“Verleg je grenzen, uit het contact met anderen kan je zoveel leren”

Sommige mensen brengen hun vakantie liever door aan de operatietafel dan met een boekje in de hand op het strand, of slaan het hotel met all-in buffet over om voedselpakketten uit te delen aan daklozen in Brussel. Maak kennis met de zomerhelden: mensen die hun vakantie besteden aan het helpen van anderen.
Studente Hélène (23) is al bijna twee jaar vrijwilliger door te doen wat ze het liefst doet: babbelen. Deze zomer begeleidt ze de ‘Zomerbabbels’, dat zijn praatgroepen voor jonge asielzoekers en vluchtelingen die Nederlands willen oefenen en meer over België te weten willen komen. Hélène legt uit waarom je voor een bijdrage aan de goede zaak niet naar het buitenland moet, maar overal in België je steentje kan bijdragen.

Wat houden de Zomerbabbels zoal in?
“De Zomerbabbels zijn praatgroepen voor asielzoekers en vluchtelingen die worden georganiseerd door Vluchtelingenwerk Vlaanderen, een organisatie die zich inzet voor mensen op de vlucht voor oorlog, geweld en vervolging. De Zomerbabbels zijn ingericht in samenwerking met het Huis van het Nederlands in Brussel. Het is de bedoeling dat anderstaligen op een ontspannen manier Nederlands kunnen oefenen. De zomerbabbels die ik begeleid zijn bedoeld voor jongeren tussen 14 en 26 jaar die hier nog niet zo lang zijn en dus wachten op een verblijfsvergunning, maar wel al Nederlandse les volgen.”

“Veel immigranten zitten met vragen over gebruiken uit onze cultuur. Hoe voer je een telefoongesprek in het Nederlands, bijvoorbeeld.”

“De praatgroepen vinden plaats in het Startpunt van Vrijwilligerswerk Vlaanderen, een plek die asielzoekers een kom soep of kop koffie biedt terwijl ze wachten op papieren en een procedure. Ook kunnen ze er informatie krijgen in verband met hun rechten in België, de opvang en juridische zaken. Er komen per dag wel tussen de zestig en de tachtig asielzoekers langs. Vrijwilligers zijn heel belangrijk om dit alles in goede banen te leiden.”

“Asielzoekers en vluchtelingen krijgen informatie in verband met hun rechten in België, de opvang en juridische zaken.” Foto: Hélène Vanooteghem

Hoe ben je bij dit initiatief terechtgekomen?
“Ik volgde Vluchtelingenwerk Vlaanderen op Facebook en zag de vacature voor de zomerbabbels. Ik had in de zomer wat extra tijd en bovendien had ik al ervaring met het begeleiden van praatgroepen. Eerder was ik vrijwilliger bij OCMW Kortrijk, waar ik ouders van kinderen die recent in België waren aangekomen begeleidde. Ze konden bij mij terecht met vragen over hun kind en opvoeding, maar ook over alledaagse zaken.”

“Veel immigranten zitten met vragen over bepaalde gebruiken uit onze cultuur. Hoe een telefoongesprek er in het Nederlands aan toegaat, wat beleefd en onbeleefd is, wat ze in de winkel precies moeten vragen of hoe een conversatie aan de schoolpoort verloopt. Maar ze lopen ook tegen complexere zaken aan. De gezondheidszorg is hier anders geregeld dan in het land van herkomst, of de brieven over elektriciteit of water zijn in moeilijk Nederlands geformuleerd. In zulke dingen probeer ik hen een beetje te gidsen en uitleg te geven over waarom we bepaalde dingen doen zoals we ze doen. Ook bij de Zomerbabbels is dat een belangrijk aspect, naast het oefenen van Nederlands. Ik begeleid nu één namiddag per week een praatgroepsessie.”

“In mijn groep zitten jongeren uit Pakistan, Afghanistan, India, Mexico, Iran… Je moet kunnen omgaan met deze diversiteit.”

Wat zijn de vereisten om als vrijwilliger bij Zomerbabbels aan de slag te kunnen gaan?
“Je moet sociaal en communicatief zijn en interesse hebben in verschillende culturen. De groep is immers een mengeling van jongeren met een verschillende achtergrond. In mijn groep zitten jongeren uit Pakistan, Afghanistan, India, Mexico, Iran… Je moet kunnen omgaan met deze diversiteit. Ook is het belangrijk dat je een goede kennis van het Nederlands hebt en dat je je taal kan aanpassen aan een basisniveau. Je moet ook weten hoe je informatie kunt vinden en het beste overdragen. Elke vrijwilliger moet ook minimaal zes sessies begeleiden, zodat de jongeren je leren kennen en vertrouwen, waardoor het gesprek vlotter op gang komt.”

Gaat er veel werk aan zo’n sessie vooraf?
“Ik steek er wel wat tijd in. Ik heb een voorbereidingsdag gehad bij het Huis van het Nederlands over hoe je best met jongeren communiceert en hen de taal aanleert. Elke sessie moet ook voorbereid worden, je moet bepaalde thema’s behandelen en ervoor zorgen dat het gesprek niet stilvalt. Bovendien moeten we na elke sessie een verslag inleveren. Dat wordt gevraagd omdat de Zomerbabbels een proefproject is. Vluchtelingenwerk Vlaanderen wil de praatsessies immers uitbreiden maar daarvoor is eerst een aftasting nodig: wat werkt, wat slaat aan bij de jongeren, is er voldoende vraag naar dit project vanuit de jongeren zelf?”

“Als de zon schijnt, gaan we in een park zitten, doen we spelletjes of moeten de jongeren elkaar de weg uitleggen als we ergens heen gaan.” Foto: Hélène Vanooteghem

Hoe bereiken jullie de jongeren uit de doelgroep?
“We gaan in het asielcentrum in de buurt flyeren. Sommige jongeren zijn heel enthousiast en komen elke sessie. Anderen komen eens proberen en zien we daarna niet meer terug. Belangrijk is dat de sessies vrijblijvend zijn, maar toch merken we dat er nood is aan dit soort opvang omdat veel jongeren zich vervelen door het lange wachten in het centrum. Door iets te doen, leren ze dingen bij. Maar het initiatief moet vooral van hen komen.”

“Ik denk dat het succes vooral komt uit het feit dat we geen les willen geven. Het is absoluut niet de bedoeling om een cursus Nederlands te geven en te verwachten dat ze luisteren en reproduceren. Integendeel, we starten een gesprek vanuit de jongeren zelf. We willen de ruimte creëren om te praten over gedeelde interesses en zien elkaar als gelijke gesprekspartners.”

“Naast gesprekken doen we ook activiteiten buitenshuis. Als de zon schijnt, gaan we in een park zitten, doen we spelletjes of moeten de jongeren elkaar de weg uitleggen als we ergens heen gaan. Zo oefenen ze de Nederlandse taal en proeven ze wat van het stadsleven en de cultuur tegelijk. We hebben het bijvoorbeeld ook al uitgebreid over de Belgische friet gehad (lacht).”

Laten de jonge asielzoekers soms iets los over wat ze op de vlucht hebben meegemaakt?
“Wij weten altijd waar iemand vandaan is gevlucht en hoelang hij in België is. Maar meer informatie krijgen we niet, die moet van hen komen. Tot nu toe ben ik nog niet geconfronteerd met harde verhalen, maar dat wil niet zeggen dat die er niet zijn. Natuurlijk zijn veel jonge vluchtelingen getraumatiseerd en hebben ze heel wat gezien, maar het vergt tijd om zulke verhalen te kunnen delen. Ik denk dat naarmate de vertrouwensband versterkt, ze meer zullen loslaten. De zomerbabbels zijn nu drie weken bezig en ik zie goede gesprekken en persoonlijk contact tussen de jongeren en begeleiders.”

“De jongeren missen de vrijheid die ze thuis hadden. Iedereen speelde er tot ’s avonds laat op straat, terwijl hier striktere regels gelden.”

“De praatgroepen zijn ook een plaats waar de jongeren elkaar leren kennen. Vaak hebben ze elkaar al eens gezien in een wachtrij of het asielcentrum, maar nog nooit met elkaar gesproken. In het Startpunt ontmoeten ze elkaar en kunnen ze ook onderling praten over wat ze hebben meegemaakt. Er zijn bijvoorbeeld twee jongens in mijn groep die sinds dag één goed overeenkomen en nu een hechte vriendschap hebben opgebouwd. Dat is mooi om te zien.”

Waarover praten jullie tijdens de babbels?
“Een veelbesproken onderwerp is sport. Daarnaast praten we over culturen, lievelingseten, vriendschap, social media, games… Ik merk dat de jongeren hun thuis echt missen. Ze vertellen altijd enthousiast over het goede weer daar, het lekkere eten en hun familie. Ze missen ook de vrijheid die ze daar hadden. Iedereen speelde er tot ’s avonds laat op straat, terwijl hier striktere regels gelden. Met die vrijheidsbeperking hebben ze het echt moeilijk.”

“Als we praten over hun angsten, gaat het meestal niet over de situatie die ze hebben verlaten, maar over hun toekomst. Vorige week vroeg een jongen uit Palestina me waar ze hem zouden plaatsen. Hij zei dat hij familie in West-Vlaanderen had en in Limburg, en vroeg ‘wat gaat er nu met mij gebeuren? Waar kom ik terecht?’ Doordat ze er zelf geen controle over hebben is hun toekomst vaag en dat boezemt angst in.”

Hélène

Merk je dat de zomerbabbels jongeren helpen om met die onzekerheid om te gaan?
“Jazeker, ze zijn zo ontzettend ambitieus en gemotiveerd. We hebben al gepraat over wat ze later willen doen en ik krijg antwoorden als ‘tandarts’, ‘dokter’ en ‘informaticus’. Ze willen Nederlands leren om te kunnen studeren en daarna een goede job te vinden. Ze beseffen dat een groot deel afhangt van de vaardigheid sociaal en communicatief te zijn. Een van de eerste vragen die iemand aan mij stelde was hoeveel talen ik sprak. Omdat ik Arabistiek heb gestudeerd, kan ik er wel wat spreken en dat creëerde in hun ogen een soort status. Ze doen dus erg hun best om het Nederlands onder de knie te krijgen. Het betekent een opstapje naar een betere toekomst.”

“Na een praatsessie ga ik naar huis met een warm gevoel. Dit vrijwilligerswerk ís simpelweg vrije tijd voor mij.”

Haal je zelf iets uit dit vrijwilligerswerk?
“Absoluut! Vaak zeggen mensen ‘Waarom doe je dat als je er niets voor terugkrijgt? Je steekt hier zoveel tijd in!’. Dat is een misvatting, want ik krijg enorm veel waardering. De mensen uit mijn praatgroepen weten dat ik dit in mijn vrije tijd doe en daarvoor zijn ze erg dankbaar. Zij leren bovendien niet enkel van mij, maar ik leer veel van hen. We zien elkaar als gelijken en respecteren elkaar. Na een praatsessie ga ik naar huis met een warm gevoel en kijk ik terug op een leuke middag. Dit vrijwilligerswerk ís simpelweg vrije tijd voor mij.”

Met welk argument spoor jij mensen aan hetzelfde te doen?

“Verleg je grenzen, wees niet bang om in contact te komen met anderen. Er is nood aan brugfiguren, die vluchtelingen een antwoord kunnen geven op andere vragen dan enkel juridische of financiële. De oplossing is niet om asielzoekers en vluchtelingen te isoleren, maar net om integratie te bevorderen. Daarom moeten we hen de kans geven om onze taal en cultuur te leren kennen. En zelf leer je er ook zoveel van bij!”

 

Lees ook het verhaal van Yasmien die in haar vakantie waterputten bouwt in Marokko

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines ((nr. 6 najaar 2017 + nr. 7 voorjaar 2018)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!