De mode is dood. Leve de mode.

Waarom de luxe mode steeds minder toekomst heeft

3 maart 2015:

Stiletto’s worden geslepen als potloden, haren geföhnd tot leeuwenmanen en loopjes geoefend voor de spiegel: het is Fashion Week-tijd in Parijs. Iedereen van belang in de modewereld zit op de eerste rij.

Donkere wolken verzamelen zich echter boven hun hoofden. Li Edelkoort, een beroemde Nederlandse trendwatcher (in 2008 door Time magazine uitgeroepen tot een van de 25 meest invloedrijke personen in de branche), verklaarde de mode begin februari dood. Het idee is niet nieuw. Walter Van Beirendonck riep het einde over de luxe mode meer dan twintig jaar geleden al uit.

De oorzaak van de malaise is het circus van marketing en branding dat de modewereld in zijn ban heeft sinds de jaren tachtig. Glitter en glamour, merk en verhaal is wat telt, niet of het kledingstuk gemaakt is volgens de regels van de kunst. Edelkoort voorspelt dat de aantrekkingskracht van luxe mode zal verschrompelen omdat de mode-industrie amper aandacht besteedt aan het kledingstuk.

walter

Ze legt met die uitspraak de vinger op de wonde. Professionals in de hedendaagse mode-industrie hebben beschamend weinig stoffenkennis of weet van andere technische vaardigheden. De ontwerpers die furore maken in Parijs en Londen, werden vaak opgeleid aan conceptuele modescholen. Studenten krijgen daar steeds minder training in het hanteren van naald en draad of in patroontekenen. Het verhaal van een modeontwerper is belangrijker geworden dan de creatie van een kledingstuk. Een jurk mag eruit zien alsof een kind het aaneennaaide, zolang er een leuk verhaal bijkomt, kraait geen haan ernaar. Een modestudent in de meest gerenommeerde modeschool van het Verenigd Koninkrijk gaat zelfs nog verder en vertelt aan sociologe Angela McRobbie dat men trots is niet te kunnen naaien.

Toch zijn de ontwerpers niet de enige verantwoordelijken. De modepers moet evengoed een stuk van de zwartepiet toegespeeld krijgen in de teloorgang van naald en draad. Zij vergeet al te gemakkelijk dat mode draait om het eindproduct: de kleren die de consument aantrekt.

Dat was ooit anders. In recensies van naoorlogse modecollecties, springt de grondige kennis over stof, snit en naad nog in het oog. De gemiddelde modejournalist kon de opbouw van een kledingstuk lezen. Dat moest ook wel, wilde hij aantrekkelijk leesvoer produceren: het grote publiek kon vaak zelf naaien.

mode2

Vandaag is die aandacht voor het kledingstuk veelal verdwenen uit de modepers. “Doe jullie huiswerk, beste redactrices, en praat niet over bedrukte stoffen als het om jacquard gaat!”, sneert Edelkoort. Maar zit de moderne lezer wel te wachten op artikels die het onderscheid maken tussen jacquard en een andere bedrukte stof?

Niet alle lezers misschien. Toch is de mode-industrie de voeling verloren met de leefwereld van een deel van haar consumenten. Er gaapt een groot gat tussen pers en modehuizen enerzijds, en het hippe doelpubliek van de luxe mode anderzijds. Of het nu gaat om coole jongeren of kapitaalkrachtige dertigers en veertigers, iedereen is opnieuw aan het maken geslagen. DIY is hipper dan ooit. Probeer maar eens een plekje te bemachtigen in een naaicursus. Wachtlijsten alom. De mode uit Parijs teert nog op het oude imago de leermeester te zijn. Wanneer je consumenten echter meer afweten van coupes en stoffen, heb je als expert een probleem. Waarom zou een consument naar de dure boetieks hollen, als hij zelf met meer precisie een jurk kan afwerken of een trui kan breien? De dominantie van luxe mode is aan haar laatste adem toe.

Waarom zou een consument naar de dure boetieks hollen, als hij zelf met meer precisie een jurk kan afwerken of een trui kan breien?

Nochtans brengt Li Edelkoort geen pessimistisch verhaal. Enigszins nostalgisch pleit ze voor een terugkeer naar de “nobele belangstelling voor stof en snit zoals we zagen vóórdat de prêt-à-porter – de confectie – uitgevonden werd”. De klok terugdraaien naar het begin van de twintigste eeuw kan echter niet. In de modewereld kan je de invloed van branding en storytelling niet zomaar uitvegen. De toekomst van de luxe mode ligt niet in een eenvoudige terugkeer naar de technische hoogstandjes van weleer. Inderdaad, de kloof tussen mode en consument kan gedeeltelijk gedicht worden door een investering in vakmanschap. Wil de modewereld ook de richting blijven bepalen, dan moet zij meer uit de kast halen.

Zo kunnen modehuizen een hernieuwde aandacht voor techniek combineren met het verhaal dat ze willen vertellen. Een aantal modeprofessionals heeft deze boodschap begrepen. De Nederlandse ontwerpster Iris Van Herpen bijvoorbeeld, onderzoekt stoffen en materialen. Zij is een toonvoorbeeld van hoe luxe mode in de eenentwintigste eeuw meer kan zijn dan een goedgemaakt kledingstuk en meer studie vereist dan enkele jaren naailes. Wanneer de luxe mode dit pad volgt in de toekomst, zal ze niet in vrede moeten rusten. Zij daagt dan net uit om op een andere manier naar kledij te kijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!