‘‘Darling, I want my gay rights now”

Een ode aan Marsha P. Johnson, Gay Liberation-pionier

De naam Marsha P. Johnson doet bij weinig mensen een belletje rinkelen. Toch verdient ze een standbeeld, liefst pal voor het Witte Huis. Ze was een zwarte, HIV+ trans*vrouw die actief was in de seksindustrie. Haar boodschap blijft actueel. Ik zou daarom willen dat iedereen weet wie Marsha was.
Haar geboortenaam kan je gemakkelijk online vinden, maar die ga ik hier niet vermelden. Voor mij is ze Marsha en zo zou het voor de hele wereld moeten zijn. Maak kennis met een uitgesproken LGBT+ activiste en een openhartige verdedigster van trans*personen afkomstig uit etnische minderheden, die haar tijd ver vooruit was.  

Dragqueen

Marsha werd geboren in 1945 in New Jersey. Als kind leed ze erg onder haar christelijke opvoeding. Op een jonge leeftijd trok ze al vrouwenkleren aan, maar dit werd meteen afgestraft door haar ouders. Na het middelbaar vertrok ze met 15 dollar en wat kleding op zak naar Greenwich Village in New York. Hier hoopte ze meer vrijheid te vinden.

Ze was jarenlang dakloos en kwam in de prostitutie terecht om te kunnen overleven. Ze verbleef soms in groezelige hotels en werd vanaf de jaren 70 sporadisch opgenomen in psychiatrische instellingen vanwege een reeks mental breakdowns.

“Telkens als haar gevraagd werd waarvoor de P. staat in haar naam zei ze: pay it no mind. Je er geen fuck van aantrekken dus.”

Dat ze dakloos was, hield haar echter niet tegen om als dragqueen aan de slag te gaan. Ze werd al snel gezien als de moeder van de queens, omdat ze hulp bood aan LGBT+ jongeren die dakloos waren of in moeilijkheden zaten. Ook toerde ze in 1972 de wereld rond als dragqueen samen met de ‘Hot Peaches’, een dragtheatergezelschap.

Zo groeide ze uit tot een cultuuricoon en werd in 1974 zelfs gefotografeerd door Andy Warhol voor een reeks over dragqueens. “Ik was niemand van nergens, tot ik een dragqueen werd. Dat is waardoor ik het gemaakt heb in New York, in New Jersey. Dat is waardoor ik het gemaakt heb in de wereld,” vertelde Marsha. In 1980 kwam er een einde aan haar dakloosheid. Ze mocht blijven slapen bij een goede vriend, Randy Wicker. Hij was ook een fervent gay activist. Uiteindelijk bleef ze er wonen tot haar dood, 12 jaar later.

Marsha stond bekend als een excentrieke vrouw met haar dikke bontjassen, flashy juwelen en over-the-top hoeden. Ondanks dat ze te kampen had met mentale gezondheidsproblemen en onnoemelijk veel tegenstand, bleef ze haar beroemde brede glimlach behouden. Telkens als haar gevraagd werd waarvoor de P. staat in haar naam zei ze: “pay it no mind”. Je er geen fuck van aantrekken dus.

Marsha deelt flyers uit. Foto: The New York Public Library Digital Collections

Boezemvriendin Sylvia Rivera

Iemand met dezelfde instelling was Sylvia Rivera. Marsha ontmoette haar in de dragscene toen ze 18 was. Sylvia werd al snel haar boezemvriendin. Net als Marsha was Sylvia ook trans* en dragqueen. Ze leefde in armoede en had een verleden in de seksindustrie. Daarnaast was ze een down-to-earth activiste. Je kan Marsha niet noemen zonder Sylvia en Sylvia niet zonder Marsha. Samen zijn ze pionierhelden van de LGBT+ community en hebben ze gevochten voor onze vrijheid.

Sylvia was degene die de meeste confrontaties aanging. Ze ging vooral in tegen de witte homo’s uit de middenklasse die de benarde situatie van deze trans*vrouwen negeerden. Tijdens een gay pride in 1973 stormde ze het podium op en ging in tegen het boegeroep van de feestgangers. Ze werd geslagen, gearresteerd en verloor haar werk en appartement, allemaal voor ‘gay liberation’. “En jullie behandelen mij zo? What the fuck is er mis met jullie? Denk daar eens over na!,” riep ze in volle verontwaardiging.

Een paar uur later probeerde ze zelfmoord te plegen. Vanaf dat moment kwam haar leven in een neerwaartse spiraal terecht. Toch wist ze zich te herpakken, om zich op latere leeftijd opnieuw in te zetten voor LGBT+ rechten, tot haar dood in 2002 door leverkanker.

Sylvia Rivera (meest links) en Marsha (ernaast). Foto: The New York Public Library Digital Collections

Stonewall Riots

Marsha en Sylvia waren beide bekende gezichten in de gay scene in New York, en waren vaak te vinden in de ‘Stonewall Inn’ een gay bar in Christopher Street, New York, het hart van de gay community in de jaren 60. Marsha was een vaste klant en noemde zichzelf een ‘Stonewall girl’.

Op 28 juni 1969 viel de politie binnen bij de Stonewall Inn met de boodschap: “”Police! We’re taking the place!” Maar de inval ging niet als gepland. Normaal moest er identificatie getoond worden en de politie-agentes zouden de klanten die als vrouw aangekleed waren, meenemen naar de toiletten. Hier werden ze dan gearresteerd als het bleek dat ze ‘mannen’ waren.

“Veel mensen beschouwen de Riots als het startpunt van de gay liberation.”

Dergelijke controles gebeurden regelmatig. De gemeenschap was het beu om steeds geviseerd te worden door de politie en kwam in opstand. Mensen weigerden hun ID te tonen en mee te gaan met de agentes. Toen de politie probeerde om klanten van de bar te arresteren, brak er geweld uit.

Ooggetuigen zeiden dat Marsha een van de initiators was van de opstand, dat zij de eerste baksteen gooide die de ruiten van de bar aan diggelen sloeg. Zelf zei ze in een interview dat ze niet voor 2 uur aankwam aan de bar, toen de opstand al in volle gang was. Toch geloven veel mensen nog in deze urban legend. Ook over Sylvia gaan er geruchten de ronde dat zij een van de eersten was die een fles gooide naar de politie.

De opstand zou enkele dagen aanhouden en ging de geschiedenis in als de ‘Stonewall Riots’. Het leidde tot de oprichting van organisaties zoals ‘Gay Liberation Front’ en ‘Lavender Menace’. Een jaar na de opstand vond de eerste Pride March plaats. Veel mensen beschouwen de Riots als het startpunt van de ‘gay liberation’.

De term ‘transgender’ was nog niet wijd verspreid tijdens het leven van Marsha. Ze gebruikte gewoonlijk vrouwelijke voornaamwoorden voor zichzelf en verwees ook naar zichzelf als gay, travestiet of gewoon queen. Maar nu zou een betere term de ‘LGBT+ of queer liberation’ zijn.

Marsha tijdens protestactie. Foto: The New York Public Library Digital Collections

Fervent activist

Marsha is bij het grote publiek dan niet zo bekend, ze is niet vergeten. Haar activisme was pionierswerk: de LGBT+ gemeenschap werd in haar tijd vooral aangestuurd door witte, cisgender (als je gender overeenkomt met hetgene dat je toegewezen kreeg bij je geboorte) vrouwen en mannen. Hierdoor werden trans*personen met een andere etniciteit bijna volledig aan de kant geschoven.

Na de Stonewall Riots richtte Marsha samen met hartsvriendin Sylvia S.T.A.R. (‘Street Transvestite Action Revolutionaries’) op. Ze vochten voor de inclusie van trans*personen. Ze focusten zich vooral op trans*jeugd die dakloos was. Ze boden onderdak aan met hun S.T.A.R. Houses, aan dakloze LGBT+ personen in New York, Chicago, Californië en Engeland begin jaren 70.

Een paar dagen voor haar dood, zei Marsha in een interview dat ze HIV positief was. Eind jaren 80 werd ACT UP (‘AIDS Coalition to Unleash Power’) opgericht, een organisatie die het taboe rond AIDS wil doorbreken. Marsha was een gerespecteerd en actief lid van de organisatie.

Dubieuze dood

Op 46-jarige leeftijd werd Marsha dood aangetroffen in de Hudson rivier in New York. In de officiële papieren staat dat de doodsoorzaak zelfdoding was, maar vrienden van Marsha en de queer community van New York denken hier anders over. Marsha was voor de gemeenschap een ambassadeur. Ze had een voortrekkersrol, maar was ook gewoon een van hen. Ze zagen haar als een vrolijk boegbeeld dat niet terugdeinsde om te vechten voor rechtvaardigheid. Of het moord was, is nooit bewezen.

In 2012 zorgde Mariah Lopez, een LGBT+ activiste, ervoor dat de zaak officieel heropend werd, maar vervolgens gebeurde er weinig. De zaak werd vervolgens opgepakt door Victoria Cruz, een LGBT+ activiste en een adviseur bij zaken rond huiselijk geweld voor het Anti-Violence Project, een organisatie die zich inzet voor geweld tegen de LGBT+ community en HIV+ personen. Voor haar pensioen besloot ze nog een laatste zaak aan te nemen: de dood van Marsha P. Johnson. Haar zoektocht is te zien in de Netflixdocumentaire ‘The Death and Life of Marsha P. Johnson’.

“Marsha was voor de gemeenschap een ambassadeur. Ze had een voortrekkersrol, maar was ook gewoon een van hen.”

Tijdens haar onderzoek pleegt ze een telefoontje met de politie: “Ben jij een privédetective?,” vraagt de inspecteur die ze aan de lijn krijgt. Victoria ontkent en de inspecteur vervolgt met een norse stem: “Speel zelf geen detective, oké? Laat het over aan de mensen die hier mee bezig moeten zijn.”

Victoria spit de zaak tot in detail uit, maar er kan geen sluitend bewijs gegeven worden rond de doodsoorzaak. Ze interviewde vrienden van Marsha, waaronder ook Sylvia. Alle vrienden waren ervan overtuigd dat Marsha er zelf geen einde aan had gemaakt. Ook waren er getuigen die zeiden dat er een schotwond op Marsha’s achterhoofd zichtbaar was.

In politieverslagen politie stond ook dat doodslag een mogelijke oorzaak was. Later werd er zelfdoding van gemaakt zonder gegronde reden. “Hoe kunnen we rechtvaardigheid eisen voor alle talloze slachtoffers als we niet eens rechtvaardigheid kunnen eisen voor Marsha,” zegt Victoria verontwaardigd in de documentaire. “Een enorm aantal trans*vrouwen is vermoord. En ze schreeuwen vanuit hun graven, voor gerechtigheid.”

Discriminatie in eigen gemeenschap

In 2017 werden er in de USA minstens 27 trans*personen vermoord. De meesten waren trans*vrouwen van een etnische minderheid. Dit jaar nog trok een groep cisgender lesbische vrouwen naar de pride in Londen met de boodschap dat trans*vrouwen geen vrouwen zijn, dat ze lesbiennes verkrachten. De pride-organisatie greep niet in. Er zijn genoeg voorvallen die aantonen dat er zelfs binnen de LGBT+ gemeenschap nog te veel transfobie heerst.

“Een enorm aantal trans*vrouwen is vermoord. En ze schreeuwen vanuit hun graven, voor gerechtigheid.”

Zoals Marsha zei: “Hoeveel jaren heeft het geduurd voor mensen realiseerden dat we allemaal broers, zussen en personen zijn van het menselijk ras? Ik bedoel: hoeveel jaar duurt het voordat mensen dat zien? We zitten allemaal in deze rat race, samen.”

Marsha ging de geschiedenis in als een aanvoerder van de Stonewall Riots, een dragqueen, een model van Andy Warhol, een actrice en een revolutionaire trans*activiste. Maar ondanks het feit dat veel LGBT+ activisten Stonewall als een beginpunt zien van een bevrijding, lijken weinigen de politieke standpunten van Marsha en haar trans*zussen te omarmen.

Marsha P Johnson. Marsha. P. Johnson. Zij vocht en stierf misschien voor rechten waar wij nu van genieten. Toch doet de gemeenschap die haar als een idool ziet te weinig voor zwarte trans*vrouwen zoals zij, te weinig voor de volledige koepel van trans*personen van kleur.

De documentaire ‘The death and life of Marsha P. Johnson’ is the bekijken op Netflix.
Foto boven: still uit Netflixdocumentaire ‘The Death and Life of Marsha P. Johnson’

Plaats zelf een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Ga wild
en word lid!

Charlie gaat op zoek naar het beest in zichzelf in een najaarsnummer met als thema ‘Wild van Hart’. Om dit te vieren, doen we een wilde actie:

De 300 snelste surfers krijgen deze week een jaarabonnement aan €30 ipv €50.

Ga snel naar de webshop en koop dat abonnement!

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

LDV United
t.a.v. Charlie Magazine
Rijnkaai 100
2000 Antwerpen