Opinie

De geest in de lamp: dansen op eeuwenoude stereotypes

De geest in de lamp: dansen op eeuwenoude stereotypes

Ik ga er niet om liegen, ik vind themafeestjes best leuk. Niet het soort waarvoor je je moet optutten, wel die van het meer bizarre genre. Ik ben dan ook doorgaans enthousiast als ik tijdens het scrollen op Facebook een aankondiging voor een leuke themafuif in de buurt tegenkom. Geïnteresseerd? Het zal wel zijn! Deze week viel mijn oog echter op een evenement dat ik niet heb geliket, noch heb doorgestuurd naar vrienden. Vergeten kan ik het ook weer niet, omdat ik er – ook daar ga ik niet over liegen – behoorlijk van geschrokken was. Het feestje in kwestie heeft de Midden-Oosterse verhalen van 1001 nacht als thema en heet ‘Genie in a Bottle’. Op de achtergrondfoto van het Facebookevenement vind je een veelvoud aan paleizen en minaretten met op de voorgrond kamelen, piramides en palmbomen. Rechtsboven zweeft Aladdin op zijn vliegend tapijt.

Tot voor kort werd op diezelfde pagina ook gesuggereerd dat de gasten zich een pofbroek, tulband of vliegend tapijt zouden aanmeten als feestoutfit. Tot mijn grote opluchting verwijderde de organisatie in kwestie deze kledingtips intussen van haar social mediapagina’s. Toch heb ik nog steeds mijn bedenkingen bij het evenement, laat me hier even duiden waarom.

1001 nacht: een korte geschiedenis

Als je net als ik opgegroeid bent in het Europa of Amerika van de voorbij decennia, dan is het eerste beeld dat bij je opkomt als je 1001 nacht hoort hoogstwaarschijnlijk dat van Walt Disney’s Aladdinfiguur en zijn blauwe beste vriend, de geest. De organisatoren van dit feestje is die associatie duidelijk ook niet vreemd. Toch is deze niet zo voor de hand liggend als ze lijkt wanneer we naar de historische bronnen kijken.

De verhalen van 1001 nacht zijn een collectie vertelsels die tussen de 9de en de 14de eeuw werden neergeschreven en zich afspelen in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Centraal- en Zuid-Azië[1]. Het geheel wordt samengehouden door een kaderverhaal waarin Shehrazade de wrede koning Shahriyar elke nacht een verhaal vertelt waarvan ze hem de ontknoping verzwijgt tot de volgende dag opdat hij haar niet zou doden. Het ging hierbij nooit om een vaststaande verzameling aan verhalen, maar om een collectie vertelsels die lange tijd mondeling voorgedragen en overgeleverd werd, en die groeide door de eeuwen heen.

“Aladdin is een vertelsel over het Midden-Oosten ter vermaak van een groep rijke geleerde Fransen in een Parijs salon.”

Wat echter vaststaat is dat het verhaal van Aladdin er geen deel van uitmaakte voor de 18de eeuw. Een Franse professor genaamd Antoine Galland vond het eerste fragment van de verhalenverzameling van 1001 nacht tijdens het vertalen van Arabische teksten die zijn nieuwsgierigheid hadden opgewekt. Hij vertaalde en publiceerde de teksten én vulde ze daarnaast ook rijkelijk aan met verhalen die hij ‘gehoord’ beweerde te hebben van een Syrische priester op enkele luxueuze feestjes in Parijs, waar de belangstelling voor het mysterieuze Oosten – zoals dat toen gepercipieerd werd – met de jaren aanzwol. Het verhaal van Aladdin kwam hier ten tonele, net als dat van Alī Bābā en de veertig rovers, de motieven van de geest in de lamp en het vliegende tapijt.

Aladdin is dus geen verhaal uit een middeleeuwse Arabische of Perzische collectie, maar een vertelsel over het Midden-Oosten dat in de 18de eeuw opduikt ter vermaak van een groep rijke geleerde Fransen in een Parijs salon. Galland schreef de verhalen overigens pas twee jaar nadat hij de Syrische man zou gesproken hebben neer. Ondanks dat alles wist hij ze wel als zoete broodjes te verkopen aan de Franse bourgeoisie die zich verlekkerde op al die Oosterse mystiek. In tegenstelling tot de oudere vertelsels leek het wel alsof deze verhalen voor hen geschreven waren. Spoiler alert: de kans is groot dat dit effectief het geval was, want pas aan het begin van de 19de eeuw doken er – nota bene in Europa – ook Arabische manuscripten van het verhaal van Alā ad-Dīn en Alī Bābā en de veertig rovers op.

De receptiegeschiedenis van 1001 nacht kent daarna nog vele episodes van gekleurde vertalingen en vervalsingen die ons hier te ver zou afleiden, maar een oudere tekst van het verhaal van Alā ad-Dīn werd nooit gevonden[2]. Het beeld dat wij dus collectief voor ons geestesoog halen wanneer we het over 1001 nacht hebben, is dat van de 18de-eeuwse Parijse bourgeoisie die het Midden-Oosten en haar mensen tot een exotisch en mysterieus studieobject maakte. Een groep Fransen – en later ook Engelsen – die overigens tezelfdertijd niet enkel culturele, maar ook militaire reizen naar de regio maakten.

Begin je mijn ongemak een beetje te begrijpen?

Oriëntalisme: Oud debat, verse wonden

Je hoeft Edward Saids werk ‘Orientalism’ niet gelezen te hebben om te begrijpen dat verhalen over mysterieuze, irrationele bevolkingsgroepen een mooi discours vormen voor een onderdrukker die zijn militaire expeditie wil verantwoorden. Gooi daar dan nog wat stereotypen van onrechtvaardige dictators en een bevolking die bevrijd moet worden bij en je hebt een verhaal om aan het thuisfront te vertellen. Zowel de Fransen als de Britten koloniseerden grote delen van het Midden-Oosten. Moderniseringsmissies waren schering en inslag (zoals overigens democratiseringsmissies dat vandaag nog steeds zijn – zelfde discours, ander jasje).

“Het consequent afbeelden van het Midden-Oosten als een samenleving van magiërs, haremvrouwen en kwaaie sultans, laat zijn sporen na.”

Ik weet heus wel dat wie straks, verkleed als prinses Yasmina staat te buikdansen op het feestje, niet per se de intentie heeft om dit discours goed te praten. Het is echter niet omdat je die intentie niet hebt, dat themafeestjes als deze – die maar bestaan bij gratie van een publiek – geen effect hebben op de samenleving. Het consequent afbeelden van het Midden-Oosten als een samenleving van magiërs en slangenbezweerders, haremvrouwen en kwaaie sultans, laat zijn sporen na. Zelfs na het weghalen van de bovenvermelde outfitsuggesties blijft de associatie met irrationaliteit en macht op een Genie in a Bottle Party alomtegenwoordig. Het Midden-Oosten en haar mensen afbeelden als alles wat niet a priori niet samengaat met waarden als rationaliteit en wetenschap (want: ze houden zich bezig met irrationele praktijken) of vrijheid en democratie (want: ze hebben autocratische leiders die niet voor rede vatbaar zijn), leidt op lange termijn tot het stigmatiseren en uitsluiten van een hele bevolkingsgroep wiens wonden vandaag al zo vaak open worden gehaald.

Is dit dan niet gewoon onschuldig entertainment? Wel, laat ik met de woorden van Evelyn Alsultany – een professor etnische studies die een zeer interessante review van de nieuwe Aladdin film schreef – besluiten dat dit maar een onschuldige vorm van entertainment kan worden van zodra er even veel feestjes zijn waarop positieve tegenhangers van deze stereotypen worden uitgedragen.

Tot we op dat punt gekomen zijn, vraag ik me af: is dit echt nodig?

Fien De Block schrijft als doctoraatsonderzoeker Arabistiek en islamkunde (UGent) doordeweeks over wetenschap in de middeleeuwse islamwereld. Daarvoor, daartussen en daarna houdt het haar bezig hoe de verhalen die we daarover vertellen effecten hebben op onze maatschappij.
Foto: Istock
Voetnoten
[1] Dwight F. Reynolds, “A Thousand and One Nights: A History of the Text and Its Reception,” in Arabic Literature in the Post-Classical Period, ed. Roger Allen and D.S. Richards, vol. 6, The Cambridge History of Arabic Literature (Cambridge: Cambridge University Press, 2006), 270–91.
[2] Wie hier graag meer over leest verwijs ik graag door naar de uitgebreide literatuur hierover, te beginnen bij overzichtsartikel: Reynolds.

Schrijf je reactie

Charlie geeft regelmatig het woord aan mensen die - net als wij - geen blad voor de mond nemen.

Lees verder in Wereld

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen