Portret

“Mannen hebben ruimte om te scheppen.”

Gerda Dendooven tussen Muze, Man & Moederschap

Kun je als vrouw volop voor De Kunst gaan? Of vormen een man, kinderen en de afwas van gisteren een ontzettende belemmering bij het scheppen van een meesterwerk? Journaliste Annelies Vanbelle ging praten met bekende creatieve zielen, fotografe Carmen De Vos maakte hun portret. Een reeks die goesting geeft. Om a room of one’s own in te richten.

Gerda Dendooven (53), illustreert, maakt boeken en theater, geeft les aan Sint Lucas in Gent en heeft twee dochters van rond de twintig

 

Ik tref Gerda Dendooven als ze is opgeslorpt door allerlei deadlines. Maar in de tijd die ze voor me vrijmaakt, blijft ze ondanks de stress heel beminnelijk. Haar focus is hier en nu. En ze ontbrandt snel. Ik kom dan ook naar haar toe om het te hebben over een van haar stokpaardjes: het vrouwelijk kunstenaarschap. “Het is iets waar ik al door geïntrigeerd ben sinds mijn prille jeugd”, zegt ze, “de positie van de vrouw, en als ze beslist om kinderen te krijgen: hoe dit onder de partners wordt verdeeld. Mijn grootste frustratie was – en dat speelt al van toen ik een jaar of vijftien was – hoe komt het dat ik zo weinig voorbeelden vind? Hoe komt het dat er zo weinig vrouwelijke kunstenaars zijn? Kijk naar mannen als Picasso: ze hadden muzen, maar die vrouwen creëerden zelf niet. Vrouwen zijn altijd het onderwerp of het voorwerp van de inspiratie. Ook in de wetenschap vond ik verhoudingsgewijs heel weinig vrouwen. Marie Curie was zowat de enige die ik kon bedenken.

“Voor mij was dat tegelijkertijd verschrikkelijk én fascinerend. Er leefde toen in mij al een angst: shit, ik ben ook een vrouw en het zal mijn lot zijn om mijn dromen niet te kunnen realiseren. Zeker als ik ook nog eens kinderen krijg. Ik wist dat ik misschien een kind wou, maar zeker niet voor mijn dertigste. En ik dacht toen ook al na over een latrelatie, avant la lettre.

Je moet niet dezelfde dingen willen doen als een man. Mannen en vrouwen zijn niet gelijk, ze zijn gelijkwaardig.

Wat ik echter ook wist, was dat die artistieke urge in mij niet te negeren was. Ik was degene van het gezin die voorbestemd was om aan de universiteit te gaan studeren, maar ik had daar helemaal geen zin in. Mijn ouders wilden in mij hun droom gerealiseerd zien, ik daarentegen wilde iets creatiefs doen. Al beschouwde mijn moeder zichzelf als een felle feministe, ondertussen vond ze toch dat vrouwen het best konden thuisblijven eenmaal ze kinderen hadden. Ze meende dat je werk en gezin niet kon combineren.

Ik worstelde dus met een fel minderwaardigheidsgevoel: het gaat me toch niet lukken, want ik ben een vrouw. Tot op een dag een man tegen me zei: ‘Je moet niet dezelfde dingen willen doen als een man. Je moet niet binnen hetzelfde systeem proberen te concurreren. Dat is onzin. Mannen en vrouwen zijn niet gelijk, ze zijn gelijkwaardig.’ Toen begreep ik eindelijk: ik moet gewoon op mijn manier de dingen doen, en niet dezelfde standaard hanteren. Dat was een enorme bevrijding.”

carmendevos-Charlie-GerdaDD-04

© Carmen De Vos

Lastige taart

“Tegelijkertijd liet het me niet los. Hoe komt het, vroeg ik me af, dat de geschiedenis zo weinig vrouwelijke kunstenaars kent? Dat een vrouw kiest voor bepaalde beroepen en niet voor andere? Dat moest toch meer zijn dan louter een sociaal gegeven? Ik piekerde me suf, bekeek reportages en las stapels boeken over het onderwerp. Ik vroeg me af of het iets in de genen was, in het brein. Dat vrouwen minder die drang tot creëren hebben, heeft misschien te maken met hoe hun hersenen door hormonen worden aangestuurd? Want minder testosteron betekent minder bewijsdrang.

Dat op het spoor komen was voor mij een hele opluchting. Voordien liep ik met grote frustraties rond, omdat ik het verschil niet kon duiden. Ik dacht dat ik te zwak was, en niet genoeg talent had om all the way te gaan. Maar het zit anders: voor de meeste vrouwen is het mooiste wat ze kunnen maken een kind. En die vorm van scheppen legt al zo’n beslag op hun lijf dat ze daarnaast niet nog de ruimte hebben voor andere creaties.

Kinderen hebben relativeert je eigen navelstaarderij. Ik weet niet hoe ik eraan toe zou zijn zonder kinderen nu.

Ik zie het zo: de man schept omdat hij ruimte heeft om te scheppen. Omdat hij niet ongesteld moet worden en last heeft van verminderde focus in die periode, geen kinderen moet baren en niet moet afkicken van die hormonale veranderingen. Heel ons lijf is ingesteld op het moederschap. We zijn zo geprogrammeerd. Daarom fascineert het me wat er aan de hand is met het brein van vrouwen die wél de behoefte voelen om een carrière uit te bouwen of om creatief bezig te zijn. Vrouwen voor wie het scheppen van kinderen alleen niet genoeg is. Eén ding is zeker: vrouwen die creëren maken niet de gemakkelijkste keuze.

Nu, ik ben wel erg blij dat ik kinderen heb. Sindsdien is de navel toch minder prominent aanwezig, en dat is een goede zaak. Je herkent dingen van jezelf in hen, en dat is soms erg confronterend. Je zit zo dicht op iemands huid dat je een veel beter inzicht krijgt in veel zaken.  Dat relativeert je eigen navelstaarderij. Ik weet niet hoe ik eraan toe zou zijn zonder kinderen nu. Misschien was ik zonder ook gelukkig geworden, en maakte het allemaal niet veel uit. Ofwel was ik een hele lastige taart geworden!” (lacht)

carmendevos-Charlie-GerdaDD-15

© Carmen De Vos

Niet klaar voor een kind

“Mijn ervaringen als prille moeder waren verwarrend. Ik draaide dubbele shifts omdat ik niet wou dat mijn productie omwille van een kind zou stilvallen. Ik liep de hele tijd ambetant en gefrustreerd rond, en was woedend op iedereen. Naar mijn gevoel was ik ondanks het feit dat ik al dertig was, niet klaar voor een kind. Ik woonde nog op kot. Pas twee weken voor ik moest bevallen zijn we gaan samenwonen. Moeder worden was voor mij eigenlijk een domper op de planning, een ferme streep door mijn rekening. Ik was doodsbang dat mijn leven over zou zijn, en dat ik al mijn dromen mocht opbergen. Ik had dat verbetene: het is niet omdat er een kind is dat alles hier moet stoppen. Ik zette mijn baby naast mijn werktafel in de box, en bleef koppig doorwerken. Ik leerde om heel geconcentreerd te werken in de versnipperde momenten die ik voor mezelf had.

Al die praktische zaken, van luiers verversen tot borstvoeding geven, dat waren voor mij regelrechte stoorzenders.

Gelukkig had ik een goeie crèche uitgezocht en zo snel als het kon bracht ik mijn baby daarheen. Je hoort soms verhalen van moeders die staan te wenen als ze hun kind de eerste keer wegbrengen, ik had dat totaal niet. Ik was er zelfs diep vanbinnen van overtuigd dat ze in die crèche veel beter voor mijn kind konden zorgen dan ik het kon. Al die praktische zaken, van luiers verversen tot borstvoeding geven, dat waren voor mij regelrechte stoorzenders. Mijn hoofd stond er gewoon niet naar. Ja, ik speelde met mijn kinderen, maar ik deed dat heel bewust. Omdat ik wist dat het belangrijk was, en dat die prille jeugd een grote invloed heeft op later. Ik deed het omdat het moest, niet vanuit een bepaald gevoel. Ik miste daarbij het intuïtieve dat ik bij andere moeders zag.”

De kunst van het kiezen

“Nog steeds heb ik dat, eigenlijk. Mijn dochters zijn ondertussen bijna volwassen, maar ik zorg altijd dat er brood in huis is, dat er eten klaarstaat. Als ze iets nodig hebben, dan haal ik het, als ze ergens heen moeten, dan breng ik ze. Dan denk ik: hoe komt dat toch? Ik ben misschien meer moeder dan andere moeders, terwijl dat eigenlijk niet echt in me zit. Je wilt alles goed doen, anders ga je gebukt onder schuldgevoelens.

En nee, je kunt niet kiezen. Als je begiftigd bent met een bepaald talent, dan kun je dat niet ontkennen. Je kunt niet alleen voor je werk kiezen, en je kunt niet alleen voor je kinderen kiezen. Je vindt de balans niet, maar er is geen ontkomen aan. Je zaagt en je kankert. Mocht mijn partner iemand zijn die overdag weg was, en een nine-to-fivejob had, dan was het misschien eenvoudiger geweest. Maar twee creatieve geesten die samen willen leven, met kinderen, dat is niet eenvoudig.  “Ik heb er soms over nagedacht, hoe het anders had kunnen lopen, maar de gedachte dat ik moet samenleven met iemand die niet creatief is bezorgt me evenzeer nachtmerries. Ik ben er ook van overtuigd dat in een relatie de gelijkenissen meer trekken dan de verschillen. Traditioneel gelooft men dat tegenpolen elkaar aantrekken, maar ik geloof vooral in overeenkomsten. Dat de ander je spiegel is. Je herkent zaken van jezelf in die ander, en daardoor kun je ze ook beter plaatsen. Zo’n relatie is voor mij de meest spannende, al is dat niet altijd even eenvoudig geweest. Want plots heeft er een kind honger, en moet iemand zijn werkzaamheden stilleggen. En wiens missie heeft er dan prioriteit?”

Lees hier alle interviews in de rubriek Van de Liefde en de Kunst
Carmen De Vos is een trage fotograaf. Ze was al niet van de rapsten lang voordat traag in de mode kwam. A slow photographer. Op die manier was ze eigenlijk altijd al haar tijd ver vooruit en ging er niks verloren. Met haar geliefde Polaroidcamera kan ze ook moeilijk anders, zo’n machine is niet op snelheid berekend. Ze omhelst de fout, de verkleuring, de onscherpte en houdt ervan om binnen de beperkingen die het materiaal haar oplegt, het best mogelijke beeld te creëren.

Schrijf je reactie

1 reactie

Annelies A. A. Vanbelle kijkt als journalist al tien jaar diep in de ziel van mensen. Tijdens dagelijkse lange wandelingen brengt ze haar hyperactieve hoofd tot bedaren en krijgt ze haar spannendste ideeën. Het is haar vorm van meditatie, net als frequent museumbezoek. Daar, en in kunstenaarsateliers en galerieën, is ze het gelukkigst. Ze schrijft bevlogen over kunst voor diverse opdrachtgevers en is co-hoofdredacteur van het passionele kunstmagazine The Art Couch.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen