Papa en mama willen ook eens opgehaald uit het ballenbad

Wanneer zoon Nummer 1 naar de crèche is gebracht en man M weer thuis is, zegt hij op die unieke toon die serieus is, maar waar al die hint van een grap inzit: “Papa en Mama willen graag opgehaald worden uit het ballenbad.” We gniffelen eerst en daarna moeten we enorm lachen. Een last valt van mijn schouders. Lachen maakt zoveel goed.
Het ballenbad verwijst naar ons leven op 48m2 met twee jonge kinderen, geldzorgen en meer dromen en ambities dan in één leven passen. Het ballenbad is ook die viskom waar we inzitten, ik thuis met moederschapsverlof, hij omdat er even niet zoveel werk is (ergo: de geldzorgen). Soms, als we knetter worden van het ballenbad, vraagt de een aan de ander: “cabin fever?”. Er moet wat veranderen, dat weten we ook wel. Maar wat en vooral hoe, daar breken we ons het gedeelde hoofd over.

Morgen is er een trekking van de Staatsloterij. We hebben elk twee lotjes gekocht, in het ballenbad bekend als “lucky lotjes” (“Ik heb even twee lucky lotjes gehaald bij de Primera”). Als we winnen, gaan we knallen. Als we niet winnen, gaan we verder. En de kans is nu eenmaal het grootste dat het laatste realiteit zal worden. Verder gaan dus, buffelen noemen we het ook wel, dat klinkt wat positiever dan ploeteren. Want ploeteren is het niet – we hebben ongelooflijk veel lol. Bijvoorbeeld wanneer Nummer 1 op het deuntje van “De wielen van de bus” een ochtendlijk geschil doorneemt: “mama zegt nee, mama zegt nee!”. Of wanneer zoon Nummer 2 het uitgiert van het lachen omdat M zijn naam van laag naar hoog en terug zingt.

“Morgen is er een trekking van de Staatsloterij. Als we winnen, gaan we knallen. Als we niet winnen, gaan we verder.”

Een Engelse schrijver zei ooit over het ouderschap dat er te veel liefde in het spel is om gelukkig te kunnen zijn als ouder. Het ene moment zwelt je hart van pure liefde, extreme en alles verzengende liefde, om dan plotsklaps om te slaan in die verpletterende en verlammende angst dat dat geluk wel eens eindig zou kunnen zijn. Ouder zijn betekent voortdurend heen en weer geslingerd worden door dit soort tegenstrijdige gevoelens.

Misschien heeft iemand je het wel eens verteld voor je kinderen kreeg, maar dit soort gevoelens zijn niet in woorden over te brengen. Hoe het echt voelt, ontdek je pas als je kinderen hebt. Dat is het makke eraan; je denkt er natuurlijk over na voor je er aan begint, praat, wikt en weegt. Maar wat vrienden en familie bedoelden, besef je pas echt op het moment dat je kindje geboren is. Misschien nog niet die eerste seconde, het besef en de schok komt met enige door adrenaline voortgestuwde vertraging aan.

Circa rond het moment dat de kraamzorg gedag zegt, begin je te begrijpen wat er voorzichtig werd geopperd, wat tussen de regels door in al die gesprekken doorklonk, wat mensen je proberen te zeggen zonder het te zeggen: ouder worden, ouder zijn is kei en keihard werken. En de taboes zijn er nog in overvloed, dat zijn alle dingen waar je het nooit over hebt gehad, die je misschien durft te denken, maar zeker niet uitspreekt, waarvan je ze ook nooit zult doorvertellen. Dat vertaalt zich meestal zo: alle clichés zijn waar en dan is er nog heel veel wat je niet in de Prénatal-catalogus leest maar wel zult uitvogelen, oké? En succes he! Het is echt heel bijzonder.

“Rond het moment dat de kraamzorg gedag zegt, begin je te begrijpen wat mensen je proberen te zeggen: ouder worden is keihard werken.”

We zitten, dat zal nu wel duidelijk zijn, volop in de Tropenjaren: de jaren met jonge kinderen, een gekmakend (letterlijk gekmakend, laat ik dat taboe dan toch even aanstippen) gebrek aan slaap, een chronisch gebrek aan tijd voor jezelf en je relatie (de meningen verschillen hierover enigszins maar sommigen houden de één-jaar regel aan, anderen spreken weemoedig over vijf jaar). Dit zijn de jaren met jonge kinderen waarin je, no matter what, niet uit elkaar gaat. Yep, je vrouw is allicht zo gek als een deur, wen er maar aan, het duurt nog even, en ja, je moet het even zonder seks en aandacht en liefde en affectie doen want daar is nu geen tijd voor laat staan energie en sorry, ik moet echt even die was nog uithalen we praten zo verder oké? en kan jij ondertussen even kijken waarom Nummer 2 maar blijft roepen?.

Mensen met oudere kinderen leggen wel eens een hand op mijn schouder, of aaien over mijn rug. De ogen van de oudere moeders zeggen: het wordt beter, volhouden meisje. Professionals maken er een punt van om elke keer aanmoedigend te zeggen: wat doen jullie het goed! Daar teren we dan weer een paar dagen op. En we doen het ook goed. We doen het hartstikke, ongelooflijk goed.

(Het lucky lotje, dat zat er nog niet bij, dus die schouderklopjes en aanmoedigingen, dat is wat ons voorlopig drijvend houdt, hier in het ballenbad.)

Foto: Istock
4 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!