Dating like it’s 1931

Deel 3: sociale gezichtspunten

In deze driedelige reeks bespreekt Sofie Rycken een huwelijksgids uit 1931 die ze erfde van haar grootvader. In het eerste deel gaat ze dieper in op de biologische beperkingen die een vrouw kan hebben om in het huwelijksbootje te stappen: kan ik trouwen? In het vorige deel wordt de psyche van de vrouw besproken: wil ik trouwen? En in dit laatste hoofstuk bekijkt ze hoe de samenleving in de jaren dertig naar het huwelijk keek.

 Mag ik trouwen?

In het derde en laatste deel van zijn huwelijksboek bespreekt Van de Velde het sociale aspect van trouwen. Jongens en meisjes hebben namelijk geen idee wat er komt kijken bij “het ware huwelijk, dat een voortdurende aanpassing, een voortdurende dienst-aan-elkander, een voortdurend bestrijden van het egoïsme is.” Het belangrijkste onderwerp in dit deel is de rol van de vrouw: moet ze studeren? Mag ze werken? Kan ze werken én moeder zijn? En wat is uiteindelijk het beste voor iedereen?

Van de Velde stelt vast dat “vrouwenstudie” – lees: vrouwen die gaan studeren – is begonnen als modegril maar nu “een algemeen verschijnsel” is geworden. Hij relativeert die evolutie echter meteen door de universiteit te bestempelen als “een huwelijksbureau in optima forma” voor “menig knap studentje”.

Tot topprestaties leidt de hele onderneming zelden (weetje: het feit dat vrouwen het in de eerste helft van de 20e eeuw soms moeilijk hadden aan de universiteit stond niet los van de belabberde staat van het middelbaar onderwijs voor meisjes toen, maar dit terzijde), dus het uitbreiden van die vrouwenstudie lijkt hem niet wenselijk.

geeuw

Studeren is vermoeiend. Twee jonge vrouwen wagen zich er toch aan. Marquette University via Flickr Commons

Omdat Van de Velde boven alles een dokter blijft, staat hij ook stil bij de fysieke gevolgen van langdurige aula-zitterij: “Voor onze overwegingen is het van meer gewicht, dat gezondheidsstoornissen van belangrijken aard zich bij de studeerende vrouwen niet op groote schaal geopenbaard hebben.” Klopt: vrouwen die een cursus openslaan, vallen niet en masse dood van vermoeidheid, stikken niet in hun leerstof en bezwijken niet onder het gewicht van hun loodzware boekentas. Who knew!

De echte problemen beginnen pas later, wanneer die gediplomeerde dametjes de arbeidsmarkt betreden. Dat vrouwen tegenwoordig ook een beroep hebben, schrijft Van de Velde, is een tragisch gevolg van de slabakkende economie dat hij zo snel mogelijk weer van de baan wil. Het is namelijk “de natuurlijke orde der dingen” dat mannen brood op de plank brengen en het is “de roeping der vrouw” het gezin te dienen. Wat voor beroep die vrouw zou willen uitoefenen is irrelevant. Het gaat erom “in hoeverre zij daarnaast haar taak als huisvrouw en moeder vervullen kan. Het gaat dus minder om het “wat” dan om het “hoeveel”.”

Arbeid houdt vrouwen niet alleen weg van de haard, er is ook de kwestie van (que escandaloso!) “Arbeids-eros”. Ook gekend als: vogelen met de baas. Werken drijft vrouwen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in de armen van hun mannelijke leidinggevende: “Zelfs gestudeerde vrouwen hebben meestal in hun werk niets anders te doen dan bevelen uit te voeren, en waar daarvan eenige aantrekkingskracht blijft uitgaan, geschiedt dat door de persoonlijke verhouding-van-vertrouwen, die zich gemakkelijk tusschen een chef en zijn plichtsgetrouwe ondergeschikte ontwikkelt.”

Zodra de financiële ruimte er is om “den idealen toestand” te herstellen, roept hij daarom op tot het bevrijden van de vrouw “uit de slavernij van het beroep” (!) zodat zij kan worden teruggegeven “aan haar natuurlijke taak”: het huishouden runnen en kinderen grootbrengen.

Arbeid houdt vrouwen niet alleen weg van de haard, er is ook de kwestie van ‘arbeids-eros’. Ook gekend als: vogelen met de baas.

Rouwig moeten vrouwen daar niet om zijn. Met een stevige grijns rond de lippen merkt Van de Velde op dat hun vooruitzichten op een bevredigende positie toch klein zijn; “klaarblijkelijk veel kleiner dan men op grond van haar strijd voor ‘gelijke rechten’ had kunnen meenen.” Waarom staan er aanhalingstekens rond “gelijke rechten”? Was het toen nog zo’n exotische term? Zo lachwekkend? En wat betekent dat gruwelijke “klaarblijkelijk”? We zien geen vrouwen in hoge functies, dus “klaarblijkelijk” zit dat er voor hen niet in? Krommer kan een redenering niet worden. Het feit dat vrouwen geen toegang krijgen tot goede jobs zegt niets over de talenten van die vrouwen en alles over de gatekeepers die hen tegenhouden en ontmoedigen.

Beroep en moederschap noemt Van de Velde ronduit onverenigbaar. Is het dan een optie om te kiezen voor wél een carrière maar geen gezin? Vrouwen denken dat soms, maar zij dwalen: “Het thans opgroeiende jonge meisje bindt den strijd aan tegen den vorm van het tegenwoordige huwelijk – zoolang zij jong is, d.w.z. tot haar vijfentwintigste, tot haar dertigste jaar. Dan echter zal ook zij de ervaring opdoen, dat de strijd om vrijheid en zelfstandigheid een strijd om hersenschimmen is”. Toe maar. Na Roodkapje en Sneeuwwitje, nu ook het Sprookje Over De Vrouw Die Dacht Dat Ze Een Keuze Had.

party

Feestje op het dak van een studentenhuis voor vrouwen in Boston anno 1934. Wijn, hoge hakken en vuisten in de lucht. Via Flickr Commons.

Anno 2015 studeren er aan de Europese universiteiten meer vrouwen af dan mannen. Vrouwen zijn steeds meer vertegenwoordigd op de arbeidsmarkt. Dat het debat over de combinatie van werk en gezin nog lang niet gevoerd is, dat is duidelijk, maar er wordt wel druk over gediscussieerd in mainstream media. Van hersenschim naar heet hangijzer, dat is behoorlijk wat maatschappelijke trapjes hoger.

Zoals ik in de intro van deel 1 zei: ik heb mijn grootvader amper gekend en heb geen idee of hij dit boek (vaak) gelezen heeft. Geen idee wat hij zelf vond van wat er in stond. Wat ik wel weet, is dat al zijn dochters gestudeerd hebben, gewerkt hebben, getrouwd zijn én moeder zijn geworden. En dat hij mijn moeder als huwelijksadvies op het hart drukte: “Je moet je kansen maximaal grijpen.” Met andere woorden: mik hoog. Ga voor iemand die je steil achterover doet slaan en waar je helemaal van overtuigd bent. Allebei. Mijn moeder en vader vierden vorig jaar hun 40e huwelijksverjaardag. Eat that, professor Van de Velde.
Foto boven: Het vrouwen basketbalteam van Universiteit Chowen anno 1927 via Flickr Commons

Plaats zelf een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zonder jou
geen Charlie!

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines (nr. 8: najaar 2018, nr. 9: voorjaar 2019)
  • Charlie goodies toegang tot alle online artikels
  • En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

LDV United
t.a.v. Charlie Magazine
Rijnkaai 100
2000 Antwerpen