Reportage

“We zijn meer dan eens het slachtoffer geweest van intimidatietactieken”

“We zijn meer dan eens het slachtoffer geweest van intimidatietactieken”

“Veel mensen denken dat humanitair werk gemakkelijk is, maar dat is het niet,” aldus Regina Catrambone, mede-oprichtster van MOAS, een NGO die al 40.000 mensenlevens op zee heeft gered. Humanitaire organisaties zoals MOAS komen voor heel wat uitdagingen te staan: (Europese) overheden die niet willen meewerken, de niet-bestaande empathie van smokkelaars en de emotionele impact die het allemaal met zich meebrengt. En toch blijven ze gaan: “We zijn nu eenmaal allemaal verantwoordelijk voor de wereld waarin we leven.”

“Niemand verdient het om te sterven op zee.” Dat is sinds haar oprichting in 2013 het moto van de humanitaire Search en Rescue -organisatie ‘Migrant Offshore Aid Station’ (MOAS). Het is ook wat de oprichters van MOAS, het Amerikaans-Italiaans koppel Christopher en Regina Catrambone, zich enkele maanden voor het ontstaan van MOAS realiseerden. Ze zagen namelijk vanop hun luxejacht een jas drijven in de Middellandse Zee. “Wellicht van een verdronken vluchteling,” zei de kapitein toen. Voeg daar een emotionele oproep van de paus aan toe en MOAS was geboren.

Sindsdien heef MOAS al 40.000 mensenlevens gered en talloze missies op zee uitgevoerd. Tot vorig jaar was de organisatie vooral werkzaam op de Middellandse Zee.

“Taxidienst” voor mensensmokkelaars

In april 2017 kwam het echter tot een discussie met de Italiaanse justitie. Die beschuldigde MOAS en andere humanitaire organisaties er namelijk van een soort ‘taxidienst’ te spelen voor Libische mensensmokkelaars en ‘hun’ bootvluchtelingen. Die periode “was enorm teleurstellend: solidariteit werd het slachtoffer van fake news en haters. MOAS werkt niet samen met mensensmokkelaars,” benadrukt Regina.

“Het maakt smokkelaars niet uit of mensen sterven tijdens de rit of hun bestemming bereiken.”

De beschuldiging is eigenlijk een belediging. “Smokkelaars geven niets om hun menselijke lading. Ze profiteren van wanhopige mensen en willen een zo hoog mogelijke winst maken. Hun slachtoffers zijn hun inkomen en de veiligheid van de vluchtelingen is geen prioriteit. Ze betalen hen immers voor een zitje aan boord, niet voor een veilige aankomst. Het maakt smokkelaars dus niet uit of mensen sterven tijdens de rit of hun bestemming bereiken.”

Na de controverse, blijft de samenwerking met de Italiaanse overheid en ook met de Europese Unie pikken. MOAS wilde, in tegenstelling tot de EU, Libië niet aanvaarden als een veilige plaats voor vluchtelingen. “We hebben dat ook duidelijk gemaakt aan de Italiaanse overheid. Eigenlijk was er een mechanisme aan het ontstaan dat vluchtelingen belemmert voet aan wal in Europa te zetten.” Dat hun mensenrechten geschonden zouden kunnen worden in Libië, dat was bijzaak, aldus Regina. “Daar wilden we geen deel van uitmaken.”

Jonge kinderen dragen hout in Unchiprang, een nederzetting in een afgelegen gebied waar MOAS afgelopen november haar tweede hulppost heeft gevestigd.

De Rohingya-crisis

MOAS besloot van terrein te veranderen: de Middellandse Zee werd ingewisseld voor de Andamanse Zee in Zuidoost-Azië. “Het was geen moeilijk beslissing,” aldus Regina. “Bovendien zagen we dat minder mensen de overtocht vanuit Libië naar Europa ondernamen. Dat terwijl het hardhandig optreden van militairen in Myanmar voor een exodus van meer dan 700.000 Rohingya’s zorgde.

Onze focus verschoof dus naar de Rohingya-vluchtelingencrisis. De Rohingya zijn een moslimgroep die volgens de Verenigde Naties het slachtoffer zijn van een etnische zuivering in Myanmar. Sinds 25 augustus zijn er bijna 700.000 mensen gevlucht uit Myanmar,” vertelt Regina.

Een Rohingya-nederzetting in Bangladesh, waar MOAS momenteel medische hulp verleent.

Intimidatietechnieken van overheden

De Phoenix, MOAS’ vlaggenschip, heeft al vlak bij de kusten van verschillende zuidoost Aziatische landen gevaren. Ook met niet-Europese overheden is het niet altijd makkelijk samenwerken, vertelt Regina: “Helaas botsten we vaak met Thaise en Maleisische overheden. Samenwerken met hen is bijna onmogelijk, waardoor we heel onze planning moesten omgooien. Dit soort gedrag is niet nieuw voor ons, maar het blijft teleurstellend. Vooral omdat we echt ons best hebben gedaan een goede relatie op te bouwen met de Thaise overheid.”

MOAS heeft ook enkele medische stations gebouwd in Bangladesh – het is de eerste keer dat ze een missie ook op land uitvoeren. Met de Bangladeshi overheid verloopt de samenwerking vlotter. “In Bangladesh hadden enkel wat bureaucratische uitdagingen.” Gelukkig maar, want MOAS’ werk op land kan elke dag het verschil maken tussen leven en dood voor honderden mensen. “Op vijf maanden tijd hebben onze mensen aan land meer dan 60.000 kinderen, vrouwen en mannen kunnen behandelen, maar het regenseizoen staat voor de deur. We staan op het punt te ontdekken wat voor impact extreme weeromstandigheden kunnen hebben en we zijn ons zo goed mogelijk aan het voorbereiden.”


Ideale wereld

In een ideale wereld, zouden de Rohingya’s opnieuw huiswaarts kunnen keren voordat het regenseizoen begint. “Maar op dit moment hebben de Rohingya-vluchtelingen geen thuis,” vertelt Regina. “In Myanmar waren ze het slachtoffer van marginalisatie, vervolging en misbruik. Tenzij de situatie in Myanmar verbetert én humanitaire organisaties toegelaten worden toezicht te houden, zullen Rohingya’s nooit kunnen rekenen op veiligheid.”

“De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat er op dit moment zo’n 905.000 Rohingya’s in Bangladesh wonen,” gaat ze verder. “Ze wonen er in overbevolkte kampen en in slechte levensomstandigheden. In de eerste plaats is er eigenlijk een diplomatieke inspanning nodig om een akkoord te bereiken. Rohingya’s moeten toegelaten worden terug naar Myanmar te keren mét de zekerheid dat hun rechten gerespecteerd zullen worden. Dit is een lang proces, maar als niemand ermee begint zal het nooit gebeuren.”


Emotionele impact

“Migratie beïnvloedt ons dagelijks leven en door de problemen te negeren of te ontkennen zullen ze niet opgelost worden.”

Humanitaire organisaties staan voor heel wat uitdagingen, maar de emotionele impact wordt vaakt onderschat door de buitenwereld, vindt de Italiaanse filantroop. “Het doet heel wat met een mens geconfronteerd te worden met onrecht, leed en sterfte. Veel mensen denken waarschijnlijk dat het gemakkelijk is, maar dat is het niet. En toch, het blijft het waard om vaders, moeders en kinderen in veiligheid te brengen of er voor te zorgen dat ze op de correcte manier worden behandeld.”

Ze gaat verder: “Donaties zijn essentieel als we ons werk willen blijven uitvoeren. Mensen beseffen vaak niet dat elke bijdrage, hoe klein ook, het verschil maakt. Afgelopen december hebben we mensen kunnen behandelen voor minder dan 10 euro per patiënt. We zijn allemaal verantwoordelijk voor de wereld waarin we leven en we leven nu eenmaal allemaal op dezelfde planeet. Migratie beïnvloedt ons dagelijks leven en door de problemen te negeren of te ontkennen zullen ze niet opgelost worden. Leed mag niet genegeerd worden, ook al vindt het ver van je bed plaats. “

Foto boven: Rohingya, voornamelijk vrouwen en kinderen, wachten binnen in een MOAS-hulppost om medische hulp van te krijgen. Tussen oktober en april heeft MOAS ongeveer 60.000 kinderen, vrouwen en mannen behandeld.

Schrijf je reactie

Charlotte Van Campenhout studeerde in 2015 af als journaliste. Sindsdien heeft ze voltijds als journalist gewerkt, Zuid-Amerika afgereisd, in een drukkerij gewerkt en de Unicef Young Journalist Award gewonnen. Sinds september 2017 woont ze in Londen, vooral zodat ze binnen 50 jaar kan zeggen dat ze nog in het Verenigd Koninkrijk van voor den Brexit heeft gewoond. Ze houdt ervan zich te verdiepen in de meest uiteenlopende onderwerpen. www.charlotte-writes.com

Lees verder in Wereld

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen