Colin Janssen (UGent) uit. Met zijn team voert Janssen al vijftien jaar onderzoek naar microplastics. “Naar microvezels uit textiel moet nog verder onderzoek gedaan worden”, geeft hij toe. “Op basis van de integriteit van de stof zou ik zeggen dat polyestervezels naar schatting vijf tot twintig jaar nodig hebben om mogelijks af te breken. Waarschijnlijk zullen ze nog niet volledig afgebroken worden, maar enkel nog kleiner geworden zijn, tot nanoplastics.”

“Er komen heel veel vezels vrij als je kleren wast, tot wel 700.000 per wasbeurt.”

Die synthetische microvezels komen terecht in ons afvalwater. Professor Janssen: “Er komen heel veel vezels vrij als je kleren wast, tot wel 700.000 per wasbeurt. De meeste vezels gaan recht naar de natuur. Ze passeren wel nog een waterzuiveringsstation vooraleer ze de kanalen en rivieren bereiken. Soms kunnen waterzuiveringsstations niet meer dan de helft van de vezels tegenhouden.”

… en op je bord

Via rivieren en zeeën komen microplastics onder andere op vis en zeevruchten op ons bord terecht. “Via zeevoedsel krijgt de gemiddelde Europeaan jaarlijks 2000 tot 11.000 microplastics binnen.” Goed nieuws voor vegetariërs? “Toch niet. In hoe meer voedingsstoffen we kijken – bijvoorbeeld bier, honing, zeezout – zien we microplastics terugkomen. Ze verplaatsen zich niet enkel via het water, maar ook via de lucht. Ook in je moestuin kunnen mogelijk microplastics landen. Was altijd goed je groenten en fruit voor je ze opeet, dus.”

“Groot plastic veroorzaakt problemen bij grote dieren, klein plastic bij kleine dieren”, illustreert de prof verder. “Neem nu die walvis die een paar weken geleden in de Filipijnen aanspoelde met 40 kilogram groot plastic in zijn maag. Die walvis verwarde plastic met voedsel, kreeg problemen aan zijn maag-darmstelsel, kon uiteindelijk moeilijker eten en stierf. Dat proces zien we ook gebeuren bij kleine diertjes, zoals plankton, wormen en schelpen. Ook zij kunnen minder eten, hebben minder energie, groeien of reproduceren minder. Zo wordt de basis van onze voedselketen, en alle dieren die daarvan afhankelijk zijn, negatief beïnvloed.”

Katoenvezels kunnen wel afgebroken worden, maar katoen is één van de meest belastende gewassen om te telen ter wereld.

Wat met mijn wastrommel?

Microplastics beschadigen onze fauna en flora, zoveel is duidelijk. Draagt de kledij die ik draag, en zo vaak moet wassen, daartoe bij? Ik heb de labels gecheckt. Van mijn tweedehandstrui kon ik niet meer achterhalen welke stof het was. Verder heb ik een trui in biokatoen en twee kleedjes in viscose. Mijn broek en T-shirt zijn gemaakt van Tencel. Geen polyester in zicht, oef. “Ook als je over katoen wrijft, komen er microvezels vrij”, zegt professor Janssen daarover. “Maar het verschil is dat katoenvezels natuurlijk kunnen worden afgebroken. Plasticvezels blijven jarenlang in de natuur.”

“Katoenvezels kunnen wel afgebroken worden.”

Met mijn biokatoen zit ik dus ‘veilig’. “Al heeft katoen heel veel water nodig om te produceren, het is één van de meest belastende gewassen om te telen ter wereld”, stelt Paul Kiekens, professor textielkunde aan de UGent, me weinig gerust.

Viscose en Tencel, een sterk verbeterde en meer ecologische viscosevezel, zijn allebei kunstmatige stoffen, maar ze zijn gemaakt van natuurlijke textielvezels uit plantencellulose zoals houtpulp of bamboe. “Die bevatten dus ook microdeeltjes, maar geen synthetische deeltjes”, aldus professor Kiekens. “Maar vergeet niet dat viscose één van de meest vervuilende chemische stoffen is om te maken.”

En wat met mijn (nylon)kousen en ondergoed dat ik onbeperkt mocht dragen? Die zijn gemaakt van acryl en lycra, allebei synthetische stoffen gemaakt van fossiele grondstoffen. Professor Kiekens: “Die zijn net iets afbreekbaarder dan polyester, maar geven wel microplastics af.” Uit ecologische overtuiging kies ik in de winkel bovendien voor kousenbroeken gemaakt van gerecycleerd nylon. “Recyclage betekent altijd dat er aan kwaliteit ingeboet wordt. De vezels worden minder sterk en zullen op die manier nog meer microplastics afgeven”, zegt professor Kiekens daarvan.

“Vezels uit gercycleerd materiaal worden minder sterk en geven op die manier nog meer microplastics af.”

“Ik denk dat het vooral een kwestie is om je kleren wat langer te gebruiken en ze redelijk te onderhouden”, besluit professor Kiekens. Chemicus Mario Smet vult aan: “En het is juist het wassen die je kledij zo doet verslijten. Hoe minder je wast, hoe beter vanuit ecologisch standpunt. Ook voor de kleren zelf.” Ook doe-het-zelver Anne Drake gaat daarin mee. “Die ene jurk die je maar een avond op restaurant aanhad? Waarom zou je die meteen in de wastrommel steken? Af en toe wat meer je kleren luchten, bijvoorbeeld voor een open raam, bespaart je heel wat wasgoed.”

Kleren luchten, dus. Laten we dat eens uitproberen. In mijn geval geeft het een groot voordeel: ik kan de weinige kleren die ik heb op die manier sneller afwisselen. Tegen de tijd dat ik een volgende outfit wil aandoen, is de vorige zijn zweetgeur verloren. Wassen doe ik enkel op een trage zondag, een grote trommel bonte was per week. Daarin was ik vijf van de zes kledingstukken samen met mijn kousen en de kleren van mijn vriend. Beide truien gaan erin, want op zondag blijf ik vaak gezellig binnenshuis en dan brengt een dekentje soelaas. Ik blijf voor ecowasmiddel gaan – mijn vorig wasmiddel was nog niet op en ik heb net een kleine hoeveelheid zelfgemaakt product gemaakt. Voorlopig zal dat zo blijven, want met wasmiddel ga ik nu nog zuiniger om – de wasmachine doet zijn werk wel.

Lees ook deel 1 van Sarah’s experiment: hoe moet je je kleerkast kortwieken, en vooral: waarom?

Schrijf je reactie

    Sarah Vandoorne is freelance journalist. Duurzaamheid is haar stokpaardje. Sinds fabriekscomplex Rana Plaza in Bangladesh instortte, volgt ze de tendensen en de teneur van de textielsector op de voet. In 2018 keerde ze terug naar Bangladesh. Ze koopt kleding enkel tweedehands of in fair fashion-winkels. Meer op haar website, ontketening.be.

    Lees verder in Wereld

    Colofon

    Adres Redactie

    Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
    Statiestraat 139
    2600 Antwerpen