Wachten achter een loket tot je jezelf mag zijn

Wachten achter een loket tot je jezelf mag zijn

Eergisteren was het Internationale Vrouwendag. Hij voelde extra voor mij bedoeld, en voor het eerst in heel lang deed ik er niet aan. Ik voelde me half schuldig over mijn afwezigheid. En anderzijds: er zat iets mis.

Vanaf toen ik het concept “gelijke rechten” begon te snappen, ben ik ermee bezig. Deels door mijn thuissituatie. Mijn moeder was alleenstaande mama toen de vrouwen van het dorp hun kerkstoel nog voorbij liepen omdat ze zo hard naar de baby in haar armen staarden.

Ik werd tien jaar na Maya Detiège geboren, maar mijn moeder had niet voor alleenstaand moederschap gekozen. Als mensen haar vroegen of ze een BOM was (Bewust alleenstaande moeder), antwoordde ze na “Nee, ik ben een OOM.” (Onbewust, etc.) Die deadpan humor gaf ze aan me door.

BOM-moeders waren gegoed en hoogopgeleid. Mijn moeder brak haar kunstacademie af doordat ze mij kreeg – ze werd eruit gegooid – en gaf thuis haar loon af. Ze “ontsnapte” met bijeengespaard kindergeld op mijn derde naar Mechelen. In het herenhuisappartement was één koudwaterkraan, het toilet was twee verdiepingen lager, het was tochtig en de kolenkachel was zo onveilig dat we op een nacht bijna omkwamen in een uitslaande brand.

Het was een harde jeugd. Ik herinner me veel huilen, zorgen, boosheid en geloop van instantie naar instantie. Uitleggen. Gepieker. Mijn moeder ging in het weekend schoonmaken en in een feestzaal werken. Op zondag sliep ze vaak comateus om de week aan te kunnen.

“Is het meneer of jongeheer?”, zei ze koeltjes als ze het zich kon permitteren.

Het was moeilijk. Ik kan in een artikel niet uitleggen hoe moeilijk. Ik leerde zo goed mogelijk mee te werken, deel van het team zijn, en de uitschieters te verdragen. Ik verstopte me met haar achter muren tegen deurwaarders. Na zes jaar wachtlijst verhuisden we naar het sociale woonappartement met muren uit bijeen geperst kalk, uiteenvallend bij de minste aanraking, met de bekende vochtvlekken. Ik mocht niet buiten spelen. Andere kinderen miste ik. Achteraf begrijp je het een beetje: de kinderen in die buurt verlieten school, werden verslaafd, vielen af. Mijn moeder wilde niet dat mij hetzelfde overkwam, en dat gebeurde niet.

Ze wende nooit aan neerbuigende blikken van ambtenaren en aan het afsnauwen, en kon achteraf ontploffen als een vulkaan om bang van te worden. Ze wende niet aan medelijden en kleinerende uitspraken. “Is het juffrouw of mevrouw?”, met een blik op mij. “Is het meneer of jongeheer?”, zei ze koeltjes als ze het zich kon permitteren. Soms was ze afhankelijk van de persoon, en zweeg ze. Alleenstaande moeders moeten overal aanschuiven en vriendelijk doen tegen allerlei mensen (“onvriendelijk en incompetent” staat mogelijk in de jobbeschrijving als je met single moeders omgaat). Pas buiten brieste ze. Mijn moeder kon heel goed kwaad zijn en kon zich heel goed inhouden.

Vandaag ben ik single moeder. Mijn moeder heeft me klaargestoomd zodat ik veel dingen nu aankan. Ze heeft me consequent naar elitescholen gestuurd en op internaat gezet. Ik vond het vreselijk, die nonnen waren de hel en die opvoedsters ook. De ene aardige opvoedster stuurden ze weg. De internaatsmeisjes bleven in protest zitten in de turnzaal. De opvoedster werd gevraagd ons te komen bedaren. Ze weigerde dat. Vrouwensolidariteit bestaat soms uit kleine gestes. Uiteindelijk stonden we op en gehoorzaamden. Nu pas begrijp ik hoe bang die non moet zijn geweest. Veertig kwaaie tieners met een blik op onweer. Wat een macht hadden we zonder het te weten. Weten we het vandaag?

Zij zag dat uit meisjes de wereld wordt gemaakt en gaf liefde en wijsheid zonder onderscheid.

Veel keuzes van mijn moeder kostten me liefde, warmte en dingen die kinderen vanzelfsprekend horen te krijgen. Het internaat was eenzaam. Ik kwam bij het PMS terecht. “Komen babbelen”, noemde ik het. Ik moest niet op afspraak zoals andere kinderen. Ik mocht zo binnen bij mevrouw Riessauw, zonder afspraak zoals de andere kinderen. Ze legde een flink stuk hechting voor me. Pas later begreep ik dat dit therapie was. De eerste keer dat ik er aankwam, stond ze op het paadje. “Dag Celia”, zei ze. “Ik verwachtte je al.” Nog steeds begrijp ik niet waarom ze mij verwachtte, een nieuwe, onopvallende modelleerling in een school van 1800 leerlingen. Maar ze koos mij uit.

Ze is een vrouw die verschil voor mij maakte. Ze was opgebouwd uit mildheid, zag dat uit meisjes de wereld wordt gemaakt en gaf liefde en wijsheid zonder onderscheid. Het soort heldin zoals ik er veel tegen kwam in mijn leven, en die ik op dagen als Vrouwendag vier. Zij veranderen de wereld in stilte.

© Celia Ledoux

Op school werd ik lang gepest, waarschijnlijk omdat ze merkten dat ik anders was. Uiteindelijk maakte ik vrienden, veegde ik mijn voeten aan populariteit en toen kwam de populariteit vanzelf.

Mijn moeder had op een ietwat onhandige manier elementen aangevoeld die me verder zouden stuwen dan haar. Dat ging in drill als in één lange post-traumatische beweging. Het leven was voor haar een strijd geweest, dus uit mij bouwde ze een vechtmachine die de wereld met een enorme bazooka te lijf moest. De vijand was out there.

Ik deed wat verwacht werd: leerde schrijven, mijn stem verwoorden, haalde niet de punten die zij en leerkrachten van me verwachtten, maar probeerde het juiste uit de kennis te halen. Met de jaren werden de onderscheidingen hoger. Ik leerde gezichtspunten kennen en die in de wereld integreren. Toen ik door ziekte achterstand kreeg in wiskunde, was er geen geld voor bijles. Het werd Latijn-moderne talen na vier jaar Latijn-wiskunde, zij voelde dat als een nederlaag, ik als een falen in mijn taak.

Ik werd klasvertegenwoordiger en studentenvoorzitter omdat iedereen dat logisch vond, organiseerde de studentenstaking en zat in Raden van Bestuur. Allemaal geen prestaties. Alles was vanzelfsprekend. Haar eer moest worden gered, en dat zou nooit helemaal lukken. Pas achteraf zag ik dat mensen dit soort dingen knap vonden van zichzelf.

Schoonheid als feministische waarde, wie had dat verwacht?

Op een dag werd ik meer mezelf, en durfde ik andere dingen aan. Graag zien en gezien worden, kwetsbaar worden, mezelf mooi maken en me dat uiteindelijk zelf vinden. Schoonheid als feministische waarde, wie had dat verwacht? Niemand had me ooit mooi gevonden of dat gezegd. Ik was niet bewonderd, teder behandeld of gestreeld. Er was alleen stress en angst. In de film ‘Terminator 2’ vaart Linda Hamiltons zoon uit tegen haar: zijn moeder heeft hem alleen voorbereid op de apocalyps, hij kent niets anders.

Dat was een herkenbaar gevoel. Ook ik was gemaakt om te kunnen, niet om te mogen zijn. Van mijn geboorte af mocht ik van niemand bestaan, en dat veranderde pas toen ik mezelf die toestemming gaf.

Intussen is mijn moeder grotendeels uit het moeras van de precariteit geraakt, geheel op eigen kracht. Er zijn haar veel hordes opgeworpen, gewoon omdat zij een kind durfde te krijgen. Ze moest bedelen om voordeeltjes die de hordes gewoon wat neerhaalden. Van veel voordeeltjes wist ze niet.

Ik geloof dat Vrouwendag ervoor zorgt dat er méér taart is voor iedereen.

Bij mij gaat het anders. Mijn kinderen worden quasi altijd normaal gevonden. Ik schrijf dat met lichte ironie: elk kind is normaal. Maar een kind krìjgen, kan je nog steeds worden verweten. Onlangs kwam een collega langs met een frustratie. Hij wilde niet meebetalen aan de kinderen van anderen. Wie kinderen kreeg, moest maken dat die ervoor kon zorgen. Vooral die single moeders (die meer dienstencheques konden krijgen). “Echt?!!”, zei ik, want dat van die dienstencheques wist ik niet. Mijn kinderen, verzekerde ik hem, voedde ik deels op voor hem. Als kinderloze zou hij ze nodig hebben: ze moesten sociaal en intellectueel genoeg toegerust zijn om zijn pensioen te betalen, hem in zijn rusthuis te verzorgen, en hem te begrijpen in plaats van te beroven op straat. Ik zei hem ook – TMI die ik anders nooit vrijgeef – dat kinderen “krijgen” geen toevallige uitdrukking is. Hoewel onvruchtbaarheid om zich heen grijpt, “krijgen” veel vrouwen hun kinderen. In mijn familie zijn vrouwen snel zwanger. (bedoelde hij sous-entendu dat in ons geval abortus quasi-verplicht is?)

Mijn collega was niet boos, en gaf me zelfs gelijk. Ik heb bijgeleerd sinds mijn moeder me met twee AK-47’s en extra munitie uitrustte om iedereen te lijf te gaan die ook maar een bedreiging lijkt. Ik zie nu dat wij uiteindelijk allemaal aan dezelfde kant staan, allemaal goed varen bij gelijke rechten en meer welstand. Ik ben zo’n mens die in die irritante term, “win-win” gelooft en er misschien zelfs naar leeft, hoop ik, voel ik. Ik weet hoe met “tegenstanders” te praten en dat die gesprekken en het leven gewoon prettig kunnen zijn. “Tegenstanders” bestaan zelden of niet. Ik geloof dat Vrouwendag ervoor zorgt dat er méér taart is voor iedereen. (Gelukkige vrouwen bakken trouwens nog steeds relatief meer taart.)

Toch sta ik nog verplicht in idiote rijen voor loketten die niet hoeven te bestaan, gewoon omdat ik single moeder ben.

Er is nog steeds institutionele gelijkenis met mijn moeders situatie, en dat irriteert me. Ik ben verre van kansarm, toegerust, ik heb me ontwikkeld. Toch sta ik nog verplicht in idiote rijen voor loketten die niet hoeven te bestaan, gewoon omdat ik single moeder ben.
Want single moeders hebben tijd over *ironieteken hier* tussen werk, bijberoep opbouwen, mensjes van hot naar her brengen, voeden, verzorgen, liefhebben en zò grootbrengen dat ze overgekwalificeerd en goedbedoelend uw bejaardentehuizen in orde brengen uit pure luxueuze menslievendheid.

Ik zorg voor een goedlopende thuis, prettig en warm voor vrienden en gezin, zodat zij niets merken van zorgen – die ik voorlopig zo snel mogelijk en vrij efficiënt van de baan hockey. Ik begin zelfs weer te schrijven. Dat is mijn roeping. Ik heb het lang niet gedaan. Mensen misten mijn stukken. Wat een luxe. Ik miste zelf het publiceren en schrijven. Ik moest dat nieuwe leven uit alle macht opbouwen, en intussen bonsde er een zachte nood binnenin, die zwijgt als ik genoeg schrijf.

Ik ben soms wel een beetje moe. Ik merk dat het tijd is voor tijd voor mezelf. Ik ben immers gescheiden uit een huwelijk zonder liefde omdat ik in die liefde geloof. En zelfs die tijd is er nu. Zelfs mezelf verzorg ik en geef ik tijd.

Als single mama lijk je vooral daarop geen recht te hebben: op een persoonlijk leven. Maar ik schrijf het toch. Juist hierin is het persoonlijke toch erg politiek? Zijn kwetsbaarheid, zelfzorg en ontplooiing, niet van de grootste, meest geprivilegieerde luxes?

Elke dag worden keitjes gestrooid waar je op uitglijdt, gewoon om wie je bent en je biologie.

Wees gerust: tussenin zorg ik ervoor dat de maatschappij niet voor mij moet zorgen en dat ik kan zorgen voor de maatschappij. Maar verdorie: ondanks dat moet ik, zoals mijn moeder, nog geregeld pootjes geven en opzitten omdat ik single moeder ben. Hoe gek kan het worden? Dat lag niet aan mijn moeder, haar opleiding, positie of bankrekening nét boven of op nul. Mijn hoogopgeleidheid, geregel en zorg beletten geen kastjes naar muren of loketten met dezelfde neerbuigende, gemene, onopgevoede boeren die onder al mijn sociale skills en win-win van de slechtst mogelijke wil blijven. Nog steeds ook blijven de stempeltjes in het hoofd van mensen, er misschien ingedrukt door mensen die mijn moeder vroegen of het mevrouw of juffrouw was. Vanochtend nog kreeg ik speciaal voor Vrouwendag de meest ongelikte boer cadeau.

Nu, je zal zien: ik zal ze met al mijn beleefdheid, aan dezelfde kant ge-sta en vriendelijkheid nog opgevoed krijgen. Maar kunnen overheid, diensten en privé dat niet voor me doen? Ik betaal niemand om hier een stukje gediscrimineerd te lopen zijn.

Even een klein witregeltje. Als ìk dit al schrijf: moet je nagaan hoe het is als je kleur, afkomst, naam, bankrekening, opleiding, situatie je op meer kruispunten van ongelijkheid zet en je daar achter telefoonlijntjes en bureaus één wandelend vooroordeel voor je hebt zitten.

Deze is voor iedereen die vindt dat Vrouwendag over besnijdenis moet gaan en de rest gedoe is, voor staatssecretarissen die boh ja, vinden dat we er nog niet helemààl zijn. Nog helemaal niet, zal je bedoelen. Elke dag worden keitjes gestrooid waar je op uitglijdt, gewoon om wie je bent en je biologie. Die talloze kleine keien doen het leven stotteren waar anderen ongehinderd sprinten, gewoon om hùn biologie. Dat maakt Vrouwendag evengoed nodig.

Al twintig jaar leef ik in de periferie van Vrouwendag. Mijn moeder organiseerde het jarenlang mee. Lang voor Emma Watson, toen feminisme nog een dresscode van niet-te-vrouwelijk inhield, deed ze dat op hakken tot haar knieën het begaven. Ze zag en ziet eruit als een westerse Fatima Mernissi: een vrouw die bijzonder meticuleus het dwarse van zich af laat stralen en overdreven elk vakje uit de weg gaat.

Ik kleed me wel “klassiek vrouwelijk” en de zaak is me genoeg. Opvallen moet niet, al schijn ik dat onopgemerkt door mezelf te doen. Mijn moeder heeft het me mogelijk doorgegeven in de flessenmelk toen borstvoeding haar verboden werd (free the nipple!).

Ik nam ook haar werk een beetje over. Feminisme en emancipatie stroomden vanzelf uit mijn pen de publieke opinie in. Daarom was deze Vrouwendag voor mij een dag van pure frustratie en van enorme hoop. Ik moest echt die dag achter loketten wachten die me beletten om iets te doen, een italic en bold die door mijn hele lichaam ging. Want dit is zo mijn dag!

Maar nu was de aandacht er. Overal ter wereld staakten vrouwen en voerden actie.

Anderzijds wervelde het om me heen. Mijn moeder had zo vaak geklaagd dat “de media” weer niets rond Vrouwendag deden. Alweer niet in het Journaal.

Ik heb zelf ook vaak de human interest-reflex gemerkt bij “vrouwenonderwerpen”. Alsof sociale thema’s niet voor mannen gelden, geen nieuws zijn of nooit diepgaand beschreven mogen worden. Ik argumenteerde weer dubbel zo lang en zo hard om het in een opiniepagina te krijgen, om dan de verwachte honderdduizend hits te zien binnenlopen als het onderwerp er toch door kwam.

Maar nu was de aandacht er. Overal ter wereld staakten vrouwen en voerden actie, liepen in het zwart en stelden een out of office in over Vrouwendag. Zoveel mannen (m/v/x) deden mee. We zijn vandaag allemaal samen. Er is niet minder taart, maar meer taart voor iedereen.

En daar was ik niet bij! Ik was de doelgroep achter dat verrekte loket!

De frustratie!

En de hoop en blijdschap.

Want alles verandert.

Toch?

Ja toch?

 

Foto’s: Carmen De Vos
3 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!