Reportage

Op straat leven, hoe doe je dat (niet meer)?

Op straat leven, hoe doe je dat (niet meer)?

Anniek Gavriilakis, directeur van Bond Zonder Naam, volgde A. een tijdje in zijn leven op straat. Ze wilde beter begrijpen wat het is om dakloos te zijn, voorbij de vooroordelen. Ze hield een dagboek bij en in een vijfdelige reeks gunt ze Charlie nu een inkijk in het leven van mensen die dak- en thuisloos zijn. Vandaag deel 3.

Ik bel A. op in de wagen en vraag waar hij wil afspreken. “In Merksem,” antwoordt hij.  Bizar, vind ik, maar ik stel verder geen vragen. “Kom naar het politiekantoor. Achter de kerk vind je zeker een parkeerplaats.”

Achter de kerk kan ik inderdaad makkelijk mijn auto kwijt en zie ik A. al in de verte staan. Ik ben heel benieuwd waarom hij hier wou afspreken. “Ik heb groot nieuws. Sinds begin deze week heb ik een adres. Precies 1 dag na mijn 59ste verjaardag.” Wat ik op dat moment nog niet weet, is dat we voor het huis staan waar hij een kamer heeft.

“Wow. Mag ik je kamer zien?”, werp ik hem toe. We gaan samen naar binnen. Het is een huis van de Sant’ Egidio gemeenschap. Volgens het contract is A. alvast zeker van onderdak voor één maand. Hij woont er met vijf mensen. Vier mannen en één vrouw. Hij deelt de kamer met één van hen. Allemaal heel basic, maar proper en rustig.

“Ik moet die klik weer maken naar een gestructureerd leven.”

Nu kan hij worden ingeschreven in Merksem. Misschien kan een aanvraag voor een leefloon volgen, want vandaag heeft hij geen inkomen. De papiermolen komt opnieuw op gang. Alles komt heel traag in orde. Na zo’n lange tijd op straat. “Dit is het mooiste verjaardagscadeau ooit.” Sant’ Egidio gunt hem deze plek omdat hij suikerziekte heeft én op leeftijd is. “Wij willen niet meer dat je in het station slaapt. Wij gaan jou nooit meer op straat laten slapen.” Deze woorden gaan hij noch ik ooit vergeten. Ze klinken zo juist, zo warm.

“Ik ben eigenlijk heel moe”, geeft A. toe. “Nu moet ik het oude straatleven loslaten. Het heeft zoveel van mij gevraagd.  En ook al is het een fijne omwenteling en heb ik hier lang van gedroomd, het vergt wel wat om dat nieuwe leven ook écht te gaan leven. We ontbijten hier om 8 uur, en ook middag- en avondeten staan vast. Ik moet die klik weer maken naar een gestructureerd leven. Het is precies nog niet doorgedrongen dat ik vanaf nu niet meer op straat zal moeten slapen.”

A. heeft het bed gekregen waar L. destijds in sliep. L. had net als A. geen papieren bestaan meer en belandde na een triest voorval en bikkelharde zwerftocht alsnog in de gevangenis van Merksplas en dan weer naar zijn land van herkomst. A. kent hem en vertelt me dat hij L. een fijne kerel vond. Ik zeg hem dat ik L. ook kende. Dat hij foto’s voor ons magazine maakte. En dat hij alles met de fiets deed.

“Ik wil me elke dag douchen en mijn kleren heb ik het liefst gestreken.”

A. toont me zijn kamer, de keuken, het tuintje, de gemeenschappelijke douches en woonkamer, de wasmachines. A. is heel erg gesteld op zijn persoonlijke hygiëne. “Ik heb mij leren verzorgen dankzij mijn oma en ook dankzij het leger. Ik wil me elke dag douchen en mijn kleren heb ik het liefst gestreken. Nu kan ik dat hier zelf doen. Op straat gebruikte ik de voorzieningen voor daklozen en soms vroeg ik hier en daar aan iemand of ik de douche mocht gebruiken. “Je weet waar het is, A.”, zeiden ze dan. “Ik kreeg heel vaak dat vertrouwen.”

Ik vertrouw A. ook. Zijn blik toont zijn ziel. Hij neemt verantwoordelijkheid over zijn leven. Zonder naïef te zijn, volg ik mijn intuïtie. En dat doet hij ook. “Ik vertrouw jou ook, Anniek. Al kan er achter een gezicht soms een heel ander verhaal schuilgaan. Dat heb ik ook al meegemaakt in mijn leven.” We wagen het er verder op. “Wil je je woonst vieren?”, stel ik voor. “Zullen we een terrasje doen?” Er ontvouwt zich een mooi gesprek, terwijl we zij aan zij kijken naar de voorbijrijdende trams en auto’s in Merksem.

Tijdens ons terrasje vertel ik hem dat ik voor een zware week op het werk sta. Hij luistert. Zwijgend zonder oordeel. De rollen lijken even omgekeerd. Ik wou hém volgen om het leven op straat beter te begrijpen. Nu luistert hij naar mijn verhaal. Verbonden in gelijkwaardigheid. De grenzen vervagen.

Later die week stuurt hij mij out of the blue een berichtje: “Goedemorgen Anniek, ik laat je even weten dat je niet alleen bent. Veel sterkte en blijf vooral kalm.”

Tekst: Anniek Gavriilakis.
Lees hier de volledige reeks over het leven op straat.
’t Cafe is een ontmoetingsplek voor dak- en thuislozen in Antwerpen. Mensen die uit onze samenleving dreigen te vallen, kunnen er boven een kop koffie even ontsnappen aan hun harde dagelijkse realiteit. Elke laatste woensdag van de maand is er ook een activiteit zoals een museumbezoek of een andere uitstap. Op die manier krijgen de gasten toegang tot cultuur. ’t Cafe wordt uitgebaat door Bond Zonder Naam in samenwerking met Samenlevingsopbouw Antwerpen Stad, Free Clinic, De Loodsen, Het Vlot, PSC en CAW Antwerpen. Meer info vind je hier.

Schrijf je reactie

Charlie geeft regelmatig het woord aan mensen die - net als wij - geen blad voor de mond nemen.

Lees verder in Wereld

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen