Openhartig

No sweet dreams: leven met chronische insomnia

No sweet dreams: leven met chronische insomnia
Door Joke De Clercq

Dromen deed ik een hele tijd niet. Of toch erg weinig. Omdat ik niet meer in mijn diepe slaap terechtkwam. Men spreekt dan van chronische insomnia. Ik vond het een vreselijk label en ben al meer dan tien jaar bezig om het van me af te schudden of alleszins toch te leren ermee om te gaan.

De start van mijn professionele carrière was de trigger voor mijn slapeloosheid. Ik geef les in het secundair onderwijs en de eerste jaren na mijn studies was het aanpassen geblazen: avonden doorwerken om lesvoorbereidingen klaar te krijgen, uren aan een stuk schrijfopdrachten verbeteren en leuke, volgeplande weekends zien als ‘verloren tijd’ die ik achteraf zou moeten inhalen. Ik voelde de druk al snel stijgen en was altijd moe. Een reden om eens bij de huisarts langs te gaan. Er begon een zoektocht met heel wat pistes: onverwerkte problemen uit mijn jeugd, belastende migraine, angsten, ADHD en zelfs OCD. Pas maanden en ettelijke bezoekjes aan psychologen later kwam een voorstel waarmee ik wél iets bleek te zijn: “Als je zo weinig slaapt, kan je misschien eens aankloppen bij de slaapkliniek in Gasthuisberg.”

Slaaptraining

Inschrijven bleek een lang traject te zijn, want na het invullen van een eindeloze vragenlijst moest ik weken wachten voor ik in aanmerking kwam voor een intakegesprek. Daar werd ik ‘goedgekeurd’, want – zo werd me verteld – je moest in die mate slecht slapen dat je zes vakjes kon afvinken om toegelaten te worden tot de slaaptraining. Het was me gelukt. Hoera?

“Wat ik zelf heel erg vind: ik heb geen herinneringen aan deze periode.”

Van ellendig slapeloos ging ik naar rock bottom: ik vergat of ik gegeten had, dwaalde rond in een halfslaap, had geen fut, kwam nog amper buiten. Foto’s uit die periode zijn een uitdaging voor de beste fotoshopper. En wat ik zelf heel erg vind: ik heb geen herinneringen aan deze periode. De cognitieve slaaptherapie hield in dat je enkel jouw persoonlijke gemiddelde aantal uren slaap mocht doorbrengen in bed. Concreet betekende dat voor mij dat ik 3,5 uren sliep per nacht. Niet ononderbroken. In totaal. ‘Gelukkig’ stond er een minimum van vier uren opgetekend.

Vanaf de eerste dag werd ik dus verplicht wakker te blijven tot 1 uur ’s nachts om dan tegen 5 uur uit bed te komen. Het klinkt nogal contradictorisch, want men wil je opnieuw leren slapen en je mag amper je bed in. Slaaptrainers verklaren dat zo: slapen is zoals met de fiets rijden. Eens je het onder de knie hebt, lijkt het alsof je het nooit zal verleren. Tot je door een ongeval moet revalideren. Alles wat zo eenvoudig was, wordt weer een moeilijke hindernis. Mensen met een slaapprobleem moeten hun lichaam opnieuw laten wennen aan het idee dat het ’s nachts een aantal uren rust nodig heeft. Daar kwam onder andere de slaaphygiëne bij kijken.

De regels van het spel

Eerst en vooral moeten mensen met slaapproblemen van de pillen af. Slaapmiddelen of antidepressiva hebben op lange termijn een nefaste invloed op je slaap doordat er gewenning optreedt. Bovendien zijn de meeste slaappillen verslavend. Weg dus, met al die middeltjes die eindigen op ‘-pam’.

Je gebruikt je bed enkel om te slapen en voor seks. Lezen (met of zonder scherm) is uit den boze. Want dat stimuleert je hersenen in plaats van ze de kans te geven om rust te vinden.

18 graden blijkt de ideale temperatuur om te slapen.

Duisternis werkt. Het al wat donker maken ’s avonds is een goed idee, een nachtlampje niet. Ik moet je vast niet vertellen dat smartphones de laatste jaren een gigantische invloed hebben op het inslapen. Switch on that blue light filter!

“’s Nachts wakker worden en controleren hoeveel uren je nog hebt voor je op moet, werkt contraproductief.”

Een wekker op je nachtkastje is een boosdoener. ’s Nachts wakker worden en controleren hoeveel uren je nog hebt voor je op moet, werkt contraproductief.

Middagdutjes klinken als muziek in de oren, maar … Niks daarvan! Slapen doe je ’s nachts. Slaap inhalen bestaat immers niet.

Alcohol (nee, ook geen ‘slaapmutsje’ – what’s in a name?), cafeïne, theïne en nicotine zijn te mijden. Iets lichts eten voor het slapen is wel een strak plan.

Wie piekert, doet dat beter niet in bed. Schrijf de zaken neer om ze de dag erna opnieuw te bekijken.

Gaan slapen doe je als je op een ‘golfje’ zit. Wie is er nog niet in de zetel in slaap gevallen om daarna klaarwakker in bed te kruipen? Je was toch moe? Beter is om in pyjama (of zonder, natuurlijk) en met gepoetste tanden (of niet, natuurlijk) de zetel in te kruipen en bij de eerste tekenen van vermoeidheid gewoon naar bed te sloffen en neer te ploffen.

En de ergste regel: als je de slaap na 20 minuten niet opnieuw kan vatten, sta je op en doe je iets rustgevends. Liefst ook iets slaapverwekkends (lees: saai). Je mag niet gaan tv-kijken of lezen als je dat graag doet, want dan zou je uit je bed willen komen óm het te doen. Kanaal Z is altijd een goed idee. Bob Ross, waar was je toen ik je nodig had?

Zombie modus ON

Intussen had mijn slaapgebrek gigantische proporties aangenomen. De bijwerkingen waren vreselijk: ik had voortdurend hoofdpijn en migraineaanvallen, mijn zicht ging achteruit, qua concentratiespanne kon ik concurreren met een vis, ik was prik-kel-baar en mijn geheugen was een zeef.

Soms ging het zelfs zo ver dat ik me niet realiseerde of ik wakker was of in een wakende slaap. Beleefde ik het echt? In die waas heb ik maanden doorgebracht. Ja, zo heb ik lesgegeven. Ja, zo heb ik met de auto gereden. Ja, zo heb ik … geleefd?

“Ik was met niks anders bezig dan slapen. In theorie dan toch.”

Een slaapdagboek bijhouden helpt. Het is gigantisch frustrerend, maar de enige manier om zicht te krijgen op die wazige nachtelijke uren. Dat slapen ging met ups en downs. Je moet ook leren van de frustratie van een slechte nacht af te komen: het hoort erbij, iedereen heeft wel eens een nacht van mindere kwaliteit. Gaandeweg ontdekte ik ook waardevolle zaken. Intussen weet ik dat 18 graden te koud is voor mij om goed te slapen. Ook is lezen in bed voor mij geen probleem, want ik ben eerder een slechte door- dan inslaper. Dat stoppen met piekeren was mijn grootste uitdaging: de off-schakelaar staat op dat plekje op mijn rug waar ik nét niet bij kan. Ik was met niks anders bezig dan slapen. In theorie dan toch.

Maar niemand wist het, want voor mij (en de hele wereld, leek zo) was het een groot taboe. Over slapen werd niet gesproken, zeker niet als je het niet deed. Of kon. Blijven gaan, De Clercq. Niet opgeven, De Clercq. Laat het niet merken, De Clercq. Het woordje ‘slaapwel’ klonk als een verwijt. Nu vraag ik me af waarom ik het mezelf op die manier moeilijker gemaakt heb. Maar ik kreeg ook slechte reacties, uit onbegrip en onwetendheid. Collega’s vonden me flauw wanneer ik durfde te klagen, vrienden verweten me asociaal te zijn als ik liever uitgeput thuis zat dan mee te gaan feesten, gesprekspartners namen het me kwalijk wanneer mijn gedachten afdwaalden. “Wacht tot je kinderen hebt. Dan zal je weten hoe het is om weinig te slapen”, klonk het. Zulke uitspraken zijn weinig hulpvaardig voor slapelozen.

En toen kwamen de kinderen

Maar de onheilspellers kregen ongelijk toen ik kinderen kreeg. Natuurlijk slaap je weinig met een baby in huis. Ik val meestal als een blok in slaap als ik daar de kans toe krijg. En opstaan voor zo’n kleintje is heel wat minder enerverend dan wakker worden om niks. Ja, ik heb nog steeds onderbroken nachten, maar die zijn er met een reden.

En die zwangerschappen! Eeuwige dank voor de hormonale veranderingen in mijn lijf, die ervoor zorgden dat ik beter sliep dan ooit (en opeens ook snurkte, ja). Oké, op een bepaald moment kwam die buik wel in de weg te zitten. Maar als het dat maar is …

“Ik zal nooit acht uur per nacht slapen. Maar naar wat het geweest is, keer ik niet terug.”

Ook achteraf bleven die hormonen me gunstig gezind: borstvoeden geeft je opstoten van oxytocine (ook het zorghormoon genoemd; het komt vrij bij plezierige dingen zoals vriendschap, verliefdheid en seks). Dat zorgt ervoor dat mama’s na – of tijdens – een voeding gemakkelijker in slaap vallen. Thank heavens!

Maar daarna kwam een periode waarin ik minder kon rekenen op die hormonen. Nu slaap ik beter dan vroeger, met een driejarige kleuter en een baby van 6 maanden. Beter, maar wel minder. En misschien ook minder diep. Soms lijkt het of ik het doe zoals de dolfijnen: met één hersenhelft. Zij waken om niet te verzuipen, ik waak of ik geen trippelende voetjes hoor. Het grote verschil met mensen die klagen over te weinig slaap is dat zij kúnnen slapen wanneer ze dat willen. Dat kon ik vroeger niet, maar nu wel. Ik kom aan weinig uurtjes slaap, maar het wakker liggen ’s nachts is voorbij. Had ik dat geweten, dan was ik misschien eerder aan kinderen begonnen. Het is best pittig, maar ik omarm mijn innerlijke zombie en altijd presente walletjes. En zo af en toe eens mee in bed met de vroege shift, zo rond negen uur. Met of zonder boek. Zalig!

Voor mij is het al een decennium zoeken. En dat blijft het. Op piekmomenten van stress merk ik hoe wankel mijn tere bioritme is. En ik geloof er niet in dat ik ooit acht uur per nacht zal slapen. Maar naar wat het geweest is, keer ik niet terug. Omdat ik tijdig de signalen herken, onrust probeer tegen te gaan en beter kan relativeren. Dat laatste is de meest waardevolle les uit mijn slaaptraining: een onderbroken nacht is geen ramp. Die heeft iedereen wel eens. Leg je oor maar eens te luisteren in je omgeving: je zal zien dat er heel wat mensen zijn met slaapmoeilijkheden. En gelukkig is dat nu bespreekbaar, veel meer dan tien jaar geleden. Het leek mij ook wel tijd voor mijn ‘coming-out’. Bij deze.

Lees ook: No sweet dreams: de wetenschap achter slaapproblemen
Op 9 oktober komt het boek Slapeloos van Annick Ruyts uit bij uitgeverij Horizon. Tegelijk start op Canvas de reeks De Slapelozen, waarin Annick Ruyts onderzoekt waarom zoveel mensen net als zij slecht slapen. Ze praat daarover met experten en lotgenoten.

 

Joke De Clercq is mama van twee, geeft les aan puberende jongelui, heeft haar neus constant in de boeken en droomt van verre bestemmingen. Joke is een luidop-denker met het hart op de tong en vergeet af en toe haar filter in te schakelen.
Illustraties: Istock

Schrijf je reactie

Charlie geeft regelmatig het woord aan mensen die - net als wij - geen blad voor de mond nemen.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen