Uitgetest

Aan tafel met wildvreemden want, euh, YOLO

Uitgetest: second degree dinner

Aan tafel met  wildvreemden  want, euh,  YOLO
Deze reportage werd gepubliceerd in bookzine 9, dat helemaal in het teken staat van F(r)amily. Je vindt het in onze webshop of in één van deze verkooppunten.

Wie eenzaam is, moet creatief zijn. Waarom geen etentje met vijf onbekenden? Talitha Dehaene testte het second ­degree dinner uit. Een verhaal over emigratie, vriendschap en ­neuspiercings. Als dat maar goed komt. Foto’s: Studio Woot Woot

Negen maanden geleden arriveerde ik in Antwerpen met mijn lief, mijn kat en drie keer twee bestelbusjes vol met brol. Ik kende hier vrijwel niemand, op een handvol kennissen na. Al mijn vrienden en familie wonen anderhalf uur ver weg, in het West-Vlaanderen van mijn jeugd en het Amsterdam van mijn jongvolwassenheid (ik ging er studeren, maar bleef er uiteindelijk tien jaar).

DOZEN UITPAKKEN

De eerste paar maanden in Antwerpen merkte ik nog niet dat mijn sociale cirkel ineens wel erg beperkt was. Ik had het vooral druk met dozen uitpakken, inrichten, mijn verloren frietkottijd inhalen, voor de Rode Duivels supporteren alsof ik het afgelopen decennium nooit iets anders had gedaan, bureaucratische rompslomp regelen, werk zoeken en weer basic Vlaamse dingen aanleren zoals je eigen brood snijden in de supermarkt zonder gruwelijke accidenten met allerhande ledematen.

Pas na een half jaar viel het me op dat ik nooit écht enthousiast antwoordde op de immer weerkerende vraag: “En, hoe bevalt het nu in Antwerpen?” Ik moest eerlijk toegeven dat het toch nog niet als thuis aanvoelde. Dat was voornamelijk mijn eigen schuld, besefte ik.

In Amsterdam had ik een heel leven opgebouwd from scratch. Dat moest ik nu in Antwerpen opnieuw doen. Een appartement en een job had ik inmiddels al, maar nog geen sociaal netwerk. Het was tijd voor Operatie Remigrant Zkt. Vrienden.

“Hoe maak je nieuwe vrienden als je nog niemand in de stad kent?”

Probleem: hoe maak je nieuwe vrienden als je nog niemand in de stad kent? Toen ik ooit als zeventienjarige naar Amsterdam verhuisde, belandde ik er meteen in het studentenleven, tjokvol mensen die vrienden zochten en ook niet veel meer te doen hadden dan heelder dagen in het park chillen, naar de film gaan of op doordeweekse avonden tot zes uur ’s ochtends in de cafégordijnen hangen.

Dan is het makkelijk, natuurlijk. Maar als werkende 27-jarige kan je niet rekenen op een introductiedag in de nieuwe stad, met rondleidingen en – oh, de horror – kennismakingsspelletjes. Je moet het helemaal in je eentje doen en dat nog boven op een fulltime werkend leven. En tja, hoe gaat dat? Als je eenmaal in het land der 40-urige werkweken en boodschappen doen buiten kantooruren verzeilt, sluit je de vrijdagavond bovengemiddeld vaker af in de zetel met fictieve personages op tv dan in een café met mensen van vlees en bloed. We all know the struggle, wat de glamour van onze Instagram-feeds ook moge beweren.

Daarbij komt nog dat ik, laten we wel wezen, de dertig nader. Als je eenmaal in die leeftijdscategorie in de vriendschapsvijver moet vissen, maak je als kinderloze inwoner van Antwerpen-stad niet veel kans. De meeste mama’s en papa’s hoppen na werk namelijk linea recta in hun bedrijfswagen en zetten koers richting hun droomhuis-met-tuin-en-oprit in exotische plaatsen als Ekeren en Schoten, in plaats van nog een paar uur aan een cafétoog te plakken.

Waar scharrel je dan überhaupt nog nieuwe kennissen op? Een vaak voorkomende tip in de categorie ‘vrienden zoeken als volwassene: help a lonely sister out’ is om je aan te sluiten bij een club of cursus in je buurt. Helaas ben ik niet zo’n interessante persoon met hobby’s. Want voor de buitenwereld telt ‘Netflix kijken terwijl je online Tetris speelt’ niet als echte hobby of whatever.

BLIND DATE MET ZES

Een paar weken geleden besloot ik het dan maar over een andere boeg te gooien en een second degree dinner te organiseren. Daar had ik ooit al eens over gelezen bij de Amerikaanse blogger Nat Eliason. Ook hij was naar een nieuwe stad verhuisd, waar hij tegen exact hetzelfde probleem aanliep. Dus bedacht Nat het zogenaamde tweedegraadsdiner, gebaseerd op het fenomeen van second degree connections: een beetje zoals op LinkedIn met de connecties van jouw (eerstegraads) connecties.

Het second degree dinner begint met twee hosts: twee mensen die elkaar al kennen, maar niet bijzonder goed, en die daar verandering in willen brengen. Beiden nodigen elk een kennis uit, en die twee kennissen nodigen ook weer elk een kennis uit. Vervolgens ga je met zijn zessen op restaurant. Iedereen kent dus maar één of twee mensen van het gezelschap. Het is in feite een zesvoudige blind date, maar omdat je er niet helemaal in je eentje tussen onbekenden zit, is het niet zo eng. Bovendien is de second degree-factor geruststellend, want de mensen die je niet kent zijn er op aanraden van de mensen die je wel kent. Je kan er dus enigszins op vertrouwen dat ze jouw soort mensen zijn.

“Baat het niet, dan schaadt het niet. Toch als er geen ­pyschopatische moordenaar bij zit.”

Kort gezegd ben ik dus met vijf zo goed als wildvreemden op restaurant geweest. Het was een sociaal experiment om nieuwe mensen te leren kennen en hey, baat het niet, dan schaadt het niet, of toch zeker als er geen zwaar labiele, psychopathische hakbijlmoordenaar met stalkerige trekjes tussen zit. Hashtag YOLO.

Als cogastvrouw koos ik voor Jutta, een ex-collega uit de Belgische tak van mijn Amsterdamse werkgever. We hadden elkaar maar een paar keer in levende lijve ontmoet, waaronder die ene keer vlak na mijn verhuizing toen ze via Instagram een hoop boeken van me kocht en die in mijn nieuwe appartement kwam ophalen. De overdracht van de boeken en het gebruikelijke ‘En, hoe bevalt het?’-gesprekje tellen tevens als de allerlangste conversatie die we tot dan toe hadden gevoerd, dus Jutta was een goede kandidate. Ik stuurde haar een bericht via Whatsapp. Toegegeven, ik overviel haar nogal met mijn voorstel. Maar ze ging er enthousiast op in.

Daarnaast nodigde ik mijn ex-collega Liesbet van mijn eerste job in Antwerpen uit. Ik zag haar sowieso al zitten als potentiële vriendin, omdat we beiden neurotische taalnazi’s zijn en een allesomvattende liefde voor alles van Harry Potter nu eenmaal een band schept. Ook Liesbet was gelukkig ­meteen game.

BELACHELIJK TOF

We prikten een datum en reserveerden het restaurant (de Foodbar van Hotel Pilar). Daarna hoefde ik alleen maar te wachten en erop te vertrouwen dat mijn cogastvrouw en gast ook nog drie belachelijk toffe mensen zouden uitnodigen.

Jutta en ik spraken af om op de avond in kwestie een kwartiertje eerder te komen. Een goed idee, want zij zat aan een tafel voor vier.

Mijn natuurlijke talent om dingen kristalhelder uit te leggen bleek weer maar eens uit het feit dat Jutta mijn uiteenzetting over het second degree dinner maar half had begrepen. Zij dacht dat alleen zij twee mensen moest uitnodigen, wat ons totaal op vier zou brengen. Waarop ze de ober een tafel voor zes net had laten verbouwen tot eentje voor vier, en we diezelfde ober schoorvoetend moesten vragen om, euh, dat weer naar zes personen te veranderen.

Nat Eliason heeft in zijn blogpost een aantal regels opgesteld voor het verloop van een tweedegraadsdiner. Zo is er een specifieke plaatsing aan tafel, waarbij de cohosts en alle gasten die elkaar kennen vooral níét naast elkaar zitten. Dat vond ik nogal overdreven. Vijf mensen die ik amper kende al meteen vertellen waar ze moesten zitten? Toch maar niet. Dat liet ik dus achterwege. Eliason voorziet nog een heleboel regels.

‘Zodra het diner begint, vertelt iedereen wie hij of zij is, waar ze vandaan komen, waar ze mee bezig zijn waar ze helemaal excited van worden. Dat kan een boek zijn, een app, een relatie, eender wat hen oppept. Deze intro’s gebeuren doorgaans tijdens het aperitieven. (…) Daarna begint de echte fun. Je gaat terug naar je cirkel en elke persoon praat vervolgens over een ding waarmee ze worstelen in hun leven, of over iets dat op dit moment een uitdaging vormt in hun leven. (…) De rest van de groep geeft ideeën en inzichten en deelt zijn of ervaringen met de groep. Om het probleem te behandelen, neem je samen tien tot twaalf minuten de tijd.’

SPREEKBEURT

Onnodig om uit te leggen dat, gezien ik het al zo’n gedoe vond om mensen een zitplaats op te dringen, dat ik ook die instructies volledig heb genegeerd. Achteraf gezien denk ik wel dat de vragen een positieve bijdrage kunnen leveren aan zo’n avond, maar om de conversatie op gang te trekken, waren ze bij ons in elk geval niet nodig. Het ijs werd vrij makkelijk gebroken, zeker toen iemand opperde om aan het obligate voorstelpraatje, dat toch al snel een hoog spreekbeurtgehalte kreeg, ook een raar feitje over jezelf toe te voegen.

“En toen ­vertelde ik hoe ik als ­student ooit zelf een ­neuspiercing stak. Met een punaise.”

Waardoor ik dus maar van wal stak over mijn tweede neuspiercing, die ik uit pure gierigheid als student ooit zelf heb gestoken. Met een punaise en een naald en veel tranen. De rare feitjes aan tafel varieerden verder van ‘Ik heb als kind jarenlang in een pipowagen gewoond met mijn ouders’ tot ‘Ik doe aan improvisatietheater waarbij het publiek met sloffen naar je mag gooien als het niet goed is.’ Instant gespreksstof, kan ik u zeggen.

We waren er vrij snel over uit dat we letterlijk alles op de kaart lekker vonden, dus kozen we naar hartenlust gerechtjes om met z’n zessen te delen. De wijn vloeide rijkelijk en de gespreks­onderwerpen bleven maar komen. Het fijne van het tweedegraadsdiner is dat je gegarandeerd aan tafel zit met vijf mensen die openstaan voor de ervaring en niet bang zijn om een avondje door te brengen met volslagen wildvreemden. Zodoende was iedereen geïnteresseerd in elkaar, wat de gesprekken enkel ten goede kwam. Het creëerde eveneens een open en gemoedelijke sfeer, waarbij we wellicht allemaal iets meer hebben blootgegeven van onszelf dan dat we anders zouden doen bij vijf quasi-­onbekenden.

VERLOVINGSRING

Zo liet ik zelf na anderhalf uur al iemand mijn verlovingsring omdoen, gewoon, omdat ze dat altijd al eens wilde doen. Daar schrok mijn lief achteraf wel van, en ik zelf ook een beetje, maar de vibe was zo positief dat ik er helemaal geen erg in had. All good.

Eender welke argeloze voorbijganger had ons groepje wellicht als jarenlange vriendinnen ingeschat. Maar niet enkel omdat de sfeer er goed inzat. Eerlijk is eerlijk: ons groepje bestond uit zes soortgelijke mensen. Witte, hoogopgeleide, millennialvrouwen in de stad.

Vier hadden een neuspiercing en eentje wilde er graag een, maar durfde nog niet. De homogene groepssamenstelling is een logische valkuil van het second degree-concept. Voor de variatie in ons kennissenbestand moesten we het dus niet doen. Daartegenover staat dat niks zo gemakkelijk een band schept als zagen over je herkenbare First World problems.

UIT DE BOOT

Achteraf snap ik waarom Nat Eliason voor een specifieke plaatsing aan tafel ijvert. Doordat wij zomaar ergens gingen zitten, belandden enkele mensen naast hun eigen gast of host. Dat zorgde soms voor onderlinge gesprekken waarbij de rest uit de boot viel. Het is heel logisch dat mensen die elkaar al een tijdje niet hebben gezien, zo’n avond aangrijpen om samen even bij te praten, als je dan toch naast elkaar zit. Eliason had er klaarblijkelijk dus wel even over nagedacht voor hij het concept zomaar online zwierde, die Nat. Point taken.

“Ik heb geen hartsvriendin die mijn kleren leent en al mijn geheimen weet.”

Toen ik het restaurant binnenkwam, was het halfacht. De eerstvolgende keer dat ik op mijn horloge keek, bleek het vijf voor middernacht. Vandaag delen we nog een WhatsApp-groepje. Natuurlijk zijn we nu niet met z’n allen instant boezemvriendinnen geworden. Dat had ik ook niet verwacht.

Eerlijk: ik ben niet zo goed in vrienden maken. Enfin, dat denk ik toch. In vergelijking met anderen heb ik namelijk niet enorm veel vrienden. Ik heb er al helemaal geen van wie ik de deur platloop. Ik heb niet zo’n enorme vriendenkring, enkel wat vrienden hier, en daar, maar zij kennen elkaar niet.

Bovendien blijven de meeste van mijn vriendschappen doorgaans oppervlakkig. Ik heb geen hartsvriendin die mijn kleren leent en al mijn geheimen weet. Films en series en Instagram doen mij geloven dat vriendschap zo in elkaar steekt, maar niemand belt mij als eerste op als ze een gebroken hart heeft. Of zelfs als vijfde.

MISLUKKING

Soms voelt dat als een mislukking, als ik er een beetje te lang over nadenk en een fles rosé te dichtbij heb staan. ­Alsof niemand me leuk genoeg vindt om een innige band mee te hebben. Of dat ik mensen onbewust afstoot. Maar even snel besef ik dat ik nu eenmaal zo in elkaar zit. In verdrietige tijden zoek ik geen schouders om op uit te huilen. En shoppen doe ik met niemand liever dan met mezelf. Ineens een BFF krijgen die alle vriendinnendingen uit de films van me verwacht, zou ik waarschijnlijk nog geen week verdragen.

“Vriendschappen onderhouden vergt moeite. Maar überhaupt nieuwe mensen leren kennen ook.”

De basis van vriendschap bestaat naar mijn mening niet per se uit de frequentie of de intensiteit van het contact. In werkelijkheid is het iets heel eenvoudigs. Moeite doen. Het is allemaal makkelijk als je elkaar sowieso wekelijks op het werk of in de yogales ziet, maar wat als dat ineens wegvalt? Degenen die nadien nog tijd maken om af te spreken, moet je koesteren. Neem dat maar aan van iemand die in haar leven al twee keer is geëmigreerd.

Vriendschappen onderhouden vergt moeite. Maar überhaupt nieuwe mensen leren kennen ook. Dat is precies wat ik met dit tweedegraadsdiner heb gedaan.

Of ik nu ook werkelijk vrienden voor het leven heb gemaakt? Goh, waarschijnlijk niet. Maar ik vond het wel een waanzinnig fijne avond. Ik heb mijn nek uitgestoken en zo toch maar mooi drie toffe vrouwen ontmoet die ik anders wellicht nooit was tegen­gekomen.

Bovendien heb ik mijn cohost en mijn gast veel beter leren kennen. En wie weet? Het schijnt dat je tien tot vijftien gedeelde ervaringen nodig hebt om echt vrienden te worden.

Mijn nieuwe thuisstad telt alleszins nog heel wat fijne restaurantjes.

Foto’s: Studio Woot Woot. Check hun heerlijke beelden op Instagram via @studiowootwoot.
Lees meer over vriendschap in onze nieuwe bookzine! Te koop in de webshop of in een van deze kranten- en boekenwinkels.

Schrijf je reactie

    Talitha droomt van een gecombineerde carrière van bestsellerauteur en professionele kattenoppas. Tot die tijd werkt ze als copywriter bij digital publisher Wayne Parker Kent. Talitha heeft daarnaast ook een blog, met de baanbrekende naam 'Talitha Heeft Een Blog'.

    Lees verder in Mensen

    Colofon

    Adres Redactie

    Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
    Statiestraat 139
    2600 Antwerpen