Reportage

“Op straat is het vooral ieder voor zich”

“Op straat is het vooral ieder voor zich”

Anniek Gavriilakis, directeur van Bond Zonder Naam, volgde A. een tijdje in zijn leven op straat. Ze wilde beter begrijpen wat het is om dakloos te zijn, voorbij de vooroordelen. Ze hield een dagboek bij en in een vijfdelige reeks gunt ze Charlie nu een inkijk in het leven van mensen die dak- en thuisloos zijn. Vandaag deel 2.

Bij een tweede ontmoeting vertelt A. me wat meer over zijn leven vóór zijn dat vanop de straat. Als kind heeft hij zijn moeder twee keer behoed voor zelfdoding. Twee keer stond ze bij een rivier. Klaar om te verdwijnen. A. was toen acht. Op zijn tiende trof hij op een dag plots onbekende mensen in huis aan. Zijn moeder was definitief spoorloos.

“Wat kan je daar anders uit concluderen dan dat je achtergelaten bent?”, vraagt hij me. Zijn stem klinkt alsof hij dat nog maar net te weten is gekomen. Blijkbaar had zijn moeder wel aan sommige mensen gevraagd om A. wat in de gaten te houden. Maar bij hen voelde hij zich nooit écht welkom. Dus zocht hij zelf plekken op waar hij zich wél goed voelde. Gelukkig was zijn oma er. Die hem alles leerde over het huishouden. En een veilige en geborgen plek bood voor een verlaten kind.

Het cliché van de achtergestelde jeugd verbaast mij niet. Heel wat mensen met problemen konden niet rekenen op een warme wieg, op een veilig begin. Vandaag is A. diabeet. Hij kreeg de ziekte op latere leeftijd.  De typische symptomen doken op zoals pijn in de benen, altijd dorst en een droge mond, gewichtsverlies, altijd maar moe.

“De meest gevreesde ziekte bij straat-bewoners is TBC.”

“Een combinatie van chronische stress en overmatig suikergebruik?”, vraagt hij zich af. “Als dakloze krijg je overal koffiekoeken. Ik kan geen koffiekoek meer zien.” Via een bepaalde instantie kan hij gratis insulinespuiten afhalen bij de apotheker. Vanmorgen had hij nog een ‘hypo’. De meest gevreesde ziekte bij straatbewoners is TBC. Ook luizen en vlooien doen wel eens de ronde. Die vlooien verspreiden zich bijvoorbeeld via de zetels in de daklozenopvangcentra, waar tientallen mensen per dag zitten of liggen.

Zijn daklozen solidair onder elkaar? Er wordt best wel wat geroddeld over elkaar. Wie heeft de hulp en opvang écht nodig en wie niet. Er zijn mensen met een huis die toch komen aanschuiven bij de voedselbedeling of extra zakjes meenemen. Profiteurs, zeggen ze dan. Op straat is het vooral ieder voor zich.

Even iets luchtigs. Boeken! Ik vertel A. dat ik binnenkort mag spreken op een boekenavond. Ik mag tien boeken oplijsten om over te praten. Ik vraag A. wat zijn lievelingsboek is zodat ik dat kan meenemen in het interview. Hij heeft niet één favoriet boek. Maar hij leest wel graag wetenschappelijke boeken. Over kwantumfysica, alles over sterren en planeten, over mens, dier en wereld. Hij maakt intelligente, filosofische en maatschappijkritische analyses over de mens. Zijn woorden houden steek. Zijn bedenkingen zijn grappig.

“Hij maakt intelligente, filosofische en maatschappij-kritische analyses over de mens.”

Het valt me op dat A. lange oorlellen heeft en dat doet me aan een Boeddha denken. Dat zegt iets over een lang, wijs leven, geloof ik. Er ontbreken ook tanden bij hem. Van knokpartijen, vertrouwt hij me toe. Terloops kom ik ook te weten dat hij in de gevangenis in Marokko heeft gezeten.

We nemen afscheid. Ik bedank hem voor het gesprek, het vertrouwen en de openheid. Op weg naar huis schieten er nog een aantal vragen door mijn hoofd die ik vergat te stellen. Ik stel ze thuis alsnog via Whatsapp. Welke plekken voelen voor jou het meest gastvrij? Waar kom je het liefst? Wat is het zwaarst aan het leven op straat? Wat zou je aan mensen die niet dakloos zijn, willen zeggen? Wat moeten zij weten?

Een dag later volgt dit bericht:

“Dan Anniek, ik kom heel graag in ’t Café. Het zou vaker open mogen zijn. Voor mij voelt de openbare bibliotheek van Antwerpen en de Kamiano ook heel gastvrij. Ook in de Starbucks word ik zeker niet slecht behandeld, maar dat hangt altijd ook wat van jezelf af, natuurlijk. En in café de Fijenoord bracht ik heel wat nachten door. Het is voor niemand leuk om dakloos te zijn. Je hebt geen enkele zekerheid over wat er gaat gebeuren en dat is absoluut geen fijn gevoel. De meeste daklozen kiezen er niet zelf voor om in deze vreselijke situatie te zitten. Als ik een oproep aan mensen mag doen, is het wel deze: hou daar aub een beetje rekening mee en reik zo nu en dan een helpende hand.”

Tekst: Anniek Gavriilakis.
Foto’s: Liesbeth Gavriilakis.
Lees hier deel 1 van de reeks over het leven op straat.
’t Cafe is een ontmoetingsplek voor dak- en thuislozen in Antwerpen. Mensen die uit onze samenleving dreigen te vallen, kunnen er boven een kop koffie even ontsnappen aan hun harde dagelijkse realiteit. Elke laatste woensdag van de maand is er ook een activiteit zoals een museumbezoek of een andere uitstap. Op die manier krijgen de gasten toegang tot cultuur. ’t Cafe wordt uitgebaat door Bond Zonder Naam in samenwerking met Samenlevingsopbouw Antwerpen Stad, Free Clinic, De Loodsen, Het Vlot, PSC en CAW Antwerpen. Meer info vind je hier.

Schrijf je reactie

Charlie geeft regelmatig het woord aan mensen die - net als wij - geen blad voor de mond nemen.

Lees verder in Wereld

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen