Interview

Tom De Cock: “Laten we blij zijn dat de adoptieprocedure zo moeilijk is”

Tom De Cock: “Laten we blij zijn dat de adoptieprocedure zo moeilijk is”

Tom De Cock ken je waarschijnlijk van Planeet De Cock, zijn radioprogramma tijdens het spitsuur op MNM. Samen met zijn man adopteerde hij in 2014 een dochtertje: Jasmijn. Tijdens deze vaak vermoeiende procedure schreef hij een boek. ‘En toen kwam jij’ was min of meer het begin van een hele hoop media-aandacht voor Tom. Samen met zijn man kijkt hij tevreden terug op heel de periode. Maar een homokoppel dat een kind adopteert zorgt nog steeds voor ophef. Interview en foto’s door Luca van Turnhout.

Jullie hebben gekozen voor binnenlandse adoptie. Wat houdt dit precies in?
Tom: “Bij binnenlandse adoptie staat een vrouw uit Vlaanderen haar kind af aan de adoptiedienst, omdat ze bijvoorbeeld ongewenst zwanger is, niet voor het kind kan zorgen of andere problemen heeft waardoor de veiligheid van het kind in gevaar komt. De adoptiedienst heeft van te voren al verschillende screenings gedaan en plaatst het kind dan in een geschikt gezin. Maar het is best mogelijk dat daar enkele jaren overheen gaan. Sommige koppels haken af bij zulke screenings. Ze testen of de relatie met je partner sterk genoeg is en komen af en toe kijken hoe het thuis allemaal verloopt. Als je daar niet tegen kan, heeft het volgens mij niet echt zin om deze hele procedure te starten.”

“De testen die je moet doen tijdens de procedure zijn vermoeiend, maar eigenlijk mogen we blij zijn dat ze gebeuren.”

Heb je ooit enige vorm van discriminatie ervaren tijdens jullie adoptieprocedure?
“Tijdens onze weg naar een kindje hebben we geen enkele vorm van discriminatie ervaren. De medewerkers van de adoptiedienst doen hun werk zo goed. De testen die je moet doen tijdens de procedure zijn vermoeiend, maar eigenlijk mogen we blij zijn dat ze gebeuren. In onze samenleving kunnen heel veel mensen kinderen krijgen die er eigenlijk niet geschikt voor zijn. Het liefst zouden we elke ouder een brevet laten halen. Maar dat kan natuurlijk niet. Dan is het toch kei goed dat er bij adoptie testen bestaan om te zien of ouders geschikt zijn? Soms aanvaarden mensen niet dat het niet altijd gaat zoals ze willen. Het antwoord is niet altijd ‘ja’ maar soms ook ‘nee’ of ‘misschien’. Dat is soms moeilijk, maar het is hoe het is. Soms komt dan de reactie ‘iedereen kan kinderen krijgen, en wij moeten er zo veel voor doen.’ Laten we alsjeblieft blij zijn dat dat zo is.”

 Geen enkele vorm van discriminatie. Best opmerkelijk, niet?
“Als ik toch een enige vorm van discriminatie moet aangeven, maar daar sta ik super hard achter, is dat de moeder het proces toch nog wat kan sturen. Stel dat de moeder wil dat het kind opgroeit in een gelovig gezin, dan gaat de adoptiedienst op zoek naar zo’n gezin. Wanneer zij zegt dat haar kind niet mag opgroeien in een gezin met twee vaders, wordt daar ook echt gehoor aan gegeven. Maar dat is logisch toch? Wij stonden anderhalf jaar op de eerste plaats op de wachtlijst. Er zijn toen drie kinderen geadopteerd. Eéntje werd niet bij ons geplaatst omwille van geografische redenen. De mogelijkheid was er dat we de biologische mama in de Carrefour zouden tegen komen, en dat mag echt niet de bedoeling zijn. Een ander kind had een handicap en hoewel wij daar zeker wel voor open stonden, was een ander gezin gewoon geschikter. En bij het derde kind wilde de moeder dus effectief niet dat ze bij een homokoppel terecht zou komen. Je kan daar dan tegenin gaan, maar daar houd ik me echt niet mee bezig. De moeder beslist dat en dat is haar volste recht.”

En waarom geen buitenlandse adoptie?
“Simpelweg omdat dit niet kan. Daar is dus wel degelijk sprake van discriminatie. Dat is ook het eerste wat ze op een infoavond vertellen. Er zijn nog altijd drie Afrikaanse landen waarbij de doodstraf staat op homoseksualiteit. In Haïti moet je zes jaar voor de kerk getrouwd zijn. Dan maakt het niet uit of je pedofiel bent. Er zijn nu recent wel een vijftal dossiers goedgekeurd in New York, dus vijf kindjes die geadopteerd zijn door Vlaamse homokoppels. Er lopen nog een aantal andere proefdossiers van Kind en Gezin. Een andere reden waarom buitenlandse adoptie zo’n moeilijk proces is, heeft te maken met de mate van controle die Vlaanderen uitvoert. De Vlaamse adoptieambtenaar is onderdeel van Kind en Gezin. Zij reist persoonlijk naar alle landen om te kijken of de procedure verloopt zoals het hoort. Alleen met haar goedkeuring kan de procedure voortgezet worden. Wanneer zij een vermoeden heeft dat er kinderhandel of geld mee gemoeid is blaast ze heel de procedure af. Dat kan ik alleen maar toejuichen. Voor de mensen die hier op een wachtlijst staan komt het natuurlijk wel hard aan. Maar dat weet je eigenlijk voordat je aan adoptie begint.”

“Je moet je voorstellen dat er per jaar maar 20 à 25 kinderen in Vlaanderen voor adoptie worden afgestaan.”

Ik kan me voorstellen dat zo’n procedure enorm lang duurt.
“Ik heb voor het boek dat ik geschreven heb eens uitgerekend hoeveel dagen het heeft geduurd. Tussen mijn eerste brief naar het adoptiebureau en de dag dat ik Jasmijn hier naar binnen droeg, zaten exact 2000 dagen. Dat is iets meer dan vijf jaar. Dat lijkt misschien lang, maar je moet je voorstellen dat er per jaar maar 20 à 25 kinderen in Vlaanderen voor adoptie worden afgestaan. En als je dan weet dat er 300 koppels per jaar beginnen aan het hele proces… Mag je daar kwaad om worden? Het zou veel beter zijn dat er geen enkel kind wordt afgestaan. Ik ben natuurlijk heel blij dat Jasmijn nu bij ons is, en ik zou het me ook niet kunnen voorstellen dat het niet zo was gegaan, maar ik begrijp het heel goed dat het zo lang kan duren. Sommige mensen beginnen er te laat mee. Ze willen eerst carrière maken en komen er dan pas achter dat ze geen kindjes kunnen krijgen. Als je je dan bedenkt dat zo’n proces nog vijf of zes jaar in beslag kan nemen, is het vaak al te laat.”

Jasmijn gaat nu naar de kleuterschool, hoe verloopt het contact met de andere ouders?
“Klopt, Jasmijn zit gelukkig in een multiculturele klas. Haar naam komt nog het dichtste in de buurt van Kristof of Sofie. Voor de rest zijn het Youssef’s en Meryem’s. Dit moedigen wij alleen maar aan. Binnenkort verhuizen wij naar Leuven en mijn man en ik hebben al gezocht naar een diverse school. Ik ben geen voorstander van een zogenaamde ‘witte school’. Dat is niet meer van deze tijd. De meeste ouders zijn wel heel godsdienstig. Dan verwacht je dat ze ons helemaal afkeuren. Dat is echt een vooroordeel. Iedereen weet het vaak wel omdat ze mij kennen van de radio, of ze zien ons met zijn drieën lopen. Laatst ging ik op klasuitstap met een aantal juffen en vier moeders. Ze droegen alle vier een hoofddoek. Ik had me dus voorgenomen om mezelf wat op de vlakte te houden. Niet dat ik zou liegen over dat ik een vrouw heb, dat nooit. Maar ik ging er zelf niet over beginnen. We waren de schoolpoort nog niet buiten gewandeld of iemand vroeg me al ‘jij bent getrouwd met een man, hoe werkt dat nu eigenlijk? En hoe komen jullie aan een kind?’ Tegen dat wij op de trein zaten kende ik heel hun privéleven, huwelijk en partners.”

“Ik ben geen voorstander van een zogenaamde ‘witte school’. Dat is niet meer van deze tijd.”

Toch zijn de reacties niet altijd positief. Je verscheen nog niet zo lang geleden in de media omwille van een opmerkelijk briefje.
“Ik schreef een stuk naar aanleiding van de mail die de schooldirecteur van een school uit Sint-Lambrechts-Woluwe stuurde. In de mail zei hij dat de kinderen dit jaar geen Moederdag-geschenkje knutselden. Puur omdat sommige kinderen gescheiden ouders hebben, of zoals ons, twee vaders of moeders. Maar please, leer die kinderen daar eens gewoon mee omgaan. Moeten we de hele wereld inpakken in watjes zodat niemand zich meer pijn doet? Jasmijn zal heus nog wel eens gepest worden omdat ze twee vaders heeft, of omdat ze bruin is. Ik zal er wel voor zorgen dat ze daar mee kan omgaan. Maar dat is toch geen reden dat niemand in haar klas nog iets voor Moederdag mag knutselen? Laat de kinderen die een andere thuissituatie hebben hun verhaal doen. Zo leren ze daar beter mee omgaan. Dat is eigenlijk wat ik wilde vertellen in het stuk dat ik schreef. Toen volgde dus dat briefje in de brievenbus. Ene Marleen Deschutter, misschien wel een schuilnaam, vond dat ik met mijn vuile poten van kinderen moest af blijven. ‘Een kind heeft recht op een vader en een moeder,’ schreef ze. Ik zou haar graag willen ontmoeten. Helaas heeft ze nooit meer iets van zich laten horen.”

Hebben jullie er over nagedacht dat het een meisje zou kunnen worden, en dat jullie daar misschien niet zo veel van af weten?
“We dachten eerst dat we geen meisje zouden krijgen, omdat we twee mannen zijn. Maar de adoptiedienst vond dat geen geldige reden. Uiteindelijk werd het dan toch een meisje en dat klopte van in het begin. Het was even aanpassen hoor, maar dat valt uiteindelijk ook wel mee. We hebben veel vrouwen in onze vriendengroep dus dat proces is eigenlijk vanzelf gegaan. We zijn vorige week op vakantie geweest met enkele vrouwen. Toen Jasmijn met een van hen onder de douche stond, heeft ze borsten-les gekregen. Nadien heeft ze de hele dag met een rode, kanten bh rondgelopen. Uiteraard wordt haar haar dan ook gedaan door iemand. Maar mijn man en ik leren ondertussen ook vlechten.”

“De tijd dat ze je op je achttiende in de zetel zetten en zeiden ‘we moeten iets vertellen’ ligt ver achter ons.””

Hoe staan jullie tegenover het feit dat Jasmijn misschien ooit contact wil opnemen met haar biologische moeder?
“Dat zijn mijn zaken niet. Wie zou ik zijn om daar een mening over te hebben? Ik kan die biologische band niet verbreken. Ik voel me daar ook helemaal niet door bedreigd. Het is haar keuze en wij gaan haar daar in steunen. Natuurlijk vind ik het spannend, maar mijn man en ik zijn daar wel in gerustgesteld dat zoiets goed gaat komen. Dat is trouwens door de adoptiedienst ook heel goed geregeld. De tijd dat ze je op je achttiende in de zetel zetten en zeiden ‘we moeten iets vertellen’ ligt ver achter ons.”

Willen jullie nog aan verdere gezinsuitbreiding doen?
“Adopteren zal niet meer voor ons zijn. Dat duurt te  lang. Maar als Jasmijn oud genoeg is, zouden we nog wel een pleegkindje willen. Maar dat doen we pas als zij de rol van grote zus kan innemen. Er mag niemand haar plaats in ons gezin overschaduwen. Dat kan bij een pleegzorgkindje wel gebeuren. Het zou geen goed idee zijn om bijvoorbeeld een jongetje van zes in huis te nemen. Maar ooit willen we ons gezin daar wel voor open stellen.”

Op zijn blog kun je meer lezen over het gezinsleven van Tom De Cock.

Schrijf je reactie

    Charlie geeft regelmatig het woord aan mensen die - net als wij - geen blad voor de mond nemen.

    Lees verder in Mensen

    Colofon

    Adres Redactie

    Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
    Statiestraat 139
    2600 Antwerpen