“Problemen benoemen is makkelijk, oplossingen formuleren niet”

Jinnih Beels (42) over haar kindertijd en politieke ambities

Of ze zich wilt opfrissen voor de fotoshoot, vraag ik. Het is kwart na tien in de ochtend maar al bloedheet en Jinnih Beels heeft er net een fietstocht van Oud-Berchem naar Antwerpen-Noord opzitten. “Nee hoor”, lacht ze. “What you see is what you get.” Die attitude blijft ze tijdens het hele interview uitstralen. Foto’s: Sarah Van Looy
Jinnih Beels werd in 1976 geboren in het Indiase Calcutta. Haar vader werkte op een olieschip, haar moeder kwam uit een arm gezin. Ze werden verliefd en zouden naar België verhuizen. Maar toen Jinnih drie jaar oud was, werd haar moeder vermoord. Jinnih werd grootgebracht door haar grootmoeder en tantes in India, tot ze op haar zesde naar Antwerpen verhuist met haar vader. Ze studeerde Criminologie, werd rijkswachtofficier en ging aan de slag bij de Antwerpse politie, onder meer als diensthoofd Diversiteit. Vandaag is ze lijstrekker van sp.a Antwerpen en doet zo een gooi naar de burgemeestersjerp. Maar alles wat ze ambieert, kent zijn oorsprong in haar kindertijd.

Herinner jij je nog veel van die eerste zes jaar in Calcutta?
“Alles wat ik toen heb meegemaakt, weet ik nog heel helder omdat het zo’n intense periode was. Geen enkele kleuter zou haar moeder moeten verliezen. Maar wat er na de dood van mijn moeder gebeurde, was misschien even traumatiserend. Ik werd meermaals weggeplukt uit mijn comfortzone. Telkens ik gesetteld was, moest ik weer verhuizen. Van het huis van mijn moeder naar het internaat in Calcutta, en van daaruit naar Antwerpen.

Ik was als kind vaak eenzaam in België. Ik had een grote familie met veel neven en nichten, maar de moeder van mijn vader was een harde, strenge vrouw. Voor een kind dat van wereld moest veranderen, was dat niet evident. Ze heeft de lat hoog gelegd voor mij. Achteraf begrijp ik dat ze dat deed voor mijn bestwil, maar op het moment zelf voelde ik dat uiteraard niet zo aan.”

”De moord op mijn moeder heeft een grote rol gespeeld in wie ik ben geworden als persoon.”

Op je twintigste ging je voor het eerst terug naar je geboorteland. “India, you love it or you hate it”, zei je vader. Wat was het bij jou?
“De dag dat ik er aankwam, wou ik al terug naar huis (lacht). Ik heb mezelf moeten overwinnen. Ik was bang om terecht te komen in een samenleving die ik niet begreep en vond het gênant dat ik geen band voelde met mijn geboorteland. Ik ben met mezelf in het reine moeten komen voordat ik India kon zien zoals India is. Ik hoef me niet te schamen omdat ik me Belg voel en gehecht ben aan mijn leven in Antwerpen, al is mijn Indisch bloed een verrijking. Dat inzicht heeft tijd gekost.”

De daders van de moord op je moeder zijn nooit gestraft. Is dat een van de redenen waarom je zelf zo geëngageerd bent om onrecht te bestrijden?
“De dood van mijn moeder heeft een aantal zaken losgemaakt die ik nu pas kan plaatsen. Ik wist wie de dader was en zag met eigen ogen dat er geen onderzoek of straf volgde. Ik realiseerde me al gauw: dit klopt niet. Geleidelijk aan groeide het gevoel van onrecht in mezelf. Ik besefte al jong dat mijn leven helemaal anders had kunnen zijn als mijn moeder nog in leven was geweest. Dat heeft een grote rol gespeeld in wie ik ben geworden als persoon. Ik heb altijd – altijd – gezegd: ik wil bij de politie gaan. Hoe wist ik nog niet, ik wist alleen dat ik er op een dag voor zou zorgen dat dit nooit meer zou gebeuren; niet bij mezelf, maar ook niet bij anderen.”

Werd jij gemakkelijk aanvaard als half-Indisch meisje op een witte school?
“Eigenlijk wel. Een kind is veerkrachtig; ik ben daar het levende bewijs van. Ik had veel aan mijn schoolvriendinnetjes en heb als kind weinig pesterijen gekend. Ik werd pas écht geconfronteerd met racisme toen ik begon te werken bij de politie. Ik kwam als vrouw terecht in een mannenwereld, waarbij ook nog kwam dat ik Indische roots heb én geen ervaring had. Op alle fronten moest ik mezelf bewijzen. Ik kreeg vaak te horen dat ik een excuustruus was: dat ik mijn job alleen had gekregen omdat ik in al die minderheidsvakjes paste. Ik werd pas geloofwaardig bevonden toen ik stopte met mezelf te bewijzen aan anderen en 100% voor mijn eigen doel ging.”

“Ieder voert zijn strijd op zijn eiland, maar we zouden veel sterker staan als we samen zouden strijden.”

Je hebt op je werk racisme ervaren vanwege je afkomst, maar je werd je ook gewantrouwd omdat je een vrouw was in een leidinggevende functie. Hoe hard heeft dat je tegengehouden?
“Het is een strijd die je voert op verschillende fronten, maar uiteindelijk is de strijd tegen seksisme en racisme dezelfde. Dat is ook mijn verwijt aan mensen die opkomen voor de rechten van minderheden: ieder voert zijn strijd op zijn eiland, maar we zouden veel sterker staan als we samen zouden strijden. Want tot welke minderheidsgroep je ook behoort: je moet je telkens weer bewijzen, meer dan anderen. Dat moeten we doorbreken. Dat heb ik ook geprobeerd in de 17 jaar dat ik bij de politie werkte. Ik wilde niet dat mensen die na mij kwamen hetzelfde moesten meemaken. De eerste jaren was het erg moeilijk om door te zetten. Op een bepaald moment dacht ik zelfs: sois belle et tais-toi. Maar dat is niet wie ik ben. En als je barstjes ziet in de muur die je wilt afbreken, krijg je weer hoop.

Maar uiteindelijk heb ik gefaald, vind ik zelf. Ik werd opzijgeschoven door het nieuwe bestuur. Toen ik merkte dat alles wat ik opgebouwd had van tafel werd geveegd, ben ik gecrasht. Al die jaren waarin ik mijn gezin had verwaarloosd – ik heb mijn zoon de eerste vijf jaar te weinig gezien – leken tevergeefs. Daar was ik het hart van in.”

Na een korte overstap naar Mechelen kwam de vraag om op de lijst Samen te gaan staan, met Groen en sp.a.
“Wie niet sterk is, moet slim zijn, dacht ik. Als het niet via mijn job bij de politie lukt, moet ik het via de politiek proberen. Ik wil echt dat er dingen veranderen binnen onze samenleving. En ja, het scenario nu is niet het scenario van oktober 2017 (Samen viel al na enkele weken uit elkaar, nvdr). Als je me toen had gezegd dat ik zou eindigen als lijsttrekker van sp.a, had ik vriendelijk gepast. Maar opgeven zit niet in mijn karakter … en zo geschiedde.”

Je komt me erg vastberaden over. Twijfel je nooit aan jezelf?
“Oh jawel hoor (lacht). Mijn man zegt vaak: zou je niet eens even rustig aan doen? Zou je niet eens gewoon aan de kant blijven? En soms denk ik: laat anderen het maar oplossen. Maar zo ben ik niet. Al van jongs af aan is dit mijn doel.”

Je bent een brugfiguur: een vrouw in een mannenwereld, een dochter van een Indische en een Belg, een kind dat in een moslimgezin is opgegroeid en werd opgevoed door haar katholieke oma. Als iemand de dingen van verschillende kanten kan bekijken, ben jij het wel.
“Dat klopt, maar dat is ook mijn achilleshiel. Er is niks zo moeilijk als mensen dichter bij elkaar brengen, daar komt geen geitenwollensokkengedoe aan te pas. Je weet dat je er niet zomaar in zult slagen. En als je wel slaagt, is het vertrouwen zo fragiel dat het even snel weer uit elkaar kan spatten. Wie is dan de kop van jut? Juist, de bruggenbouwer (lacht).

Mijn doel is om iedereen mee te krijgen. Ik ben opgegroeid in een buurt waar er niet genoeg eten en drinken was voor iedereen, maar waar zelfs arme mensen solidair waren met wie nog minder had. Tijdens de vasten organiseerde mijn familie een maaltijd voor de armste mensen in onze wijk. Vaak zijn zij die het minst hebben, diegenen die het meeste delen. Dat gevoel ga ik nooit verliezen. Ik zeg altijd tegen mezelf: ‘Jinnih, als je het haalt, mag je nooit vergeten dat er altijd mensen zijn die ondanks hun kunnen nooit zullen geraken waar jij bent geraakt.’”

Ben jij een rolmodel voor die mensen?
“Ik heb een probleem met heel dat rolmodellengedoe. Het is gemakkelijk om te zeggen: ‘Kijk eens, zij heeft het gemaakt, dan moeten jullie dat ook kunnen.’ Zo simpel is het niet. Ik heb dingen moeten overwinnen die mensen normaal niet moeten overwinnen. Bovendien komt er een grote portie geluk aan te pas. Daar gaan wij te snel aan voorbij. Ik hoop wel dat vrouwen die in de politiek willen een tandje gaan bijsteken wanneer ze zien dat iemand als ik ook de stap waagde.”

Je hebt zowel bij je moslimfamilie als bij je katholieke oma geleefd. Hoe groot is de kloof of het verschil tussen (culturele) moslims en (culturele) christenen?
“Wel, ik heb beide godsdiensten beleefd en meegemaakt. Voor mij is het verschil helemaal niet zo groot. Ik ben een gelovig persoon, maar ik loop er niet mee te koop omdat ik vind dat geloof iets persoonlijk is.”

Ben je dan katholiek of moslim?
“Ach, plak er iets op, maar ik geloof (lacht). Maakt het iets uit of ik katholiek of moslim ben? Ik kom uit een moslimgezin, ik schaam mij daar niet voor – net zomin als ik me schaam voor het feit dat ik grootgebracht ben door mijn katholieke oma. Ik begrijp niet waarom wij daar vandaag zo’n heisa rond maken. Het Westen is de laatste jaren steeds meer geseculariseerd. Dat heeft zijn redenen, die ik niet wil minimaliseren. Maar als we de keuze hebben om niet te geloven, hebben we ook het recht om wel te geloven. Negatieve ervaringen met religie of gelovige mensen mogen er niet voor zorgen dat je alle gelovige mensen over dezelfde kam scheert. Ik had zoveel negatieve ervaringen bij de politie, maar daardoor denk ik nog niet dat iedere agent corrupt is. Je mag best denken dat geloven onnozel en dom is, maar je kan dat niet opdringen aan mensen die wel geloven. In die zin vind ik dat wij vaak naast de kwestie debatteren.”

“Het is heel gemakkelijk om mensen te overtuigen met een zwart-wit discours, maar het leven is helemaal niet zwart-wit.”

Bedoel je daarmee het grote aantal symbooldiscussies dat we voeren?
“Inderdaad. We staan voor zo veel uitdagingen in de toekomst en toch slagen we er niet in onszelf te overstijgen in al die symbooldiscussies. Het is heel gemakkelijk om mensen te overtuigen met een zwart-wit discours, maar het leven is helemaal niet zwart-wit. Rechts heeft daarin zijn discours gevonden, links heeft het daar een pak moeilijker mee. Vijftig tinten grijs zijn nu eenmaal veel moeilijker te communiceren.

Het discours rond migratie is een erg moeilijke discussie, maar ook daar zijn we vaak naast de kwestie aan het praten. Mensen willen terug naar een tijd die niet meer bestaat. En dat is niet onlogisch: wanneer mensen zich in een crisis bevinden, willen ze terug naar wat veilig is en wat ze kennen. Dat is de grootste drempel die we moeten overwinnen in ons denken. Hoe gaan we vooruit in plaats van achteruit?”

De stad is in een paar decennia ontzettend snel veranderd. Begrijp je dat sommige mensen het daar moeilijk mee hebben?
“Uiteraard begrijp ik dat. De oudere generatie die het Borgerhout uit hun jeugd niet meer herkent, heeft ook een punt. Maar dan nog mogen we niet vergeten dat we niet terug kunnen naar 1950. We moeten in oplossingen durven denken, niet enkel in problemen. Problemen benoemen is makkelijk, oplossingen formuleren niet. Ga samen in de wijk kijken wat er beter kan. Dat gebeurt veel te weinig. En dat komt deels door de polariserende boodschappen die we zo vaak horen over elkaar.”

Je zat tot voor kort niet op sociale media. Nu hoort het bij het champagne voeren. Hoe bevalt je dat?
“Eerlijk? Ik weet dat ik nu op allerlei manieren moet communiceren, ook online. Maar ik zie mezelf er ook weer snel mee stoppen wanneer het niet meer hoeft. Ik denk dat sociale media niet het beste platform zijn om met elkaar te discussiëren over de problemen waar we vandaag voor staan. Het is heel makkelijk om iemand de huid vol te schelden via een anoniem profiel. In levenden lijve een gesprek voeren met iemand die het totaal niet eens met je is, vergt een andere ingesteldheid.”

Jij gaat er prat op dat je met iedereen wil praten, ook mensen van wie je de mening niet deelt.
“Natuurlijk, dat is de basis van onze democratie en het baart me zorgen dat dit steeds vaker vergeten wordt. We moeten het niet altijd met elkaar eens zijn, maar we hebben wel het recht om onze meningen op een respectvolle manier te uiten. Ik heb in mijn job verschillende betogers veilig begeleid in hun optocht, van extreemlinkse tot extreemrechtse groeperingen. Ook al ben ik het niet eens met een mening, ik zal altijd het recht verdedigen om die mening te kunnen uiten. Want als je begint met het verbieden van meningen, bevind je je al snel op een hellend vlak. Van zodra mensen zich niet gehoord voelen, keren ze in zichzelf en beginnen ze te radicaliseren. Ik heb zelfs met Fouad Belkacem (een moslimextremist en voormalig woordvoerder van Sharia4Belgium, nvdr) gepraat. Mijn grens lag op het punt waarop hij mij begon te beledigen en bedreigen als vrouw in mijn functie.

“Van zodra mensen zich niet gehoord voelen, keren ze in zichzelf en beginnen ze te radicaliseren.”

We zouden politieagenten meer moeten trainen op hun communicatieskills. In plaats van met een combi door hun wijk te rijden, zouden ze vaker te voet moeten gaan en gesprekken aanknopen met de buurtbewoners. Enkel zo kan je vertrouwen creëren om conflicten te de-escaleren.

Je hebt nog steeds geen partijkaart van de sp.a. Ben jij tegenstander van de partijpolitiek?
“Ik ben geen tegenstander, maar ik denk dat we in eigen boezem moeten kijken. Wat zijn je drijfveren als politicus? Wil je de samenleving veranderen en verbeteren of is je doel om over zes jaar opnieuw verkozen worden, no matter what? Voor mij is dat heel duidelijk, maar ik zie veel andere politici die hun oorspronkelijke drijfveren uit het oog zijn verloren.”

 

Foto’s: Sarah Van Looy

Plaats zelf een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

Jaarabonnement

Zonder jou geen Charlie!

Kom bij de club en krijg: 2 bookzines, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.

En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy Carmen de Vos Sandra Mermans
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

LDV United
t.a.v. Charlie Magazine
Rijnkaai 100
2000 Antwerpen