column

Ode aan de bus

Ode aan de bus

Liefste De Lijn,

Ik neem al sinds mijn dertiende zowat elke dag jouw bussen. Eerst naar mijn middelbare school, daarna naar de hogeschool en nu richting mijn stage bij Charlie Magazine. Wanneer jouw naam valt, komen er bij veel mensen een heleboel scheldwoorden naar boven. Ja, die verdomde bussen van jou zijn vaak te laat op een dag dat je écht wel op tijd moet zijn. Maar, ik wil je vandaag vooral bedanken. Voor alle mensen die ik dankzij jou heb ontmoet, de dingen die ik heb geleerd en de gênante verhalen die nu voor entertainment aan de eettafel zorgen.

Eén van de eerste mensen die ik dankzij jou heb ontmoet, is Akira. Een schattig meisje dat vroeger op het einde van mijn straat woonde. Het feit dat ik elke ochtend mijn muziekoortjes inhad, weerhield haar niet om steeds weer vol enthousiasme naast me neer te ploffen op de bus. Die oortjes stak ik al snel weg wanneer ik haar zag aan komen wandelen, want ze had altijd veel boeiends te vertellen. Dat ze nieuwe schoenen had gekocht, bijvoorbeeld of dat ze vandaag uitkeek naar de turnles. Ik luisterde dan aandachtig, terwijl haar broertje jaloers onze richting uitkeek. Hij kwam soms ook naast me zitten, maar was niet zo’n spraakwaterval als zijn oudere zus. Hij wou gewoon mijn hand vasthouden, en dat vond ik niet erg.

“Wat ik van jou heb geleerd, is dat ik slecht ben in de tijd in te schatten.”

Of die ene buschauffeur waar ik een keer aan had gevraagd of ik ergens anders mocht uitstappen door een omleiding. Die zegt nu elke keer wanneer ik opstap dat hij blij is me te zien. Dan biedt hij een snoepje aan, waardoor andere busgenoten nu ook al naar snoepjes vragen wanneer ze opstappen. Eén keer bood hij zelfs een lelijke luipaardprintparaplu aan die iemand in de bus had achtergelaten. Die wilde ik niet hebben, maar ik apprecieerde het gebaar wel.

Gesprint en geprop

Wat ik van jou heb geleerd, De Lijn, is dat ik slecht ben in de tijd in te schatten. Die app van jou is best handig, maar toch vertrek ik iedere ochtend weer te laat naar mijn halte. Volgens mij weten mijn buren niet eens hoe ik eruit zie, omdat ik me meestal al sprintend door de straat verplaats. Het is de weinige sport die ik nog dagelijks doe.

Ik heb ook geleerd niet te snel van stapel lopen. Als ik in de verte een bus zie aankomen, neem ik alvast mijn buskaart klaar en begin ik die awkward zwaaibeweging te doen om aan te tonen dat ik moet opstappen. Wanneer de bus dichterbij komt, zie ik dat het een ‘Geen Dienst’ bus is. ‘Sorry, mijn collega pikt je op’ staat er op de voorkant te pronken. Wel, waar blijft die collega van jou dan? Ik sta hier al zo lang.

“Ik weet dat ik niet kan omvallen omdat ik langs alle kanten door zwetende puberlichamen word omsingeld.”

Wat ik nu ook weet, is dat ik niet om 16.30 uur de bus mag nemen. Op dat uur zitten namelijk alle jongeren van de middelbare school erop. Ik was er vroeger ook zo één, maar nu ik wat ouder ben, wil ik hier niet vrijwillig tussen zitten. Of beter gezegd staan, want ze zijn met zoveel dat de bus eerder een blik sardienen op wieltjes lijkt. Zelfs al maakt de bus een onverwachte bocht, weet ik dat ik niet kan omvallen omdat ik langs alle kanten door zwetende puberlichamen word omsingeld. Altijd gezellig.

Strontverwend

Je weet er ook de spanning in te houden, want ik kan nog steeds verrast worden door een bus die ik al jaren neem. Dat een bus plots een omweg neemt, gebeurt wel vaker, maar dit wil ik toch even met je delen: na een tijdlang de foute kant op te rijden, vraag ik aan de buschauffeur waar hij precies naartoe gaat. Wat blijkt, hij stopt niet aan de halte waar ik moet zijn. Hij stopt niet eens meer in dat dorp. “Er zijn werken”, krijg ik als verklaring voor de plotse trajectverandering. Alsof er niet overal in België straten worden opengebroken en oranje bordjes worden geplaatst met ‘omleiding’ op. Die dan na twee bordjes al stoppen waardoor je totaal geen idee hebt hoe die stomme omleiding nu verdergaat.

De buschauffeur is zo vriendelijk om me af te zetten en me een andere bus aan te raden. Ik wandel in snelle pas terug, terwijl ik gefocust naar mijn smartphone staar om uit te zoeken of ik nog op tijd zal zijn. Niet naar voor kijkend, struikel ik. Zo één waarbij je bijna op je gezicht gaat, maar hevig met je armen begint te zwaaien zodat je nog net je evenwicht kan behouden. Verbaasd kijk ik om. Ik ben zonet in de grootste hoop paardenstront gestapt die ik in mijn leven heb gezien. In het midden van het fietspad dan nog wel. Mijn zwart-witte schoenen, vies. Mijn schaamte, groot. Ik hoop maar dat ik niet op een YouTube filmpje beland, zo’n compilatie met als titel: Fails of 2019.

“Dan willen ze dat we meer het openbaar vervoer nemen, maar trekken de uren op niets.”

Uiteindelijk kom ik aan bij de halte van mijn nieuwe bus, die volgens het uurrooster over… twee uur langskomt. TWEE UUR?! Dan willen ze dat we meer het openbaar vervoer nemen, maar trekken de uren op niets. Mijn mama is zo lief om me dan toch naar mijn bestemming te brengen met de auto. “Je hebt geluk dat je in paardenstront bent gestapt, dat is nog de minst erge stront om in te stappen”, zegt haar optimistische zelve. “Da’s waar mama”, moet ik grinnikend toegeven, terwijl ik mijn schoenen schoonmaak voor ik haar auto instap.

Dat laatste verhaal doet het altijd goed tijdens etentjes met vriendinnen. Ik wil trouwens niet beschuldigend klinken, maar zonder die omleiding van jouw bus was ik niet in die stront gestapt. Of misschien ben ik gewoon lomp. We zullen het nooit weten.

Dus: bedankt voor al de leuke verhalen die ik nu kan vertellen. En zouden jouw bussen toch iets vaker op tijd kunnen rijden, alsjeblieft?

Groetjes,

Een dagelijkse busgebruiker

Foto: Wiki Commons

Schrijf je reactie

Sarah Van Evercooren (20) is studente Journalistiek en houdt zich al heel haar leven bezig met schrijven. Van fantasierijke romans vol dt-fouten toen ze klein was naar diepgaande artikels met (hopelijk) geen dt-fouten nu ze groot is. Met een breed interesseveld schrijft ze over verschillende onderwerpen zoals gelijkheid, geloven en cultuur. Boeiende figuren tegenkomen en hun verhalen brengen vindt ze het leukst.

Lees verder in Mensen

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de leukste club van het internet en krijg:

  • 2 bookzines per jaar, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.
  • En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is!

Ik word lid!

50
Vrienden van Charlie

Ook Charlie friend worden? Stuur een mail voor info naar sophie@charliemag.be

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen