“Verdriet slaat toe op het moment dat je het minst verwacht”

Yasmina’s moeder is terminaal. De schok, haar gedachten en het verdriet probeert Yasmina van zich af te schrijven, hier op Charlie.
“Ik wens dat je 104 zal worden,” fluister ik in haar oor. Ze lacht. “Maar schat, zo oud wil ik toch helemaal niet worden?” “Tuurlijk wel”, zeg ik verontwaardigd en kijk mijn moeder met woeste blik aan. We zitten in de auto, het is nacht.  Aan de hemel schitteren sterren alsof het de laatste keer is. Ik ben 9 en zit op de achterbank terwijl ik ze keer op keer probeer te tellen. “Heb ik die nu al gehad”, mijmer ik. Dan maar opnieuw beginnen. Plots zwaait baba recht voor zich uit. “Kijk daar” roept hij enthousiast. Voor onze ogen stort een prachtige vuurbol naar beneden. Met een lange staart van sterrenstof. “Een vallende ster” schreeuw ik zo hard ik kan. “Dan mag je een wens doen”, zegt mijn moeder. “Maar niet vertellen, want dan komt ie niet uit.”

En dus leun ik tegen het raam. Bijtend op mijn lip, om maar niets te verklappen. “Maar mag ik een tip geven,” pruil ik. “Nu goed”, schudt mijn moeder meewarig haar hoofd. “Ik heb gewenst dat jullie héél lang zouden leven, maar hoe lang zeg ik niet,” vertel ik trots. Ze lacht, en wrijft over mijn wiebelende knieën. Het is even stil in de wagen. Ik trippel nog steeds met mijn voetjes en weet dat ik het niet meer uithoud. Als ik het fluister, telt het toch niet mee, filosofeert mijn negenjarige ik. En dus maak ik onopvallend mijn gordel los, leun over haar stoel en maak een kommetje rond haar oor. “104,” fluister ik zacht.

“Ik heb gewenst dat jullie héél lang zouden leven, maar hoe lang zeg ik niet.”

Dat cijfer heeft zich gedurende de jaren in mijn hoofd genesteld. Eerst als een wens, later als waarheid. Ik dans door het leven. Onbezorgd en blij. Alsof ik een pact heb gesloten met het universum. Een grote zorg omzeild. Mijn lieve ouders voor altijd bij mij. En geloven dat het zo zal zijn. Net zo goed  als de woorden waarmee baba en moeke me heel mijn leven hebben overladen. “Je bent het mooiste meisje ter wereld, zo leuk, lief, slim en uniek.” En ik kon maar niet geloven hoeveel geluk ik had.

De laatste maanden kijk ik in de spiegel, en weet ik dat hun woorden ook nooit meer waren dan een wens. Dat ik maar mooi ben voor enkele mensen, en leuk voor een paar meer. Dat misschien wel iedereen slimmer is dan ik en mijn talent vooral mijn enthousiasme is. Dat is niet erg, zo’n reality check. En misschien heb ik dat diep in mijn hart altijd geweten. Neen, mijn grootste last is een ander. Die van het loodzware besef dat er nooit nog iemand met de ogen van een moeder naar me zal kijken. Met alleen maar liefde, bewondering, goedheid, en vergiffenis. Voor mijn fouten, misstappen, en lelijke kantjes. Wanneer ik zelfs nu eerder van haar vlucht dan geconfronteerd worden met het afscheid. Hoe ik me liever stort op werken, feesten en dansen. Zolang ik niet in die ogen hoef te kijken. Ogen van een moeder die voor de laatste keren naar haar dochter kijkt.

“Zo gaat dat met verdriet. Het besluipt je, en slaat toe op het moment dat je het minst verwacht.”

Het is laat en we zitten op een terrasje. Het is warm voor de tijd van het jaar, en er is vreemd genoeg geen wolkje aan de lucht. Kijk toch hoeveel sterren aan de hemel, dat zie je bijna nooit.” zeg ik verwonderd. “Weet je nog toen je me 104 wenste schat?”, grinnikt mijn moeder. Ik glimlach. “Valt dat even tegen” en we proesten het uit. Mijn moeder en ik. Voor altijd verbonden door onze donkere humor. Zo zwart als de nacht. Die intussen ook is gevallen. Stoelen worden opgestapeld, tafels aan de kant gezet, de laatste kaarsen uitgeblazen.

Het is tijd om naar huis te gaan, een wandeling die ons brengt langs het kanaal. We halen herinneringen op. Aan de duizenden keren dat we hier samen hebben gewandeld. Een jonge mama en haar baby. Later een moeder met haar volwassen dochter. Gesprekken over verbroken relaties, zware examens maar evengoed dromen voor later. Die zijn er even niet, stel ik vast. En haar afscheid valt me weer net zo zwaar als in het begin. Zo gaat dat met verdriet. Het besluipt je, en slaat toe op het moment dat je het minst verwacht. Het omsluit je hals en stopt niet eerder tot je stikt. Ik probeer te slikken en kijk op naar de hemel. Turend naar een vallende ster. Je weet maar nooit. Een herkansing. En de belofte om die wens deze keer voor me te houden. Kwestie om het goed te maken. Zodat ze alsnog 104 wordt.

 

Illustratie: Frank Grinaert
Lees ook: “Als je moeder gaat sterven ben je niet verdrietig, je wordt kleurenblind
0 reacties

Plaats zelf een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

Jaarabonnement

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de club en krijg: 2 bookzines, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.

En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

LDV United
t.a.v. Charlie Magazine
Rijnkaai 100
2000 Antwerpen