Modern sprookje

De grote zeemeermin

De grote zeemeermin

Elke maand laat fotografe Sylvia Konior het beste van zichzelf zien in een absurd zelfportret. Deze keer werd ze geïnspireerd door overdaad, het thema van ons nieuwe bookzine. Redactrice Ann-Marie Cordia schrijft er een modern sprookje bij.

‘Every breath you take. Every move you make. Every bond you break. Every step you take. I’ll be watching you.’ Elke neuriet het liedje van The Police mee op de radio. Ze was op weg naar de winkel. Inkopen doen. Haar chips zijn bijna op.

Elke was ooit mager geweest. Een paar jaar lang, tussen haar 24ste en haar 27ste. Na zich te hebben uitgehongerd op een dieet van amfetamines – speed dus, maar dan legaal op voorschrift – en cola light. Wat een gemakkelijk leven was dat geweest. Iedereen altijd poeslief en daar hoefde ze tot haar eigen verbazing helemaal niets voor te doen. Zonder ook maar een vriendelijk woord van haar kant, mocht ze voorkruipen aan de toog op café en glimlachten winkeldames als ze een boetiek binnenstapte. Zelfs de humeurige homo van de buurtwinkel liet haar, toen ze niet genoeg geld bij had, vrolijk vertrekken met al haar boodschappen.

Zo simpel was het dus, had Elke ontdekt. Een maatje 38 is all you need.

En dan de mannen in die periode. Nou. Terwijl ze als tiener amper twee keer had gekust, waarvan een keer met een dronken leeftijdsgenoot die een weddenschap had afgesloten met zijn vriendjes, kreeg ze als smalle twintiger het ene voorstel na het andere. Een tochtje in zo’n klein vliegtuigje. Een weekend weg naar Parijs. Elke probeerde het allemaal. Maar het bleef wringen.

“Zo gaat dat met dikke mensen. Iedereen heeft je gezien als je een ijsje eet. En toch ben je onzichtbaar.”

Op een dag verklaarde een man haar zijn onvoorwaardelijke liefde – ‘Ik wist al wat ik voor je voelde vanaf het eerste moment dat ik je zag’ – maar dat was gelogen, want ze woonden al jaren in dezelfde straat en ze hadden ooit zelfs al gepraat, op een straatbarbecue tijdens het speelstraatseizoen. Hij had haar dus niet eens herkend.

Zo gaat dat met dikke mensen. Iedereen heeft je gezien, overal en altijd, als je een ijsje eet, ja, daar neemt iedereen akte van – om van frietjes nog maar te zwijgen. En toch ben je onzichtbaar. Geen mens die je ziet staan. Iedereen loopt in een boog om je heen, tenzij het beleefdheidshalve niet anders kan, waarna het altijd ongemakkelijk wordt. Zwarte magie, is het bijna.

Na het voorval met de man uit haar straat wist Elke het zeker. Nooit. Meer. Mager. Ze ging terug naar haar vorig lijf.

Nu, op haar dertigste, heeft ze zichzelf helemaal aanvaard.

Ik ben blij met wie ik ben. Ik ben blij met de mensen die blij zijn met wie ik ben.

Ik eet, dus ik ben.

Ik zap, dus ik ben.

Ik eet zappend, dus ik ben.

Ik zap etend, dus ik ben.

Mensen die altijd de discipline opbrengen om netjes aan tafel te eten, zullen nooit begrijpen hoe gelukkig dat maakt, om voor tv te schransen, bedenkt Elke terwijl ze door de rekken van de supermarkt loopt. Ze legt een zak zoute chips in haar kar. Gehakt voor een hamburger. Een broodje ervoor. Nog meer chips. Echt belachelijk veel chips. Nootjes. Daarna gaat ze naar het zoet. Net zoals ze altijd eerst zout eet en dan pas zoet. Ze neemt vanillewafels en Amerikaanse chocolate chip cookies van Grandino. M&M’s met nootjes.

Maar het gaat om meer dan al die lekkere smaken. Het is het volle gevoel, waar je van gaat houden. Het net nog kunnen ademen, ook al heb je veel te veel gegeten. Het gewicht op je buik. Misschien was het tijdens haar slanke jaren vooral het lege gevoel geweest, dat nog het meest ondraaglijk was.

“Het is het volle gevoel, waar je van gaat houden. Het net nog kunnen ademen, ook al heb je veel te veel gegeten.”

Als kind was Elke een keer op bezoek bij een buurmeisje. Nadat ze konijn had gegeten met perziken en aardappelen, en yoghurt met suiker, en allez kom, nog een paar koekjes erbij en een Fristi, daarna had Elke dus gezegd: ‘Ik zit vol.’ Waarop alle leden van het gezin onbedaarlijk begonnen te lachen. ‘Elke zit vol! Elke zit vol!’ Elke snapte het niet. Tot een van de oudere zussen een beetje medelijden kreeg en zei: ‘Dat betekent dat je in verwachting bent. Je zit vol, haha!’ Elke was toen al oud genoeg geweest om te begrijpen hoe je zwanger werd. Van seks. Met een man. Ze lachten omdat ze seks had gehad met een man. Haha. Grappig. Niet.

Als volwassen vrouw dacht ze op de meest onmogelijke momenten terug aan dat voorval. Als Vlaams Belangers het hadden over hoe we overspoeld werden met vluchtelingen. Het land zat vol. Als haar vriendin klaagde over hoe het zomerkamp van haar zoon al vol was terwijl het nog niet eens Kerstmis was. Als ze naar een pornofilmpje bleef kijken tot de man zo’n vrouw volspoot. Ook dan dacht ze eraan en eigenlijk was de titel alleen genoeg: jongen spuit MILF helemaal VOL. Echt vol spuiten, dat konden mannen toch niet echt, vond ze. Niet als ze op je gezicht klaarkwamen, en ook niet als ze in je zaten, want die kwakjes die achteraf uit je lopen stelden niet veel voor. Ongelooflijk, dat je daar een kind van kon maken.

Nadat ze thuiskomt van de winkel, zet Elke Vitaya op. Ze ziet een vrouw papier eten en een jongen die elke dag een stukje teennagel verorbert. Een bejaarde vrouw breit truitjes voor geadopteerde kippen uit een legbatterij. En een travestiet geeft make-uples aan tienermeisjes die er ouder willen uitzien.


En dan ziet ze Haar. Een excentrieke chirurg die zeemeerminnen maakt. Frankenstein. For real. Maar dan met schubben. De dokteres neemt de staarten van grote vissen en naait ze aan vrouwenlichamen. Ze heeft er al vijf geopereerd met succes.

“Ik droom van een leven als zeemeermin. Mijn Twitter-handle is Fariel. Dat staat voor Fat Ariel.”

Elke googelt de chirurg. Ze zit niet eens zo ver. Londen. Dat is maar een paar uur met de Eurostar vanuit Brussel. Een week later pakt ze haar spullen, en wat chips, en staat ze voor de deur van de dokteres. Ze heeft een privékliniek.

“Ik wil een zeemeermin zijn,” zegt Elke zacht.

De dokter bekijkt haar van top tot teen, zonder een woord te zeggen.

“Ik droom al van een leven als zeemeermin sinds ik een klein meisje was,” gaat Elke verder. “Al van toen ik de film ‘De kleine zeemeermin’ zag. Mijn Twitter-handle is Fariel. Dat staat voor Fat Ariel.”

Nu moet de chirurg lachen. “Kom erin.”

Elke luistert nauwelijks naar de technische uitleg over de operatie en welke ingewikkelde software en draadjes nodig zijn om de staart te laten communiceren met haar hersenen.

“Ik heb maar één verzoek,” zegt de dokter. “Ik wil jou zien eten. Na de operatie. Want voordien moet je nuchter blijven.”

“Je wil me zien – euh – eten?” Elke had al jaren niet meer in het bijzijn van vreemden gegeten. Zo beu was ze de blikken. Ze kijkt de vrouw onbegrijpend aan.

“Ik kick gewoon op plezier. En ik weet wat jou pleziert. Je bent graag vol.”

“Maak je geen zorgen. Ik ben geen feeder. Ken je die? Van die mannen die erop kicken om vrouwen eten te geven. Mannen met mommy issues, zijn dat. Ze hebben van hun eigen moeder nooit liefde gehad, en ze kregen maar weinig eten. Dat ze als kind geen controle hadden over hun leven, willen ze nu goedmaken door anderen te voederen. Daar gaat het bij mij niet om. Ik kijk gewoon graag naar hoe mensen eten. Niet altijd, natuurlijk, want soms is het te pijnlijk. Heb je ooit al een arme mens zijn eerste maaltijd van de dag zien binnen schrokken na drie dagen honger? Dat is me te triest. Ik kick gewoon op plezier. En ik weet wat jou pleziert. Je bent graag vol.”

Elke stemt toe. “Ik doe het.”

De operatie verloopt de volgende dag zonder complicaties.

Nadat de verdoving is uitgewerkt, wordt Elke zachtjes wakker van gezang. ‘Every Breath You Take’ van The Police. Maar het is een andere tekst. “Every bite you take. Every cake you bake. Every sip you take. Every belt you break. I’ll be watching you.”

Ze kijkt op en ziet de chirurg. Ze glimlacht.

Plots dringt het tot Elke door. Ze is een zeemeermin. En zeemeerminnen kunnen niet kakken.

Ze zit vol. For real. Forever. Amen.

 

Foto: Sylvia Konior
Lees hier alle andere moderne sprookjes van Sylvia Konior en Ann-Marie Cordia

Schrijf je reactie

2 reacties

Als journalist weigert Ann-Marie Cordia al vijftien jaar lang te kiezen tussen de serieuze schrijfsels, de curieuze en de amoureuze. Ze schreef al voor Het Laatste Nieuws, NINA, Goedele en De Morgen, maar haar ziel blootleggen doet ze alleen op Charlie.

Lees verder in Zin in

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen