Samenwerking

“Ik word ongelukkig als mijn functie routineus wordt”

Tine Lefebvre is Vice President Marketing bij Atlas Copco

“Ik word ongelukkig als mijn functie routineus wordt”

Als marktleider in een zeer technische omgeving wil Atlas Copco haar maatschappelijke rol opnemen door de instroom van vrouwen en de doorstroom naar hogere managementfuncties te bevorderen. In deze zesdelige reeks wil Atlas Copco hun technologie in mensentaal voorstellen om zo breder toegankelijk te maken en vrouwelijke rolmodellen in de spotlight zetten die inspirerend kunnen zijn voor andere jonge vrouwen met ambities in de wetenschappen. Vandaag: Tine Lefebvre, VP Marketing Foto’s: Sarah Van Looy

Dat Tine Lefebvre haar job graag doet is meteen duidelijk. Wanneer ze over haar werk praat, gaat ze net iets harder glimlachen en net iets sneller praten. Wat die job inhoudt? “Alles wat onze klanten nodig hebben aan producten en diensten in goede banen leiden”, vertelt ze. “Er komen veel reserveonderdelen aan te pas, die moeten we dan ook op tijd ter plaatse krijgen. We bekijken welke onderdelen er beschikbaar moeten zijn en wat de marktprijs daarvoor is. Daarnaast bouwen we de strategie uit voor hoe we willen evolueren als bedrijf.”

Hoe komt een ingenieur in een communicatieve functie?
“Ik ben vrij snel tot de conclusie gekomen dat het niet mijn ding was om onderzoek te doen op lange termijn, en dat ik eerder iets praktisch wilde doen in een team. Ik ben bij Atlas Copco terecht gekomen op de afdeling Engineering. Na een tijdje besefte ik dat de mensen van Marketing veel dichter bij de klanten zitten en bepalen welke producten we maken. Door een tussenstap ben ik zo bij Marketing terechtgekomen.

“Ik speelde met autootjes, mijn zus speelde enkel met poppen, dus mijn ouders moesten investeren in nieuw speelgoed.”

Een verkoper ben ik zeker niet, maar het strategische aspect van marketing vind ik erg interessant omdat er geen juist antwoord op is. Dat klinkt misschien raar, maar bekijk het zo: als ingenieur sta je voor een aantal uitdagingen, los je die op en weet je dat het een goede oplossing is. Bij Marketing gaat het voor een stuk over buikgevoel. Eigenlijk weet je nooit wat er zou gebeurd zijn als je de andere weg was ingeslagen.

Ik heb altijd heel graag machines gezien. Ik speelde met autootjes en speelgoedcamions, mijn oudere zus speelde enkel met poppen, dus mijn ouders moesten investeren in nieuw speelgoed.”

Vees je die autootjes ook open? Naar het schijnt kan je zo een ingenieur in wording herkennen.
“Die autootjes niet, maar wel de ventilator en een paar radio’s. De bedoeling was om die terug in elkaar zetten, maar er zijn wel een aantal dingen die het niet hebben overleefd. Dat vond mijn moeder iets minder leuk (lacht).”

Je hebt een postdoctoraat gedaan in Stanford over ‘contact control of multilimb robots’.
“Dat gaat over robots met meerdere ledematen. Dat kunnen humanoids zijn of dierachtige robots. Een van de vragen was: hoe laat je die op een natuurlijke manier bewegen? Mijn doctoraat ging over krachtcontrole. Ik heb onderzocht hoe je een robot laat samenwerken met een mens of in een menselijke omgeving, zonder dat die robot alles kapot maakt. Een robot kan je tenslotte zonder moeite doodslaan, dus krachtcontrole is wel belangrijk.

Dat was dus leuk, we hadden een heel geavanceerd team, de discussies waren erg interessant en er was genoeg geld om degelijk onderzoek te doen. Maar tegelijk was het toch ook beperkend voor mij. Iedereen was onderzoeker en het was ieder voor zich. De cultuur was niet zozeer ‘we gaan samen iets bouwen’, ieder probeerde zijn eigen ding te doen en daarover te publiceren. Het was geen teamwerk.”

“Een robot kan je zonder moeite doodslaan, dus krachtcontrole is belangrijk.”

Waren er veel vrouwen in je studie en in de onderzoeksgroepen van je postdoctoraat?
“Ik was het enige meisje in de mechanicarichting. Eigenlijk was het in het middelbaar al zo, in mijn wiskundeklas was ik ook de enige. Ik was het dus al wel gewend. In mijn onderzoeksgroepen waren er een paar vrouwen, maar niet erg veel. Ik heb me daar nooit veel vragen bij gesteld. We zitten hier nu met vier vrouwen in de kamer, dat is redelijk uitzonderlijk voor mij. Ook onder mijn sollicitanten zie ik weinig vrouwen.”

Wat zijn de dingen waar je naar kijkt bij sollicitanten?
“Er zijn twee dingen die heel belangrijk zijn voor me: het eerste is dat de persoon in kwestie op een of andere manier positief in het leven staat. Iemand die niet blijft hangen bij de problemen, maar focust op de mogelijke oplossingen. Het tweede element is het potentieel van de persoon. Gaat zij of hij de functie aankunnen?”

Hoe weet je dat?
“Ik stel rare vragen, ook buiten het kennisgebied van de job. Ik probeer de gedachtengang te volgen van iemand en bekijk of die logisch is. Als het gaat over pricing bijvoorbeeld, vraag ik hoe die persoon een prijszetting zou maken van een reserveonderdeel. Voor mij is het belangrijk dat mensen potentieel hebben om ergens logisch over na te denken. Als je een perfecte kandidaat vindt met exact de juiste ervaring en kennis, is het niet moeilijk, maar dat is meestal niet zo. Je moet inschatten of iemand voor een job geschikt kàn zijn.”

Als ik de titel ‘Vice President’ hoor, moet ik onbewust ook denken aan iemand die 180 uur per week werkt en nooit meer slaapt.
“Ik denk dat je kiest voor een functie. Op het moment dat je solliciteert, moet je gekozen hebben en weten dat je het wil doen. Ik moet bijvoorbeeld regelmatig reizen, mijn werkuren zijn dus wat ‘flexibeler’, maar dat is iets waar ik voor heb gekozen. Het is deel van de uitdaging van mijn job. Er is niemand die me verplicht om daarvoor te kiezen. Het heeft een impact op mijn leven, maar voor mij is dat een positieve impact, want ik wil die uitdaging. Ik zou minder gelukkig zijn als ik die niet had.

Ik word ongelukkig als mijn functie routineus wordt. Als ik mezelf moet herhalen, dan is er geen uitdaging meer voor me. Of ik nu VP marketing ben of iets anders, dat is minder belangrijk. Ik wil content zijn met mijn job.”

“Of ik nu VP marketing ben of iets anders, dat is minder belangrijk. Ik wil content zijn met mijn job.”

Marketing krijgt soms een slechte naam.
“Ik merk dat mensen die niet in de corporate industrie zitten, inderdaad een vertekend beeld hebben van marketing. Mijn eigen familie begrijpt amper wat ik doe (lacht). Veel mensen vertalen marketing als ‘dingen verkopen die mensen niet nodig hebben’, en daar komt die slechte naam van. Maar dat is geen onderdeel van mijn job, wat wij doen is goede oplossingen zoeken voor onze klanten.”

Ik hoor veel vrouwen in leiderschapsposities vertellen dat ze veel hebben gehad aan mentors.
“Mijn vorige mentor was leider van een ander departement, met een compleet andere achtergrond. Ik heb veel aan hem gehad omdat hij een heel andere kijk had op dingen. We konden over hetzelfde topic praten vanuit een andere invalshoek. Dat heeft me geholpen om andere mensen beter te begrijpen. Als ik tegenwoordig een meningsverschil heb met iemand, dan denk ik niet langer dat die andere moeilijk doet. Ik weet nu: die andere persoon heeft een andere ervaring, we hebben gewoon nog niet genoeg doorgepraat tot we elkaars standpunten begrijpen.

Qua leiderschap heb ik ook veel gehad aan een paar managers die net als ik redelijk direct zijn. Subtiele signalen vang ik niet zo snel op, dus werk ik heel goed samen met mensen die zeggen waar het op staat. Probleem op tafel leggen, erover praten en als goede vrienden uiteen gaan.”

Wat is een goede leidinggevende?
“Een goede leidinggevende geeft richting en delegeert, maar als het fout loopt kan hij of zij daar ook de verantwoordelijkheid voor opnemen. Ik geef mijn teamleden richting en laat hen dan graag hun eigen ding doen. Maar ik ben altijd bereikbaar bij vragen en problemen.”

“Vooroordelen heeft iedereen, ook ik bleek met een bias te zitten over vrouwen en mannen.”

Denk je dat we meer vrouwen nodig hebben in technische jobs?
“Ik denk vooral dat je moet doen wat je graag doet. Nu, bias is cultureel bepaald, dus zou je eigenlijk die bias moeten wegwerken om te kunnen zien of de interessegebieden van jongens en meisjes nog verschillen. Vooroordelen heeft iedereen, je kan zelfs online testen in welke mate je zelf bevooroordeeld bent. Ik heb die test gedaan en bleek toch ook met een bias te zitten over vrouwen en mannen. Dat wil niet zeggen dat ik daarom minder vrouwen zou aanwerven, maar het is interessant om je daarvan bewust te zijn.”

Er zijn ook wel wat voorbeelden van producten die ontwikkeld zijn door witte mannen, waarvan blijkt dat ze niet of minder goed werken voor vrouwen en niet-witte mensen. De automatische zeepdispenser die geen zwarte huid detecteert is daar een klassiek voorbeeld van.
“Ik las onlangs iets dergelijks over smartphones. Die zouden eerder voor een mannenhand ontworpen zijn. Gelukkig heb ik grote handen, maar zo’n dingen kunnen inderdaad problematisch zijn. Vrouwen gebruiken toch ook smartphones. (Kijkt naar haar smartphone) Goed, dan ga ik nu eens terug naar een vergadering.”

Lees hier de volledige reeks over de vrouwen van Atlas Copco.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Atlas Copco. Atlas Copco is een Zweedse international en wereldleider in machinebouw. Ze leveren industriële productiviteitsoplossingen zoals compressoren, vacuümoplossingen, luchtbehandelingssystemen, apparatuur voor de bouw, industriële gereedschappen en assemblagesystemen. Een heel technische omgeving, dus. De toonaangevende technologie stelt hen in staat te innoveren voor een duurzame toekomst. Ze stellen meer dan 34.000 medewerkers te werk in meer dan 180 landen. Culturele diversiteit alom! Atlas Copco is ervan overtuigd dat gepassioneerde mensen uitzonderlijke dingen kunnen creëren. Ze geloven in het uitdagen van de status quo en gaan steeds op zoek naar een betere manier om dat te doen. Daarnaast vinden ze het belangrijk om de diversiteit op de werkvloer te vergroten. Daarom richtten enkele medewerkers het Pleiades-netwerk op. Dat is een internationaal netwerk met als doel vrouwelijke medewerkers van Atlas Copco te ondersteunen, onder andere in hun doorgroei naar managementfuncties. Door netwerkevents, workshops en een mentorship-programma te organiseren wil de Pleiades vrouwen helpen bij de strategische ontwikkeling van hun carrière binnen het bedrijf.

Schrijf je reactie

1 reactie
  • Sven Van Dyck says:

    Marketing krijgt soms een slechte naam.
    “Ik merk dat mensen die niet in de corporate industrie zitten, inderdaad een vertekend beeld hebben van marketing. Mijn eigen familie begrijpt amper wat ik doe (lacht). Veel mensen vertalen markering als ‘dingen verkopen die mensen niet nodig hebben’, en daar komt die slechte naam van. Maar dat is geen onderdeel van mijn job, wat wij doen is goede oplossingen zoeken voor onze klanten.”

    1) fantastisch artikel, bron van inspiratie
    2) goed geschreven, fijne vragen, dito antwoorden

    ps: haal in het stuk boven even de markering eruit 😉

Stephanie Dehennin is een freelance illustrator en een onverbeterlijke nieuwsgierigaard. Voor Charlie deelt ze de verborgen verhalen en fascinerende feiten die ze vindt in de catacomben van het internet.

Lees verder in Mensen

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen