Reeks Twentysomething

“Waar kom je eigenlijk vandaan?”

Jonge twintiger Sofyan over identiteit, religie en integratie

“Waar kom je eigenlijk vandaan?”

Vijf jonge twintigers schreven over dat wat hen het meest bezighoudt op de drempel naar volwassenheid. Van een openhartige brief aan een kleine zus tot de vuile was die door de kamer slingert, deze jongeren vertellen eerlijk over hun coming of age. I.s.m. (REC) Academy.

“Waar kom je eigenlijk vandaan?”

Het is een onschuldige vraag, die ik toch maar met moeite kan beantwoorden. Die ik niet vaak hardop durfde te stellen. Op papier heb ik twee identiteiten. Maar wat betekent dat? Wie ben ik en waar hoor ik thuis? Iedereen kiest zijn hokje en probeert zich ernaar te schikken. Ik dacht na over mijn keuzes.

Kiezen

Ik wilde niet meer naar de Arabische school. Het was de laatste zaterdag en ik had er genoeg van. Misschien waren de lessen zedenleer wat te pluralistisch. Zo hadden we alle godsdiensten al meermaals naast elkaar besproken. Ik had mijn conclusie al getrokken. Goden en mensen hebben altijd een vreemde band gehad met elkaar. Om de één of andere reden moesten mensen hun verantwoordelijkheden kunnen afstaan aan opperwezens. Mensen beïnvloeden mensen. Mensen zetten mensen op tegen mensen. Mensen bedriegen mensen. Ik had genoeg gehoord en gezien. Hun uitleg ging er bij mij niet in. Ik geloofde er gewoon niet in. Maar wij waren moslims, wij waren anders dan de Belgen. Ik had op de Arabische school ook geleerd dat niemand je kon verplichten om moslim te zijn, ook mijn ouders niet. Ik liet het hen wel proberen. Ze deden het voor mijn eigen bestwil, toch?

Ramadan 2008

Waarom doe ik dit nog steeds? Ik krijg de ruzie van gisteren niet uit mijn hoofd. Ze weten toch dat ik niet meer wil leven op deze manier? Het was de puberteit, dachten ze. Waarom zou een mens zich willen uithongeren in naam van een onbestaande entiteit? Een entiteit waar zoveel liefde aan wordt opgedragen. Waarom hebben mensen diezelfde liefde nooit voor elkaar? Mensen houden van mensen. Mensen kussen mensen. Mensen helpen mensen. Mensen haten mensen. Mensen doden mensen. Geld doodt mensen. De enige reden dat ik dit doe is voor hen, uit respect. Ze wilden niet luisteren. Maar ik zal nooit zoals hen zijn. Geloven in iets waarvan ik het bestaan niet kan aantonen. Absurd.

Mijn vrienden vroegen zich af waarom ik niet at. Ik wist het uiteindelijk zelf niet meer.

Ik merkte dat het steeds moeilijker werd om aan hun beeld te voldoen. Mijn vrienden vroegen zich af waarom ik niet at. Ik wist het uiteindelijk zelf niet meer. Ik ben helemaal geen moslim, dacht ik nog. En toch lag er in die gedachte een grote angst en frustratie. Alsof er een grote leegte zou ontstaan door die woorden uit te spreken. Alsof ik mezelf angstvallig in een hokje moest steken. Ik werd opstandiger en de verwarring stapelde zich op in mijn hoofd. En nu was het op.

The Clash

Mijn gitaarversterker stond weer te luid. Typisch dat ze weer kwamen klagen. Ik verontschuldigde me en legde mijn gitaar neer. De laatste tijd was het onrustig. De gangen van het huis galmden nog na. Ik was te ver gegaan. Het geroep had duidelijk een impact gehad op mijn vader. Hij ontweek mijn kwade blik. Hij kon me niet meer aankijken toen ik het uitriep. Alsof ik zijn kind niet meer was. Eerst had hij nog geprobeerd om me te sussen. “Dat is de pubertijd, zoon. Je zal de weg naar God nog wel vinden. Wij zijn Marokkanen.” Mijn moeder begon vooral hevig op me in te praten. Het maakte me kwaad, furieus zelfs. Ze wilden mij niet geloven. Ze konden het niet aanvaarden. Als ik zo bleef, had ik geen plaats meer in hun nest. Dan moest ik maar Belg worden, zeiden ze.

“Wat mij ooit een plaats gaf in dit grote universum, had ik nu afgezworen. Het liet een enorme krater na.”

Het kon me niet schelen. Ik kon het masker niet meer dragen. Het voelde niet echt. Als een belediging naar de godsdienst die zij zo trouw en goed beleden. Ik schaamde me. Ik schaamde me omdat ik mijn ouders had teleurgesteld. Ik schaamde me omdat ik mezelf jaren had voorgelogen. Ik schaamde me omdat ik mezelf door hetzelfde ‘hokjes-denken’ had laten verblinden. Maar ik schaamde me vooral omdat ik mezelf al die tijd nooit had toegelaten om dit vraagstuk op te lossen. Wat mij ooit een plaats gaf in dit grote universum, had ik nu afgezworen. Het liet een enorme krater na. Het was alsof mijn roots ineens onbespreekbaar werden. Elke keer dat iemand vroeg naar mijn afkomst, stelde ik mijn bestaan in vraag. Alsof je de hele tijd moet verantwoorden hoe je hier als kind van migranten bent terechtgekomen. Want je bent anders.

Verliezen

“Wanneer kom je nog eens naar huis?”, vroeg ze stil. Het was weer enkele weken geleden. “Je zussen en je broer willen je zien en wij ook trouwens.” “Helpt de medicatie? Hoe voel je je?” Ik kende de vragen ondertussen al uit het hoofd. Ze waren bezorgd. Ik dacht vaak aan hen. De rest van de familie sprak ik zelden. Ik voelde me nog steeds het zwarte schaap van de familie. Ik was inderdaad anders. Anders dan mijn familie. Anders dan mijn omgeving. Een kind van Marokkaanse ouders, opgegroeid in een oer-Vlaams dorp. Opgevoed met islamitische waarden en tradities en toch overtuigd atheïst.

Door afstand te nemen van mijn omgeving vond ik de ruimte om aan mijn vraagstukken te werken. Ik had niemand om erover te praten. Want ik had mijn eigen cultuur verraden en gekozen voor een andere. Althans, zo dacht de buitenwereld erover. Alsof ik moest kiezen. Net door die houding, voelde ik me jarenlang uitgesloten. Pas toen ik zonder vooroordelen over mijn identiteit kon nadenken vond ik mijn antwoorden. Maar het proces dat me tot die antwoorden moest leiden, heeft me alles gekost. Kiezen is verliezen.

*****

Uiteindelijk ben ik er in geslaagd om die twee identiteiten te verzoenen met elkaar. De belangrijkste les die ik daaruit geleerd heb, is dat niemand anders mijn identiteit kan bepalen. En dat respect en dialoog de beste instrumenten zijn om die uitdaging te trotseren. Een identiteitscrisis is moeilijk alleen op te lossen. Bovendien kost het enorm veel tijd en moeite om in de soms gesloten allochtone gemeenschappen de tekenen van een identiteitscrisis op te merken. Daarom is er zo weinig hulp. De repressieve houding waarmee deze problemen vaak onder de mat geschoven worden is onhoudbaar.

Identiteit is veranderlijk en zelf in te vullen. Maar er is een identiteit die we allemaal met elkaar gemeen hebben. We zijn namelijk allen mensen.

De multiculturele samenleving is een feit. Ze zal niet verdwijnen. Als we onszelf niet toelaten om het hokjesdenken achter te laten, zullen velen uit de boot vallen. Mijn afkomst was mijn anker. Het gaf me een plaats in deze wereld. Ik besef ook dat voor velen dat anker nog steeds een gevoel van verbondenheid inhoudt. Toch moeten we met z’n allen beseffen dat dit voor sommigen een vorm van uitsluiting betekent. Voor zij die ertussen vallen betekent dit eeuwig op een dun koord balanceren. Daarom probeerde ik me altijd los te rukken. Los van het hokje dat andere mensen voor me hadden getimmerd. Identiteit is veranderlijk en zelf in te vullen. Maar er is een identiteit die we allemaal met elkaar gemeen hebben. We zijn namelijk allen mensen. Dat is integratie. “It’s the identity, stupid.

“Van waar kom jij eigenlijk?”

“Mijn naam is Sofyan en ik ben nog steeds onderweg.”

Tekst: Sofyan El Bouchtili
Foto: Lara Fromont

 

Charlie gaf jonge twintigers in het kader van een masterclass aan (REC) Academy de opdracht te schrijven over dat wat hen het meest bezighoudt op de drempel naar volwassenheid. (Rec)Academy is een nieuwe opleiding in het educatie-aanbod van (REC) voor wie gepassioneerd en kwalitatief bezig is met media maken (video- en radiomakers, YouTubers, bloggers, Viners,…).
Meer info: www.radiocentrum.be
Lees hier alle bijdrages in de reeks Twentysomething

Schrijf je reactie

1 reactie
  • Didier says:

    Oké, goed stuk, toch een aantal opmerkingen, uit de losse pols.

    Het is natuurlijk nog een (grote) sprong om van het besef dat we allen mensen zijn tot de noodzaak van morele verbinding te komen, of tot iets als een morele cirkel. “Mens” is net zoals “Belg” of “Duitser” of “Turk” een vrij willekeurig en historisch contingent containerbegrip waarin naar believen allerlei (positieve en minder positieve) eigenschappen kunnen gedumpt worden. Om tot een minimaal tolerant samenleven te komen is het minimale besef van gedeelde menselijkheid dus niet genoeg, maar moet deze op één of andere manier ook nog ingevuld worden. Adorno en Horkheimer hebben in hun boek over de dialectiek van de verlichting zelfs getoond hoe de idealen van het gemeenschappelijk mens-zijn, van het hebben van een subject ten opzichte van de objectiviteit die het lichaam is geleid heeft tot een hyperverheerlijking van het meest individueel subjectieve als controlerende factor van de objectieve lichamen in het nazisme. Humanisme is dus maar al te vaak een trein die net door zijn lichte lading ontspoort en in zijn tegendeel verandert. Een ander probleem met het humanisme is dat het zeer restrictief is en eigenlijk de positieve valuering van transhumanisme, alsook de appreciatie voor niet menselijke dieren op een zeer trillerige grond zet. Akkoord, als tegengewicht voor bepaalde vormen van dogmatische religiositeit (ik denk niet dat elke religiositeit dogmatisch moet zijn) is het humanisme een adequate reactie geweest, maar de tijd om daar voorbij te gaan is nu toch wel zeer rijp. Wat menselijke en niet-menselijke dieren delen is het lijden, en dat kan ook het fundament vormen voor een zeer minimale staat, zoals Jeremy Bentham al voorstelde. Een zeer minimale staat, waarin alleen de zogenaamde negatieve vrijheid voorop staat, is natuurlijk een schraal beestje en veel mensen zullen dit nog magerder vinden dan een positieve vrijheid die draait rond een invulling van het begrip ‘mens’, en die al zo makkelijk ontspoort in haar tegendeel. Meer ambitieuze invullingen zijn dus gewenst, maar altijd precair, en kunnen beter uitgaan van een zekere set waarden dan van een on the long run altijd exclusionistisch identiteitsdenken. Sterke waarden, zoals gelijkheid en gerechtigheid, aan de bron van het samenleven stellen staat gelijk aan het maken van soms moeilijke keuzes, maar er is geen andere optie behalve de volstrekt abstracte leegte van het seculiere containerbegrip mensheid, dat enkel gedefinieerd kan worden door wie er geen lid van uitmaakt en zich daardoor op een gevaarlijk hellend vlak bevindt.

Charlie geeft regelmatig het woord aan mensen die - net als wij - geen blad voor de mond nemen.

Lees verder in Wereld

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen