Getuigenis

Durf Falen: 24 manieren om te groeien door te mislukken

Durf Falen: 24 manieren om te groeien door te mislukken

Kira Van den Ende, organisator van Fuck Up Nights Brussel, verzamelde this-shit-happened-in-real-life kortverhalen over professioneel falen en bundelde ze in een boek. Het is een onderzoek naar wat mensen drijft in hun werk, hoe ze met de wereld en zichzelf omgaan wanneer hun projecten mislukken en hoe ze daar achteraf op terugkijken. Bovendien is er een mooi meta-faalverhaal aan gelinkt, want Kira is er geenszins in geslaagd het manuscript op tijd af te krijgen.

Je mag verhalen verwachten over een rockfestival dat slechts 30 tickets verkocht, over failliet gaan en over meerdere keren failliet gaan, over zo hard werken dat je je stemgebruik verliest, over in de woestijn belanden met diarree maar zonder wc-papier, over trachten door te breken in Silicon Valley terwijl je stiekem je co-founder minacht en meer…

Het boek is vanaf 7 juni te koop in de gewone boekhandel en op 9 juni op de boeklancering. Abonnees van Charlie krijgen alvast een voorproefje!

illu-druf-falen

Get rejected: een groots rockfestival voor 30 man

Zonder enige ervaring maar dolenthousiast een groots rockfestival met veertig bands op poten zetten: het leek Céline Bouton een prima idee. Totdat niemand kwam luisteren, de technici de stekker uit het concert trokken en Céline bijna twee jaar lang in angst leefde voor schuldeisers. Een trektocht in de Filipijnen herstelde haar vertrouwen in de mensheid.

EEN BRUSSELS ROCKFESTIVAL

“Mijn leven heeft altijd in het teken van rockmuziek gestaan. Al mijn vrije tijd is naar muziek gegaan, ik speel ook gitaar en drum. Voor dit festival was ik er wel nog nooit professioneel mee bezig geweest. Een paar jaar geleden kwam Laura, een pittige vrouw van een jaar of vijftig die ik via mijn werk kende, enthousiast naar mij toe met het idee van een rockfestival. Het zou fantastisch en groots worden, en de ondergrondse rockscene van Brussel en omstreken helemaal doen opleven. Volgens Laura was ik de geknipte persoon om het project te leiden, omdat ik heel goed was in projectmanagement. Laura had al contacten gelegd met bands en muzikanten. Het klonk allemaal veelbelovend. Ik overtuigde Julie, een grafisch ontwerpster, advertentiespecialiste en in die tijd ook mijn lief, om met ons mee te werken.”

Céline, Julie en Laura begonnen te plannen in juli. Céline en Julie gingen ervan uit dat het festival in januari of februari van het jaar erop zou plaatsvinden, maar dat was buiten het enthousiasme van Laura gerekend. Die vond al snel een datum begin september waarop alle artiesten konden, dus zou het festival op die dag plaatshebben.

“De rock-is-not-dead-spirit nam het van mij over.”

“Het leek Julie en mij geen goed idee om een festival in twee maanden
 tijd te organiseren. Uitleggen waarom we er toch mee doorgingen, is moeilijk. Laura, de bezielster van het project, kon mensen van om het even wat overtuigen. Ze slaagde erin om iedereen – inclusief haar eigen familie en vrienden – te doen geloven dat alles goed zou komen. In mijn hoofd waren we een rockfestival pur sang aan het creëren, alternatief en anarchistisch. Hoewel anderhalve maand niet veel tijd is, dacht ik dat het allemaal wel zou meevallen, omdat je een anarchistisch evenement expres niet te nauwkeurig moet voorbereiden. Ik heb er geen rekening mee gehouden dat Laura er mogelijk een andere visie op na hield en ik heb feitelijk ook nooit overwogen dat het project misschien een mislukking zou worden. Voor mij was dit festival eenvoudigweg de ideale gelegenheid om iets te organiseren dat een beetje van mij zou zijn. De rock-is-not-dead-spirit nam het van mij over.”

“De maand juli draaide vooral om praktische regelingen treffen met de artiesten. Laura deed toen nog het leeuwendeel van het werk. Begin augustus was er een kritiek moment: om de muzikanten officieel te boeken en de zaal te huren, was een juridische structuur nodig, dus richtten
 we een vzw (in Nederland: een vereniging) op. Een van de
 voorwaarden om een vzw op te richten is dat er altijd drie
verantwoordelijken moeten zijn. Laura zou de hoofdverantwoordelijke zijn, maar er waren nog twee andere handtekeningen nodig. Dat hadden die van haar broer, haar vader of om het even wie kunnen zijn, maar het was natuurlijk logischer dat Julie en ik dat zouden doen. Dus tekenden we als medeverantwoordelijken voor de vzw.”

“Vanaf dat ogenblik werkten we non-stop om de organisatie in veertig dagen tijd te regelen. We wisten dat het gekkenwerk was, maar wilden niet meer terug. Een groot deel van de bands had al bevestigd en we hadden een plan voor de communicatie. Alles zou goed komen.”

DE GUERRILLAMARKETING

Het trio ging op zoek naar een geschikte festivallocatie. Laura kwam met een hangar op de proppen die volgens haar helemaal de juiste rocksfeer had, groot genoeg was en zich niet te ver van het centrum van Brussel bevond. Bovendien konden ze de hangar zo goed als gratis gebruiken.

“Ik stond perplex toen ik de zaal zag. Ze was enorm, veel te groot. Er konden minstens tweeduizend mensen in. Laura wilde er twee podia in onderbrengen. Dat was nodig, vond ze, want er moesten zeker veertig bands optreden. Maar de voornaamste reden waarom we de hangar gratis konden gebruiken, was dat er helemaal geen voorzieningen waren: geen materiaal om de podia te bouwen, geen geluidsinstallatie, geen security, geen toiletten – niets. We zouden alles zelf moeten voorzien en opbouwen. Ik probeerde Laura ervan te overtuigen dat veertig bands te hoog gegrepen was, dat twee podia geen goed idee was, dat het financiële risico te groot werd. Maar ze was zo zeker van haar zaak.”

Op ons Facebookevenement hadden we meer dan zevenhonderd aanwezigen. Al het materiaal was er, alle muzikanten waren geboekt, de security was geregeld.

Tegen het einde van de maand augustus moest een guerrillamarketingplan een massa aandacht en voorverkoop genereren. De bedoeling was om ’s nachts op het Brouckèreplein een reclamedoek ter grootte van een gebouw te spannen. Een paar dagen later zouden ze hetzelfde doen aan het Beursgebouw. Het trio was echter zo druk bezig met praktische zaken regelen en sponsors zoeken dat daar niets van terechtkwam. Het guerrillamarketingplan werd gereduceerd tot een marketingplan B: zo veel mogelijk flyeren en posters ophangen in culturele centra en cafés waar ze zelf vaak kwamen, in de hoop zo mensen met dezelfde muzieksmaak aan te trekken.

‘We verkochten uiteindelijk maar twintig tickets in de voorverkoop, maar de organisator van Couleur Café vertelde ons dat hij de eerste keer geen enkel ticket in voorverkoop had verkocht en er wel heel veel mensen opdaagden. Dat stelde ons gerust. Het was tenslotte een onbekend festival – mensen zouden wel op de dag zelf hun ticket kopen. Op ons Facebookevenement hadden we meer dan zevenhonderd aanwezigen. Natuurlijk wilde dat niet zeggen dat er zevenhonderd mensen zouden komen, maar we hadden toch een zekere naamsbekendheid verworven. Al het materiaal was er, alle muzikanten waren geboekt, de security was geregeld. We dachten dat we de technici pas achteraf zouden moeten betalen, maar plots zei de verantwoordelijke: “Meisjes, de helft van het geld moeten we op voorhand krijgen. Anders gaat jullie festival niet door.””

DE STEKKER UIT HET CONTACT

“Het festival zou vier dagen na deze aankondiging van de technici plaatsvinden. We moesten plots een paar duizenden euro’s betalen, maar die hadden we uiteraard met onze twintig tickets in voorverkoop nog niet verdiend. We stonden onder zoveel druk. Zonder technici kon het festival niet doorgaan, en we hadden er zoveel werk ingestoken. We geloofden ook oprecht dat het een superleuke dag zou worden. We hadden, geloof ik, last van het wachten-op-de-bus-syndroom. Als je al een tijdje op de bus wacht, wil je de bushalte niet meer verlaten, want je vreest dat de bus uitgerekend dan komt. Dus lieten we ons niet ontmoedigen en zochten we een oplossing.”

We hadden, geloof ik, last van het wachten-op-de-bus-syndroom. Als je al een tijdje op de bus wacht, wil je de bushalte niet meer verlaten, want je vreest dat de bus uitgerekend dan komt.

“Laura had veel ideeën: ze zou geld van haar broer proberen te lenen en ze polste of ik mijn vader om geld kon vragen. Al was het einde van de wereld nabij, bedelen bij mijn vader was voor mij geen optie. Om aan het gedoe over het voorschot snel een einde te maken, bood ik me aan als vrijwilligster om het geld voor de security voor te schieten. Daarvoor gebruikte ik al het geld dat ik sinds mijn twaalfde had gespaard.”

“Toen hij het geld cash in handen had, zei de techniekverantwoordelijke: “Goed, jullie festival kan van start gaan, maar om middernacht op de dag zelf willen we de andere helft van ons geld. Anders eindigt het festival dan en daar.” “Geen probleem”, antwoordden wij. We zouden tegen middernacht door de ticketverkoop zeker genoeg geld in de kassa hebben.”

Céline kan er ondertussen om lachen wanneer ze uitlegt dat het net iets anders uitdraaide. Tegen middernacht waren er amper dertig bezoekers komen opdagen, konden ze de technici niet betalen en trokken die letterlijk de stekker uit het festival. De security zag wat er gebeurde en besefte dat ook zij niet uitbetaald dreigde te worden, waarna ze het weinige geld in de kassa opeiste.

“Tegen de artiesten die nog na middernacht arriveerden uit Parijs en Berlijn moesten we zeggen dat ze voor niets waren gekomen – er was geen festival meer.”

“Welja, dat was het dan. Al mijn spaargeld als sneeuw voor de zon verdwenen. Eigenlijk hebben we vooral pech gehad met het weer. Het was de hele zomer lang slecht weer geweest en net op de dag van ons festival scheen de zon als nooit tevoren. Niemand wilde die dag binnen zitten. In een zaal vlakbij was er een gesponsord concert van Hooverphonic. Je kon er gratis muziek en gratis pintjes krijgen, en zelfs daar was er niemand.”

“Tot op de dag zelf, toen ik echt met eigen ogen zag dat de concerten bezig waren maar er niemand was, had ik geloofd dat het een succes zou zijn. Het was een eng moment toen de security rond middernacht besliste dat het gedaan was met de pret. Je moet je een paar hell’s angels voorstellen die zich boos realiseren dat ze de helft van hun vergoeding zullen mislopen. Ze namen Laura’s paspoort af en noteerden van iedereen de gegevens. Het voelde nogal maffioos aan.”

“Tegen de artiesten die nog na middernacht arriveerden uit Parijs en Berlijn moesten we zeggen dat ze voor niets waren gekomen – er was geen festival meer. Op dat moment voelde ik me enorm triestig wegens het publiek dat niet was komen opdagen, en ook schuldig tegenover de bands en tegenover mijn vrienden die ons geholpen hadden. Zo had ik iemand overtuigd om met een eetstand op het festival te staan. Die vriendin had dagenlang gekookt en nu was er niemand geweest om zelfs maar van haar creaties te proeven. Ook tegenover Julie voelde ik me schuldig. Ik had haar per slot van rekening gevraagd om mee in het project te stappen. Al de stress, al die slapeloze nachten waren voor niets geweest.”

OMGAAN MET SCHULDEISERS

De eerste dagen na het festival nam Laura haar verantwoordelijkheid. Ze tekende een officieel document waarin ze 
verklaarde dat zij verantwoordelijk was voor alle schulden.
 Maar toen verdween ze. Ze nam haar telefoon niet meer op
en niemand wist waar ze was. Vervolgens bleek ook dat ze de
 kredietkaarten van haar vrienden had geleend om de hotels 
en reizen van de artiesten te boeken en niets met haar eigen 
geld had betaald. De kosten van een aantal artiesten waren
 helemaal nog niet terugbetaald – die hebben Julie en Céline onmiddellijk met hun eigen geld gecompenseerd. Céline nam uiteindelijk de taak op zich om iedereen te antwoorden en zo goed mogelijk te helpen.

“Dat was heel zwaar. De schuldeisers belden ’s ochtends, ’s middags en 
’s avonds. Ik kon nergens naartoe om ze te ontwijken. Anderhalf jaar, zelfs twee jaar lang ben ik bang geweest dat er deurwaarders aan mijn deur zouden staan.”

“Ik kan me inbeelden dat je je in een situatie met schuldeisers heel alleen en omringd door hoge muren kunt voelen. Julie en ik hadden het geluk dat we er als koppel samen voor stonden. We waren heel solidair met elkaar. Er waren wel momenten van frustratie waarop we elkaar ervan beschuldigden dingen over het hoofd te hebben gezien, maar die duurden nooit lang. We verzekerden elkaar dat we ons best hadden gedaan, dat we niet wakker moesten liggen van de stress. We zijn samen met verschillende advocaten gaan praten, we hebben samen alle nodige brieven geschreven. We hebben elkaar goed gesteund.”

Nog zeker anderhalf jaar na de feiten begon elk gesprek met hoe de juridische dossiers ervoor stonden.

“Bij de dertig mensen die wél zijn komen opdagen, waren veel vrienden van mij. Die hebben mij al vaak lachend bedankt voor het privéfestival dat ik voor hen georganiseerd heb. Ik heb veel morele steun van hen gekregen. Mijn ouders zijn juristen, dus dat was een ander verhaal. Zij waren erg bang voor de legale gevolgen van ons gefaalde feest. Nog zeker anderhalf jaar na de feiten begon elk gesprek met hoe de juridische dossiers ervoor stonden.”

“Als bij wonder zijn we niet voor het gerecht gedaagd, dus het verhaal heeft nooit een juridisch staartje gekregen. De schade was vooral financieel en emotioneel. Het spaargeld dat ik was kwijtgeraakt, had ik na een jaar wel terugverdiend, maar ik bleef bang dat er via de opgedoekte vzw nieuwe, onverwachte schuldeisers zouden opbellen. Die angst vertaalde zich in een onafgebroken gevoel van stress, waar ik na twee jaar schoon genoeg van had. Het was tijd voor drastische maatregelen, zodat ik weer de optimistische, enthousiaste persoon kon worden die ik tevoren was. Ik nam ontslag, zei mijn huurcontract op en ging voor enkele maanden naar de Filipijnen.”

“Het eerste wat ik deed toen ik daar aankwam, was een maand lang als vrijwilliger op een boerderij werken. Niet als fruitplukker of dierenverzorger, maar als coach voor startende ondernemers die daar een programma volgden. De boerderij maakte deel uit van een grote gemeenschap die via maatschappelijk verantwoord ondernemen armoede wil elimineren. Tevoren werkte ik in Brussel ook als begeleider van ondernemers, en hoewel ik had gedacht dat ik na mijn reis een volledig andere job zou zoeken, ontdekte ik daar dat anderen helpen ondernemen mijn roeping is. Ik hoefde helemaal geen carrièreswitch te maken.”

Ik ben er trots op dat we een festival in elkaar staken op veertig dagen tijd. Maar het verdriet, de schaamte en angst die ik heb gevoeld, maken dat ik spijt heb dat ik er ooit aan begonnen ben.

“Na die maand op de boerderij ben ik gaan rondtrekken. Alleen. Dat was belangrijk voor mij – ik had nog nooit alleen gereisd. Ik wilde aan mezelf bewijzen dat ik dat tot een goed einde kon brengen, of correcter: dat de wereld te vertrouwen is. Gelukkig is dat ook gebleken. Op een bepaald moment wilde ik bijvoorbeeld van het ene dorp naar het andere liften. Na een uur wachten was er nog geen enkele auto voorbijgereden, tot ik in de verte een kleine vrachtwagen zag aankomen, propvol arbeiders. Ik stak mijn duim uit, maar de vrachtwagen stopte niet. De moed zonk mij in de schoenen, tot hij plots een dikke honderd meter verder toch stopte. Er stapte een klein vrouwtje uit, de enige vrouw die in de wagen aanwezig was. Ze veegde me eerst flink de mantel uit omdat meerijden met vreemden gevaarlijk is en beval dan de mannen plaats te maken voor mij. Na de lift bood ze me onderdak aan, maar haar huis was niet meer dan een paar vierkante meter groot. Dus belde ze een vriendin, die mij haar sofa aanbood en heerlijk eten maakte. Vertrouwen in de mensheid: hersteld!”

“Helemaal herbrond keerde ik terug, en sindsdien heb ik die periode van negativiteit achter mij gelaten. Onlangs heb ik nog een minifeestje gehouden om te vieren dat het festivaldebacle ondertussen drie jaar geleden is, en dat het uiteindelijk toch goed is gekomen met mij. Al bij al ben ik er wel trots op dat we erin geslaagd zijn om een heel festival ineen te steken op veertig dagen tijd. Maar al het verdriet, alle schaamte en alle angst die ik heb gevoeld, maken wel dat ik spijt heb dat ik er ooit in die omstandigheden aan begonnen ben.”

LESSEN UIT EEN ROCKFESTIVALFIASCO

Céline wist als projectmanager dat er niet genoeg voorbereidingstijd was en dat twee podia en zoveel bands een te groot risico vormden. Net omdat ze daar zo zeker van was, had ze ook echt haar been stijf moeten houden. Achteraf is het gemakkelijk om te zeggen dat als iedereen maar wat meer naar haar geluisterd had, de situatie minder dramatisch was afgelopen.

“Ik heb geleerd dat het beter weten niet genoeg is. Je moet het ook beter uitvoeren. Een volgende grote les was dat juridische structuren niet vrijblijvend zijn. Dat klinkt logisch, maar wanneer je gehaast beslissingen neemt, ben je niet altijd voorzichtig. Stel jezelf niet verantwoordelijk voor een juridische structuur tenzij je er ook echt verantwoordelijkheid kunt en wilt voor dragen.”

Er zijn mensen die manipulatief zijn en steevast eerst aan zichzelf denken. Nu weet ik hoe je die mensen kunt herkennen, want ze zijn onstabiele projectleiders en je wilt er liefst niet mee in zee gaan.

“Wat ik als optimistische, filantropische persoon een moeilijk te aanvaarden les vond, is dat er mensen bestaan die manipulatief zijn en die steevast eerst aan zichzelf denken. Ik heb grondig gereflecteerd over hoe je die mensen kunt herkennen, want ze zijn onstabiele projectleiders en je wilt er liefst niet mee in zee gaan. Om te beslissen of iemand al dan niet een 
geschikte projectleider zal zijn, moet je kunnen inschatten
 of die persoon sterke ondernemersschouders heeft. Zulke mensen zijn zich volledig bewust van alle facetten van hun
 project en de daarmee gepaard gaande risico’s. Als iemand die kennis niet heeft, niet op een kalme manier met de risico’s kan omgaan of helemaal niet bereid is om delen van zijn
 plan aan te passen, dan kun je die persoon beter niet als de 
leider van je project beschouwen.”

“Je moet ook jezelf kunnen intomen. Achteraf bekeken werd ik vooral verleid door het idee mezelf de cofounder van een festival te kunnen noemen. Daarom keek ik niet lang genoeg de kat uit de boom.”

Illustratie: Lieselot Andries
Portretfoto Kira Van den Ende: Elke Van den Ende
durf-falen-boek‘Durf Falen’ van Kira Van den Ende wordt uitgegeven bij Lannoo en ligt vanaf 7 juni in de boekhandels. De boekpresentatie is op 9 juni in de Beursschouwburg in Brussel.

Schrijf je reactie

    Lees verder in Mensen

    Colofon

    Adres Redactie

    Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
    Statiestraat 139
    2600 Antwerpen