Women to Watch

Phara de Aguirre: “Ik zeg vaak: ‘Ik mág nog acht jaar werken!’”

Phara de Aguirre: “Ik zeg vaak: ‘Ik mág nog acht jaar werken!’”

In de reeks ‘Women To Watch’ praten we met leading ladies van wie we iets kunnen leren. Phara de Aguirre bijt de spits af en met een terugblik op 25 jaar journalistiek. We zetten redactrice Camille, zelf newbie bij VRT NWS, tegenover een van haar rolmodellen. Video: Sara Stragier.

Phara, wat een eer! Ik moet toegeven dat het lichtjes spannend is om een van Vlaanderens beste interviewsters zelf te interviewen. Wanneer wist je eigenlijk dat je journaliste wilde worden?
Phara: “Ik was een laatbloeier op dat vlak, want ik was al 30 toen ik bij de VRT begon. Ik werkte eerst aan de universiteit, maar in 1989 gebeurde plots heel veel op wereldniveau. De Berlijnse muur viel, de situatie in Oost-Europa veranderde… Ik begon stilaan te beseffen dat ik mee het nieuws wilde maken. Ik wilde zijn waar het nieuws was. Dus schreef ik me in voor het openbaar examen van de VRT, ook al was ik toen zwanger van mijn derde kind. Ik weet nog dat ik het geluk had om precies tussen twee ingangsproeven te bevallen, anders had ik het wellicht niet gehaald. In 1994 begon ik eindelijk bij ‘Het journaal’, waarvoor ik in het begin buitenlandse beelden verzamelde en bewerkte.”

Het klinkt makkelijker gezegd dan gedaan, als kersverse mama van drie elke dag tegen de deadlines opboksen.
“Het is soms pittig geweest, ja. Kinderen krijgen is een keuze die je maakt en ik ben altijd ontzettend graag moeder geweest. Gelukkig was mijn man er ook. Omdat hij deeltijds werkte, kon ik het combineren. Ik weet nog dat mijn dochter ooit zei: ‘Ik wil later mama zijn zoals mijn papa’. We hebben nooit issues gehad over ‘dat is de taak van mannen en dit van vrouwen’. Mijn man was de zekerheid thuis, ik de verrassing.”

“Mijn man was de zekerheid thuis, ik de verrassing.”

Herinner je je eerste dag op de nieuwsdienst nog?
“Zeker! Toen voelde ik me nog zo klein (houdt duim en wijsvinger dicht bij elkaar). Ik stond plots tussen coryfeeën als Dirk Sterckx, Bavo Claes, Martine Tanghe,… Maar ik dacht vooral: ‘Waw, ik mag dat hier allemaal leren!’ Dat gevoel van kind zijn in de “speelgoedwinkel” van de nieuwsdienst heb ik 25 jaar later nog steeds. Ik blijf bijleren. Het maakt journalistiek zo aantrekkelijk voor me.”

“Maar vergis je niet, ik was ook bang hoor. Ik wist dat ik stukken zou maken die een miljoen mensen zouden bekijken. Ik kreeg ook te weinig feedback, commentaar bereikte me vaak onrechtstreeks. Ik miste die coaching wel.”

Nochtans: niet veel later kondigde de VRT jou alsde nieuwe presentatrice voor ‘Terzake’ aan.
“Klopt, dat was in ’99. Tijdens de dioxinecrisis moest ik als reporter veel live gaan. Toen hebben ze blijkbaar gedacht dat ik ook wel zou standhouden in de studio. Zo werd ik de eerste vrouwelijke presentatrice van ‘Terzake’, een buitenkans om mijn rolmodellen zoals Martine Tanghe en Frieda Van Wyck te volgen.”

Kreeg je als vrouw in de media ooit te maken met grensoverschrijdend gedrag?
“Niet echt. Mannen hebben schrik van mij, denk ik (lacht). Gelukkig maar hé.

Ik ben wel in aanraking gekomen met het onheus behandelen van vrouwen. Een vrouwelijke collega zou ooit als eindredacteur vervangen worden door een man en zij moest dan maar opnieuw reporter worden. Zonder haar ook maar iets te vragen. Toen heb ik toch flink geroepen, en het is uiteindelijk niet doorgegaan. (lacht)”

Als je nu terugblikt, waar ben je dan het meest trots op?
“Als ik echt moet kiezen, is dat mijn eigen laatavondprogramma ‘Phara’. Ik voel nu ook met ‘De afspraak’ dat zulke programma’s me op het lijf zijn geschreven. Ik hou ervan mensen samen te zetten voor een gesprek dat je ’s avonds quasi in je living kan hebben met vrienden. Ik doe het heel graag, ook al is het best vermoeiend om vier avonden tot na middernacht adrenaline in je lijf te hebben.”

In ‘De afspraak’ treed je steeds op als een kritische journaliste. Mensen hebben het wel eens over je “scherpe tong”.
“(lichtjes geïrriteerd) Kijk, als ik iets heb geleerd is het dat je een eerste indruk nooit kwijtgeraakt. Vlaanderen leerde mij kennen in Terzake, dé plek voor het harde interview. Dat vraagt van de presentator ook een bepaalde aanpak. Ik voel dat die indruk aan mij blijft kleven, hoewel ik vind dat ik niet altijd die scherpe toon bovenhaal. Vind jij dat wel?”

Ik bewonder in ieder geval de zelfzekere manier waarop je omgaat met je gasten. Is het niet moeilijk om spreektijd te claimen in zo’n gesprek?
“Uit ervaring weet ik hoe ik een debat moet leiden. Ik weet waar ik naartoe wil en hoeveel minuten ik heb. En dan leid ik de dans. Meestal zoek ik naar een stilte die iemand laat en glip ik ertussen. Maar ik ben niet bang om de kracht van mijn stem te gebruiken als dat nodig is. Je moet je spreektijd durven op te eisen.”

Je bent ook altijd op post tijdens de verkiezingen. Dan schuiven politici met hun vaste debatfiche bij jou aan tafel. Hoe probeer je hun promopraatje te doorprikken?
“Politici zijn inderdaad getraind om bepaalde dingen te verkondigen. Daarom stel ik mezelf op voorhand al de vraag ‘Wat wil ik weten?’ Als ik al weet wat het antwoord op een vraag is, moet ik op zoek naar een andere vraag. Debatteren leer je al doende. Dat kan je niet voor de spiegel oefenen. Mijn eerste jaren bij ‘Terzake’ zijn daarvan een levend bewijs. Dat ging zo stroef! (lacht)”

Is de sfeer anders met meer vrouwen in de studio?
“Niet per se anders, maar ik vind het wél belangrijk om in elke uitzending minstens één vrouw als gast te hebben. Een tijdje geleden hadden we Rudi Vranckx te gast en de drie andere gasten waren vrouwen. Iemand reageerde: ‘Zoveel vrouwen vandaag!’ Dat zeggen we nooit als de meerderheid van de gasten mannen zijn.”

“Ik ben niet bang om de kracht van mijn stem te gebruiken als dat nodig is. Je moet je spreektijd durven op te eisen.”

In 2006 werd je ziek. Je verdween plots van het scherm. Wat ging er toen in je om?
“Er werd borstkanker vastgesteld en ik moest zo snel mogelijk behandeld worden. Op zo’n moment gaat er van alles door je heen, maar het eerste waar ik aan dacht waren mijn kinderen. Hoe moest ik dat aan hen vertellen? Ik dacht geen moment aan mogelijke repercussies voor mijn carrière. Wél heb ik moeite gehad om het werk los te laten. Ik zat dan thuis in de zetel te kijken naar de verkiezingen op TV terwijl ik niets kon doen.”

Is er iets veranderd toen je na je ziekte terugkeerde naar de VRT?
“Mijn terugkeer betekende een professioneel keerpunt. Na een jaar thuis voelde ik dat het tijd was om iets anders te gaan doen. De ‘Terzake’-ploeg draaide perfect zonder mij. Ik was dus heel blij toen ik het voorstel kreeg om het laatavondprogramma ‘Phara’ te maken.”

Heeft die periode je ook als persoon veranderd?
“Ik besef meer dat mijn werk mijn leven niet is. Ik zeg meestal ook dat ik heb geleerd om te relativeren, maar dat gaat een beetje zoals een goed voornemen bij Nieuwjaar. Mensen vervallen snel in hun normaal levenspatroon.”

In je reportagereeksen toon je je voorzichtig als een betrokken reporter. Ook in je hardere journalistieke werk verwacht men onpartijdigheid. Vind jij dat er plaats is in onze media voor engagement?
“Ik vind dat een journalist in de eerste plaats moet informeren. Wij zijn geen activisten. We moeten uitleggen, maar geen keuzes maken voor mensen. Ik ben natuurlijk blij als er na een debat engagement komt. En het doet me ook goed om een hoognodig debat op gang te trekken, zoals toen we onlangs de vraag besproken of sommige mensen tijdelijk belet moeten worden kinderen te krijgen.”

“Iemand reageerde: ‘Zoveel vrouwen vandaag!’ Dat zeggen we nooit als de meerderheid van de gasten mannen zijn.”

“Naast mijn werk is er natuurlijk wel plaats voor engagement. Ik houd bijvoorbeeld nog steeds contact met de mensen uit de reportages ‘Arm Vlaanderen’ en ‘Weg van België’. Ik werk momenteel ook aan een docureeks voor 2020 waarvoor ik vijf jaar lang vluchtelingen volg. Ik heb na al die jaren wel een band met die mensen, ook persoonlijk. Dus ook buiten het werk help ik hen waar ik kan. Als ze me vragen om mee te verhuizen, dan doe ik dat graag. Maar hen echt in huis nemen zal ik niet doen, want dat kan ik niet doen voor alle mensen die ik volg.”

Voor veel mensen ben je een rolmodel geworden. Welk advies geef je aan groentjes zoals ik?
“Zoek heel goed wat je graag doet en waar je goed in bent. Dat duurt even, maar dat is geen ramp. Waardeer ook de mensen die je ronduit de waarheid durven te zeggen. Omgaan met kritiek is niet makkelijk, maar een goede coaching is zo belangrijk.”

“Je mag bovendien niet over je heen laten lopen. Soms zitten de dingen tegen en dan mag je op je strepen staan; je mag boos zijn. Toen ik na mijn loopbaanonderbreking mijn avondblok ‘Phara’ verloor, was ik ook even boos, ja. Ik heb geen spijt van die pauze, want ik had dat nodig en ik heb toen fantastische dingen gedaan. En uiteindelijk zijn er nieuwe deuren open gegaan, onder andere bij Panorama en Canvas.”

Zou jij zelf bepaalde dingen anders hebben gedaan?
“Ik zou mijn laatste zwangerschap niet uitgesteld hebben. Ik wachtte vijf jaar voor mijn laatste kind omdat ik dacht dat ik eerst mijn plek moest veroveren op de VRT. Ik heb ook weleens kritiek gekregen van mijn kinderen omdat ik niet veel thuis was. Maar ik ben wél blij dat ik er uiteindelijk in geslaagd ben om een evenwicht te vinden tussen mijn job en mijn gezin. Sommige periodes waren moeilijk, maar daar moet je door.”

“Ik wachtte vijf jaar voor mijn laatste kind omdat ik dacht dat ik eerst mijn plek moest veroveren op de VRT.”

Als ik je hoor vertellen, dan vraag ik me af: hoe kan het voor jou, als journaliste, nu nog beter?
“Ik heb het gevoel dat ik nu ben waar ik wilde zijn. ‘De afspraak’ wil ik graag blijven doen, in een beurtrol met Bart Schols, en daarnaast wil ik reportages maken. We werken aan een reeks voor Canvas, ‘Blanco’, over mensen die niet gaan stemmen of blanco stemmen. Ik blijf ook tot 2020 een aantal vluchtelingen volgen, want migratie is een thema dat me erg boeit. Ik houd van die afwisseling in mijn job. Op deze manier wil ik gerust tot mijn pensioen verdergaan. Ik zeg vaak: ‘Ik mág nog acht jaar werken!’. (lacht)”

Wat wil je op persoonlijk vlak graag meer doen?
“Reizen! Dat heb ik te weinig gedaan. Argentinië, de Verenigde staten en Iran staan bovenaan mijn lijst. Reizen is zo belangrijk, zeker voor journalisten. Je kan geen werelden genoeg kennen. Ik wil ook Spaans beter onder de knie krijgen.”

Om nog even op je optimisme terug te komen: ik heb er nog nooit op die manier over na gedacht, dat ik nog 40 jaar mág werken.
“Jij moet nog niet beginnen tellen, jij, maar vooral genieten. Journalistiek is een fantastisch metier!”

Video: Sara Stragier

Schrijf je reactie

    Camille is de grootste aller Charlies, letterlijk dan met haar 1m89. Ze zegt heel veel ja, ook als ze beter nee zou zeggen en springt daarom van het ene project naar de volgende opdracht die haar pad kruist. Camille houdt, in een willekeurige volgorde, van komkommers met hummus, vintage shoppen en talen die ze (nog) niet spreekt. Je herkent haar aan haar groen hart, maar laten we eerlijk zijn, nog meer aan haar lang lijf.

    Lees verder in Mensen

    Colofon

    Adres Redactie

    Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
    Statiestraat 139
    2600 Antwerpen