Leve de nutteloosheid

Als kind lag ik uren in het gras, zocht ik naar klavertjesvier, speelde ik met de grassprieten en madeliefjes en tuurde ik naar boven waar de wolken langzaam boven mijn hoofd voorbijgleden als sluipende gedaanteverwisselaars. Soms een olifant, dan weer een zwaardvechter. Af en toe tufte er een zeppelin voorbij in de blauwe lucht. De namiddag leek eindeloos; Vadertje Tijd had even op de pauzeknop gedrukt. Er was geen stress, geen ‘to-dolijst’, geen angst dat ik iets belangrijks aan het missen was. Er was alleen tijd, zeeën van zalige, onbestemde tijd. En op die zee dobberde ik rond in een bootje van heerlijke, gepermitteerde nutteloosheid.

Een kwarteeuw later zijn de zeppelins verdwenen uit het luchtruim en mijmer ik nu en dan over die ogenblikken waarin tijd bijzaak was; over wandelingen in het bos op zondagnamiddag waar een zijn met het bos genoeg was. Die eentonigheid bracht rust in mijn kinderhoofd en verscherpte mijn andere zintuigen: het geluid van ritselende bladeren onder mijn voeten, de kleurloze maar toch mosgroene bosgeur, lichtstralen die me onder de kruinen van berk en eik op een schaduwspel trakteerden.

De tijd gaat snel, gebruik hem wel

‘De tijd gaat snel, gebruik hem wel’, die spreuk schreef meneer Wilfried op het bord op de eerste schooldag van mijn zesde leerjaar in de lagere school. Toen al werd er ons ingepeperd dat tijd een kostbaar iets is, like sand through the hourglass so are the days of our lives. Met opgroeien werd het leven steeds drukdrukdrukker. Haastigheid slokte nutteloosheid gewetenloos op. Naarmate ik opgroeide, werd nutteloosheid ook steeds minder getolereerd. Als het een dier was geweest, dan stond beestje nutteloos al lang op de lijst met bedreigde diersoorten.

‘Heb je dan niets beters te doen?’, hoor ik anderen denken.
‘Jij, luiwammes, je had dit en dat kunnen doen en je hebt zus en zo gemist’, hoor ik mezelf denken.

Een kind mag kind zijn en lanterfanten, van een volwassene wordt dit minder geaccepteerd.

Als ik een paar uur doelloos doorbreng met enkel mijn ademhaling als constante, dan voel ik me nadien schuldig. Schuldig ten opzichte van mezelf maar ook ten opzichte van ‘de maatschappij’. Schaamte maakt zich meester van mij. Een kind mag kind zijn en lanterfanten, dat moet het zelfs doen. Van een volwassene wordt dit minder geaccepteerd. Akkoord, er is een wezenlijk verschil tussen de leefwereld van een kind en een volwassene maar ik ben ervan overtuigd dat de wereld een mooiere plek zou zijn als we het kind in onszelf wat vaker naar boven zouden laten komen. Als we met ons allen wat vaker nutteloos zouden wezen.

Stijn_nutteloos

Haast en spoed, zelden goed

De momenten waarop ik echt, maar dan ook écht nutteloos ben, zijn zeer zeldzaam geworden. Er is altijd wel iets te doen in huis, vriendschapsbanden moet je onderhouden, blogteksten schrijven zich niet vanzelf… Zelfs op momenten waar ik het rustig aan doe en tijd voor mezelf wil nemen, betrap ik mezelf op multitasken. Series kijken gaat meestal gepaard met strijken, was opplooien of het strelen van een poezenbeest. Op de trein kijk ik steeds minder naar het aan me voorbijrazende landschap omdat ik getikketakt ben om een boek uit te lezen zodat ik slaag in mijn reading challenge van 2016. Terwijl ik aan het fornuis sta te koken sta ik terzelfdertijd ook de afwas te doen, zet ik het vuilnis buiten of beslis ik om het kruidenrek te herschikken – met af en toe overkookte pasta als gevolg.

De dagen vloeien in elkaar over tot een uniforme weke massa. 101 takenlijsten rijgen ze aaneen. Ik leef (of word geleefd), maar beleef steeds minder. Er gaat zoveel aan me verloren omdat de tijd tikt. Terwijl nutteloosheid de geest net tot rust kan doen komen. Een moment nemen om te reflecteren, stil te staan bij dingen, bepaalde zaken los te laten.

Had J.K. Rowling geen vier uur vastgezeten op een trein met vertraging, dan had ze Harry Potter misschien nooit bedacht.
Had Archimedes de tijd niet genomen om wat te plonzen in bad (ongetwijfeld met enkele etherische oliën), dan had hij nooit ‘Eureka’ geroepen. Had J.K. Rowling geen vier uur vastgezeten op een trein met vertraging, dan had ze Harry Potter misschien nooit bedacht. Want tijdens die bewuste treinrit, ergens tussen Manchester en Londen, kon ze lekker nutteloos wezen en haar gedachten ordenen waardoor ze ongestoord haar ideeën over the boy who lived op een servet neer kon schrijven. Waar treinvertragingen al niet goed voor zijn.

Hangen heeft geen haast

Vorige zomer had ik het geluk dat ik ook even op de pauzeknop mocht drukken. Ik verbleef een week op de B&B van mijn schoonvader waar alles kon maar niets hoefde. Ik moet bekennen dat ik er met enige argwaan naartoe vertrok. Een paar dagen eerder vertoefde ik nog in het bruisende Berlijn en ik vroeg me af hoe ik het op het Franse platteland een week lang zou uithouden, zo zonder plannen en verplichtingen.

Ik zat naast mijn lief in stilte en dat was goed, er hoefde niet constant gepraat te worden.

Eenmaal aangekomen liet ik mijn scepticisme snel los en gaf ik me over aan de weergaloze nutteloosheid. Ik keek naar de zonsondergang, zag hoe de duisternis het schemerlicht verslond en hoe de sterren aan de hemel verschenen. Voor het eerst sinds ik-weet-niet-meer-wanneer bewonderde ik de kleine en de grote beer. Ik tuurde naar de lucht en vroeg me terug af naar welke al dan niet paradijselijke bestemming een voorbijvliegend vliegtuig zijn passagiers vloog. Ik zat naast mijn lief in stilte en dat was goed, er hoefde niet constant gepraat te worden. De boeken die ik had meegenomen, bleven onaangeroerd.

Komt tijd komt raad

Ik ben een denker, een maler maar die week kwam ik mentaal en fysiek tot rust. Alles was plots een stuk duidelijker, ik kon reflecteren, relativeren en loslaten. Toen ik ’s morgens in de spiegel keek, zag ik een fris gezicht zonder donkere kringen en wallen rond de ogen – en dat kwam heus niet alleen doordat ik lekker lang kon uitslapen. Ik zat simpelweg veel beter in mijn vel waardoor ik, de eeuwige twijfelaar en uitsteller, plots mijn stoute schoenen aantrok en een van mijn teksten naar De Morgen opstuurde. De krant publiceerde het stuk op hun site en het werd prompt het meest gelezen stuk van de week en mijn blog kreeg er een gigantische boost door.

Een nieuw klavertjevier heb ik nog niet gevonden en het multitasken ben ik nog niet verleerd maar sinds vorige zomer gun ik mezelf terug wat vaker doelloze momenten. Dat houdt in dat ik af en toe eens ‘neen’ durf te zeggen en thuis soms een oogje toeknijp. Nutteloosheid mag en op onverwachte momenten blijkt het helemaal niet nutteloos maar net waardevol te zijn. Lang leve de nutteloosheid dus!

Illustratie: ©Jeroen Van Zwol/Zwoltopia
Meer over Stijn vind je op zijn blog Hetzaljezoonmaarwezen.be

Lees ook: De paradox van de nutteloosheid

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!