Doorgelicht

“Het cordon sanitaire heeft zijn beste tijd allang gehad”

Crash course over rechts-populisme

“Het cordon sanitaire heeft zijn beste tijd allang gehad”
Uit ons archief maar nog steeds actueel

Hoe kunnen we de populariteit van extreem-rechts verklaren? In Nederland liggen media onder vuur omdat extreemrechtse populist Thierry Baudet onevenredig veel gratis publiciteit kreeg. Maar ook in Vlaanderen hadden de kopstukken van Vlaams Belang Dries Van Langenhove en Tom Van Grieken de voorbije maanden geen gebrek aan media-aandacht. We vroegen twee populismedeskundigen de dans van rechtspopulisme met de media te analyseren.

In Nederland en Denemarken zijn rechts-populisten in het parlement vertegenwoordigd. In Noorwegen, Zwitserland, Italië en Oostenrijk zitten ze in de regering, in Polen en Hongarije mochten ze de premier aandragen. Maar waar hebben we het nu precies over als we het over rechtspopulisten hebben?

Léonie de Jonge, die aan de Universiteit van Cambridge promoveert op populisme, wijst erop dat politici die als ‘populistisch’ worden omschreven, vaak op het eerste oog niet veel met elkaar gemeen hebben. We gebruiken de term bijvoorbeeld voor rechtse politici zoals Geert Wilders of Marine Le Pen, die zich voor een streng migratiebeleid inzetten, maar we gebruiken de term ook voor linkse partijen zoals het Spaanse Podemos, dat zich juist voor een migrantenstemrecht inzet.

Gewone volk versus corrupte elite

De Jonge: “Wat populistische partijen verbindt, is dat zij zich inzetten voor het ‘gewone volk’, dat volgens hen wordt genegeerd en uitgebuit door een ‘corrupte elite’. Over het algemeen manifesteert populisme zich daarnaast vaak door een uitgesproken afwijzing van politieke correctheid. Voor populisten is geen enkel onderwerp taboe. En hoewel er in Europa niet-rechtse populistische bewegingen bestaan die populisme met een vorm van socialisme combineren – denk bijvoorbeeld aan SYRIZA in Griekenland of Podemos in Spanje – hebben we in Europa voornamelijk te maken met radicaal rechts-populistische partijen.”

Wat deze radicaal rechts-populistische partijen met elkaar gemeen hebben, is dat ze in de eerste plaats nationalistisch zijn. Omdat er in theorie ook liberale stromingen van nationalisme bestaan, gebruiken veel politicologen liever de Amerikaanse term nativism. Nativism is een vorm van nationalisme die stelt dat staten exclusief moeten worden bewoond door mensen die ook deel uitmaken van ‘de natie’, omdat niet-inheemse mensen en ideeën een bedreiging vormen.

“Nativism is een vorm van nationalisme die stelt dat staten exclusief moeten worden bewoond door mensen die ook deel uitmaken van ‘de natie’.”

Daarom manifesteert rechts-populisme zich vaak in xenofobe uitspraken en anti-immigratiepolitiek. Dat nativisme was bijvoorbeeld terug te horen in de overwinningsspeech van Baudet, toen hij sprak over Nederland als een soort bedreigde natie die ooit deel uitmaakte van een mooie beschaving die alle uithoeken van de wereld bestreek, “maar net als al die andere landen van onze Boreale wereld worden we kapotgemaakt door de mensen die ons juist zouden moeten beschermen.”

Dr. Linda Bos is assistent professor politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam en is gespecialiseerd in populisme en media. Ik vraag haar of islamofobie ook een verbindend kenmerk is van rechts-populistische partijen in Europa. “In hoeverre islamofobie op de rechts-populistische agenda staat, verschilt per land en ook binnen landen verschilt de focus per partij. Zo was de overwinningsspeech van Thierry Baudet in Nederland eerder nativistisch dan islamofoob te noemen. Zoals gezegd zijn alle populistisch radicaal rechtse partijen wel nativistisch – en vanuit het idee dat ze de natie willen ‘beschermen’ kiezen partijen er soms voor de nadruk te leggen op het weren van de islam”, aldus Bos.

Baudet sprak in zijn overwinningsspeech over Nederland als een soort bedreigde natie die ooit deel uitmaakte van een mooie beschaving die alle uithoeken van de wereld bestreek.

Ruk naar rechts

Hoe kan het dat rechts-populistische partijen in sommige Europese landen momenteel terrein winnen en in andere landen totaal niet? Klopt het dat media daarin een doorslaggevende rol spelen? Het onderzoek van Léonie De Jonge is gemotiveerd door deze puzzel. In haar proefschrift onderzocht ze hoe het kan dat rechts-populistische partijen meer succes lijken te hebben in Nederland en Vlaanderen dan in Luxemburg en Wallonië. De Jonge: “Wallonië is een bijzonder fascinerend geval omdat deze regio eigenlijk een perfecte ‘voedingsbodem’ heeft voor rechts-populistische partijen. Maar om het succes van rechts-populistische partijen te verklaren, moet je niet alleen naar de vraagzijde kijken: “Waarom worden kiezers aangetrokken door rechts-populistische partijen?”, maar ook naar de aanbodzijde: “Is er wel een partij die de vraag ook in stemmen kan vertalen?”

“Wallonië heeft de perfecte ‘voedingsbodem’ voor rechts-populistische partijen, maar er is daar niet écht een ‘geloofwaardige’ rechts-populistische partij.”

Veel onderzoekers verklaren het verschil in rechts-populistische successen in Europa via de ‘aanbodzijde’. Het uitblijven van rechts-populistische succes in Wallonië kan uitgelegd worden door het feit dat er niet écht een ‘geloofwaardige’ rechts-populistische partij bestaat. Volgens de Jonge is die verklaring echter te gemakkelijk. “Ik denk dat twee factoren een centrale rol spelen: media en de gevestigde partijen. Samen fungeren zij als ‘gatekeepers’ die controleren wie de electorale arena betreedt.

In Wallonië bestaat er een formele overeenkomst onder journalisten om radicaal-rechtse partijen totaal buitenspel te zetten. Zij willen geen platform bieden aan politici die bestempeld kunnen worden als een gevaar voor de vrijheid. Dus radicaal rechtse politici zie je daar nooit live op televisie. Doel van dit cordon is niet om rechts-populistische partijen dood te zwijgen, maar om ze te isoleren. Dat maakt het moeilijk voor nieuwe bewegingen om terrein te winnen.”

Cordon sanitaire

Wat blijft er in Vlaanderen nog over van dat cordon sanitaire? Dat Filip Dewinter bijvoorbeeld vlak na de aanslag in Christchurch op prime time televisie mocht aanschuiven om over rechtsextremisme te praten, was pakweg vijftien jaar geleden ondenkbaar geweest. Dr. Linda Bos: “Als men juist naar aanleiding van zo’n dramatische gebeurtenis iemand die ideologisch verwant is met de dader op televisie interviewt, laat dat zien dat het cordon sanitaire zijn beste tijd allang gehad heeft. Al hangt er ook veel af van hoe zo’n interview gepresenteerd wordt. Kreeg Dewinter veel of weinig spreektijd, werd hij kritisch of begripvol benaderd? Iemand ruimte geven om te spreken is één ding, of het gedachtegoed van die persoon vervolgens positief of negatief wordt geframed is een tweede.”

“Meer media-aandacht maakt ook dat extreemrechts zich in Nederland en Vlaanderen openlijker toont.”

Want artikels die kritiekloos de plannen van Thierry Baudet in Nederland of Dries Van Langenhove in Vlaanderen citeren, dragen eraan bij dat de thema’s van radicaal-rechts de berichtgeving rond de Europese verkiezingen kunnen domineren. Het past binnen een trend waarin Nederlandse en Vlaamse media geleidelijk aan meer aandacht aan rechts-populistische partijen zijn gaan besteden, zoals recent onderzoek van De Jonge laat zien.

Dat rechts-populisten het goed doen in de media zagen we eerder ook al terug in populariteitspeilingen: in Nederland werd Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet door het opiniepanel van actualiteitenprogramma EenVandaag verkozen tot politicus van 2018, in Vlaanderen was het de rechts-populistische Theo Francken (N-VA) die werd uitgeroepen tot populairste politicus van 2018 door lezers van Humo. Meer media-aandacht maakt ook dat extreemrechts zich in Nederland en Vlaanderen openlijker toont, bijvoorbeeld tijdens betogingen voor Zwarte Piet of tegen het Marrakesh-pact.

De extreem-rechtse Dries Van Langenhove kreeg vorig jaar flink wat media-aandacht. “Meer media-aandacht maakt ook dat extreemrechts zich in Nederland en Vlaanderen openlijker toont.”

Gevestigde partijen als poortwachters

Media zijn echter niet de enige poortwachters, ook de gevestigde politieke partijen spelen een rol in het succes van rechts-populisten. Vaak gaan middenpartijen mee in het discours van populistisch extreemrechts, wat leidt tot een dito beleid. Dat zien we in Nederland bijvoorbeeld terug in het immigratie- en integratiebeleid, dat onder invloed van de PVV strenger geworden is, ook al zit de PVV niet in de regering. Daarnaast bedienen ook vertegenwoordigers van de gevestigde politieke orde zich geregeld van populistische uitspraken. Of politici populistisch zijn, is volgens De Jonge daarom meestal geen kwestie van ‘wel of niet’, maar eerder van ‘meer of minder’.”

“Gevestigde partijen zijn niet het slachtoffer van de opkomst van radicaal-rechts, maar één van de oorzaken.”

Als we nog eens naar het voorbeeld van Wallonië kijken, zien we dat het partijlandschap daar minder versplinterd is. Vooral de sociaaldemocraten doen het nog steeds goed. In tegenstelling tot de sociaaldemocratische partijen in vele andere Europese landen, is de Waalse Parti Socialiste namelijk niet naar het midden geschoven. De partij heeft daardoor, anders dan veel vergelijkbare partijen in Europa, de kern van haar kiezers niet verloren.

De Jonge: “Gevestigde partijen die erin slagen om de zorgen van hun kiezerskern aan te pakken, kunnen fungeren als een soort buffer tegen populisme. Over het algemeen denk ik daarom dat gevestigde partijen, en met name sociaaldemocratische partijen, niet als slachtoffer van de opkomst van radicaal-rechts moeten beschouwd worden, maar ook als één van de oorzaken moeten worden gezien.”

Na de overwinning van Thierry Baudet in Nederland mocht Tom Van Grieken van Vlaams Belang het succes van extreem-rechts toelichten in De Afspraak.

Extreem, extremer, extreemst

Naast de benadering van extreemrechts door media en gevestigde partijen, is er ook de wijze waarop deze partijen zichzelf presenteren – en vooral in die eigen presentatie lijken ze grenzen op te rekken. Zo stelde de Amerikaanse president Donald Trump in een interview dat het met de zogenaamde white supremacism wel meevalt. “Ik zie dat niet als een groot probleem”, zei hij. “Het is maar een klein groepje mensen.” Ook na de terroristische aanslag in Christchurch bleef hij weigeren zich uit te spreken tegen white supremacists.

Welk signaal geeft Trump naar andere politici en naar zijn achterban door hier zo relaxed op te reageren? Dr. Linda Bos: “Hij laat daarmee in elk geval de kans liggen om zich negatief uit te laten over een extremistische beweging, wellicht uit electorale overwegingen. De consequentie is dat white supremacism niet wordt gepresenteerd als het extreemrechts gedachtengoed dat het is, en zodoende enigszins wordt gelegitimeerd.”

“De consequentie is dat white supremacism niet wordt gepresenteerd als het extreemrechts gedachtengoed dat het is, en zodoende wordt gelegitimeerd.”

Is het opzoeken van nog grotere extremen een nieuwe strategie van extreemrechts? Bos: “Lange tijd werd er gezegd dat populistische radicaal-rechtse partijen enkel succesvol konden zijn als ze duidelijk maakten dat ze niet te extreem zijn en nog wel democratisch. Vaak zie je dan ook dat partijleiders een grens aangeven waarover men niet heen wil gaan.

Zo heeft Geert Wilders in Nederland altijd zijn best gedaan om te extreme kandidaten van zijn kieslijst af te houden. Doet een partij dat niet, dan bestaat het risico neergezet te worden als antidemocratische, fascistische partij en dat zou electoraal onverstandig zijn. Dat blijkt ook uit mijn onderzoek: het is belangrijk om legitiem te worden gezien, als democratisch en niet te extreem. Het is opvallend dat Donald Trump zich op dit vlak anders gedraagt en ook bij Thierry Baudet in Nederland zien we andere neigingen.”

Om steeds grotere extremen op te zoeken hebben radicaal rechtse populisten als Baudet en Trump de media en gevestigde partijen niet nodig. Daarvoor volstaan enkele tweets die ze rechtstreeks naar hun achterban sturen. Dat neemt niet weg dat gevestigde partijen en media hun verantwoordelijkheid hebben – en dat televisieredacties misschien drie keer moeten nadenken voordat ze drie vertegenwoordigers van extreemrechts uitnodigen om datzelfde extreemrechts te komen duiden.

Schrijf je reactie

Selma Franssen is freelance journalist en auteur van 'Vriendschap in tijden van eenzaamheid' (uitgeverij Houtekiet, 2019). Haar werk verscheen onder meer bij Charlie Magazine, OneWorld, De Morgen, De Standaard, The New Statesman, VPRO en Vice. Ze volgde het postgraduaat Internationale Onderzoeksjournalistiek, ontving een beurs van het Fonds Pascal Decroos voor haar werk en presenteert journalistieke lezingenreeks 'Moeilijke Dingen Makkelijk Uitgelegd'.

Lees verder in Wereld

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen