De kat van mijn zus kwam bij mij wonen. En ik dacht dat dit eenvoudig zou zijn.

De kat van mijn zus kwam bij mij wonen. En ik dacht dat dit eenvoudig zou zijn.

Toen mijn zus Sara mij een jaar geleden vroeg of haar kater, Prins, bij ons mocht komen wonen, heb ik blijkbaar meteen ‘ja’ gezegd. Ik zeg nogal snel ‘ja’. Mijn hoofd zit heel vaak vol dingen, waardoor ik op sommige momenten niet ECHT echt luister naar wat je vraagt. Zolang je dan een vraag stelt op een toon die doet alsof het héél normaal is dat ik ‘ja’ ga antwoorden, zal ik dat waarschijnlijk ook doen. Achteraf, in mijn bed, denk ik dan vaak: waarom heb ik nu ‘ja’ gezegd? WAAROM.

Nu ja, Sara kent mij, dus ze heeft het uiteraard een paar weken daarna nog eens gevraagd. Maar toen vond ik het nogal grof om het terug af te zeggen, dus voilà. Dat is de geschiedenis. Die kat zou bij ons komen. En eerlijk, ik was er ook niet echt door gealarmeerd. Het gebeurt toch constant dat huisdieren doorgegeven worden, dacht ik. Bovendien is Lorenzo de zotste dierenliefhebber. Hij zou dat de max vinden. Plus, hoe moeilijk kan het zijn om voor een kat te zorgen?

Tot dat dier 5 weken geleden bij ons in huis werd gedropt.

Peoples.

Op het einde van avond één, was dit het enige wat ik tegen mezelf kon zeggen:

Dit was zo’n slecht plan.
Dat beest was doodsbang.

Natuurlijk! Wat had ik gedacht? Hoe zou je zelf zijn als ze je in Tokio in een appartement bij een bende héél grote Japanners droppen die in een vreemde taal tegen je aan liggen roepen. Je willen oppakken. Waar de wc er totaal anders uitziet dan thuis. Waar het anders ruikt, waar je helemaal alleen bent. En ook, je bent een roofdier, dus je instinct zegt vanalles.

Dus heeft hij de helft van de avond onder de zetel doorgebracht waar hij meteen ook de helft van zijn vacht is verloren. De andere uren heeft hij blazend onder het bed doorgebracht, daar is hij de tweede helft van zijn vacht verloren en heeft hij ook kaka gedaan. We denken uit PURE ANGST, een beetje zoals soldaten in de loopgraven als ze gebombeerd worden. Dat was dag 1.

Jullie zijn nu aan het lachen. Maar efkes, hoe erg is dat?
Jij zit daar in dat appartement van die Japanners en je doet daar kaka onder hun bed, gewoon omdat je niet onder dat bed uit durft te komen. Dat is kei erg.

Dag 3

Wij werden wakker en Prins was er niet meer. Verdwenen. Foetsjie. Wij hebben goed gezocht. En ja, we hebben op, onder en in kasten gekeken. Hij was er niet meer. Dat kan niet, denk jij nu. Maar hij was er echt niet meer. Tot wij ontdekten dat wij een schouw hebben en dat die een gat heeft, waar een kat inpast en gewoon 2 verdiepingen door naar beneden kan vallen. We keken naar elkaar en dachten: fooooooook. En ook: hoe gaan we dit uitleggen aan Sara?

En ook dit, uiteraard.

Maar goed nieuws mensen! Hij was niet gestorven door in het schouw-gat te springen. Want plots kwam er een miauw-geluid van onder onze keuken uit. Wat bleek? Hij was via het aanrecht op onze 2,5 meter hoge keukenkast gesprongen en zo achter onze keuken terecht gekomen en nu zat hij achter de plinten van onze keuken gevangen. Die hebben we dan helaas moeten uitbreken (we wonen er nu toch al bijna een jaar, dringend tijd dat we de plinten die we net gezet hadden, weer afbraken). Tekenend voor de situatie is dat wij niet huilden voor die plinten, maar huilden van opluchting. We waren blij dat het dier in leven was.
Conclusie van de dag: We kwamen maar een dik half uur te laat op ons werk. De plinten konden hersteld worden. En geen sporen van kaka onder de keukenkasten. All good.

Dag 4

Een huisdier is zoals een kind. Je bent nooit gerust. En je kan je over alles zorgen maken. Eerst maak je je zorgen over het feit het dier kaka doet. Dan doet het geen kaka en ben je blij, één dag ofzo. Waarop je je uiteraard zorgen begint te maken waarom het geen kaka doet. 4 dagen geen kaka, leek ons vrij lang. Doen dieren dat niet elke dag? Dus checkte ik bij Sara of Prins wél zeker wist hoe hij op de kattenbak moest gaan. Zij antwoordde: “Tuurlijk! Duh. Hij kent het. Geen probleem.”
Ik zei: “Zeker, want hij heeft al drie dagen geen kaka meer gedaan?”
Geen antwoord.
En dan: “Ik dacht van wel, maar op het type kattenbak dat bij jullie staat, is hij wel nog nooit geweest.” (could have mentioned that now, huh)

En ik dacht weer.

Daar zaten we dus met een kat die geen kaka durfde doen. Toen we die avond in de zetel zaten, zag ik het lief aandoenlijk kattenfora afschuimen naar info over een kat die niet op de kattenbak durft gaan. De truc was volgens de mensen op kattenfora (wiens profielfoto ook allemaal een foto van hun kat is, dat is zo in de wereld van kattenliefhebbers oké), om de kat op de kattenbak te houden tot hij kaka had gedaan, zodat hij wist dat hij daar moest gaan. Waarop wij die raad volgden. Het volgende scenario speelde zich af: Prins miauwde, blies en spartelde en wij hielden vol (don’t judge, wij waren hopeloos). En het werkte. Hij legde een drol in de kattenbak. Wij waren tevreden. Goed Gedaan Prins. Wij dachten optimistisch: hij heeft het geleerd. We gingen tevreden slapen.

Tot een collega (zonder kat) de volgende dag de opmerking maakt of Prins was gegaan omdat hij moest gaan, of  omdat wij hem BRUTAAL gedwongen hadden. Met andere woorden: hadden wij ons beschuldigd aan een kaka-verkrachting?
Goeie vraag.
Opnieuw, als je deze situatie even doordenkt bij jezelf, stel je dan even voor dat die Japanners je hardhandig op de WC gedrukt houden tot je kaka doet. Daar kom je niet gezond uit, toch?

Dag 5 en 6

Hij had het nog niet geleerd. We hebben de wc-training de volgende twee avonden brutaal moeten herhalen met pijn in het hart. Maar nogmaals, wij waren hopeloos.

Dag 7

EPIPHANY. HOERA. OVERWINNING. ALLES KOMT GOED.
Prins is uit zichzelf op de kattenbak gegaan.
Maar zie, ik ga hier zeker niet zelfgenoegzaam liggen zeggen dat wij dat echt goed hebben aangepakt. Want, ik weet het niet, jongens.

Dag 8

Prins eet, slaapt en doet kaka. En als we zijn gigantisch haarverlies negeren (wat een teken van stress blijkt te zijn, volgens ALLE mensen op de kattenfora), kunnen we bijna doen alsof hij het leuk vindt bij ons. Uiteraard brainstormen we ook over hoe we het nog leuker kunnen maken voor hem. We komen tot de conclusie dat we hem pas echt gelukkig gaan kunnen maken, als hij buiten mag.

Hoe zou je zelf zijn, na 8 dagen in dat appartement van die Japie’s. Je wil gewoon effie buiten. Toch? Nu, katten mogen die eerste weken niet buiten, want dan zoeken die de weg terug naar hun vorige huis en lopen die waarschijnlijk verloren en dat eindigt meestal niet goed. (Hoe lang je katten precies  binnen moet houden, daar zijn de mensen van de kattenfora het niet over eens. Sommigen zeggen 3 weken, anderen 6 weken. 6 WEKEN. In kattenjaren is dat een eeuwigheid, of tenminste een paar jaar.  Stel dat jij een paar jaar vast zit op dat appartement bij die Japanners?  Dan word je gek, toch?)
Uit onze brainstorm tijdens het avondmaal kwam volgende oplossing uit de bus: een kattenleiband. Dan kon hij toch al eens buiten.

Dag 10

Hoera! De kattenleiband kwam aan. Tot daar de vreugde. We hebben de leiband proberen aandoen en zijn waardigheid intact proberen te laten, dat was heel moeilijk. Prins vond de leiband niet leuk. Hij begreep ook onze goede intenties niet. Eens hij aan de leiband was, liet hij alle spanning uit zijn lichaam en leek hij niet in het minst geïnteresseerd in wandelen. Het leek alsof we een levenloze pop voorttrokken. Een beetje zoals dit, maar dan erger, want hij was ook heel agressief tegenover de leiband.

We kunnen niet zeggen dat hij toen genoten heeft van zijn tijd buiten. Nu ja, als die Japanners mij vastbinden in een klimgordel met een koor aan, weet ik ook niet of ik over de stoepen van Tokyo zou huppelen. Hoe lief en enthousiast die Japanners in hun gekke taal ook dingen tegen mij zouden liggen roepen.

Dag 11

Ik had nooit gedacht dat we zo’n mensen zouden worden, maar ja, wij hebben het gedaan. We hebben kattenspeeltjes besteld. Wij wilden gewoon dat hij gelukkig was oké? En als Prins gelukkig zou worden van kattenspeeltjes dan moest het maar zijn. En for the record, ja, hij speelt daar heel graag mee. Dag 11 was een goeie dag in het gezin Theunynck-Van Loon-Prins.

Dag 21

Prins zit ondertussen 21 dagen opgesloten in het gevang, dat ons appartement is. Prins staart vaak uit het raam en ik blijf daar de gedachte op projecteren dat hij zielsgraag naar buiten wil. Dat hij er klaar voor is. Volgens de kattenfora moet je voorafgaand aan die eerste keer buiten, je kat een dag geen eten geven, zodat hij terug wil komen. Tof. Mag je eindelijk buiten, maar word je wel uitgehongerd. #hardlife. En eens het zover is, moet je hem (hou je vast) begeleiden. Je moet dus zelf uit het raam klimmen en hem voordoen hoe hij buiten geraakt. We hebben het raam naar het terras opengezet en zijn samen met hem naar buitengegaan (dat moet volgens de kattenkenners, oké? Zodat hij weet hoe het moet). Wij dachten dat Prins door het dolle heen zou gaan lopen en dat we hem mogelijk nooit meer zouden terugzien. Verkeerd gedacht. Prins wilde liefst in de zone van 1 vierkante meter rond het raam blijven. We hebben hem proberen zachthandig buiten te krijgen, maar Prins wilde plots alles behalve buiten gaan.

 
Hij wilde het liefst gewoon op het raam zitten en kijken naar de vrijheid die hij plots niet meer wilde.

Dag 22
De hele avond stond het raam open en de hele avond zat Prins op de vensterbank te staren naar buiten. Het lief heeft hem dan zelf buiten gedragen om het voor te doen, maar dat leidde vooral tot veel blazen, miauwen en krabben. Ik begon te denken dat hij gewoon graag naar buiten kijkt, maar het verder super fijn vond bij ons binnen.

Dag 23
Tot dag 23, we zetten het raam open. Prins ging voorzichtig door het raam, via het terras, de tuin in. En wij joelden luid alsof Prins ons kind was die zijn eerste kopvoetertekening had gemaakt.
Waarop hij voor 24 uur lang verdween en wij kei ongerust waren. En het lief weer uren op kattenfora alle reacties las bij ‘wat te doen als kat te ver weg gaat?’

En Prins waarschijnlijk dacht: Got ya there suckers.

En ik dacht weer bij mezelf: 3 weken is natuurlijk veel te kort om hem buiten te laten, wat dachten wij? Dat die de weg zou terugvinden? Die vindt de weg naar ons huis NOOIT terug, die ligt waarschijnlijk ergens dood onderweg naar zijn vorige thuis.
En opnieuw:

Dag 24

Prins keert terug!! Hij wil bij ons blijven. Hij ziet ons graag. Hij weet dat wij zijn thuis zijn.
(Of hij had gewoon honger en weet niet hoe hij moet jagen en het eten in ons kommetje is toch handig, kan ook).

Dag 25
Ochtend. Het lief wordt wakker en zegt grumpy: “Als wij ooit kinderen hebben, ga ik zo hard degene zijn die elke nacht opstaat.”
Ik zeg half slapend: “Huh?”
Het lief kijkt boos naar mij en zegt: “Prins is deze nacht vijf keer door het slaapkamerraam in onze kamer geklommen, op ons bed gesprongen en dan heel hard beginnen miauwen. En ik ben elke keer opgestaan om hem terug buiten te zetten, terwijl jij gewoon verder snurkte (voor alle duidelijkheid, dat van de snurken is omdat hij boos was, want ik snurk niet, duh).”

Dag 30
Ik sta ’s ochtends koffie te zetten, het lief komt binnen en vraagt of ik Prins al gezien heb. Ik schud ‘nee’. Tot Prins plots door het raam terug komt binnen gesprongen en het lief zegt: “Ja, daar is Prinsie, papa was al bang dat je weer niet ging terugkomen.”

Wacht, wat???

Conclusie van dertig dagen zorgen voor de kat van mijn zus

Wij zijn ondertussen de papa en mama van Prins. Ik weet niet hoe we er geraakt zijn, maar soit het is zo. Het lief neemt ook selfies met Prins. Laat ons oké. 
Prins is gelukkig en wij ook.

(en als iemand interesse heeft om een kattenleiband tegen een heel voordelig prijsje te kopen, get in touch, ofzo)

Lees hier alle artikels van Emoshit
Zita en Sara Theunynck schrijven samen op hun blog genaamd Emoshit. ‘Want verstandige blogs met nuttige tips zijn er al genoeg.’
Foto: Istock

Plaats zelf een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

Jaarabonnement

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de club en krijg: 2 bookzines, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.

En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

LDV United
t.a.v. Charlie Magazine
Rijnkaai 100
2000 Antwerpen