Voorpublicatie

Mr. Poppins: supercalifragilisticexpialidocious

Een bijzonder boek over opgroeien, hokjesdenken en vriendschap

Mr. Poppins: supercalifragilisticexpialidocious

Op 10 oktober verschijnt Mr. Poppins, een literaire vertaling van het Spaanse boek ‘Un Hijo’ van Alejandro Palomas. Het is een bijzonder boek dat niet in een hokje te plaatsen valt, net als de personages in het verhaal. Want hoewel het boek in principe in de jeugdboekenafdeling thuishoort, valt het ook bij menig volwassene in de smaak. Charlie kreeg een persexemplaar en biedt haar abonnees een exclusieve voorpublicatie aan.

Guille is een verlegen jongen van negen met veel fantasie. Zijn moeder is als stewardess altijd van huis en zijn vader Manuel doet z’n uiterste best om zijn zoon te laten integreren op zijn nieuwe school. Maar Guille is niet zoals de andere jongens. Hij wil liever dansen dan rugby spelen. Guille droomt ervan Mary Poppins te zijn, iets wat zijn juf Sonia maar vreemd vindt. Op school heeft hij slechts één vriendinnetje, Nazia. Maar ook zij heeft haar problemen… Achter het eeuwig glimlachende gelaat van Guille gaat een breekbare emotionele wereld schuil. Schoolpsychologe María is de eerste die het mysterie dat hij met zich meedraagt, probeert te ontrafelen.

Het boek wisselt steeds van verteller: nu eens wordt het verhaal verteld door de ogen van Guille, dan weer door zijn vader Manuel, de schoolpsychologe María of Guille’s leerkracht Sonia. De tekst wordt aangevuld met de kinderlijke illustraties die de jonge Guille zelf tekent voor zijn pedagogische begeleidster, iets wat het boek nog persoonlijker maakt.

In dit hoofdstuk lezen we hoe vader Manuel vol liefde en weemoed terugdenkt aan de beginjaren met zijn vrouw Amanda en hoe bijzonder de band is die Guille heeft met zijn moeder. Wie de smaak te pakken heeft, kan het boek onderaan bestellen met een fikse korting. Uitgeverij Van Halewyck doet daar bovenop nog eens de eerste vijf geïnteresseerden een exemplaar cadeau. Veel leesplezier!

Manuel

Het was pas kwart voor zeven toen ik aankwam, dus ging ik maar in de wachtkamer zitten. Door de deur die op een kier stond, hoorde ik de stem van Guille en een vrouwenstem. Soms vroeg de vrouw iets en op een bepaald moment leek Guille te lachen. Zijn lach klinkt als die van Amanda en als hij lacht, verdomme, dan mis ik haar zo hard.

Terwijl ik wachtte tot Guille’s begeleidingsgesprek afgelopen was, begon ik in mijn schriftje aan een kladversie van de mail die ik vanavond naar Amanda zou sturen. Skypen is allemaal goed en wel, maar dat werkt niet voor ons: als het daar dag is, is het hier nacht. Bovendien is ze non-stop aan het werk, en omdat ik met mijn werkloosheid zeeën van tijd heb, schrijf ik haar elke dag. Zo valt het me minder zwaar dat ze er niet is.

Het lijkt wel of Amanda het leven begrijpt, alsof ze geboren is met een handleiding, waardoor alles altijd klopt.

Onder het wachten dacht ik aan wat juf Sonia in haar kantoor tegen me had gezegd over Guille. ‘Een speciale jongen,’ had ze hem genoemd, en meteen dacht ik aan Amanda en hoe speciaal zij is. En met ‘speciaal’ bedoel ik niet haar uiterlijk, al is ze knap – heel knap – maar andere dingen, die ik nog nooit bij iemand had gezien en die me meteen opvielen toen ik haar voor het eerst zag. Ik dacht aan het moment dat ik haar met de andere stewardessen van de crew over de landingsbaan zag lopen. Ik had alleen maar oog voor haar. Het leek alsof de rest plots verdween: het lawaai, de collega’s, de kerosinegeur van de baan… alles. En toen ze zag dat ik naar haar keek, glimlachte ze met die blauwe ogen die straalden als sterren. Ik dacht ook aan de dag dat ik de moed bijeen had geraapt om haar mee uit te vragen, ik stond met mijn mond vol tanden toen ze ja zei. Ik sloot me op in een toilet op de T1 en stak mijn hoofd onder de kraan, want ik was drijfnat van het zweet. Ik nam haar mee naar een Chinees restaurant en naar de bioscoop, of misschien was het andersom: eerst naar de bioscoop en dan naar de Chinees, dat weet ik niet meer. Wat ik wel nog weet, is dat het vanaf dat moment allemaal als vanzelf ging. Met haar lijkt alles altijd als vanzelf te gaan. Alsof het geluk al je hele leven voor het grijpen ligt en je gewoon je hand moet uitsteken om het te pakken. Het lijkt wel of Amanda het leven begrijpt, alsof ze geboren is met een handleiding, waardoor alles altijd klopt.

We trouwden heel snel, misschien sneller dan ik had gewild. Zij was degene die het aanzoek deed en toen ik zei dat ik nog even wilde wachten om elkaar beter te leren kennen, barstte Amanda in lachen uit en gaf ze me een kus. ‘Manu,’ zei ze, ‘waarop moeten we wachten als we elkaar al gevonden hebben?’ Hoewel ze het heel serieus zei, maakte ze een grapje, maar ik had het weer niet door en trapte erin als de eerste de beste sukkel. Ik werd knalrood, eerst van geluk en daarna van schaamte, het leek alsof mijn nek in brand stond. Zij hield haar hoofd schuin toen ze me zo zag en omhelsde me. Ze begroef haar gezicht in mijn hals en haar geur overspoelde me. ‘Op het goede hoef je niet te wachten, liefste,’ zei ze heel zacht in mijn oor.

De dag dat Amanda me vertelde dat ze zwanger was, had ik zo’n… raar gevoel. Opeens was alles anders.

Een maand later trouwden we.
 Amanda is Engelse. Als baby werd ze door haar ouders in de steek gelaten en tot haar negende woonde ze in een weeshuis in Liverpool. Toen werd ze geadopteerd door een stel uit het zuiden van Engeland, met wie ze nooit een goede band heeft gehad. Zodra ze achttien werd, pakte ze haar koffers en trok naar Londen. Daar ging ze meteen aan de slag als stewardess bij British Airways. Toen ze een tijdje later voor het eerst naar Spanje vloog, besloot ze dat ze hier wilde blijven. Daarom waren er naast haar collega’s en een paar vrienden geen familieleden van haar op ons trouwfeest. Voor mij kwamen alleen mijn broer Quique en zijn vrouw, die al een tijdje in Argentinië wonen en met wie ik amper contact heb. Mijn vader kwam niet, hij wilde zijn nieuwe vriendin Marga meebrengen en toen ik zei dat hij beter alleen kon komen, nam hij dat verkeerd op en bleef gewoon thuis. Dat vond ik eigenlijk best, mama was nog niet zo lang dood en voor mij was het alsof ze nog leefde, ik zou waarschijnlijk op zijn geweest van de stress met al die spanningen. Het werd dus een intiem huwelijk, met een etentje onder vrienden in een tent op het strand, gevolgd door een nachtelijke zwempartij. Amanda zag er prachtig uit en ik was de gelukkigste man van de wereld.

Tien maanden later werd Guille geboren. De dag dat Amanda me vertelde dat ze zwanger was, had ik zo’n… raar gevoel, ik kan het vandaag nog altijd niet uitleggen. Opeens was alles anders, maar zij was zo gelukkig dat ik dacht: maak je niet druk, man. Het wordt vast geweldig. En ik begon aan het idee te wennen. Als iemand me toen had verteld dat de dingen zouden lopen zoals ze gelopen zijn, had ik ze in hun gezicht uitgelachen. Vooral omdat Guille vanaf het begin een mooi en rustig kind was, met grote blauwe ogen en blond haar, net als zijn moeder. We zagen meteen dat Amanda en hij een bijzondere band hadden. Guille had haar voortdurend nodig. Als hij niet kon slapen, als zijn tandjes doorkwamen, als hij honger had… wat er ook aan de hand was, hij kalmeerde pas wanneer Amanda hem in haar armen nam. Ik weet natuurlijk wel dat zo’n band niet ongewoon is tussen een moeder en haar zoon, mijn collega Javi had me er al voor gewaarschuwd – hij werd ongeveer op hetzelfde moment vader als ik – maar dat tussen Amanda en Guille was toch nog van een andere orde. Eerst vond ik het grappig, maar na een tijdje moest ik toegeven dat ik het vervelend vond.

Guille doet niks liever dan zich verkleden en met meisjes spelen. Eerst zei ik er niks van en deed alsof ik het niet zag. Maar op een dag liep het de spuigaten uit.

‘Je bent jaloers,’ plaagde Javi me tijdens de koffiepauzes. Dan lachte ik en gaf hem een vriendschappelijke stomp, maar eigenlijk had hij gelijk. Ja, ik was jaloers: op Amanda, want Guille leek veel meer van haar te houden dan van mij, en ook op Guille, want soms leek het alsof Amanda alleen van hem was, en dat vindt geen enkele man leuk. Ik zeg niet dat ik niet blij was dat Guille zo op haar leek. Natuurlijk was ik daar blij om. Het leek wel een wonder als je hen samen zag: ze hadden dezelfde blik, dezelfde glimlach, bewogen hun hoofd op dezelfde manier… Het probleem, voor mij tenminste, was dat Guille naarmate hij ouder werd steeds meer op zijn moeder begon te lijken en minder op andere kinderen. Ik kan het niet anders uitleggen: Guille werd een kleine versie van Amanda. Een miniatuur-Amanda. Om een voorbeeld te geven, Amanda is altijd al dol geweest op fantastische verhalen. Ze is helemaal weg van spoken, feeën, kabouters, zeemeerminnen, heksen, magie en meer van die dingen die mij eerlijk gezegd koud laten. Sinds Guille een baby was, heeft ze hem dat soort verhalen voorgelezen, van die… meisjesverhalen, zeg maar: Sneeuwwitje, Assepoester, Roodkapje en vooral Mary Poppins.

Ik heb nog nooit iemand ontmoet die zo verzot is op Mary Poppins als Amanda. En omdat ze het verhaal elke avond voorlas aan Guille, liet hij zich er natuurlijk in meeslepen en zo begon de hele ellende. Want met Mary Poppins bedoel ik ook al de rest: met andere jongens spelen vond Guille niet leuk, hij hield niet van voetbal en ook andere sporten zeiden hem niks – alleen als er toevallig ritmische gymnastiek of een schaatswedstrijd op tv was, bleef hij kijken. Hij doet niks liever dan zich verkleden en met meisjes spelen… Zo is het altijd geweest. Eerst zei ik er niks van, ik hield mijn mond en deed alsof ik het niet zag. Maar op een dag liep het de spuigaten uit.

Het was eind november, we hadden net een wandeling gemaakt en waren gestopt voor de etalage van een speelgoedwinkel. Guille was toen een jaar of vier, vijf. Met zijn gezicht tegen het raam gedrukt, wees hij naar een pop die op een plastic doos zat. ‘Als ik die aan Sinterklaas vraag, denk je dat ik ze dan krijg?’

Als Guille gelukkig was, was Amanda dat ook. En als zij gelukkig was, waarom kon ik dat dan ook niet zijn?

Een man die naast ons stond met zijn twee zoons draaide zich naar ons om. Daarna keek hij naar de pop, snoof afkeurend en trok zijn twee kinderen dichter tegen zich aan. Ik wilde hem op zijn bek slaan, maar moest mijn woede en schaamte inslikken. Toen ik het voorval thuis wilde bespreken met Amanda, antwoordde ze hetzelfde als altijd. ‘Schat, vind je dat Guille ongelukkig lijkt?’ vroeg ze.

Ik zweeg een paar seconden en keek naar Guille: hij zat op de vloer van de woonkamer te tekenen en te zingen.

‘Nee, natuurlijk niet,’ zei ik.

Ze glimlachte. ‘Al verkleedde hij zich als marsmannetje of opende hij een café.’

Daarmee was de kous af. Als Guille gelukkig was, was Amanda dat ook. En als zij gelukkig was, waarom kon ik dat dan ook niet zijn? Daar kon ik weinig tegenin brengen.

Guille was toen natuurlijk nog erg jong en ik werkte me in die periode kapot. Wanneer ik ’s ochtends doodmoe thuiskwam van de nachtdienst, had ik geen puf meer om ruzie te maken over het onderwerp. En omdat Amanda degene was die zich om het joch bekommerde, berustte ik in de situatie en deed wat ze vroeg. Zij weet wat ze doet, dacht ik. Maak je niet druk, het komt goed.

Ik was een beetje een luie vader, kneep een oogje dicht en liet haar zich bezighouden met Guille.

Nu Amanda er niet is, besef ik dat ik het misschien verkeerd heb aangepakt. Ik was een beetje een luie vader, kneep een oogje dicht en liet haar zich bezighouden met Guille. Maar kennelijk had ik mijn schouders er ook onder moeten zetten en een handje moeten toesteken. Wellicht waren we dan nu beter af geweest en zat ik niet opgescheept met dat psychologengelul en al die onzin. Misschien is dat van Guille een beetje… mijn schuld.

***

Plotseling haalde een vrouwenstem me uit mijn gedachten. Het was een aangename stem, een beetje zangerig.

‘Vertel eens, Guille. Mis je je mama heel erg, of maar een beetje?’

Ik moest even slikken. De windwijzer aan de andere kant van het raam begon van links naar rechts te draaien in de regen.

Er viel een stilte.
‘Guille?’ drong de stem aan.
Stilte.
‘Wil je geen antwoord geven?’
Weer een stilte. Uiteindelijk antwoordde Guille:

‘Nee.’

De vrouw wachtte een paar seconden. De windwijzer begon steeds sneller te draaien boven de fontein en het regende steeds harder.

‘Waarom niet?’ vroeg de vrouwenstem.

De wijzers van de klok op het plankje boven de verwarming gaven aan dat het zeven uur was en de windwijzer kwam bruusk tot stilstand. Toen klonk de fluisterstem van Guille.

‘Dat is… dat is eigenlijk geheim.’

 

mr-poppins-klein 
Van Halewyck houdt van Charlie en haar lezers. Abonnees krijgen de mogelijkheid om het gloednieuwe boek ‘Mr. Poppins’ op de website vanhalewyck.be aan te kopen aan €10 in plaats van €16,95 (excl. verzendkosten).Gebruik de code MRPOPPINS bij het afrekenen op de website. Deze korting blijft gelden op de website tot aan de start van de 80e boekenbeurs (tot en met 30 oktober 2016).

Schrijf je reactie

Lees verder in Zin in

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen