De betekenis van een stuk stof

Het is vakantie en de zon schijnt: tijd voor een zwembadje in de tuin en uitstapjes naar zee en campings met zwembad. En dus is het ook weer tijd voor politici om het over de boerkini te hebben. Het boerkinidebat is bij de zomer gaan horen zoals ijsjes en parasols en het verloopt elk jaar op dezelfde manier. Ik word er moe van. 
Hetzelfde gevoel bekruipt me als het hoofddoekverbod in scholen, bedrijven, en overheidsinstellingen aangekaart wordt. Ik heb intussen alle argumenten voor en tegen gehoord en gelezen, herhaaldelijk. Ik heb gesproken met moslima’s die hun hijab niet meer dragen of er nooit eentje droegen. Ik heb geluisterd naar hun verhalen. Verhalen die elke feminist, m/v/x, zullen raken in de kern van hun overtuiging. Verhalen van onderdrukking, onderwerping, sociale druk en te rigide interpretaties van religieuze regels. Ik volg hun narratief en respecteer hun visie, want die is gegrond in de realiteit waarin zij leven, leefden of opgroeiden.

“Niemand, niet ik en niet jij, kan uitmaken wat een stuk stof voor een ander betekent.”

Ik heb ook gesproken met moslima’s die zelf, uit overtuiging, goesting, of om welke reden dan ook kozen voor hun hijab. Moslima’s aan wie niets werd opgelegd, maar die ervoor kozen hun eigen geloof te belijden op de manier die het dichtst bij hun hart ligt. Of die een hijab dragen als uiting van hun (culturele) identiteit. Ik volg hun narratief en respecteer hun visie, want die is gegrond in de realiteit waarin zij leven, leefden of opgroeiden. Voor de ene zijn de hoofddoek en de boerkini symbolen van onderdrukking en geweld. Voor de ander zijn het een symbolen van vrijheid, van identiteit. Niemand, niet ik en niet jij, kan uitmaken wat een stuk stof voor een ander betekent.

Dat element ontbreekt volgens mij in al die debatten over neutraliteit: het simpele feit dat ‘je het niet weet’, dat je niet kunt beslissen wat de beweegredenen van een ander zijn. Ik moet daarbij denken aan wat filosoof Ruben Mersch in een interview met Charlie Magazine zei: “Wij denken te weten waarom de ander bepaalde dingen doet, denken in hun plaats. Experimenteel filosoof Joshua Knobe wilde weten in welke mate mensen intenties construeren op basis van een bepaald gedrag. Aan de deelnemers van zijn onderzoek vertelde hij het verhaal van Maria en Martha. Maria had maar één doel in haar leven en dat was beroemd worden. Daar deed ze alles voor, slapen met beroemdheden, drugs nemen, enzovoort. Daar tegenover stond Martha, wier enige doel was voor haar kinderen zorgen. De proefpersonen moesten beantwoorden of Maria en Martha vrijwillig kozen voor wat ze deden. Wat bleek? Wanneer mensen iets moreel goed vinden, gaan ze ervan uit dat zij dit vrijwillig doen. Wanneer ze iets verwerpelijk vinden, gaan ze ervan uit dat de persoon slachtoffer is van de omstandigheden. Verplaats die bedenking nu naar de hoofddoek. Als je de hoofddoek ziet als symbool van iets slechts, ga je ervan uit dat vrouwen ertoe gedwongen worden. Maar zie jij de hoofddoek als iets positiefs, dan ga je ervan uit dat de meeste vrouwen ervoor kiezen om hem te dragen. We construeren de intenties van de drager op basis van ons morele oordeel over dat symbool of die hoofddoek.”

“Als je kledingvoorschriften wil opleggen, kan je dat volgens mij onmogelijk doen op basis van iets subjectief als ‘neutraliteit’.”

Een poos geleden kwam het nieuwe lief van een goede vriendin op bezoek. Het was onze eerste ontmoeting. Ik had, zoals heel vaak, een ‘headwrap’ op mijn hoofd. Die avond was dat om de simpele reden dat ik geen tijd had om mijn kroeshaar in de plooi te wringen (een situatie die vele zwarte vrouwen zullen herkennen). Tijdens het eten ging het gesprek over de hoofddoek. Met veel overtuiging bepleitte het nieuwe lief hoe dat stuk stof een symbool van onderdrukking is, en hoe het een soort middelvinger naar onze Europese normen en waarden zou zijn. Ik keek hem aan en zei: “Maar kijk dan naar mijn hoofd. Ik draag momenteel een hoofddoek.” Daarop volgde snel: “Ja, maar jij doet dat niet uit religieuze overwegingen en je doet het niet altijd.” Ik antwoordde: “ Hoe weet jij dat? Je kent me niet. Misschien hang ik een geloof aan waar ik verplicht word x aantal dagen een headwrap te dragen. Misschien eist mijn man dat ik dat doe. Dat kan jij allemaal niet weten. Al zeker niet als je me over straat ziet lopen, toch?”. Het antwoord luidde: “Ja maar ik zie dat aan de manier waarop je hem draagt. Zo op je hoofd, niet losjes naar beneden.” Okay, dus het ligt aan hoe je hem dan precies draagt? Als we dus alle moslima’s overtuigen om hun hoofddoek turbanista-stijl op hun hoofd te knopen is er geen probleem meer? Dat slaat nergens op.

En zo gaat het wel vaker met kleding. Er is een tijd geweest in mijn tienerjaren dat ik in de ban was van de Black Panther-beweging in de VS. Ik droeg toen zoveel mogelijk zwarte kleding en had zelfs een zwarte baret. Als ik een openbare functie zou bekleden en elke dag een zwart t-shirt zou dragen, zou dat dus ook een uiting kunnen zijn van mijn politieke overtuiging. Of als ik een overtuigde flower-power-hippie was die vrije liefde, lsd-gebruik en bandeloze seks als het hoogste goed zag en ik elke dag beha-loos en in lang bloemenkleed achter een loket zou zitten, zou dat ook een uiting van mijn overtuiging kunnen zijn. Maar niemand zou een probleem hebben met zwarte shirts of bloemenjurken. Dat is wat ik bedoel met ‘je weet het niet’. Ik wil daarmee niets minimaliseren of ridiculiseren. Ik wil enkel aantonen dat neutraliteit eigenlijk niet bestaat.

Als je kledingvoorschriften wil opleggen, kan je dat volgens mij onmogelijk doen op basis van iets subjectief als ‘neutraliteit’. Want waar ligt dan de grens? Mag ik lesgeven in scholen met een hoofddoekverbod als ik een vrolijke Rwandese headwrap draag? Nee. Maar ik mag dat wel van top tot teen in zwart gekleed. Terwijl beide outfitkeuzes voor mij geïnspireerd zijn door een bepaalde overtuiging en beiden uitingen zijn van identiteit. De regels die men nu wil doen gelden zeggen eigenlijk: zolang je eruitziet zoals wij (en wie die ‘wij’ is, is ook zeer te betwisten) acceptabel en normaal vinden doe je maar, dan ben je neutraal. Maar als je daarvan afwijkt, dan vinden we neutraliteit het hoogste goed. Geen regenboogvlag op je t-shirt, geen kruisje rond je nek, en geen doekje op je hoofd. Geen slogan op je shirt, geen opgespelde pin met politiek geladen boodschap. Maar een trui van Lonsdale bijvoorbeeld, wat doen we daarmee? Of een zwart-geel-rode outfit met een knipoog naar het WK?

“In New York en Sydney, Londen, Toronto en zoveel andere wereldsteden werken er politie-agentes met hijab, al jarenlang.”

Je kan onmogelijk voor een ander beslissen wat zijn of haar intentieproces is als hij of zij zich ’s ochtends aankleedt. Antwerpen is onlangs een ‘majority-minority-city’ geworden: er is geen ethnische meerderheid meer, het merendeel van de populatie heeft een migratieachtergrond. De metropool is nu ‘voor echt’ een wereldstad. In bijna alle soortgelijke steden ter wereld is het verbod op religieuze symbolen in scholen en publieke functies al lang ingetrokken of heeft het nooit bestaan. Ik begrijp niet goed waarom we steeds weer achterop hinken in diversiteitsvraagstukken. In New York en Sydney, Londen, Toronto en zoveel andere wereldsteden werken er politie-agentes met hijab, al jarenlang. Heb jij het idee dat deze steden daardoor veranderd zijn tot bolwerken van de radicale islam of is het eerder een logisch gevolg van steden die superdivers zijn? Ik denk dat laatste. Betekent dat dat ik naïef ben over de grote boze wolf die de islam, of ‘islamisering’ volgens sommigen is? Dat ik wil dat we ‘binnenkort niks meer mogen in “eigen land”? Nee, ik ben pro-vrijheid, pro-zelfbeschikking en pro-realiteit.

De realiteit is, en dat is herhaaldelijk bewezen, dat misogynie, intra-familiaal geweld en het patriarchaat kwalijk, gevaarlijk en helaas soms dodelijk zijn. De realiteit is ook dat een verbod op een hoofddoek of boerkini letterlijk niets aan die problematiek zal veranderen. Als je mensen wil overtuigen van die zogezegd ‘verlichte normen en waarden’, moet je ze natuurlijk wel eerst toepassen. Niet langer het fabeltje verspreiden dat je de gedachten kunt lezen van iemand die een kledingstuk kiest, zou een goed begin zijn.

Foto: Harvey Bouterse
2 reacties

Plaats zelf een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Ga wild
en word lid!

Charlie gaat op zoek naar het beest in zichzelf in een najaarsnummer met als thema ‘Wild van Hart’. Om dit te vieren, doen we een wilde actie:

De 300 snelste surfers krijgen deze week een jaarabonnement aan €30 ipv €50.

Ga snel naar de webshop en koop dat abonnement!

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

LDV United
t.a.v. Charlie Magazine
Rijnkaai 100
2000 Antwerpen