Doorgelicht

Wel mijn DNA, niet mijn kind

Over zaad- en eiceldonors

Wel mijn DNA, niet mijn kind
Dit artikel werd ook gepubliceerd in Bookzine 5 dat te koop is de webshop. Of lees het artikel digitaal via Blendle

Geen verlangen zo immens als een kinderwens. ­­En als het niet lukt, geen verdriet zo immens. Daarom: lang leve alle donoren van zaad en eicellen. Dankzij hen komt er soms alsnog nieuw leven. Redactrice Louise ­onderzoekt waarom zij willen geven. Illustraties Charlotte Vanderputte

Uit de recentste cijfers blijkt dat in België in 2014 in alle reproductieve centra samen in totaal 8.416 baby’s geboren werden die met behulp van een donoreicel of donorsperma verwekt werden. Ik vroeg me af wat de mannen en vrouwen die zaad- of eicellen doneerden motiveerde. Doen ze het uit naastenliefde of uit geldnood? Om hun genen te verspreiden of om een vriend of vriendin uit de nood te helpen? Lien (30) doneerde zo’n 6 jaar geleden eicellen en bekijkt het allemaal heel nuchter.

Lien: “Ik doneerde tijdens mijn studententijd aan het Universitair Ziekenhuis in Brussel. Ik had geld nodig om op reis te gaan en had van een bevriende studente geneeskunde gehoord dat je voor je donatie een vergoeding van zo’n 2.000 euro ontving. Ik meldde me aan zonder er echt verder over na te denken en startte de maandenlange procedure. Als ik op voorhand had geweten hoeveel werk het was, was ik er misschien niet mee doorgegaan. Je doorloopt eigenlijk een hele IVF-procedure en krijgt hormonen om zoveel mogelijk eicellen aan te maken. Dat betekent dat je gedurende een paar maanden meerdere keren moet langsgaan in het ziekenhuis. De effectieve pick-up, zoals dat heet, gebeurde onder plaatselijke verdoving en was binnen een kwartiertje gepiept. Ik herinner me dat ik eigenlijk niet zo goed besefte wat er allemaal gebeurde en dat ik weinig uitleg kreeg. De steriele ziekenhuisomgeving en de routinematige behandeling zorgden ervoor dat ik mij een beetje een nummer voelde. Enkel toen mijn dokter even werd weggeroepen om een koppel te troosten na een mislukte ingreep, drukte hij mij bij zijn terugkomst op het hart dat zij precies het soort mensen waren die mijn donatie zou gaan helpen. Toen besefte ik wel dat ik een goede daad deed, maar verder deed ik het toen eigenlijk gewoon voor het geld.”

“Ik besefte wel dat ik een goede daad deed, maar eigenlijk deed ik het toen gewoon voor het geld.”

Dr. Elke D’haeseleer van het Fertiliteitscentrum van ZNA Middelheim vertelt dat er nog wel studenten zijn die doneren, maar dat het aantal spontane eiceldonaties onder meer omwille van de aanzienlijk hogere impact van de procedure, bijzonder laag ligt. Het is voor de wensouders vaak lang wachten op een eitje.

In de praktijk brengen de wens­ouders in de meeste gevallen best zelf een donor aan, vertelt Dr. D’haeseleer. “Bij eiceldonatie zien we vaak dat vrouwen eicellen doneren aan een zus of een bevriend koppel. In dat geval werken we, indien gewenst, ook met kruisdonatie: twee paar wensouders brengen elk een gekende donor aan, van wie de eicellen omgewisseld worden, zodat het toch weer anonieme donatie wordt.”

Het totaal aantal zwangerschappen met een donoreicel ligt relatief laag : in 2014 werden net geen 700 procedures met een donoreicel opgestart, maar daar werden uiteindelijk maar 126 kindjes uit geboren. Vergelijk dat met de meer dan 7.000 bevruchtingen met donorzaad, en je vraagt je af of het enkel de ingrijpendere procedure is die vrouwen tegenhoudt om te doneren. Misschien speelt hun moederinstinct mee, dat vooral wil dat het goed komt met die toekomstige kinderen in eicelvorm – en net dat kan je natuurlijk niet laten meespelen bij een eiceldonatie. Lien: “Nu ik 30 ben en stilaan zelf een kinderwens begin te krijgen, zou ik toch niet meer zomaar eicellen doneren, denk ik. Het krijgt een andere dimensie als je over je eigen nageslacht begint na te denken.”

In het intakegesprek dat aan de donatie voorafgaat, wordt altijd gevraagd naar de motivatie van de donor, maar een juist of echt fout antwoord bestaat niet echt. Dr. D’Haeseleer: “Mocht een man zeggen dat hij vooral zoveel mogelijk nakomelingen de wereld wil insturen, zou ik mij daar vragen bij stellen en zou hij geweigerd kunnen worden, maar dat heb ik nog nooit meegemaakt.”

The gift of life in een potje

Als je het romantisch wil bekijken, geven eicel- en spermadonoren the gift of life aan wensouders. Maar in een steriele ziekenhuisomgeving voelt het misschien niet als een mooie daad, of als naastenliefde? Het is tenslotte ‘maar’ genetisch materiaal: je pinkt toch ook geen traan weg als je bloed of stamcellen gaat doneren? Maar uit je donatie komt mogelijk wel een nieuw mens voort. Vragen donoren zich af wie dat wordt en of die op jou lijkt? Een ‘nakomeling’ is iets heel abstracts, zeker als je zelf geen kinderen hebt, maar de drang om je genen door te geven is wel des mensen.

“Leuk is het natuurlijk niet in zo’n ‘kotje’: een klinische omgeving en het hulpmateriaal was nogal, euh, verouderd.”

Zo getuigt ook zaaddonor Dimitri (34): “Ik doneerde in het voorjaar van 2016 zes keer sperma aan het UZ Leuven. Ze mogen maximaal zes vrouwen bevruchten met jouw zaad, zodat er niet te veel verwante nakomelingen rondlopen die dan toevallig kinderen zouden kunnen maken met elkaar. Ik heb geen kinderwens, omdat ik op mijn vrijheid gesteld ben en die verantwoordelijkheid niet wil. Maar ik denk natuurlijk ook na over mijn sterfelijkheid: ergens wil ik graag mijn genen doorgeven. Toen ik een collega hoorde vertellen dat haar kind verwekt werd met behulp van een spermadonor, zag ik wat donatie voor anderen kan betekenen en besloot ik de stap te zetten. Je krijgt een basisvergoeding, maar voor het geld moet je het niet doen. Voor de effectieve donaties ontving ik telkens nog eens 50 euro voor de verplaatsingskosten en de moeite. De hele procedure vraagt vooral een zeker engagement en wat tijd. Je moet twee teststalen binnenbrengen en je wordt medisch helemaal doorgelicht voor je in aanmerking komt als donor. Dat neemt algauw enkele maanden in beslag. Wel mooi meegenomen is dat je dan meteen weet of alles in orde is en naar behoren werkt. Leuk is het natuurlijk niet in zo’n ‘kotje’: een weinig prikkelende, klinische omgeving, niet echt geluidsdicht en het hulpmateriaal was nogal, euh, verouderd. (lacht)”

Zaad uit het buitenland

Omdat er een tekort is aan spermadonoren, kloppen Belgische fertiliteitscentra aan bij buiten­landse – vooral Deense – spermabanken. Ook dan wordt er rekening gehouden met de uiterlijke kenmerken van de wensouders, maar garanties zijn er nooit. Naast een algemeen tekort aan spermadonoren is het ook niet geweldig gesteld met de diversiteit van het aanbod: “Telkens als ik ging doneren, zag ik enkel blanke mannen tussen de 25 en 35 in de wachtzaal zitten,” vertelt Dimitri. Ook Dr. D’Haeseleer bevestigt dat tekort: “Als de wensouders niet blank zijn, zijn we meestal gedwongen om bij een buitenlandse spermabank te zoeken naar een geschikte donor.”

Dat er te weinig spermadonoren zijn, heeft verschillende oorzaken. Voor ziekenhuizen is het wettelijk niet toegelaten om te ‘adverteren’ voor donoren, dus meer dan een kaartje in de wachtzaal leggen om donors aan te trekken, kunnen ze niet doen.

“Er is vooral nood aan meer openheid zodat onvruchtbaarheid en donatie minder taboe worden.”

Bij De Maakbare Mens, een vzw die ‘kritisch werkt rond technieken die de mens kunnen veranderen, genezen en verbeteren’, zien ze ook maatschappelijke verklaringen: “We leven nog in een maatschappij die veel belang hecht aan genetica bij ouderschap, terwijl er steeds meer verschillende gezins­vormen mogelijk zijn en de klassieke mama-papa-kindje gezinssamenstelling allang niet meer de norm is,” legt educatief medewerkster Liesbet Lauwereys uit. De vzw pleit voor meer openheid rond donatie en alternatieve gezinsvormen. “Er wordt nu vaak nog lacherig gedaan over spermadonatie, door de associatie met mannelijkheid en seksuele prestaties”, vertelt Liesbet. “Maar er speelt ook onwetendheid mee, over wat donatie precies inhoudt en wat de voorwaarden zijn. De wetgeving rond donatie zoals die nu geldt in België, houdt in dat de donor geen enkele juridische verantwoordelijkheid heeft tegenover de eventuele kinderen die uit zijn (of haar) donatie voortkomen.”

Of die anonimiteit wel in het belang van het kind is, daar woeden al jaren heftige debatten over. “Die anonimiteit stamt uit de tijd dat vooral heterokoppels, waarbij de man een slechte zaadkwaliteit had, beroep deden op spermadonatie: vaak werd er niet tegen het kind verteld dat het met zaad van een donor verwekt werd. Maar tegen­woordig wordt aan alle ouders, zowel hetero- als homokoppels of alleenstaanden, aangeraden om op jonge leeftijd al tegen het kind te vertellen hoe de vork in de steel zit. “Je kan er eigenlijk niet vroeg genoeg mee beginnen.” De Maakbare Mens pleit echter niet meteen voor het opheffen van de anonimiteit: “Het is moeilijk om een systeem te vinden dat voor alle betrokkenen, inclusief donorkinderen, goed is. Er is vooral nood aan meer openheid zodat onvruchtbaarheid en donatie minder taboe worden, en het idee dat ouderschap samenvalt met een biologische band moet meer genuanceerd worden.”

Who’s your daddy?

België is een van de weinige Europese landen waar donoranonimiteit nog altijd geldt. In Nederland diende een zogenaamd tweesporen­systeem als tussenoplossing vooraleer donoranonimiteit er werd afgeschaft. Dit systeem houdt in dat er twee keuzeopties zijn voor zowel donoren als wensouders: als beide partijen daarvoor kiezen, kan de donatie nog steeds anoniem gebeuren, maar de mogelijkheid om bekend te doneren is er ook. Voor donoren en donorkinderen uit het anonieme systeem werd in Nederland een databank opgericht waar ze zich kunnen aanmelden om elkaar terug te vinden: als beide partijen de wens hebben om elkaar te ontmoeten. Ook Belgische donoren en donorkinderen maken gebruik van die databank, vertelt Liesbet Lauwereys van De Maakbare Mens.

Spermadonoren kunnen onmogelijk weten waar hun zaad terecht zal komen, maar de kans dat de kinder(en) die ermee verwekt werden (uitsluitend) door vrouwen zullen opgevoed worden is groot: 83% van de gebruikers van donorsperma hebben geen mannelijke partner. In 2014 deden net geen 4.000 lesbische koppels en meer dan 1.500 alleenstaande vrouwen beroep op zaad van een (gekende of anonieme) donor om zwanger te worden.

Groetjes van anoniempje

Wanneer ik Lien en Dimitri vraag of een niet-anonieme donatie iets zou zijn voor hen, krijg ik uiteenlopende antwoorden. Lien: “Mocht op een dag een van die kinderen mij willen ontmoeten, dan zou ik dat misschien doen, maar het zou raar zijn. Uiteindelijk deel je niets met elkaar, behalve wat DNA. De eventuele kinderen die uit mijn eicellen zijn voortgekomen, daar ben ik niet de ouder van. De ouders zijn de mensen die voor die kinderen zorgen, elke dag.”

Dimitri staat wel open voor een ontmoeting: “Als er binnen twintig jaar een kind voor mijn deur staat dat wil weten van wie hij of zij biologisch afstamt, dan zou ik dat niet vreemd vinden. Ik denk dat veel kinderen die via donatie verwekt zijn zich op een bepaald moment afvragen waar ze vandaan komen, en dan kan het waardevol zijn om elkaar gewoon eens te ontmoeten. Ik zou nu zelf niet op zoek gaan naar die kinderen, maar ik denk dat ik er mijn hele leven nog af en toe aan zal denken: lopen er nu kinderen van mij rond of niet, en wat voor mensen zijn dat?”

Wat is ouderschap?

Ouderschap komt vandaag in alle vormen. Een waargebeurd voorbeeld: een heteroman heeft een relatie met een vrouw die geen kinderen meer wil en gaat op zoek naar een lesbisch koppel om zijn vaderwens mee in vervulling te brengen. Ze zullen het kind in co-ouderschap opvoeden. Op websites als Meerdangewenst.nl zoeken mensen in alle mogelijke relatievormen hun eigen match in de wereld van het ouderschap, op hun voorwaarden. Zo vinden mensen eigenhandig de begrippen ‘gezin’ en ‘ouderschap’ volledig opnieuw uit.

Evolueren we straks naar een maatschappij waarin ouderschap enkel slaat op de sociale rol die iemand ten opzichte van een kind vervult en niet de genetische verwantschap die men ermee heeft? “Mensen zullen altijd waarde blijven hechten aan genetica,” zegt Liesbet Lauwereys van De Maakbare Mens. “Dat is biologisch en cultureel bepaald. Ik denk dat door ouderschap ruimer te bekijken dan het genetische, die anonimiteit bij het doneren misschien overbodig zal worden, en dat er minder kinderen met vragen en twijfels gaan blijven zitten.”

“Door ouderschap ruimer te bekijken dan het genetische, zal die anonimiteit bij het doneren misschien overbodig worden.”

Zowel Dimitri als Lien spraken openlijk met hun omgeving over hun donatie en helpen zo om stap voor stap de misvattingen en taboes rond gameetdonatie de wereld uit te helpen. Toch, zo merkte ik in de gesprekken die ik met mijn omgeving had terwijl ik dit stuk schreef, is er nog een lange weg te gaan qua sensibilisering. Jouw donatie kan voor mensen met reproductieve problemen een wereld van verschil maken, ook al zal je daar als anonieme donor nooit rechtstreeks iets van merken. Het ultieme altruïsme dus? Voor de ene is het zo simpel als genetisch materiaal afstaan, vergoed worden en er verder niet over nadenken, terwijl het voor de andere een bewuste keuze kan zijn om toch zijn of haar genen door te geven zonder zelf de sociale rol ‘ouder’ op zich te nemen. Voor nog anderen is de grootste reden dan weer om een goeie daad te doen voor een naaste of gewoon voor de onbekende medemens met kinderwens.

Zou ik zelf ooit doneren? Ik zou het te moeilijk vinden om nooit  te weten of er kinderen uit mijn donatie zijn voortgekomen. En als het zo is, wie zijn die kinderen dan en lijken ze op mij? Willen ze mij kennen? Hoewel de anonimiteit veel donoren over de streep trekt, zou ze mij net tegenhouden. Misschien zou een tweesporensysteem zoals in Nederland dus wel een stap in de goede richting zijn om het Belgische donortekort op te lossen.

Illustraties: Charlotte Vanderputte

Schrijf je reactie

    Louise Vanderputte is een pragmatische idealist met een passie voor taal en mensen. Liefst van al verdiept ze zich telkens in een nieuw fenomeen dat haar fascineert, om het beter te proberen begrijpen. Vaak vloeit daar dan een niet te stoppen informatie-binge uit voort, maar soms gelukkig ook eens een tekst of een ander idee.

    Lees verder in Lijf

    Colofon

    Adres Redactie

    Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
    Statiestraat 139
    2600 Antwerpen