“Je kan na een depressie wel degelijk opnieuw zin in het leven krijgen”

“Je kan na een depressie wel degelijk opnieuw zin in het leven krijgen”

Je kent Aron Wade wellicht als de energieke komische acteur uit ‘De Kotmadam’ of ‘W817’. Enkele jaren geleden raakte hij in een zware depressie. Naar aanleiding van zijn boek ‘Eerlijk met mezelf’ dat binnenkort in de winkelrekken ligt, doet hij zijn verhaal. Openhartig vertelt hij over de manier waarop hij in een diepe donkere put terechtkwam, maar hoe hij daarna opnieuw vreugde vond.
In 2014 werd ik officieel gediagnosticeerd met depressie. Hoe confronterend dat ook was, onverwacht was het niet, want mijn lichaam gaf al jaren signalen dat het niet goed met me ging. Ik had last van migraineaanvallen en slapeloosheid. Uiteindelijk verloor ik volledig de vreugde. Wat overbleef was verdriet en angst voor de totaliteit van het leven. Het was alsof iemand plots tegen me had gezegd dat het leven eindig is en we op een dag allemaal dood gaan. De absurditeit, de zinloosheid van mijn bestaan werd een obsessie die me totaal verlamde.

“Een depressie wordt vaak met onbegrip onthaald, want in tegenstelling tot een fysieke ziekte is het niet zichtbaar.”

Ik merk vandaag dat mensen nog steeds niet goed weten wat een depressie inhoudt. Er hangt een taboe rond mentale ziektes. Een psychiater wordt meteen gelinkt aan ‘het gekkenhuis’, een depressie wordt vaak weggewuifd als luiheid of aanstellerij. Het onbegrip is er ook omdat anders dan een fysieke ziekte, depressie niet zichtbaar is. Ik herinner me het moment waarop mijn therapeute me vertelde dat depressie een ziekte is. Tot dan dacht ik dat mijn donkere gedachten aan mijn karakter lagen, ik dacht dat het mijn lot was. Maar toen ik besefte dat ik ziek was, snapte ik dat het behandelbaar was en dat ik kon herstellen. Er was een uitweg mogelijk uit het diepe dal.

Het is heel belangrijk dat ook andere mensen dit inzien. En hoe moeilijk het ook is om te praten over depressie, dialoog is essentieel. Daarom deel ik mijn verhaal, dat tegelijk ook van mij blijft. Want elke depressie is anders.

Ik zie mijn depressie als het samenstromen van vele rivieren die uiteindelijk een Tsunami veroorzaken waaraan geen ontsnappen meer mogelijk is. Ik maakte verschillende dingen mee die ik geen plaats kon geven. Toen ik zeven was kreeg ik een hete frietketel over me heen. Dat is fysiek, maar vooral mentaal zwaar geweest. Ik lag door meerdere operaties lang in het ziekenhuis, vaak alleen omdat mijn beide ouders drukbezette zakenmensen waren. Ik weet ook nog hoezeer ik walgde van mezelf toen ik mijn verbrande lichaam zag. Ik werd een angstig, onzeker kind, het duurde bijvoorbeeld lang vooraleer ik weer durfde te fietsen of zwemmen. En door mijn afwezigheid had ik ook een leerachterstand, waardoor ik de anderen niet kon bijhouden en nergens in uitblonk.

“Al onze bezittingen werden op één dag in beslag genomen. Plots hadden we niets meer.”

Daarna werd ik ook met andere dingen geconfronteerd die ik niet kon kaderen. Doordat mijn ouders enkele platenzaken hadden, was er thuis noodgedwongen minder aandacht voor ons kinderen. Toen ze later failliet gingen, zag ik voor de eerste keer mijn moeder, normaal een sterke vrouw, instorten. Al onze bezittingen werden op één dag in beslag genomen. Plots hadden we niets meer. Het overlijden van mijn stief-grootvader met wie ik een hechte band had, was opnieuw een bron van verdriet. Overal werden me dingen afgenomen en niemand legde me uit waarom. Tijdens mijn studies verloor ik ook mijn grootmoeder en daarna mijn vader op 48-jarige leeftijd. De vroege dood van mijn vader beïnvloedde me, ik dacht dat het voor mij ook al jong einde verhaal zou zijn, ik zou zijn lot delen. Tijd om dit alles te verwerken gaf ik mezelf niet. Daardoor begonnen zich allerlei gezondheidsproblemen op te stapelen, totdat ik uiteindelijk een tijdje opgenomen werd in het ziekenhuis in Gent waar ik terug op krachten kwam. Maar echt werken aan mezelf deed ik er niet, hoewel de therapeut me verwittigde. En zo werd deze kleine depressie twintig jaar later een hele grote.

Want mijn issues bleven onverwerkt. En dat zag ik naarmate ik ouder werd op alle vlakken van mijn leven. Mijn normaal gezonde zenuwen voor een voorstelling evolueerden naar een diepe angst. Ik kon het gewoon niet meer opbrengen om steeds het masker van de vrolijke acteur op te zetten, terwijl ik mij zo slecht voelde. Ik stond te bibberen van angst voor een voorstelling. In 2010 kreeg ik tenslotte op het podium een migraineaanval, waardoor ik in paniek schoot. De dokter die me toen onderzocht vermoedde dat het iets mentaals was. Maar twee dagen later was ik dat alweer vergeten.

Ik denk dat de comedy en het acteren een vluchtwereld vormden waarin ik wegliep van mijn neerslachtigheid. Onbewust was het een verlangen om weg van woede en verdriet te gaan. Ik zette mijn te veel aan energie om in het theater, terwijl die energie zich thuis in donkere gedachten manifesteerde. De humor en mijn imago van spring-in-‘t-veld speelden me bovendien parten. Als ik vertelde dat het niet zo goed met me ging, geloofden veel mensen me niet. Ze namen mij daarin precies niet au sérieux. Dat onbegrip maakte mijn radeloosheid enkel maar groter. Zodat ik op een dag naar mezelf in de spiegel keek en dacht ‘Wie is dit?’ En ik sloot me in mezelf op.

“Op een dag keek ik naar mezelf in de spiegel en dacht ‘Wie is dit?’”

Een depressie is een eenzaamheidsziekte. Ik kon gewoon geen mensen verdragen. Soms had ik bezoek en overviel me plots een stemming van boosheid of verdriet en beval ik die persoon te vertrekken, zodat ik alleen in mijn deken kon wegkruipen. Ik sprak er dus aanvankelijk ook niet over, niemand kón mij begrijpen. Deze isolatie was nefast voor me, want het bracht me uiteindelijk in een fase die ik de zelfmoordmodus noem. Ik sprak af met kennissen en vrienden en deed er afscheidspeeches. Het was de meest donkere periode uit mijn leven, want ik wilde een einde maken aan mijn depressie, maar had de moed niet.

Ik hield mezelf lang voor dat mijn klachten voortkwamen uit een fysiek probleem. Maar onder andere slaaponderzoeken wezen uit dat de oorzaak in mijn hoofd lag. Ik heb toen de stap gezet naar therapie. Dat ging eerst moeizaam want voor de psychiater zette ik een karakter neer. Hoewel ik haar steeds meer begon te vertrouwen, bleef ik in cirkelredeneringen denken. Toen ben ik moeten overstappen op medicatie. Die beslissing stelde ik lang uit, want ik was altijd voorgehouden dat hulpmiddelen een teken van zwakheid zijn. Maar die medicatie heeft mij de zuurstof gegeven om te werken aan mezelf, het gaf me een zetje om opener te zijn tegen mijn therapeute. Ik wil wel duidelijk maken dat medicatie alleen nooit een probleem oplost. Praten en therapie blijft essentieel om een depressie te overwinnen.

“Het leven is geen goednieuwsshow, ik ben niet volledig genezen.”

Geleidelijk aan ben ik mezelf liever gaan zien. Ik heb ook pas in therapie gemerkt dat ik heel hard voor mezelf was en hoe perfectionistisch ik ingesteld was. Ik kan nu makkelijker aanbiedingen afwijzen door mezelf de vraag te stellen: wil ik die extra druk wel en waarvoor? Voor mijn status of voor mijn plezier? Bovendien probeer ik ook milder te zijn voor mezelf. Fouten zijn er om te maken. Vallen doet iedereen, de kunst is om opnieuw recht te staan. Daarom schrijf ik ook dit boek. Ik wil mensen laten weten dat het niet erg is om te zeggen ‘het gaat even niet’.

Ik ben nog niet helemaal genezen. Ik volg nog steeds therapie en neem medicatie. Ik voel nog steeds dat ik wankelere periodes heb, waarvoor ik alert moet blijven. Dat moet je niet fatalistisch opvatten, want deze alertheid geeft me juist vrijheid. Mindere periodes verlammen of verontrusten mij niet meer zoals vroeger. Ik ben ook niet dezelfde persoon meer, ik weet nu meer, ken mezelf beter. Dat is ook wat ik met de foto wil duidelijk maken. Tijdens mijn depressie was ik uiteengevallen, mijn identiteit barstte uiteen. Ik wist niet wie ik was. En dus moest ik alle stukken weer bij elkaar rapen, onder andere door het verleden onder ogen te zien. Toch verdwijnen de barsten nooit en blijf ik met de scheuren leven. Het leven is geen goednieuwsshow, ik ben niet volledig genezen. Het leven na een depressie is niet meer hetzelfde als ervoor. Maar je kan wel degelijk opnieuw zin in het leven krijgen.

De mens is kwetsbaar en dat wordt in onze welvarende prestatiemaatschappij snel vergeten. Altijd maar moet presteren legt een ongelofelijke druk op mensen. Al van in de kleuterkas word je aangemoedigd om de beste te zijn. ‘Perfectie staat het goede in de weg’, zeiden de Grieken al. We streven perfectie na, terwijl ik denk dat tevredenheid al mooi is, af en toe gekruid met gelukkige momenten. Bovendien verkeren we door de nieuwe technologieën in een staat van constante alertheid. Berichtjes blijven binnenstromen, bij elke melding doen onze hersenen ‘pok!’. Ons brein heeft gewoon nooit rust. Daarom is het belangrijk om jezelf te bevragen en voor jezelf te zorgen. Luister op tijd naar de signalen die je lichaam je geven. Stel je op tijd de vragen ‘welk leven wil ik en wat voor mens wil ik zijn?’. Egoïsme is niet slecht, want om voor anderen te kunnen zorgen moet je eerst en vooral jezelf verzorgen.

We mogen ons vooral niet schamen om uit te komen voor verdriet.

We mogen ons vooral niet schamen om uit te komen voor verdriet. Sommigen kunnen bepaalde dingen nu eenmaal moeilijker behappen dan anderen, dat is ook niet erg. Het stigma dat hangt rond psychiatrie en medicatie is nog te groot. Dat zie je ook op andere vlakken in onze maatschappij: na een verplicht intakegesprek voor therapie is er een wachtlijst van zes maanden voordat de behandeling start. Dat is met mensenlevens spelen, want mensen gaan pas hulp zoeken als het al erg is. Een psycholoog kost bovendien fortuinen. Het toont hoe weinig prioriteit wordt gegeven aan mentale ziekten vanuit de politiek.

Daarom wil ik bijdragen aan een groter debat. Ik besef dat ik alleen niets zal veranderen, maar alle beetjes helpen om depressie bespreekbaarder te maken. Ik hoop dat mensen die zich herkennen in mijn verhaal beseffen dat hulp zoeken geen teken van zwakte is, maar juist blijk geeft van menselijkheid.

‘Eerlijk met mezelf komt op 25 september uit bij uitgeverij Houtekiet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!