Opinie

Wat ik later worden wil? Mezelf.

Wat ik later worden wil? Mezelf.

Er stond een ambtenaar in blauw aan mijn deur. Een formaliteit, onderdeel van de procedure om mij te registreren op mijn nieuwe adres. Omdat ze er nu toch eenmaal was, scande de agente ook even de woonkamer. Geen verstekelingen. Geen illegale kamerplanten. “Is dit een huurappartement?” wilde ze weten. “Nationaliteit? Beroep?”

Beroep. Het is de vraag die elk kind krijgt zodra het een brandweerman, politieagent en leeuwentemmer kan aanduiden: wat wil je later worden? Als kind heb je het idee dat een beroep als een huwelijk is. Een exclusieve verbintenis, liefst voor altijd.

Zodra het later is en het kind een volwassene, wordt de onvermijdelijke vraag: wat ‘doe’ je? Alsof een volwassene zonder beroep niets ‘doet’ of niets ‘is’. Alsof iedereen die wel tot de werkende klasse behoort bovenal zijn of haar beroep is, en pas op de tweede plaats de grappigste oom ever die van ornithologie houdt en zijn beste vriend door een depressie hielp.

Hoe groot is de kans dat wie nu kind is, later één beroep zal ‘worden’? We hebben nu al te maken met een flexibele arbeidsmarkt waarin het cv, vooral van jonge mensen, een collage is van stage, deeltijds, project, vervanging, tijdelijk, freelance, start-up en uitzend.

Het cv van jonge mensen is een collage van stage, deeltijds, project, vervanging, tijdelijk, freelance, start-up en uitzend.

Die arbeidsmarkt verandert zo snel, dat je droomjob soms niet meer bestaat tegen de tijd dat je afgestudeerd bent. Denk aan wie toerisme studeerde en een baan in een traditioneel reisbureau voor ogen had. De studenten die zich massaal inschreven voor hippe opleidingen, terwijl er weinig vraag naar pak ‘m beet criminologen en vrijetijdsmanagers blijkt te zijn. Of wie z’n job vervangen zag worden door voortschrijdende technologie.

Als dé droomjob wel bestaat, komt die meestal niet ineens uit de lucht vallen. Een aanmodderfase met kleine baantjes hoort erbij, alleen krijg je dat niet altijd te horen tijdens je studie. In het begin is het vooral zoeken, vallen, opstaan.

Als je een droomjob voor ogen hebt maar er steeds naast grijpt, of als je nergens een hypotheek kan krijgen vanwege het ontbreken van een vast contract, zijn de flexibele arbeidsmarkt en die initiële aanmodderfase ronduit klote. Maar er zijn ook mensen die de mogelijkheden om veel verschillende dingen te doen, en de onzekerheid die daar vaak bij hoort, enthousiast omarmen.

Verzet je niet tegen je innerlijke draaikont, gebruik ‘m in je voordeel.

Emilie Wapnick, pleitbezorgster van het uitoefenen van meerdere professies, vertelt in een boeiende TED-Talk dat ze niet anders zou willen. Ze wil niet excelleren in één iets, maar juist haar verschillende interesses najagen. “I have no interest in committing to one thing forever. Once I no longer feel inspired in a field, I simply move on. Some people call this ‘quitting’, I call it growth.”

Wapnick gelooft dat innovatie plaatsvindt als je de kennis en ervaring die je opdoet op één gebied, gebruikt om een probleem op te lossen in een heel ander veld. Verzet je niet tegen je innerlijke draaikont, gebruik ‘m in je voordeel.

Ze verwijst naar de Renaissance. Toen waren er briljante wetenschappers die baanbrekende ontdekkingen deden in uiteenlopende onderzoeksgebieden en tegelijkertijd kunstwerken zoals de Mona Lisa fabriceerden. Zou Leonardo Da Vinci wakker hebben gelegen over het ontbreken van een rode draad in zijn CV? Niet uitblinken in één beroep, maar meerdere uiteenlopende skills cultiveren kan evengoed waardevol zijn.

In 2009 studeerde ik af en ging ik de arbeidsmarkt op. Ik heb nooit een uitkering gehad, maar wel slechts één voltijdse job met een vast contract. Na zes maanden nam ik ontslag. Ik was gewend een parttime job met freelance werk te combineren en ik verveelde me, elke dag met dezelfde mensen op hetzelfde kantoor hetzelfde werk doen. De ‘aanmodderfase’ had zo lang geduurd, dat ik die eigenlijk wel was gaan waarderen en geen voltijdse job meer wilde.

De overheid heeft er nog niet veel kaas van gegeten, van die flexibele arbeidsmarkt. Van job wisselen en freelancen worden fiscaal afgestraft en papieren invullen geeft altijd gedoe.

Natuurlijk, een vaste voltijdse job geeft een bepaalde zekerheid, maar dat weegt voor mij niet op tegen het feit dat ik met meerdere jobs mijn interesses en talenten altijd kwijt kan. Dat ik voortdurend nieuwe mensen ontmoet, nieuwe concepten ontdek en nieuwe skills leer. Dat ik mijn eigen tijd indeel. Dat ik niet van één inkomstenbron afhankelijk ben. Dat het mijn netwerk vergroot, waar vaak weer nieuw, interessant werk uit voortkomt.

Ik ben me er goed van bewust dat ik dit alleen kan omdat ik geen gezin en geen hypotheek heb. Ondanks mijn angst voor achtbanen ben ik wel degelijk een soort thrillseeker, maar als ik risico’s neem, zijn de gevolgen voor mij alleen.

Fiscaal snijd ik mezelf waarschijnlijk in de vingers en over een pensioen heb ik nog niet durven nadenken. Ik heb thuis een stapeltje brieven liggen van het soort dat ik krijg als ik een project in loondienst heb afgerond. 5 maanden in deeltijd gewerkt, 83 euro pensioen opgebouwd. Inflatie meegerekend kan ik daar toch maar mooi een week boodschappen van betalen, als ik 70 ben.

Wellicht is het utopisch denken, maar als ik zo oud mag worden hoop ik dat ons huidige economisch bestel vervangen is door iets beters. Want die flexibele arbeidsmarkt… de overheid heeft er nog niet veel kaas van gegeten. Van job wisselen en freelancen worden fiscaal afgestraft en papieren invullen geeft altijd gedoe. Meerdere dingen tegelijk doen is nog niet evident.

Zo was het ook met de politieagente. Ik wierp een blik op het formulier dat ze vasthield. “Uw beroep?” herhaalde ze. Het stippellijntje was kort en ik had er zin in die avond.

Als ik het kan en interessant vind, doe ik het. Ik ben niet mijn werk, maar mijn werk is mij.

“Ik ben van huis uit Scandinavist, maar dat is een redelijk kansloos beroep, dus ik doe al jaren niets meer met Noors, Deens of Zweeds. Ik ben in loondienst bij twee werkgevers en doe freelance klussen voor een handvol anderen. Ik schrijf veel, doe ook projectmanagement, bedenk communicatieplannen, geef workshops, zeg wel eens iets op de radio. Soms knutsel ik aan websites. Als ik het kan en interessant vind, doe ik het. Ik ben niet mijn werk, maar mijn werk is mij.”

De agente fronste en noteerde ‘journalist’ op het daarvoor bestemde lijntje, wat in elk geval deels waar is.

Schrijf je reactie

5 reacties
  • Gloria Van Heyst says:

    Heel inspirerend artikel. Ik heb het “geluk” gehad dat de arbeidsmarkt nog niet zo gekanteld was toen ik afstudeerde, maar ik pin me veel te hard vast op een “vaste” job. Soms kom ik inderdaad hele leuke projecten tegen die ik toch maar links laat liggen omdat ze maar tijdelijk zijn… Toch stof tot nadenken, dit artikel.

  • Jij moet duidelijk niet meer kantelen naar een professioneel leven dat meer voldoening schenkt Selma. Jij leeft het al: mooi zo. Dat anderen dit niet altijd begrijpen, is hun probleem.
    Dagelijks mag ik hoogopgeleide, ervaren mensen begeleiden die zoeken naar zingeving via hun werk en daarbij worstelen met de verwachtingen van onze in hokjes denkende maatschappij: hier http://www.kantel.be/dit-vertellen-tevreden-kantelklanten/ delen sommigen van hen hun ervaringen over begeleid kantelen op een professioneel kantelpunt. Mogelijk inspireren zij mensen die ook door jouw artikel hoop krijgen. Heel terecht overigens.

  • Silvia says:

    Hoi Selma,

    Inspirerend verhaal!
    Kijk ook eens naar deze Ted Talk: https://www.youtube.com/watch?v=ViwkkpROxp4
    Je gaat hem ongetwijfeld leuk vinden 😉

    Hier in Vlaanderen hebben vele “multipotentialites” zoals Emilie Wapnick ze noemt, of creatieve generalisten (de term die ik gebruik) zich o.a. verenigd in een besloten Facebookgroep. Op mijn site http://www.creatievegeneralist.be vind je ook meer info.

    Veel succes nog en blijf vooral je veelzijdige zelf!
    Silvia

  • Miet Ooms says:

    Vervang in je voorlaatste alinea Skandinavist door Germanist, en hier en daar nog een detail, en dan heb je het over mij :-). We zouden eens samen moeten draaikonten, heb ik de indruk.

Selma Franssen is freelance journalist en auteur van 'Vriendschap in tijden van eenzaamheid' (uitgeverij Houtekiet, 2019). Haar werk verscheen onder meer bij Charlie Magazine, OneWorld, De Morgen, De Standaard, The New Statesman, VPRO en Vice. Ze volgde het postgraduaat Internationale Onderzoeksjournalistiek, ontving een beurs van het Fonds Pascal Decroos voor haar werk en presenteert journalistieke lezingenreeks 'Moeilijke Dingen Makkelijk Uitgelegd'.

Lees verder in Wereld

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen