“Pointes passen rond je voet, maar legerbottinnen die twee maten te groot zijn niet”

Van ballerina naar para

Belgische vrouwelijke paracommando’s bestaan niet (meer). Maar ooit in de jaren zeventig besloot het Belgische leger vrouwelijke para’s op te leiden. Yolande Van Hulsen (61) behoort tot die eerste paravrouwen. Ondanks haar rugletsel beschrijft Yolande het als een leerrijke en grensverleggende ervaring. “Als vrouw, ex-ballerina en lichtgewicht moest ik mij éxtra bewijzen, maar dit motiveerde mij net meer.” Foto: Sara Stragier

Waarom ben je eerst ballerina geworden?
“Ballerina worden, was een kinderdroom. Op mijn elfde begon ik balletles te volgen bij het Dansensemble van de Gezusters Brabants. Bij mijn inschrijving kreeg ik te horen dat ik het lichaam van een geboren ballerina had. Wat een compliment!”

Toch koos jij voor een andere carrière. Om welke reden?
“Ik was elke dag kilometers te voet onderweg naar de balletschool. Na een tijdje kon ik mijn studies en ballet niet meer combineren. Ik studeerde mode op school, omdat het verplicht was van thuis. Maar ik haatte al dat naaien. Het was 1975 en het Belgische leger liet de eerste vrouwen toe. In datzelfde jaar werd ik 18, stopte ik met ballet en besloot ik bij het leger te gaan. Die kinderdroom opgeven, was één van de moeilijkste keuzes in mijn leven.”

“Buitenlandse missies, parachutespringen en veel sporten trokken mij aan.”

Je besloot naar het leger te gaan. Maar hoe kwam je daar terecht?
“Mijn toenmalige huisarts was een majoor bij de marine. Hij raadde mij aan om bij het leger te gaan! Ik deed mijn aanvraag en ging mijn drie dagen in Brussel doen. Dat waren de ingangsproeven voor iedereen die bij defensie wilde. Je had vooral psychologische testen en gesprekken met de legerleiding. Uit veertig vrouwen was ik bij de eersten die door die proeven is geraakt.”

De marine is het uiteindelijk niet geworden. Wat hield je tegen?
“Bij de marine had je op dat moment alleen kantoorbanen. Als 18-jarige jongedame met een zin voor avontuur wilde ik rondvaren op een boot en de wereld zien. Bij defensie stonden verschillende standjes, waaronder de paracommando’s. Buitenlandse missies, parachutespringen en veel sporten trokken mij aan. Mijn beslissing was gemaakt: ‘Ik ga bij de paracommando’s.’ Uiteindelijk heb ik een basisopleiding van zes weken gevolgd. Je krijgt zowel conditietraining als een theoretische opleiding over het leger. Daarna ben ik in Schaffen, het opleidingscentrum voor de para’s in Diest, beland.”

“Ik moest mijn glimlach inruilen voor een neutrale, militaire blik.”

Hoe ging je familie hiermee om?
“Mijn mama was woedend. Een hele week heeft ze niet tegen mij gesproken. ‘Je gaat dat niet overleven. Heb je jezelf al eens goed bekeken?’, schreeuwde ze. Ondanks mijn succesvolle para-opleiding is zij nooit van die gedachte afgestapt. Ze sprak wel snel opnieuw met mij, hoor. Daar niet van!”

Zijn er gelijkenissen tussen een ballet- en para-opleiding?
“In beide gevallen moet je kunnen omgaan met constante pijn in je lichaam en een sterk uithoudingsvermogen hebben. Op technisch vlak heb je zeker meer verschillen dan gelijkenissen. Bij het leger moet je met je hielen kappen, terwijl je als ballerina altijd eerst je tenen zet. Ik moest ook mijn glimlach inruilen voor een neutrale, militaire blik. Nog iets: pointes passen rond je voet, maar legerbottinnen die twee maten te groot zijn niet. Bij de start van de training moesten we onze uniformen ophalen. Ik vroeg schoenmaat 36. Aan het gezicht van de militair te zien, hadden ze bij de para’s nog nooit van maat 36 gehoord. (lacht) Ik kreeg maat 38 en dat was het. Misschien kon ik door mijn balletervaring die pijnlijke bottinnen beter verdragen. Als je op spitsen danst, heb je tenslotte ook bloedende voeten.”

“Mijn looptest heb ik met bloedende voeten gedaan.”

Wat hield jullie paratraining in?
“Tijdens onze eerste week van de paratraining leerden wij veilig landen en springen met de parachute. Wat doe je als je merkt dat je afdrijft? Hoe beland je niet in elektriciteitsdraden? Wat als je parachute maar half opengaat? Zo’n situaties. De testen om de rode muts te behalen, waren van een ander niveau. Koordenpiste, hindernissen, lopen, zwemmen en man-dragen. Ja, het is wat je denkt. Een persoon op je rug dragen. Op een bepaald moment woog ik nog maar 45 kilo. En met al dat trainen vlogen die kilo’s er nog sneller af. Mijn looptest voor mijn rode muts heb ik met bloedende voeten gedaan. 16 kilometer lopen met 25 kilo op de rug binnen de twee uur. Eén seconde erover en je moest alle proeven opnieuw doen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik toen al veel last had van mijn rug, maar als de anderen niet klaagden, dan ik ook niet. ‘Die pijn hoort erbij’, dacht ik.”

Wat bedoel je met rode muts?
“Vroeger had je rode en groene mutsen als aparte eenheden. Rode mutsen waren de para’s en groene mutsen de commando’s. Op een zeker moment zijn die twee afdelingen samengevoegd tot het regiment paracommando. Eigenlijk moesten vanaf dan de para’s ook een commando-opleiding volgen en omgekeerd. Parachutespringen en al!”

“Het gebeurde wel eens dat ’s morgens de banden plat stonden zodat we konden uitslapen.”

Werd er rekening gehouden met vrouwelijke kwaaltjes, zoals maandstonden?
“We hadden een kleedkamer in een apart gebouw, maar douchen gebeurde in de mannenblok. Er hing een briefje met de uren waarop de vrouwen gingen douchen. Uiteraard hield niet iedereen zich aan dit rooster. En nee, met maandstonden hielden ze helemaal geen rekening. Ik ben opgelucht dat ik nooit ongesteld was tijdens de zware proeven of kampen. Het is zelfs nooit in me opgekomen om te vragen hoe de andere vrouwen het deden. Plantrekkerij was het. Wij waren de eerste én meteen ook de laatste paravrouwen. In totaal waren we met 28 vrouwelijke rode mutsen. Net omdat er met vrouwen geen rekening wordt gehouden. Wat als je effectief menstrueert? Op fysiek vlak zijn er vrouwen die echt naast de mannen kunnen staan. Tijdens mijn para-opleiding had je enkele straffe madammen, hoor!”

Hoe verliepen de man-vrouwinteracties tijdens je paratraining?
“Op mijn eerste dag kreeg ik geen vriendelijke welkom. Het was januari en het had gesneeuwd. Enkele mannen vonden het plezant om mij in een haag te duwen. Dat is meer dan veertig jaar geleden, dus ondertussen is de rivaliteit hopelijk gebeterd. Mannen die niet kunnen aanvaarden dat vrouwen ook kunnen presteren, bestaan, maar ze zijn niet allemaal zo. Mijn respect voor het regiment, de para’s, de bijzondere jongens zoals ze heetten, is onvoorwaardelijk. Een voorbeeld: in het begin van de opleiding was er in Schaffen geen slaapplek voorzien voor de vrouwen. We sliepen in een kast van een villa en gingen dagelijks met de militaire bus naar het kamp en terug. Het gebeurde wel eens dat ’s morgens de banden van de bus plat stonden zodat we konden uitslapen. Dat deden die paramannen voor ons. Geweldig toch?”

Yolande, hier links: “Manueel parachutes naar omhoog trekken, was een stevige oefening.”

“De spronginstructeurs hadden mij helemaal bovenaan op hun ‘zwarte’ lijst gezet. Een lijst met drie namen. Drie para’s die in hun ogen niet zouden durven parachutespringen. Bij mijn eerste sprong, uit een ballon vanop een hoogte van 250 meter, konden de mannen het niet laten om te lachen met mijn gewicht. ‘Vergeet geen lood in uw bottinnekes te steken Van Hulsen. We willen dat je naar beneden valt en niet blijft zweven, he.’ Maar ondanks hun vooroordelen heb ik gesprongen. Na verloop van tijd merkten ze wel dat wij ‘ons mannetje’ konden staan. Wanneer ik toekwam in de dropping zone, de ‘landingsbaan’ voor parachutisten, stond de luitenant ons op te wachten met een koffietje in de hand. Ik landde en zag voor het eerst een teken van respect in zijn ogen.”

Zijn jullie op echte missies gegaan?
“Nee. Wij stonden klaar om te vertrekken voor de Kolwezi oorlog van ’78 , maar op de laatste knip kwam het bevel: ‘De vrouwen gaan niet mee.’ Enkele vrouwen hadden er genoeg van en zijn het afgetrapt. Spijtig genoeg konden we onze paratraining nooit echt in de praktijk brengen.”

“Zij noemden mij de parapluspringer of dat mens met die rode muts.”

Hoe kwam je carrière als para tot een einde?
“Tijdens een massadropping – de lucht ziet dan zwart van de parachutes –  stond ik op de motorkap van een vrachtwagen om beter te kunnen zien. Ik stapte van de motorkap op de laadklep van de voorliggende camion. Met één been stond ik op de motorkap toen de voorste vrachtauto plots vertrok. Ik moest lossen en viel op mijn rug. Mijn militaire carrière was zo goed als gedaan. Ik werd vrijgesteld van zware oefeningen, maar wilde nog zo graag mijn commandokamp doen. Tijdens dit kamp krijgen para’s intensievere uitdagingen zoals rotsen beklimmen. ‘Het geneest wel’, dacht ik toen. Maar mijn lichaam zei: ‘stop!’ Ik heb mijn eerste rugoperatie gehad en moest een jaar revalideren. Daarna keerde ik voor enkele maanden terug naar het kamp in Schaffen om dan naar een andere eenheid te moeten verhuizen.”

“In die kazerne zaten zeventig militaire vrouwen met kaki mutsen. Ik was de enige vrouw met een rode muts, de enige paravrouw. De mannelijke collega’s vonden een vrouwelijke para geweldig. De vrouwen daarentegen waren zeer vijandelijk. Zij noemden mij de parapluspringer of dat mens met die rode muts. Ik miste de kameraadschap van bij de para’s, waar ik in totaal vijf jaar had gezeten. Die negatieve sfeer en mijn rugpijn werden ondragelijk. Ik verliet het leger en moest aanvaarden dat ik nooit mijn commandokamp zou kunnen doen.”

“Na drie rugoperaties is stilzitten geen optie.”

Wat heb je aan je paratijd overgehouden?
“Hechte vriendschappen en véél humor. Humor en plagerijen waren een uitlaatklep voor het harde regime. Daarnaast heb ik vooral leren doorzetten. Wij hadden daar een uitdrukking voor: ‘Verstand op nul.’ Aan niks denken en blijven marcheren. Ik wilde mijn grenzen steeds verleggen en zonder spijt mijn dag afronden. Maar ik heb ook geleerd hoe ik onvermijdelijke situaties kan aanvaarden, zoals mijn rugletsel bijvoorbeeld.”

Wat deed je na je para-opleiding?
“Ik heb een opleiding meertalig secretariaat gevolgd en als medisch secretaresse gewerkt in een ziekenhuis. Daarna ben ik als projectsecretaresse voor een ingenieursbureau beginnen werken. Bouwwerven werden mijn nieuwe habitat. Wekelijkse meetings met gevloek tussen dé mannen, werken tegen de klok en verslagen maken in die stressvolle meetings, was zo spannend. Na mijn derde rugoperatie ben ik verplicht moeten stoppen met werken. Ook dat heb ik intussen leren aanvaarden. Toch probeer ik dagelijks te wandelen of nieuwe stukken te schrijven, want na drie rugoperaties is stilzitten geen optie.”

“Ik zou de para-opleiding zo overdoen, maar wel met dezelfde vrouwengroep!”

Waarom besloot je een boek te schrijven over je ervaringen?
“Met de paravriendinnen van toen komen we nog vaak samen. Ik merkte dat iedereen een andere herinnering had van dezelfde situatie, dus besloot ik mijn eigen ervaringen op te schrijven. Het boek schrijven, was mijn therapie. Ik hield mij met iets nuttig bezig en kon soms mijn rugpijn even vergeten. Mijn boek is ook een soort van terugblik voor de paravrouwen die zich al dan niet herkennen in bepaalde verhalen.”

“De dames zijn elk hun eigen pad opgegaan. Sommigen zitten in het buitenland, terwijl anderen geen behoefte hebben aan een bijeenkomst. Met Sonja en Annick spreek ik nog regelmatig af. De mannen durven nogal eens naar ons te refereren als de ‘drie musketiers’. Wij lijken wel K3. Ik ben de rosse, dan heb je de blonde en de donkerharige die ondertussen ook blond is geworden. (lacht) Ik zou de para-opleiding zo overdoen, maar wel met dezelfde vrouwengroep!”

Wanneer verschijnt jouw boek in de winkelrekken?
“Het manuscript ligt sinds maart 2018 bij een uitgeverij. Ik heb contact met een schrijver aan wie ik regelmatig tips vraag. Die heeft mij verteld dat je vooral veel geduld moet hebben na het inzenden van je manuscript. Een geruststelling! (zucht) Het is een levensverhaal zonder seks, drugs of moord, maar het blijft in mijn ogen iets uniek. Ik heb mijn hart, ziel en strijd neergepend.”

Plaats zelf een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de leukste club van het internet en krijg: 2 bookzines per jaar, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.

En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is!

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

Toko Space
t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen