Mijn uitspraken hebben soms een filtertje nodig

De drukke gezelligheid bij de vrouwentoiletten tijdens een avondje uit. Een vrouw spreekt me aan en zegt me te herkennen. Ze noemt de naam van een man die ik inderdaad ken. “Oh, jij bent zijn moeder?” reageer ik enthousiast. “Nee, ik ben zijn vriendin.” Auwtch. Beter even tot tien geteld, want zodra de woorden uit mijn mond gerold waren, wist ik al dat ik een blunder begaan had. De nadelen van een groot bakkes, once again. Waarom?!

Een flapuit, haantje-de-voorste, geen blad voor de mond nemen of gewoonweg brutaal. Mensen met het hart op de tong kunnen andere mensen al eens schofferen. Wanneer kinderen iets te eerlijk zijn, wordt het gezien als schattig. Volwassenen krijgen een kwade blik toegeworpen als ze iemand onbedoeld kwetsen. We kennen deze dooddoeners allemaal: “wie de bal kaatst, kan ‘m terugverwachten” of “spijt komt altijd te laat.”

Een wetenschappelijk excuus

Waar komt mijn brutaliteit vandaan? Toen ik weer eens wakker lag ten gevolge van mijn verbale uitspattingen, zocht ik verduidelijking bij goede vriend Google. Want zo gaat dat: vaak blijf ik na zo’n impulsieve uitspraak achter met een knoop in mijn maag. Google oordeelde gelukkig niet, zoals het een zoekmachine betaamt, en presenteerde mij twee miljoen zoekresultaten voor ‘grote mond’. Een wetenschappelijke verklaring vond ik uiteindelijk in de hot cold empathy gap, een term die geïntroduceerd werd door psycholoog George Loewenstein.

Flapuit zijn is te wijten aan een mechanisme in mijn brein, te fel geolied of te geroest om het werk te doen dat verwacht wordt.

De empathiekloof is de kloof tussen de inschatting van onze emoties op een specifiek moment en de werkelijke emoties van onze gesprekspartners op dat moment. De beoordeling is afhankelijk van hoe je jezelf dan voelt. We zijn in een hot state wanneer we emotioneel, opgewonden of geraakt zijn. In een cold state redeneren we op een kalme en rationele manier.

Wanneer je in een euforische waan bent en denkt dat je de hele wereld aan kan, is het moeilijker om je te verplaatsen in de gemoedstoestand van mensen die een mindere dag hebben. We kunnen daardoor niet zo goed inschatten welk effect onze woorden op hen zullen hebben. Omgekeerd idem dito. De mens is zodanig genesteld in een eigen emotionele bubbel, dat we niet altijd goed inzien welke gevolgen het woordenrelaas die wij produceren zullen hebben.

Fjiew. Ik ben dus niet enorm arrogant of egoïstisch. Flapuit zijn, dat is gewoon te wijten aan een mechanisme in mijn brein, te fel geolied of te geroest om het werk te verrichten dat verwacht wordt.

Slap in your own face

De mens blijkt volgens Loewenstein ook niet bepaald bekwaam te zijn in het inschatten van de eigen toekomstige acties. We weten niet goed hoe we in de toekomst zullen reageren op driften of gevoelens. De huidige verlangens worden dan geprojecteerd op langetermijndoelstellingen. Met alle gevolgen van dien.

We weten niet goed hoe we in de toekomst zullen reageren op driften of gevoelens.

Dat klinkt misschien vaag, maat het werkt ongeveer zo: telkens als ik naar de supermarkt ga met een rammelende maag, laad ik veel meer in mijn winkelkarretje dan nodig en thuis kook ik een maaltijd voor drie. Mijn brein lijkt niet te beseffen dat het hongergevoel tijdelijk is, en dat ik al dat eten niet op zal krijgen. Zo werkt het ook met woorden: we flappen iets eruit, en hebben later spijt dat we het gezegd hebben.

De sleutel tot succes

We weten nu hoe het komt dat sommige mensen (ik!) te snel iets zeggen wat beter niet gezegd was. Is dat dan enkel slecht? Niet altijd. Tegenover de ongemakkelijk situaties die ik soms veroorzaak, staat dat ik de verbale kracht heb om te verwoorden wat ik wil en de assertiviteit om het vervolgens te krijgen. Verhalen van verlegen scheten, daar herken ik me niet echt in. Wel benijd ik een beetje hoe geliefd zij meestal zijn. Mensen die zelf nooit iets verkeerd zeggen en waar anderen dus ook geen slecht woord over kunnen zeggen, die mogen mij altijd bellen om mij een cursus zelfbeheersing te geven.

Tot dan blijf ik maar gewoon mezelf. Een wandelend cliché: het meisje met de grote mond en een klein hartje. Ik kan die grote mond niet volledig goedpraten (pun intended) met wetenschappelijke verklaringen, dus ik zal gewoon de gevolgen moeten dragen of leren om op tijd een filtertje over mijn uitspraken te gooien. Je weet wel, een beetje zoals Instagram voor foto’s doet, maar dan voor woorden.

 

Foto: Istock

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!