Wil jij met mij een kind krijgen?

Op zoek naar het ware ouderschap

Heb je een kinderwens maar vind je geen partner om een gezin mee te stichten? Kan of wil je niet terecht bij de klassieke spermabank? Dan kan je nog altijd een contactadvertentie plaatsen of naar een speeddate gaan voor wensouders – niet voor de ware liefde, maar voor de ware ouder. In Nederland gebeurt het wel vaker. En zo kan een homostel toch een kind in co-ouderschap opvoeden met een single heterovrouw. An Ravelingien

‘Meer dan gewenst’, zo heet de Nederlandse stichting die wensouders aan elkaar wil koppelen. Op hun online platform, ook druk bezocht door Belgen, kunnen singles en holebi’s met een kinderwens al langer contactadvertenties plaatsen. Maar nu zijn er dus ook speeddates waar wensouders terechtkunnen. Ze bieden het voordeel dat je elkaar direct ontmoet en daarna kan beslissen om contactgegevens te delen en elkaar beter te leren kennen. In Amsterdam hebben de events al een stevige reputatie. De vijf voorbije edities brachten al twee speeddate baby’s en een prille zwangerschap op.

De Amsterdamse Sara Coster (50) is bestuurslid van Meer Dan Gewenst en initiatiefneemster van de speeddates. Ze is moeder van twee kinderen die ze met een homokoppel heeft gekregen en pende haar ervaringen drie jaar geleden neer in haar boek ‘De wens en de vaders’. “Natuurlijk had ik het liefst een kind met de partner van mijn leven gewild, maar ik heb hem niet gevonden. Toen ik 35 werd, besloot ik niet langer te wachten: ik zou een oplossing vinden voor mijn kinderwens. Maar ik wilde niet in mijn eentje een kind opvoeden, ik gunde het kind en mezelf een betrokken vader. En toen dacht ik: een homo die kinderen wil!”

Natuurlijk wil ik het liefst een kind met de partner van mijn leven, maar ik heb hem niet gevonden.

Homo’s met een onvervulde kinderwens, die moeten zeker bestaan, redeneerde Sara. “Ik wist dat dit helemaal bij mij paste. Ik reageerde op een advertentie van een homokoppel op Meer Dan Gewenst en kreeg een leuk bericht terug. Na onze eerste ontmoeting voelde ik meteen: ‘Dit is het!’. Dat gevoel hadden we alle drie, bleek achteraf. We hebben een half jaar de tijd genomen om elkaar en elkaars familie en vrienden te leren kennen. Dan zijn we voluit voor een kind gegaan.”

Toch was het niet gemakkelijk, zeker in het begin. “Ik heb drie miskramen gehad en voelde me toen erg eenzaam. Eens de baby er was, wilde ik mijn zoontje helemaal niet delen met de papa’s. We hebben dat langzaam opgebouwd. Na tien maanden zaten we in het vooraf overeengekomen plan.” Ze zijn dan meteen aan een tweede kindje beginnen denken. Nu hebben ze twee zoontjes, elk is biologisch van één van de papa’s. “Het voelt heel compleet.” Bij de vraag of ze geluk heeft gehad met het vinden van de twee vaders komen tranen bij haar op. “We hebben het zo ontzettend goed samen, het is echt een cadeautje.”

koppel2

Eén echte, hechte familie

Drie ouders die zich bekommeren over twee kinderen, vraagt wel wat organisatie. “Ik heb een huis gevonden schuin tegenover dat van de papa’s. We eten bij elkaar, we vieren samen verjaar- en feestdagen, we komen bij elkaars familie over de vloer, we gaan samen op vakantie. We zijn één echte, hechte familie, ook al wonen we in twee verschillende huizen.”

Deze situatie is heel anders dan die van gescheiden ouders

Sara’s verhaal blijkt niet zo uitzonderlijk. Via haar lanceer ik een oproep naar andere co-ouders. Kort daarna loopt mijn inbox vol met berichten van enthousiaste Nederlanders die een gelijkaardig verhaal kwijt willen. Omdat het bekender moet worden, beweren ze. Omdat het tegen veel verwachtingen in goed werkt, dat ook. Jens (46) grapt over de jaloerse blikken van jonge ouders als hij en zijn man twee weken naar California reizen. Eén van de voordelen van de ouderschapsregeling die zij met een lesbisch koppel troffen. Gerard (43) vertelt over hoe hij en zijn vriend vooraf hun engagement konden afbakenen. “De moeder wou een 50/50 verdeling, maar dat leek van te grote impact op ons leven. We hebben dan een minimumafspraak gemaakt: 30/70, met de overeenkomst dat we het later nog kunnen herzien.” Ook Linda (42) koos voor een ouderschapsplan op maat. De constructie lijkt ingewikkeld: twee dagen per week, één op de vier weekends en een derde van de vakanties verblijft haar tweejarige zoon bij de papa’s. Bovendien wonen de ouders op anderhalf uur rijden van elkaar. Toch zijn ze voortdurend met elkaar in contact. “We app’en dagelijks, we sturen foto’s en video’s door. We hebben zelfs foto’s van elkaar in huis.”

Wat wel leeft, is de vrees is of het niet te verwarrend is voor het kind om in twee huishoudens op te groeien. “Die bezorgdheid had ik ook,” vertelt Sara, “maar onze situatie is heel anders dan die van gescheiden ouders. Kinderen van gescheiden ouders hebben het vooral moeilijk met verandering en met conflict tussen de ouders. Wij werken in goede harmonie samen. De kinderen zijn het ook van jongs af aan gewoon om in twee huizen te wonen. Achteraf gezien klopt het helemaal. Als ik mijn kinderen vraag of ze liever in één huis zouden wonen, lijkt het hen ontzettend saai. Ze denken daarbij soms wel materialistisch: in het ene huis ligt de Kapla, in het andere de Playmobil,” voegt ze er grinnikend aan toe.

koppel4b

Liefde op het eerste zicht

Als er één rode draad is in de succesverhalen die ik hoor, dan is het dat je onmiddellijk weet wanneer je een goede ‘match’ hebt gevonden. Henriette (37) vertelt hoe haar eerste ontmoeting met Joep (35) en Jos (35), de trotse meevaders van baby Stijn (zes maand), op een date leek, “maar dan met twee jongens tegelijk”, grapt ze. “Die ‘klik’ was erg intuïtief: ik had meteen het gevoel dat ik die jongens kon vertrouwen en dat we op dezelfde manier in het leven staan. Waren de papa’s niet homo, ik had er verliefd op kunnen zijn,” voegt ze lachend toe. Linda herkent het gevoel. Ze had al meerdere teleurstellingen en afwijzingen doorstaan tijdens eerdere dates, maar bij de uiteindelijke papa’s was het liefde op het eerste zicht. “Ik had zelfs vlinders in de buik.”

Een klik of niet, zelf zoeken naar een donor of co-ouder houdt risico’s in, waarschuwt Petra De Sutter, hoofd van de Afdeling Reproductieve Geneeskunde van het Universitair Ziekenhuis Gent. “Je kent niks van de achtergrond van die persoon. Bij speeddates of contactadvertenties komt er geen medische, genetische of psychologische screening aan te pas. Je zal er wellicht niet aan denken om vooraf een Hiv-test te vragen. De centra hebben professionals die risico’s zo goed mogelijk moeten uitsluiten.” De screening is niet feilloos, geeft ze toe, wijzend op de Deense donor die enkele jaren geleden een zeldzame genetische zenuwziekte doorgaf. Maar de risico’s op een aantal veel voorkomende genetische aandoeningen worden wel degelijk sterk geminimaliseerd.

Dit punt lokt hevige reacties uit bij de co-ouders. Jens noemt het bezwaar ronduit discriminerend. “Waarom moeten uitgerekend roze gezinnen langsgaan bij een advocaat en het ziekenhuis? Bij een verliefd heterokoppel vraagt niemand of ze iets hebben geregeld voor het geval ze uit elkaar gaan. Bij ons is er die sterke focus op wat mis kan gaan.”

Waarom moeten uitgerekend roze gezinnen langsgaan bij een advocaat en het ziekenhuis?

Ook Guido Pennings relativeert de risico’s. Pennings is als docent Bioethiek aan de UGent geïnteresseerd in medisch geassisteerde voortplanting en donorgezinnen. “Er zijn heterokoppels die veel gewaagder te werk gaan en een kind maken nog voor ze elkaar goed leren kennen. Waar je precies contact legt, is niet belangrijk. Hoeveel mensen kennen elkaar niet via een dating site? Het enige verschil met deze co-ouders is dat zij niet van elkaar houden in de romantische zin van het woord. Daar zijn we niet mee vertrouwd, maar het kan net een voordeel zijn. De traditionele koppels gaan uit elkaar eens de liefde is uitgedoofd. Die factor speelt hier geen rol, je vertrekt vanuit wat goed is voor het kind en wat werkbaar is. Als blijkt dat het kind gelukkig is met zijn twee aparte ouders, wie zijn wij om daar iets op tegen te hebben?” Meer nog, “Op dat moment sta je stil bij zaken waar heterokoppels normaal niet over nadenken,” meent Linda. “We moeten afstemmen hoe we staan tegenover religie, opvoeding, gezond eten. Je wil perfect in harmonie zijn, net omdat je die ondersteunende liefdesrelatie niet hebt.”

Ook al zoeken ze geen romantische relatie, toch lijkt er een klassiek gezinsmodel te schuilen achter de co-ouderconstructies. In elk van de verhalen komt de wens om het kind een moeder én vader te geven als een belangrijke motivatie naar voren. “We weten nochtans dat kinderen goed aarden bij lesbische ouders, ook zonder een vaderfiguur, ” geeft Pennings nog mee. “Bovendien zijn er duizend en één mensen betrokken bij de opvoeding: de school, familie, oppas.”

koppel5c

Biologische klok

Toch is het juridisch is allemaal nog niet zo goed geregeld, zegt Petra De Sutter nog. “Als donor heb je geen wettelijk statuut. Dat kan leiden tot allerlei complexe discussies. Stel bijvoorbeeld dat de afspraak was dat de man een beperkte rol zou hebben in de opvoeding. Op basis van zijn biologisch vaderschap kan hij het kind later toch proberen opeisen. Omgekeerd kan de moeder om alimentatie vragen.” En dan hebben we het nog niet eens over een eventuele meevader, in het geval van een homokoppel. Die heeft helemaal geen rechten, noch bij een scheiding, noch bij een sterfgeval.

Sara, die inmiddels van haar ervaring een beroep als kinderwenscoach heeft gemaakt, raadt iedereen aan om de belangrijkste zaken van de ouderschapsregeling op papier te zetten. Hoe verdeel je de tijd met het kind? De kosten? Wat met nieuwe partners? “Die oefening is heftig. Je beseft dan dat je voor de rest van je leven zal moeten overleggen over het belangrijkste in je leven: je kind.”

Vroeger vielen partner- en ouderschap samen. Nu wordt dat langzaam uit elkaar getrokken.

“Het gaat niet alleen om grote beslissingen, maar ook over kleine dingen zoals het vieren van een verjaardag en het al dan niet aandoen van een extra trui als het wat kouder wordt,” vertelt Gerard. “Een kinderwens kan zo groot zijn dat je het in je euforie enkel over de leuke dingen hebt, en niet stilstaat bij de moeilijkheden.” Jens beaamt dat die gesprekken lastig zijn: je verstand zegt “rustig aan”, maar je biologische klok (ja, als homoman had hij die ook) wil er voor gaan. “We zaten met de vraag op welk moment je de stap mag zetten. Moet je eerst samen in de sauna om elkaar bloot te zien?”, schertst hij. “Maar we zagen dat er voldoende economische en opvoedkundige overeenkomsten zijn, naast die emotionele klik, voor een stabiele basis.”

koppel3b

Logische evolutie

De trend om zelf op zoek te gaan naar een betrokken donor of co-ouder lijkt een uitloper van de discussies over anoniem donorschap. Steeds meer stemmen gaan op om de identiteit van de donor vrij te geven zodat het kind kan opgroeien met kennis van wie zijn beide biologische ouders zijn. Het past ook in een algemene evolutie weg van het klassieke, traditionele idee gezin, meent Ann Buysse, hoofd van de onderzoeksgroep Gezinspsychologie  aan de UGent. “Vroeger vielen partner- en ouderschap samen. Je partner was automatisch ook de – al dan niet werkelijk biologische – ouder van je kinderen. Met de liberalisering van echtscheiding en de opkomst van adoptie werd dat langzaam uit elkaar getrokken. Het is nu normaal om partner te zijn met persoon A en ouder met persoon B. Mensen die op zoek gaan naar een co-ouder gaan een stap verder: ze kiezen enkel en alleen in functie van ouderschap. In die zin lijkt me dat een logische evolutie.”

Dat is bovendien geen probleem voor het kind, verklaart Buysse. “Uit scheidingsonderzoek weten we dat er twee dingen zeer belangrijk zijn voor kinderen: het ‘ertoe doen’ in het leven van de ouders – voelen dat ze een verschil maken voor de ouders en dat de ouders trots zijn – en weten dat ze een zekere invloed hebben op de ouders. Hoe je precies de rollen en tijd verdeelt, is van minder belang. Als een kind bijvoorbeeld zeer graag voetbalt, dan is het voor hem belangrijker dat de ouders een manier vinden om vervoer naar en van de trainingen en match te regelen dan dat hij evenveel tijd kan doorbrengen in beide huishoudens. Je maakt een kind gelukkiger door daar rekening mee te houden dan door vast te houden aan een loos romantisch ideaal.”

Meer info: www.meerdangewenst.nl
www.kinderwenscoach.nl
Meer lezen? Sara Coster, De wens en de vaders, uitgegeven bij Veen, 2012.
Sommige persoonsnamen zijn om privacy redenen vervangen door pseudoniemen.

 

An Ravelingien is verbonden aan het Bioethics Institue Ghent en werkt zowel aan de Universiteit Gent (vakgroep wijsbegeerte) als in AZ Delta (als ethicus). Dit onderwerp behandelde ze eerder in haar academisch werk, en herwerkte ze op Charlie voor een ruimer leespubliek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Word lid en krijg 6 gratis F*ck Fake Feestkaarten

Neem een jaarabonnement en krijg 2 bookzines, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.

Wie in december lid wordt, krijgt er een gratis set kerstkaarten bij!

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!