Erotisch verhaal

De nacht van het vergeten

De nacht van het vergeten

Omdat je niet op het Belgische weer kan rekenen voor een hete zomer, doen wij eigenhandig de temperatuur een paar graden stijgen. Tijdens de zomermaanden trakteren we jullie elke week op een heet verhaal. We selecteerden de warmste woorden uit ons archief en vulden ze aan met heerlijk materiaal van onze nieuwe auteurs. Sit back, relax en laat je fantasie de vrije loop.

Ik heb geen zeemansbenen. Slechts een week mosselhart.

Here we go again.
Twee voetstappen verwijderd van waar ik zo hartstochtelijk graag wil zijn en daarom niet meer komen wil. Nooit.
Zo ver en zo dicht bij de man die ik niet krijgen kan. Again.
Hij morrelt de sleutel in het slot en opent de deur zoals hij wat voor deur dan ook opent: hij doet het gewoon. In één minzame, doortastende adem.
(Mocht hij ons nu eens gewoon doen.)

Ik doe ook, en stap over de drempel heen. Iets minder doortastend weliswaar, maar toch.
Uppercut.
De geur van wasverzachter slaat mij net niet K.O. op de grond. Fuck wasverzachter, wasverzachter is helemaal niet zo zacht.

Hij draait zich om en draait me op. Die glimlach plus die dodelijke, bloody Robijn. Ik geloof dat ik ter plekke ga smelten en niets anders meer ben en ooit worden zal dan een nietig, geilig plasje.

Mijn benen worden slap, en mijn verstand nog meer. “Laat je niet in met een man die niet liefhebben ka-”
Uitgeschakeld. Hersens in de pan.

Ik volg richting kille woonkamer. Hij steekt de vlam in de gaskachel en neemt me onderzoekend op. Ik hurk neer voor het vuur. Een beeld dat hij op zijn netvlies brandt. Dat lees ik in zijn ogen.
Zijn blik: alsof hij al mijn gepantserde stoerheid scalpeert en moeiteloos doordringt tot het diepste van mijn zijn. Zucht.

Hij zit voor mij en doet het weer: kruist de benen overlangs. Staat op mijn netvlies gebrand. Alsof er nog niet genoeg brandt. Ik wist niet dat benen zo schoon kruisen konden.

Elke ochtend voor de kleerkast is een nieuwe kans om vindingrijk te zijn.

We praten losjes. Over whisky’s en reizen. Over van alles en nog wat. Maar niet los genoeg om te praten over wat er echt toe doet. Over het hart bijvoorbeeld. Dat gewond, vertrappeld hart van hem.
Ondertussen: nog meer whisky en wat schuifelen, druppelsgewijs naar mekaar toe. Onze lichamen naderen, in tegenstelling tot de woorden. Maar ze plakken niet. Nog niet. Noch de woorden, noch de lichamen. De aarzeling is nog daar.

“Moe.”
“Jij ook?”
“Slapen.”
“Waarnaartoe?”
Rien ne va plus.
Helemaal heen: de trap op. Het hol in.
Hersens nog steeds in de pan.

Een stilte hangt zwanger tussen dwarrelende kleren en richting bed duikende lijven.

De aarzeling wordt gesmoord door de valse veiligheid van de welriekende lakens.
Lepel-lepel en blijven asemen in onderdrukte, zachte zuchtjes.

Zijn vingers strelen de mijne, zeggen: ‘Ik ben bang’.
Mijn vingers antwoorden ‘ik weet het’. Van daar naar handruggen en palmen naar borsten. Hij de mijne vooral. Cirkelt er omheen, om mijn tepels. Ik knijp hem aanmoedigend toe. En hij knijpt ook. Harder. In de borsten.
‘Ja, doen. Knijp tot het pijn doet. Een beetje maar. Toe maar. Doe maar. Een heel klein beetje pijn.’

Ik haak de sluiting van mijn beha, en daarmee ook alle remmingen, los. Het is officieel naar de kloten. (And I love it.)
Ik kus hem zachtjes op de lippen, bijt, kus nog meer. Zijn handen gaan over mijn rug naar mijn billen. Daar houdt hij halt. En bevoelt ze alsof hij nog nooit billen heeft gevoeld.

‘Je bent zo mooi’, verzucht hij zachtjes.

Ik kan hem wel –
Ik gooi mij op z’n lijf van boven naar onderen. Verken zowat elke centimeter, van boven naar onderen. Van hals naar heerlijk zachte borstkas. Richting –
Draai er in cirkeltjes omheen. Om hem langzaam aan te pijpen met alles wat ik in mij heb. Alles wat ik voel lik, zuig en verbijt ik zacht-hard. In en op zijn lul. Omdat het niet anders kan.

Hij wordt er bloedgeil van.
Ik word er bloedgeil van.
Zijn mooie vingers gaan naar mijn kutje. Ze komen in mij. Zijn vinger, mijn vinger. ‘Zo lekker.’
Geneukt worden. Ik hou zo heel erg van geneukt worden. En kus hem zoals men kust wanneer men geneukt wil worden. Gretig. Gretiger. Gretigst.

Hij kust mijn hals. Likt mijn oor. Gaat helemaal recht op me zitten. En kijkt me – heel even – zeemzoet aan. Ik capituleer.

Wil zoveel. In hem kruipen, als ware hij een baarmoeder. Maar dan met spieren en ballen. Veilig en geborgen. Ik voel me klein, rank en heerlijk nietig in die verstrengeling van armen en vel. Dat vel.
Ik vind een plekje. Zo zacht. Langs de zij van zijn rug. Een putje. Ik kan het blijven strelen. Zo schoon.
Of niet. Ik –
Hij kust mijn hals. Likt mijn oor. Gaat helemaal recht op me zitten. En kijkt me – heel even – zeemzoet aan. Ik capituleer.

Hij ook. Houdt het niet langer.
Ik knijp ‘m.
Hij keert me om. Ik voel zijn blik op mijn poep rusten. Voel hoe hij daarvan geniet. Zijn geilheid overal.
In mij.
In zijn ogen.
In mij.
In hoe hij me bij de schouders vastgrijpt.
In mij.

Alsof zich aan elkaar vergrijpen een pleister op de wonde zou kunnen zijn.
F*** the pain away.

Ik heb geen zeemansbenen. Slechts een week, geilig, mosselhart.

Foto: Istock

Schrijf je reactie

Lees verder in Lijf

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen