Anders Bekeken

Leven aan de rand van een sprookje

Anders Bekeken: The Florida Project (2017) van Sean Baker

Leven aan de rand van een sprookje

Niet het luxueuze leven van de talrijke pensionado’s in het zonnige Florida staat centraal in het rafelige ‘The Florida Project, maar een budgetmotel in de schaduw van Walt Disney World. Terwijl toeristen in dit hotel nog geen tussenstop willen maken, blijkt die plek voor velen toch een eindhalte.

 

Wie afgelopen weekend de krant las, zag misschien de kop ‘Russische hype: gaan bevallen in Florida’ passeren. De afgelopen jaren raakte er een nieuw soort toerisme in zwang bij rijke Russen, namelijk hoogzwangere vrouwen die naar de zonnige en subtropische staat in het zuidoosten van de Verenigde Staten trekken om er te bevallen. Niet alleen om tijdens dit snoepreisje (kostenplaatje: $50.000) hun Instagram te overladen met mooie, zongekuste foto’s, maar vooral om hun baby’s naast de Russische ook een Amerikaanse nationaliteit cadeau te doen. Wie genoeg geld meebrengt, is in het land (en de hotels) van The Donald duidelijk welkom.

“Wie genoeg geld meebrengt, is in het land (en de hotels) van The Donald duidelijk welkom.”

Wie het daar aan ontbreekt, heeft minder geluk. Dat blijkt uit Sean Bakers ontwrichtende portret The Florida Project dat de miserie toont van arme kinderen als Moonee, Jancey en Dicky, die Mickey Mouse enkel kennen door de rommel die rijke toeristen achterlaten. Al jaren zoomt de Amerikaanse cineast in op de marge, de schaduwvlekken naast de culturele en economische hotspots. Zo kroonde hij zich met zijn doorbraakfilm Tangerine in 2015 tot koning van de outsider-cinema. Dit eigenzinnige kerstverhaal over een transgenderprostituée (Kitana Kiki Rodriguez) die door Hollywood cruiset om de pooier die haar hart brak te vinden, is een hartverscheurende ode aan de schaduwkant. En aan cinema in overdrive.

Maandverband als uitroepteken

Ook The Florida Project stelt in een ronkende rotvaart het contrast tussen rijk en arm op scherp. Letterlijk, ook. Want terwijl Tangerine nog met een (soms onscherpe) iPhone werd gefilmd, zet de Amerikaanse cineast met The Florida Project zowel visueel als filmisch een enorme stap voorwaarts, zonder in te boeten op intensiteit en zijn levendige en eigenzinnige fly on the wall-fotografie. Daar heeft het kleurrijke decor van het budgetmotel en de schreeuwerige architectuur van het naburige wafel-restaurant, ijskraam en outletstores misschien ook iets mee te maken. Om van de vuilgebekte kinderen die tufcontest spelen op de auto van de onderbuurvrouw en de alleenstaande moeder Halley die haar dochter gebruikt om goedkope parfum of gestolen waar aan de man te brengen nog maar te zwijgen.

“Neen. Een lichtend voorbeeld van goede opvoeding is Halley niet.”

Neen. Een lichtend voorbeeld van goede opvoeding is Halley niet. De debuterende Bria Vinaite – die voor haar volgende project met Harmony Korine (Gummo, Kids) samenwerkt, wiens rebelse geest ook door dit drama waait – speelt de aan lager wal geraakte jonge moeder van de zesjarige Moonee (Brooklynn Prince) bijzonder intens en geloofwaardig. Hierdoor roepen haar onverantwoordelijke daden geen onbegrip op, maar zetten ze vooral een falende samenleving in de verf. Als een moeder haar maandverband tegen de raam moet kleven om haar onhoudbare situatie te communiceren, is er toch iets mis.

Klasseverschil

De kloof tussen de arme bewoners van het motel en de rijke bezoekers van het Walt Disney’s themapark (en de Russische zwangerschapstoeristen) is dan ook enorm. Terwijl de alleenstaande moeder en haar dochter overschotjes van het plaatselijke fastfoodrestaurant opeten, vliegen de helikopters van rijkelui hen om de oren. Dat ze quasi automatisch hun middelvinger opsteken naar de inzittenden, lijkt gerechtvaardigd. De weinige keren dat ze rechtstreeks in contact komen met die rijkelui is immers wanneer zij op zoek zijn naar seks.

Rijk en arm behandelen elkaar in The Florida Project dan ook met evenveel weerzin, met als grootste verschil dat de armen minder middelen hebben om die te uiten. De fuck you-attitude is dan het enige wat hen nog rest. En al schrijf je die rebelse houding aanvankelijk nog toe aan een vorm van vrijheid of ongebondenheid. Niet veel later begrijp je dat het net symptomen zijn van het omgekeerde.

Tussenhalte of eindstation?

Een groot deel van Bakers film is dan ook bonte sfeerschepping, slices of life in a dump. En hoewel dat snel dramatisch kan aanvoelen, is het dat niet. De zonovergoten levenslust die Moonee en haar vrienden uitstralen en de harde, maar meelevende conciërge Bobby (Willem Dafoe) doorspekken het tragische familiedrama met de nodige vrolijke noten. Hierdoor blaast het laatste kwartier bijna onverwacht een dramatisch aanzwellende coda in gang, die nog lang als een waarschuwende fluittoon nazindert.

“Het is een eindhalte geworden die uitkijkt op het onbereikbare en onbetaalbare paradijs: Disneyland.”

Want wat moet er van de jonge Moonee en haar onverantwoordelijke moeder komen? Zowel zij als haar dochter horen niet thuis in dat spuuglelijke baanmotel. Ooit moet dat er als een goede tussenhalte hebben uitgezien – om het leven weer op de rails te krijgen – maar Haley en Moonee’s verblijf verzandt voor de ogen van de kijker in een uitzichtloze situatie. Het is een eindhalte geworden die uitkijkt op het onbereikbare en onbetaalbare paradijs: Disneyland. Of voor de rijke Amerikaanse en (al dan niet zwangere) buitenlandse toeristen een schandvlek op hun sprookjesachtige trip naar het beloofde (verscheurde) land. Gelukkig vindt The Florida Project er ook schoonheid en momenten van ongetemd plezier.

The Florida Project van Sean Baker is vanaf 17 januari in de cinema te zien. De film wordt verdeeld door September Film.

Schrijf je reactie

Johannes De Breuker is cultuurjournalist en redacteur. In zijn scherpe oordelen over film doorprikt hij graag filterbubbels. Inclusief de zijne.

Lees verder in Zin in

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen