“Na de transitie ben je niet altijd in één klap weer gelukkig”

31 maart is het International Transgender Day Of Visibility. Nog voor de fysieke transitie, ontbolsterde Sarah volledig dankzij een simpele cursus visagie. “Voor het eerst voelde ik me volledig thuis in een groep. Ik mocht mezelf uiten als wie ik ben.” Tekst: Deborah Seymus. Foto’s: Christophe Luts
Als puber kwam Sarah (44), vroeger Steven, erachter dat ze in het verkeerde lichaam was geboren. Haar relaties met vrouwen liepen steeds op de klippen en de kleren die ze droeg, voelden niet goed. Na een huwelijk dat vier jaar duurde, besloot ze dat er iets moest veranderen en meldde ze zich aan bij het genderteam in het UZ Gent. Sarah wist dat ze haar ware aard niet langer meer kon verbergen en kwam openlijk uit voor haar echte identiteit. Ze koos als transvrouw voor een volledige hormonale en operatieve geslachtsaanpassing. Het was een lange weg en vooral het opmaken van het gezicht als vrouw bleek niet altijd even evident. Door een cursus visagie die ze volgde aan de Schoonheidsschool durfde ze zich voor het eerst vol vertrouwen in het openbaar te laten zien.

“Ik was dertien jaar toen ik voor het eerst voelde dat er iets niet klopte. De kleren die ik droeg voelden niet lekker. Ik was eerder geïnteresseerd in ‘meisjesdingen’ dan ‘jongensdingen’. Zo voelde ik me ook instinctief beter begrepen en veiliger onder meisjes dan onder jongens. Tijdens mijn puberteit en tienerjaren vertelde ik dat wel eens vluchtig tegen een vriend of vriendin, maar dat kwam zelden voor. Heel af en toe zei ik mijn ouders dat het lichaam waarin ik zat niet klopte. Maar er echt open over praten met mijn ouders durfde ik niet. In die tijd heerste er nog een enorm taboe op het begrip transvrouw. Uit angst om niet begrepen te worden, hield ik het dan maar voor mezelf.

“Als cipier hoorde ik bij het mannenclubje waar alles draaide rond prestatie en bewijsdrang.”

Als jongvolwassene kon ik wel bij mijn huisdokter terecht voor een gesprek. Hij toonde begrip voor de situatie en zei dat het nu echt tijd werd om een serieus gesprek te voeren met mijn ouders. Ondanks zijn steun wou ik er niet over praten uit schrik voor hun reactie. Later, toen ik wat ouder was, stelde een vriendin voor om samen naar een psycholoog te gaan. Voor het eerst had ik het gevoel dat ik het aandurfde om te vechten voor mijn echte identiteit. Een maand voor het gesprek bij de psycholoog verongelukte mijn vriendin en overleed ze aan haar verwondingen. De moed zakte me in de schoenen en ik besloot om het te laten rusten.

Zo verdween het onderwerp stilletjes steeds meer naar de achtergrond, terwijl ik me alleen maar slechter en wanhopiger begon te voelen. Op mijn werk hadden de collega’s in de gevangenis niets door. Als cipier hoorde ik bij het mannenclubje waar alles draaide rond prestatie en bewijsdrang. Het viel me al snel op dat ik niet dezelfde technische bagage had als mijn collega’s, en niets had met de typische mannelijke onderwerpen zoals klussen in huis en gevechtssporten. Als het aan mij lag, praatte ik liever over emoties en wisselde ik ervaringen in het leven uit.

Doordat ik constant mijn ware identiteit moest verbergen, ging ik er bijna aan onderdoor. Toch hield ik mijn leven en identiteit als man vol. Pas na een huwelijk van vier jaar waaruit een zoontje was voortgekomen, realiseerde ik me dat de situatie zo niet langer kon blijven duren. Mijn partner, met wie ik al een tijdje samen was, wist vanaf het begin van de relatie dat in het lichaam van Steven eigenlijk een Sarah verborgen zat. Het vrouwelijker kleden en gedragen als vrouw was voor mijn toenmalige partner geen probleem. Maar door haar conservatieve achtergrond wuifde ook zij de gesprekken weg over het ondernemen van verdere stappen zoals operaties en het dragen van make-up.

“Als man ben je nooit in aanraking gekomen met make-up, dus wanneer je je als vrouw voor het eerst opmaakt gaat er een wereld voor je open.”

Rond diezelfde periode besloot ik mij in te schrijven voor een cursus visagie, omdat ik geen flauw idee had hoe ik make-up moest aanbrengen. Tijdens mijn lessen aan de Schoonheidsschool viel ik van de ene verbazing in de andere. Er ging ineens een wereld voor me open. Als vrouw word je al snel aangeleerd wat make-up is, waar het voor dient en hoe je jezelf er op je mooiste kunt laten uitzien. Jonge meisjes stelen stiekem de lippenstift van hun moeder of brengen, met heel veel knipperen, voor de eerste keer mascara aan. Ik heb nooit ervaren wat het is om dat gevoel te hebben, want van jongens wordt niet verwacht dat ze zulke dingen doen.

Natuurlijk merkte ik wel dat ik er enorm veel interesse voor had, maar aangezien ik geen idee had hoe of waar te beginnen, bleef ik er ver van weg. Door de cursus visagie leerde ik voor het eerst wat je allemaal met make-up kon doen. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me thuis in een groep. Hier draaide het niet langer om een identiteit vanuit een bepaald karakter neer te zetten, maar een gezicht op die identiteit te plakken. Ik mocht voor het eerst mezelf uiten als vrouw en ik werd geaccepteerd door de mensen rondom mij.

Al die jaren had ik mijn ware identiteit aan de kant gezet en mezelf wijsgemaakt dat het gewoon te maken had met een bepaalde gedachtegang. Ik moest en zou me kunnen aanpassen aan het lijf dat ik had gekregen, maar nu pas voor het eerst werd mijn gevoel, dat ik niet in het juiste lichaam was geboren, ook effectief bevestigd. Wat ik leerde tijdens de cursus oefende ik thuis meermaals na voor de spiegel. Telkens na een nieuwe les liep ik een stukje meer zelfverzekerd naar buiten. Door de juiste delen van een gezicht te accentueren, leerde ik hoe je een gelaat er beter kon laten uitkomen. Zo leerde ik steeds beter hoe ik mijn mannelijke kenmerken kon verbergen, terwijl ik mijn vrouwelijke details in de kijker leerde zetten.

Uiteindelijk liep ik twintig jaar rond met het ondraaglijke idee van in het verkeerde lichaam te zitten. Eind 2015 hakte ik de knoop door en waagde ik de sprong om uit de kast te komen. Er gingen veel gesprekken aan vooraf met psychologen, maar de lichamelijke transitie kon eindelijk opgestart worden. Anti-mannelijke hormonen zouden ervoor zorgen dat typisch mannelijke processen zoals baardgroei en borsthaar werden afgeremd. De toevoeging van vrouwelijke hormonen stimuleerden mijn vrouwelijkheid. Ik mocht pas stoppen met het innemen van anti-mannelijke hormonen na mijn castratie, die vrij snel plaatsvond. Daarna volgden een dertigtal laserontharingsessies in de borst- en baardzone.

Ik zag mijn lichaam zienderogen veranderen en kreeg door de hormonen steeds meer vrouwelijke kenmerken. In 2017 en 2018 volgden op veertien maanden tijd drie loodzware operaties. Ik werd geopereerd aan mijn stembanden, zodat ik een hogere stem zou krijgen. Ook volgden er heel wat sessies logopedie. De gezichtsoperatie die ik onderging, duurde zeven uur. Mijn haarlijn werd naar beneden gehaald. Het neusbot, een typisch mannelijk bot dat doorloopt tot boven de wenkbrauwen, werd afgeschaafd. De jukbeenderen werden naar buiten gezet, de lippen werden gelift en mijn kaaklijn werd versmald.

De derde en laatste operatie was de zwaarste. Ik kreeg op hetzelfde moment een borstvergroting én een geslachtsoperatie. Herstelproces: twee maanden. Thuis moest ik viermaal per dag een uur op bed plat liggen met een vaginale prothese in, zodat mijn vagina niet zou dichtgroeien. Ook kwam daar telkens het reinigen en vervangen van verband aan te pas. Het is een enorm zwaar proces voor mij geweest, zowel op mentaal als fysiek vlak. Ik moest eerst de stap durven zetten om uit de kast te komen en het  vervolgens ook aan iedereen uitleggen. Toen pas dat achter de rug was, vond de transitie plaats.

“Tijdens de transitie ben je alleen maar met jezelf bezig, het herstel van je lichaam en wat de volgende stap gaat zijn. Maar daarna volgt er een zwart gat.”

Wanneer de operaties achter de rug zijn en de psychologische gesprekken op zijn einde lopen verwachten mensen van een transgenderpersoon dat die nu eindelijk gelukkig is. Je bent niet per sé in een klap gelukkig doordat er iets is rechtgezet aan je lichaam. Vergelijk het met een scheve neus. Als dat al van bij de geboorte mis is en het wordt daarna gecorrigeerd, spring je ook niet gelijk een gat in de lucht. Het geluk moet je zelf maken, dat hangt af van de keuzes die je na de transitie maakt.

Ondanks de moeilijke periodes op mentaal en fysiek vlak bleef ik ondertussen werken en sporten. Daardoor heb ik alle aanpassingen aan mijn lichaam op een ongeziene tijdspanne kunnen afleggen. Binnen drie jaar is Steven volledig veranderd in Sarah en is alles hersteld. Dokters, psychologen en verplegend personeel vertelden me dat het zelden voorkomt dat de operaties zo goed lukken. Mijn zoon van vijf heeft nooit vragen gesteld over zijn nieuwe ‘mammie’. Wel heeft hij eens flink gelachen toen ik met roze pantoffels aan kwam zetten. Voor hem was het vanaf het begin van de transitie heel duidelijk. Hij heeft nu een mama en een mammie. Dankzij de begeleiding van een kinderpsycholoog zijn daar nooit problemen rond geweest.

Wat me vooral opviel na mijn transitie, is hoe ik veranderde als mens, en dan vooral hoe ik als Sarah naar mensen om me heen kijk. Door zelf jarenlang anders behandeld te worden kan je je veel beter inleven in iemand die door de maatschappij buitengesloten wordt. Je wordt toleranter, meer begripvol en weet dat de vooroordelen die je vroeger koesterde tegenover andere mensen vaak niet kloppen. Omdat ik nu zelf heb ervaren hoe het voelt om uitgestoten te worden door de maatschappij ben ik een beter mens geworden. Ik voel me niet langer verbitterd. Ik hou van de Sarah die ik ben geworden, op die persoon kan ik trots zijn.”

Tekst Deborah Seymus. Foto’s: Christophe Luts

Plaats zelf een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de leukste club van het internet en krijg: 2 bookzines per jaar, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.

En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is!

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

Toko Space
t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen

%d bloggers liken dit: