Casting. Both spells and humans.

Ik heb jou nodig.

En ja, dat durf ik met zoveel woorden zeggen. 15 jaar geleden had ik een droom. Eyes wide open. Ik droomde over een vrouw, een dochter: la fille d’O. Ik wilde haar leren kennen. Als je er voor kiest om niet de uitgeholde weg te volgen waar iedereen loopt, dan is het goed om leermeesters te hebben, heksen die je voor gaan. Wijze oude vrouwen die verhalen vertellen. Maar ik voelde ook dat veel vrouwen verloren liepen, als dwaallichtjes. Dat deed ik zelf ook. Los van religie, door onze ratio, en vrij van maatschappelijke verwachtingen omdat we die ontgroeid zijn als te kleine schoenen. En dan, en dan… Ik was curieus en leergierig. Rondom mij zag ik een veelvoud van hetzelfde. De monochrome vrouwen, de beschikbare blik, ijsblokjes van moois die wegsmolten tot niets. Ik miste de inhoud. Het gruis. De materie die aan de ribben plakt als je iemand ontmoet. Dat beeld paste mij niet.

De vrouwen waar ik van houd komen in alle maten. Ze zijn te groot en te luid en ik vind ze prachtig. Ze hebben te dunne haren en veel te rode lippen daarbij. Ze hebben schoenmaat 45 en willen liefst ook hoge hakken, mag het even. Ze hebben fouten gemaakt en ze zijn niet beschaamd. We drinken samen thee en ik knabbel aan hun verhalen als koekjes. Ze voeden me. Waarom die man, vanwaar die twijfel, wanneer die reuzensprong? Ik laat hen in mijn kaarten kijken. Zij lezen mij luidop. Zij zien mij, helemaal. Ik moet me niet klein maken, niet behapbaar. Ik geloof in hen: mijn persoonlijke Jezus.

“Ik moest biechten voor zonden waar ik me niet schuldig over voelde. Zo werd ik een vreemde voor mezelf.”

Ik heb mijn jeugd verloren op een katholieke school. Als jong meisje is dat de slechtst mogelijke plaats om op te groeien. Ware het niet dat mijn ouders allesbehalve katholiek waren, was ik wellicht in de val gelopen. Ik was kneedbaar, goedgelovig en zoekende. Dat doen hormonen met je als je piep bent. De school leerde me veel, maar vooral af. Eerst was ik vrij en speels en luid en blij. Ik kreeg een gareel, een muilband en een balpen in mijn – vooral niet langer linker – hand. Ik was als kind gemaakt om te spelen, te kijken, om te genieten. Maar dat mocht niet langer. Ik was een meisje-bijna-vrouw en ik moest braaf zijn, kuis, nederig. Ieder conflict vond oorsprong in de must’nts en de shouldn’ts. Ik zag er geen kwaad in en toch kreeg ik straf. Ik moest biechten voor zonden waar ik me niet schuldig over voelde. Zo werd ik een vreemde voor mezelf. Mijn buik zei dit en m’n hoofd moest dat. Dan ga je je bukken, om toch maar niet boven het maaiveld uit te steken. Off with their heads, als je je niet wou overgeven.

Dat innerlijke conflict tussen je buikgevoel en dat razende hoofd is de ideale voedingsbodem voor de ultieme boosdoener: schuld wegens schaamte. Ik heb geprobeerd te luisteren en me te voegen naar de vorm. Maar ik had geluk: ik had mensen rondom me die fungeerden als spiegels. Zij toonden me wat kon zijn. Ik bleef kijken en groeien tot de mal barstte, maar de schaamte sluimerde. Ik maakte me nog steeds klein. Gewoon. Norm-aal. En ook al had mijn lijf al eerder beslist om te blijven groeien, toch bleef de schuld jarenlang verder sluimeren. Tot op de dag van vandaag moet ik me dagelijks verzetten tegen de lauwe versie van mezelf. Die versie die niemand stoort, die geen steen verlegt. De versie zonder weerwoord, uit vrees te verliezen: de liefde, de rust, de vriendschap. Het baat niet, dat weet m’n hoofd zelfs.

“Ik dacht dat ik als vrouw klein moest zijn, handig in te laden, niet meer dan een handvol.”

We hebben een plicht tegenover onszelf om ten allen tijde ons heilige zelf te eren. Om te luisteren naar diens noden om te groeien, diens drang naar ruimte om te spelen en ademen. En dat kan je niet alleen. Je kon namelijk ook niet alleen vervreemden van jezelf, daar had je anderen voor nodig, de verkeerde mensen. Net zoals je nu de juiste mensen nodig hebt als voorbeeld om jezelf weer in elkaar te puzzelen. Geen onwerkelijke halfgoden, maar mensen zoals jij en ik die hun verhalen als koekjes delen. Variaties in veelvoud, geen enkelzijdige religies die je voorzien van dat ene levensboek en je verder verzoeken te stoppen met nadenken voor jezelf. Een persoonlijke bijbel maak je zelf. Jouw kruimeltjes die voldoening geven voor relaties en hoe jij dat ziet. Je eigenste korstjes voor borstjes, zodat je weet hoe jij voor jouw lijf wil zorgen. Het malse deeg vanbinnen dat je toont hoe jij je als vrouw gaat profileren als moeder. Specifieke keuzes die je toelaten jouw eigenste levensbrood samen te stellen, tegen de honger die komt.

Ik heb me meermaals vergist, en ben vaak verloren gelopen. Ik dacht dat ik als vrouw klein moest zijn, handig in te laden, niet meer dan een handvol. Met mooie rode nageltjes en schattige hoge hakjes. Vage ogen en altijd beschikbaar, want zo werd het me toch voorgeschoteld: een vrouw als een snackje. Een vrouw als een zevengangenmenu leek misplaatst. En toch hebben we honger.

“Ik wil jou zien, de uitdaging aangaan om jou te proberen schetsen in al je onderdelen.”

De beeldtaal die ik de laatste 15 jaar voor la fille d’O gebruikte is het dagboek van die zoektocht. Ik werkte mezelf doorheen alle clichés die ons werden aangemeten als vrouw. De pin-up, het kindmeisje: ik verorberde ze maar het beeld klopte niet, nooit. Ik maakte die lippen rood en die borsten bloot, en het bleef een soort kostuum voor een theater vol drama. Tot op de dag van vandaag ben ik op zoek: waar zijn die beelden waar ik me kan aan spiegelen? Hoe vang je die vloedgolf aan schoonheid die een vrouw biedt zonder te vervallen in clichés? Hoe rijm je feminisme van de geest met die ontwapenende schoonheid van een lijf? You tell me.

Ik wil het echt weten: hoe jij het ziet, wat je nodig hebt, wat jij wil zien van andere vrouwen. Wat doen we met die stream of selfie-consciousness? Zijn de apps van vandaag voldoende gelaagd om een beeld van onszelf te scheppen? Is dat beeld goddelijk genoeg? Ik wil jou zien, de uitdaging aangaan om jou te proberen schetsen in al je onderdelen. Als weerwoord op de vrijblijvendheid. Zoals Georges Brassens het zegt:

D’ailleurs, c’est sa faiblesse,

Elle tient à ses os

Et jamais ne se laisse-

rait couper en morceaux.

 

Elle est quelque peu fière

Et chatouilleuse assez,

Et l’on doit tout entière

La prendre ou la laisser.

 

Tout est bon chez elle, y a rien jeter,

Sur l’île déserte il faut tout emporter.

La fille d’O houdt een casting op vrijdag 21 april, tussen 16u en 20u, in de Kasteelpleinstraat 64 in Antwerpen. Iedereen is welkom. Bevestig je komst via de eventpagina.
2 reacties
  • Stephaan says:

    Hey,
    Heb je net op de radio gehoord. Ben dan op zoek geweest op het internet en op deze site gekomen om je dit berichtje te kunnen sturen.
    Ik ben geen model, wel een amateurfotograaf. De hobby wat uit de hand gelopen met de slogan: het is belangrijker wat je KUNT dan wat je KENT.
    Ik wil graag langs komen in Gent om fan de casting modellen foto’s te nemen. Dit op TFP basis.
    Enfin, mocht je interesse hebben geef me een reactie en mocht je in de komende dagen naar Kemmel komen, dan kunnen we afspreken. Ik woon in Ieper.
    We kunnen mekaar leren kennen tussen pot en pint, zoals in de streek gebruikelijk is?
    Fotogenieke groeten,
    Stephaan

  • Gizeh Ruiz says:

    Ik kom

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!