Column

Aan alle bange badpakjes, aan de kant van het zwembad

Aan alle bange badpakjes, aan de kant van het zwembad

Falen, het is hip. Het is een modewoord. De jongens in Silicon Valley schijnen het constant te doen. Maar falen, het is makkelijker gezegd dan gedaan. Zeker voor perfectionisten in een perfectionistische samenleving. En dat ben ik. In januari van dit jaar had ik het gevoel dat ik helemaal gefaald was en schreef ik dit:

Ik sta hier. Het is een dinsdag. En ik heb zo hard gewerkt om hier te geraken. Maar deze ochtend maakte mijn baas gruwelijk duidelijk dat ik nergens ben geraakt. Ik heb niet gefaald, ik ben gefaald.

Falen is hip tot het jezelf overkomt. Dan voelt falen als vallen met de fiets terwijl je een steile berg afrijdt zodat je de helft van je gezicht kwijtraakt op het asfalt. En het enige wat ik kan denken is: er gaat iemand veel werk hebben om al die stukjes van mij terug van het asfalt te schrapen. En ik ben niet die ‘iemand’. Want ik ben te moe. En er zijn te veel stukjes.

Ik ben gefaald. En ik denk: mijn toekomst is dat van een stuk ruimteafval. Je weet wel, de onderdelen van de ruimteraket die ze enkel nodig hebben om op te stijgen, maar die ze lozen eens het ruimteschip in de ruimte komt? Ik ben dat. Zo’n zwevend stuk ruimteafval dat nutteloos in het universum hangt. Waar gaan die dingen naartoe? (ik vraag het gewoon, voor een vriendin) Blijven die eeuwig in het universum rondzweven? Komen die ooit een bevriend stuk ruimteafval tegen? Krijgen die nog een knuffel voor ze met een druk op de knop geloosd worden? Persoonlijk zou ik nu wel zo’n knuffel kunnen gebruiken.

Maar dus raketafval. Dat ben ik. Dat is het. Niet meer.

“Ik wil geen potentieel hebben én het dan niet waarmaken.”

En het enige dat ik nu wil doen, is de tijd terugdraaien. Niet om mijn werk opnieuw te doen. Zot. Dat is te veel werk, te moeilijk. Ik wil gewoon hun oordeel terugdraaien. Ik wil geen potentieel hebben én het dan niet waarmaken. Of nee. Ik wil dat mijn baas belt om te zeggen dat hij zich vergist heeft en dat mijn werk toch goed was. En dat ik geniaal ben, liefst dat.

Het schijnt dat falen hip is. Maar ik vraag mij echt af wie dat verzonnen heeft? Misschien Eva Pauwels? Of nee. Het is waarschijnlijk de gast die ook per ongeluk Instagram uitgevonden heeft. Eikel. Als je zijn naam kent, laat het mij weten, dat ik hem even van een brug gooi.

Kijk, falen mag dan hip zijn. Ik haat het. Ik wil dingen goed doen. Ik wil slagen. Ik ben in het middelbaar afgestudeerd met 86%. Ik heb toen ook de prijs voor Latijn én die van Nederlands gekregen. Niemand wilde die hebben, maar ik wél. Ik heb ooit nog 19 op 20 gehaald op een examen Multilevel Analysis in een extra master in de Statistiek. Voor alle duidelijkheid: ik wilde geen Master in de Statistiek doen, laat staan een vak volgen dat Multilevel Analysis heet. En toch die 19 op 20. Dat is hoe hard ik het haat om te falen.

Dus ja, de mensen die zeggen dat falen de max is en dat we dat allemaal moeten delen. Hierbij: ik ben gefaald. Het is gebeurd. Ik heb het gedeeld. Maar meer kan ik niet doen. Ik zou graag zeggen dat ik het oké vind en dat ik denk dat ik er veel van ga leren en ‘what doesn’t kill you makes you stronger’ enzo, maar ik kan het niet.

Meer kan ik niet zeggen.

Buiten dat het zuigt. En dat ik echt iemand nodig heb om mijn gezicht weer van het afval te gaan halen daar op die berg. Iemand?

***

Vandaag, tien maanden later heb ik het stuk teruggelezen. En er zijn enkele dingen die mij opvallen.

1. Ik heb het nooit gedeeld. Ik vond het stuk te, wel ja, gefaald. Oh ironie.

2. Het is niet echt een positief stukje. Weinig inspirerend ook. En die zin over Eva Pauwels, niet aardig van mij. Falen maakt van mij een erg gemeen persoon. Want eerlijk, zelfs Eva Pauwels wil op haar geheel excentrieke wijze slagen in het leven. En dat doe je goed, Eva.

3. Wie is die dramatische persoon? Nee serieus. Dat stuk over die ruimteraket. Djeezus, get a grip, denk ik nu. Maar het heeft geen zin om het te ontkennen, het zijn mijn woorden en gedachten. ‘Onthouden voor in de toekomst, Theunynck’, denk ik nu. Niets zal ooit zo dramatisch zijn als nu, de kans is 100% dat je er over 10 maanden weer helemaal anders over denkt.

“Ik liet één man al mijn zelfvertrouwen afnemen in één seconde. En dat ligt deels bij die man, maar ook bij mij.”

4. Het belangrijkste: falen is meer een gevoel dan een feit (en dat is een feit). Want we zijn 10 maanden later en alles is anders. Dit zijn de feiten. Mijn toenmalige baas was die dag ongemeen hard. Hij haalde me van de job en dat was niet nodig. Een paar weken later zei hij dat zelf, al lachend (niet grappig). Een paar maanden later werd hij zelf ontslagen. En nog een week later, kozen de nieuwe bazen er onmiddellijk voor om mij terug de job te geven die hij van me had afgenomen. Hun vertrouwen in mijn kunnen, zorgde dat ik beter werk leverde dan ooit daarvoor.

Ik wist dat natuurlijk allemaal niet op dat moment, toen ik dat allemaal schreef. Maar toch: Ik liet één man al mijn zelfvertrouwen afnemen in één seconde. En dat ligt deels bij die man, maar ook bij mij. Ik lieg niet als ik zeg dat ik écht het gevoel had dat ik niets meer kon. Terwijl dat nu bijna te absurd is voor woorden. Had ik een betere job kunnen doen? Waren er werkpunten? Was er verbetering mogelijk? Ja. Ja. Ja. Maar ik was niet totaal waardeloos, en dat is wel hoe ik mij voelde.

Eigenlijk ben ik toen het meest gefaald, in falen zelf. En dat komt omdat ik nooit geleerd heb om een fout te maken op werkvlak, om eens goed op mijn bek te gaan. Ik liet het ook niet toe. Faalangst heet dat. De mannen van Silicon Vally roepen het wel, maar tegelijkertijd leren we nog altijd niet hoe we dat moeten doen. En worden alle jonge mensen nog altijd met alle druk van de wereld opgezadeld. Gelijk volgeladen ezeltjes lopen jongeren rond. We moeten allemaal constant het beste uit onszelf halen. Er zijn zeker mensen die heel goed om kunnen met die druk. Ik ben daar niet een van. En ik denk niet dat ik alleen ben.

Ik wil zoals ik hierboven schreef: alles meteen goed doen. En dat kan niet. Dat is belachelijk en onmogelijk. En het is ook stom. Want je gaat je daardoor beperken. Je gaat dingen niet doen, omdat je bang bent om te falen. Want zoals de immens intelligente Seth Godin zegt: ‘If I fail more than you do, I win.’

Kaal en geniaal. Dat is Seth Godin.

“Er zijn zeker mensen die heel goed om kunnen met die druk. Ik ben daar niet een van.”

Je moet dus springen. Want elke keer als je springt, leer je iets. En zo groei je en word je beter. Veel beter dan mensen die niets durven, die nooit springen. Maar ik heb moeite met springen. Het is alsof ik in mijn badpak voor een zwembad met koud water sta. En mijn geest en lijf overleggen en zeggen: ‘springen? Nu? Nope. Hebben we geen zin in. Gaan we niet doen.’

Het is zoveel beter om te springen én op uw bek te gaan dan nooit te springen. (Meest cliché zin ooit, maar ik meen hem en ik neem hem niet terug). Oké. Het water kan koud zijn. Oké, ge kunt met uw volledige gewicht op uw buik terecht komen. Niet leuk. Maar verder, niet zo erg. En het is een grappig zicht voor de omstaanders. Ge doet er de wereld eigenlijk een plezier mee.

Ik wist het al langer, maar ik heb nu pas echt beseft (enfin, denk ik hé) wat voor een zieke monsters faalangst en perfectionisme zijn. Die delen een duobaan bij mij, kwestie dat ze elkaar kunnen afwisselen en dat één van de twee zéker op post is. En hoe die faalangst en perfectionisme mij elke dag dingen ontnemen; hoe ze mijn hele kijk op de wereld bepalen. Dus heb ik besloten om dat te veranderen. En daarom doe ik elke dag deze oefening. (Niet lachen, enfin, ge moogt wel lachen. Ge moet lachen. Ik zeg u één ding: de oefening werkt).

Oké, hou u vast.

Ik beeld me in dat ik in de laadbak van een pickup truck zit en naast mij zit mijn faalangst, in de vorm van een grote langharige rosse hond die Denny heet. En Denny en ik zitten in die pickup en worden gevoerd langs een verlaten kust, bocht na bocht. En de wind waait de haren in ons gezicht. En we weten niet waar we naartoe gaan, maar het is oké, want het is goed waar we nu zijn.

“Ik ben de angst niet. Hij zit naast mij. Ik ga niet ontkennen dat hij er is, want dan wordt de angst alleen maar groter.”

Waarom Denny? Door van mijn faalangst een hond te maken, wordt die plots liever en niet zo angstaanjagend. Plus, nu de angst een hond is, is hij niet langer een deel van mezelf. Ik ben de angst niet. Hij zit naast mij. Ik ga niet ontkennen dat hij er is, want dan wordt de angst alleen maar groter. Nee, ik weet dat hij er is en ik ga hem knuffelen en omarmen en liefhebben, want daar wordt hij rustig van. Ik zie hem als een vreemde, harige reisgezel die ik bevelen kan geven. Hij moet blijven zitten. En rustig zijn. En hij krijgt enkel een koekske als hij braaf is. En dat helpt.

Waarom de pickup truck? In plaats van mezelf te dwingen constant achter het stuur van mijn leven te zitten (en zo dus ook héél de tijd de verantwoordelijkheid over alles te hebben), is het zalig om dat stuur even uit handen te geven. Om te doen alsof het leven je op plekken brengt. In werkelijkheid is dat ook gewoon een beetje zo (dit is héél Ingeborg, maar deal with it). De kunst is het beste te maken van de plekken waar je komt. Je weet nooit waar de volgende bocht je brengt, maar dat is oké. En zonder al mijn angsten, twijfels, doembeelden, als ik gewoon op dit moment denk aan wat nu is, is mijn leven goed. Ik zit echt in die pick-up truck met mijn haren in de wind.

Dus kijk, als gij dat badpakje aan de kant van het zwembad bent. Dan heb ik één boodschap voor u. Kijk die motherfocker van een faalangst eens diep in de ogen, geef haar een naam, maak er een lief dier van, een grote knuffel of Timothy Chalamet, neem zijn of haar hand vast en spring samen het diepe in. Ge kunt het.

Mijn roman: Het wordt spectaculair. Beloofd. is te koop bij de boekenboer. Of hier.
Emoshit.be (want ons leven is een puinhoop, maar wel een hele mooie).
Foto: Istock

Schrijf je reactie

Zita wil maar een paar dingen in het leven. Eén: iets betekenen. Twee: minder twijfelen over wat ze dan wil betekenen. Drie: letterkoekjes in de oven roosteren, want dan zijn die écht knapperiger. Vier: minder huilen om onnozele dingen, zoals wanneer ze een platte band heeft met haar fiets, of omdat ze gevallen is met haar witte broek, want geef toe, dat is ECHT frustrerend.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen