samenwerking

“Dankzij 3D-printen zijn de mogelijkheden quasi eindeloos. We gaan nog zotte dingen zien”

Karolien Kempen over de toekomst van 3D-printen

“Dankzij 3D-printen zijn de mogelijkheden quasi eindeloos. We gaan nog zotte dingen zien”

Als marktleider in een zeer technische omgeving wil Atlas Copco haar maatschappelijke rol opnemen door de instroom van vrouwen en de doorstroom naar hogere managementfuncties te bevorderen. In deze zesdelige reeks wil Atlas Copco hun technologie in mensentaal voorstellen om zo breder toegankelijk te maken en vrouwelijke rolmodellen in de spotlight zetten die inspirerend kunnen zijn voor andere jonge vrouwen met ambities in de wetenschappen. Vandaag: Karolien Kempen over de toekomst van 3D-printen. Foto’s: Sarah Van Looy

Karolien Kempen is een droom om te interviewen. Voor me zit een onapologetische ambitieuze vrouw die duidelijk gepassioneerd is door haar vakgebied: 3D-printen. Nog geen twee jaar geleden kwam ze bij Atlas Copco binnen als technisch expert, vandaag leidt ze het team Additive Manufacturing. Met veel overtuiging legt ze me uit waarom 3D-printen zo spannend is en hoe die revolutionaire technologie er wel eens voor zou kunnen zorgen dat onze huiskamers er binnen tien jaar drastisch anders uit zullen zien.
 Maar we beginnen bij het begin.

Je hebt eerst voor industrieel ingenieur gestudeerd en bent daarna burgerlijk ingenieur geworden. Was dat een vanzelfsprekende keuze voor jou?
“Vanzelfsprekend niet echt, want het is me wel afgeraden geweest in mijn middelbare school. “We weten niet of ingenieur voor jou de juiste richting is”, zeiden ze. Nu, ik had misschien niet de beste punten voor wetenschappelijke vakken, maar ik deed het wel graag. Het feit dat ze dachten dat ik het niet ging aankunnen, heeft me ergens getriggerd en gemotiveerd om het toch te doen, en goéd.

“Toen ik begon te studeren, zaten we met maar drie vrouwen in de richting industrieel ingenieur.”

De tijden zijn wellicht veranderd, maar toen ik begon te studeren, zaten we met maar drie vrouwen in de richting industrieel ingenieur. Er waren een aantal docenten die zeiden: “Nu zijn jullie met drie, maar er zal waarschijnlijk maar eentje het einde van het jaar halen.” Of als we groepjes van twee moesten maken voor een praktisch labo, zeiden ze: “Die twee vrouwen wel niet samen, dat komt niet goed.” Ik dacht dan: “Ja, kom, dan gaan wij dat hier wél met twee vrouwen doen!” Mij hebben zo’n uitspraken net driedubbel gemotiveerd.”

Je hebt een doctoraat en postdoctoraat gedaan over 3D-printen. Wat heb je precies onderzocht?
“Mijn doctoraat ging over 3D printen van aluminium en stalen. Toen ik aan mijn doctoraat begon, waren er nog niet veel metalen die geprint konden worden. Polymeren waren er al, maar metaal was toen nog heel nieuw en met aluminium waren er toen nog heel grote problemen, waardoor men dacht dat dit nooit zou lukken. We hebben dat opgelost door hogere vermogens lasers te gebruiken en door het aluminiumpoeder voor te verwarmen. En nu kan aluminium geprint worden.” (brede glimlach)

Je bent daar vier jaar mee bezig geweest, ondertussen lesgevend, om dan de academische wereld te verlaten voor een bedrijf. Vanwaar die beslissing?
“Omdat ik die techniek zelf wou toepassen. Voor mij stopte het niet bij “oké, jullie kunnen nu mijn paper lezen en aluminium printen”, ik wou zélf warmtewisselaars en compressoren printen. Ik werkte al nauw samen met Atlas Copco tijdens mijn doctoraat. Het was 2008 en een moeilijke tijd door de economische recessie. Atlas Copco was één van de weinige bedrijven die toch nog innovatieprojecten durfde opstarten. Het werd me duidelijk dat dit wel een bedrijf is dat durft innoveren en kijken naar de toekomst. Toen ik hoorde dat er een vacature openstond en ik de kans had om mijn onderzoek om te zetten in praktijk, leek het bijna meant to be.”

Wat moet je kunnen om teamleader te zijn in een technische omgeving?
“Om teamleider te zijn, in gelijk welke omgeving, moet je durven vooruit kijken. Management zegt mij niet: “Hier willen we staan over tien jaar, zorg ervoor.” Ze vragen aan mij: ‘Karolien, waar staan we over tien jaar? Wat gaan we doen met 3D-printen?
 Dat is heel plezant. Als teamleider mag je een visie ontwikkelen voor je team en je bedrijf.

“Leiding nemen is niet hetzelfde als mensen managen.”

Ten tweede denk ik dat het belangrijk is dat je enerzijds zelf een deel van de technische kennis hebt, en anderzijds weet waar de rest van de kennis zit binnen het team: wie weet wat, wie kan hier het beste helpen, hoe leid ik vragen die binnenkomen naar de juiste mensen binnen ons team.

En wat ik zelf belangrijk vind al teamleider is dat je mensen laat doorgroeien, kansen geeft en niet in routinetaken laat vastzitten. Ik ga niet iemand hele dagen stukken laten printen. In engineering kunnen we niet stilstaan, want stilstaan is achteruitgaan. Vooruit gaan kan alleen als je de technologie goed opvolgt, mensen trainingen aanbiedt en nieuwe uitdagingen aanbiedt.”

Is leiding geven, sturen en coachen iets wat je hebt moeten leren?
“Zeker. Ik ben wel iemand die van nature graag leiding neemt. In mijn vrije tijd ben ik kapitein van mijn volleybalploeg, ik ben chiro-leidster geweest, dus dat was er al. Maar leiding nemen is niet hetzelfde als mensen managen. Dat heb ik hier in het bedrijf geleerd. Atlas Copco heeft een Leadership Development Programma dat wordt aangeboden aan alle mensen die starten in een leidinggevende functie. Daar heb ik geleerd hoe het wel en niet moet.

In het begin dacht ik vaak: “Ik wil mijn mensen niet te veel belasten, ik zal het zelf wel doen.” Als iemand naar mij kwam met een probleem, bood ik de oplossing aan. Superfout! Je moet sturende vragen stellen: hoe analyseer je zelf dit probleem, wat zijn de mogelijke oplossingen? Je moet mensen zelf laten proberen en zich laten vastrijden om het probleem dan toch op te lossen en eruit te leren. Zo leren jouw teamleden ook zelf die methodologie.”

“Ik kan morgen mijn 3D-printer instellen en overmorgen ligt mijn stuk klaar.”

Je zei net dat je baas aan jou vraagt: waar staan we binnen tien jaar. En?
“Over tien jaar is additive manufacturing, of 3D-printen, een volwaardige maaktechnologie geworden. Als we nu 3D-printen zeggen, denken we aan een bakje, een plaatje, een speelgoedje, een stukje van iets dat kapot is en vervangen moet worden. Over tien jaar denken we aan compressoren en complexe, grootschalige onderdelen. Nu hebben we in onze productiehal draaibanken, freesmachine en slijpmachines, daar moeten 3D-printers naast. Daar zou ik graag over tien jaar staan. Nee, daar zullen we over tien jaar staan.” (lacht)

Waarom moet dat per sé? Wat zijn de voordelen van 3D-printen in een productieproces?
“Als we nu een component maken, moeten alle gereedschappen en machines daarop worden afgesteld. Dat is heel geschikt voor serieproductie, als je dus elke dag hetzelfde maakt op die machines. Maar als ik morgen drie stukken nodig heb van iets anders, moet die lijn stilgezet worden, ben je drie weken bezig met het herprogrammeren, en dan moet je opnieuw omschakelen. 3D-printen biedt veel meer flexibiliteit. Ik kan morgen mijn 3D-printer instellen en overmorgen ligt mijn stuk klaar.”

Is het ook duurzamer?
“Ja, in de conventionele maakindustrie start je van een blok materiaal, en wat er wordt weggenomen is afval. Met 3D-printen start je van een basismateriaal en alles wat niet wordt gebruikt, wordt volledig gerecycleerd. 
Plus, stel dat we morgen stukken nodig hebben in China. Als we daar een printer hebben staan, sturen we een digitaal bestand door en hoeven ze daar enkel op de printknop te drukken. Zo moeten we geen stukken laten overvliegen, en dat is naar duurzaamheid toe een gigantische winst.”

Waarom zijn we er dan nog niet massaal mee bezig?
“De kostprijs is nog belangrijk. We zien dat de materiaalkost in de laatste vijf jaar is gedaald, en dat materialen kwalitatiever zijn geworden. Maar de machinekost blijft hoog. Ik denk dat de hele maakindustrie zit te wachten op het moment dat metaal 3D-printen betaalbaar wordt. Er is ook gewoon nog heel weinig concurrentie op de markt. Het printen van metalen is fysisch, thermisch, mechanisch, … Het is gewoon een erg complex proces wat niet elke machinebouwer kan. Nu wordt het stilaan opgenomen in technische opleidingen. Zo heeft de KU Leuven nu een vak additive manufacturing, wat een grote stap is. Het komt wel, maar het is wachten tot de markt competitief kan worden.”

“Ik ben er zeker van dat onze producten er in de toekomst helemaal anders uit zullen zien.”

Toen jij studeerde stond de technologie nog in haar babyschoentjes. Wat was het aan 3D-printen dat toen al je enthousiasme wekte?
“Ik had een aantal demo-stukken gezien en die designs waren zo clever dat ik meteen zag dat de mogelijkheden eindeloos zijn.
 Kettingen die in één keer geprint worden, een hol stuk, een klok met allemaal radarwerkjes die in één keer was geprint… Het moeilijkste aan 3D-printen is het ontwerp verzinnen. Vroeger moest je ontwerpen met in je achterhoofd “kan ik het wel maken?” Nu zijn alle poorten open en moet je met inventieve designs afkomen. Dat is ook de opdracht van ons team: andere designers en ingenieurs proberen te triggeren en ze verder te laten denken.”

Dus eigenlijk gaat alles wat ontworpen wordt, herbekeken worden omwille van 3D printen?
“Ja, absoluut! Dat is nu precies de taak van ons team: aansporen om verder te denken. Het begint met simpele dingen: neem nu een gat! Dat is ofwel vierkant of rond. Ofwel frees je, boor je ofwel draai je, maar een andere vorm is te complex en te duur. Maar nu we kunnen 3D-printen, kan je een gat maken in gelijk welke vorm. Ik ben er zeker van dat onze producten er in de toekomst helemaal anders uit zullen zien. Je ziet het nu al in kunst, juwelen, en in de eerste 3D-geprinte meubels. Een stoel of een tafel heeft altijd min of meer hetzelfde vorm gehad, want we waren beperkt in het maakproces. Maar met 3D-printing zijn de mogelijkheden quasi oneindig en kunnen die er totaal anders uit gaan zien. We gaan zotte dingen zien, daar ben ik wel zeker van.”

Lees ook het interview met Vice President Group Controller Liselotte Duthu: “Er is te veel eenheidsworst vandaag. Vrouwen kunnen dat met hun blik op de wereld veranderen”
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Atlas Copco. Atlas Copco is een Zweedse international en wereldleider in machinebouw. Ze leveren industriële productiviteitsoplossingen zoals compressoren, vacuümoplossingen, luchtbehandelingssystemen, apparatuur voor de bouw, industriële gereedschappen en assemblagesystemen. Een heel technische omgeving, dus. De toonaangevende technologie stelt hen in staat te innoveren voor een duurzame toekomst. Ze stellen meer dan 34.000 medewerkers te werk in meer dan 180 landen. Culturele diversiteit alom! Atlas Copco is ervan overtuigd dat gepassioneerde mensen uitzonderlijke dingen kunnen creëren. Ze geloven in het uitdagen van de status quo en gaan steeds op zoek naar een betere manier om dat te doen. Daarnaast vinden ze het belangrijk om de diversiteit op de werkvloer te vergroten. Daarom richtten enkele medewerkers het Pleiades-netwerk op. Dat is een internationaal netwerk met als doel vrouwelijke medewerkers van Atlas Copco te ondersteunen, onder andere in hun doorgroei naar managementfuncties. Door netwerkevents, workshops en een mentorship-programma te organiseren wil de Pleiades vrouwen helpen bij de strategische ontwikkeling van hun carrière binnen het bedrijf.
Foto’s: Sarah Van Looy

Schrijf je reactie

1 reactie

Stephanie Dehennin is een freelance illustrator en een onverbeterlijke nieuwsgierigaard. Voor Charlie deelt ze de verborgen verhalen en fascinerende feiten die ze vindt in de catacomben van het internet.

Lees verder in Wereld
Vrienden van Charlie

Ook Charlie friend worden? Stuur een mail voor info naar sophie@charliemag.be

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen