Regelen dat je ziek mag zijn, is een job op zich

Regelen dat je ziek mag zijn, is een job op zich

Maatschappelijke structuren en procedures zijn totaal niet voorzien op de flexibele werksituatie waar steeds meer jonge mensen in terecht komen, ontdekte Noëmi Degrauwe. Een ziekteperiode veroorzaakte zo veel administratiestress dat ze er ziek van zou worden als ze het niet al was.
De situatie: ik ben 27 jaar oud en sinds drie maanden ben ik ziek. Ik heb mononucleosis infectiosa, ofwel klierkoorts.  Dat overkomt voornamelijk tienermeisjes, vandaar de bijnaam ‘de kuskesziekte’. Toen ik de ziekte kreeg wist ik dat er weer een lange administratieve rit aan zou komen. Ik heb namelijk een deeltijds vast contract met flexibele uren en ben deeltijds freelancer via een SBK (Sociaal Bureau Kunstenaars). Het SBK doet dienst als interimkantoor en neemt mijn administratie voor hun rekening, want ik verdien te weinig om zelfstandig te kunnen zijn. Gemiddeld heb ik wekelijks minstens drie verschillende werkgevers en werk ik weleens in het weekend. Slechts voor één werkgever heb ik een anciënniteit van meer dan 30 dagen opgebouwd. Ik deel een huis met anderen: vrienden, dat zijn geen partner of kinderen. Ik ben dus een kind van mijn tijd: de flexwerkende, samenhuizende, deeltijdse freelancer.

Een begripvolle dokter weerhield me toen de freelance opdrachten na een maand weer rond mijn benen begonnen te jengelen om al te snel weer aan de slag te gaan. Wat nodig is, want wanneer de ziekte niet genoeg verzorgd wordt en het lichaam te weinig rust, kan ze wel eens een aantal jaar aanslepen. Ik hoopte na twee en een halve maand wel fit genoeg te zijn om mijn werk weer te kunnen hervatten. Helaas niet, waardoor het voorstel kwam om aan deeltijdse werkhervatting te doen. Een tussenoplossing om geen dagen thuis te hoeven zitten, maar niet meteen de volle lading te krijgen bij het heropnemen van mijn werk. Nog een complexe factor erbij in mijn professionele situatie.

“De papierwinkel tingelde non stop. Iedereen had vragen, niemand antwoorden.”

Resultaat: ik was de voorbije tijd maanden de pingpongbal tussen zo’n zes verschillende partijen. De drie werkgevers, het SBK, de dokter en de mutualiteit. De papierwinkel tingelde non stop. Iedereen had vragen, niemand antwoorden. De mutualiteit hanteert deadlines van 48 uur of drie werkdagen om een document in orde te maken, maar de ‘persoonlijk adviseur’ was op vakantie. De persoonlijk adviseur is wel vaker op vakantie. De voicemail van deze persoon is van iemand met een andere naam en een algemeen mailadres van het kantoor dat ‘weldra zou verdwijnen’, zoals verteld werd in het automatisch antwoord van het adres. Een algemeen telefoonnummer is er zelfs niet meer.

De dokter draait dol van al het papierwerk, want een gewoon ziekteattest, zoals dat voor de werkgever, is voor de mutualiteit niet genoeg. Er moet een apart papier worden ingevuld met nagenoeg dezelfde informatie. Hij geeft ook nog een aanbeveling voor de arbeidsgeneesheer, maar naar wie moet ik daarmee heen? De werkgevers weten van niets. Bij de mutualiteit is er weer een ander document voor een deeltijdse werkhervatting en ondertussen hoor ik dat 10% van mijn uitkering wordt ingehouden vanwege het een dag te laat inleveren van een gevraagd document.

“Ik mag niet teveel werken omdat ik ziek ben, maar ondertussen heb ik er een dagtaak aan om juist dat geregeld te krijgen.”

Gelukkig werd mijn freelance werk deze keer wel erkend als vast inkomen bij de berekening van de uitkering, vorige ziekteperiode was dit niet het geval, aangezien ik niet kan aantonen in de toekomst op vaste opdrachten te kunnen rekenen. Het sociaal secretariaat, welcome to the game, vraagt naar een vast uurrooster voor de deeltijdse werkhervatting. Ik heb een flexibel contract, weet u wel…

En eigenlijk ben ik nog gewoon ziek, heb na drie uur actief zijn nog steeds nood aan een bed en na een halve dag werk zijn de wallen onder mijn ogen als die van een kasteelvrouw. Ik mag niet teveel werken omdat ik ziek ben, maar ondertussen heb ik er een dagtaak aan om juist dat – de mogelijkheid om minder te werken – geregeld te krijgen.

Freelancen wordt weleens omschreven als de nieuwe slavernij: onder het mom van flexibiliteit en vrijheid, worden werkenden de slaaf van een onzeker en onbeschermd bestaan. Zo lang het goed gaat met mij en mijn werk, ik een balans tussen mijn persoonlijke en professionele leven weet te behouden, ben ik zeer tevreden. Maar bij overmacht, ziekte of (technische) werkloosheid ben ik inderdaad onbeschermd en hoe dan ook de klos. Dit is niet de eerste keer.

“Dit moet toch anders kunnen?”

Een mutualiteit die een persoonlijke, misschien moderne, dienstverlening op maat probeert te leveren, maar faalt in de praktisch uitwerking ervan. Maatschappelijke structuren en procedures die totaal niet voorzien zijn op deze flexibele werksituatie waar steeds meer jonge mensen in terecht komen. Dat is jammer en heeft gevolgen. De stress die ik ervaar zal de genezing niet bespoedigen. Ik zal dus niet weer snel een productief werkende mens worden, die netjes al zijn taksen en bijdragen betaalt. Je zou denken dat het hele systeem opgetuigd is om te zorgen dat mensen productief zijn en bijdragen aan de maatschappij, maar het omgekeerde lijkt het geval te zijn.

Gelukkig heb ik een netwerk van lieve collega’s in gelijkaardige situaties, begripvolle vrienden, familie en een fijne relatie. Anders zou ik waarschijnlijk een depressie overhouden aan deze situatie, en dan zou ik weer in een andere administratiemolen belanden. En dan kus ik mijn beide handen dat deze ziekte iets van voorbijgaande aard is en hoop dat ik in de toekomst een gezond mens zal zijn en blijven, om niet al te vaak met deze Kafkaiaanse bureaucratie te maken hoeven te krijgen. Ondertussen vraag ik me af voor iedereen die minder gezond is dan ik: dit moet toch anders kunnen?

 

Noëmi Degrauwe is theatermaker en -docent in Brussel, een stad waar ze hartstochtelijk fan van is. Wekelijks gaat ze er met zo’n 70 kinderen en jongeren aan de slag om hen te laten filosoferen, schrijven en spelen, liefst op plekken waar theater anders niet zo snel zou komen. Op deze manier combineert ze haar hart, hoofd en creatieve vingers.
Beeld: Istock

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!