“Mijn oma kwam met een Hongaarse kindertrein naar België”

Uit ons archief maar nog steeds actueel
Een migrant is gewoon iemand die voordien op een andere plek zat, pleegt Russell Brand te zeggen. En hoe je verder ook denkt over de vluchtelingencrisis en migratie, de Engelse komiek heeft een punt. Bij Charlie besloten we op zoek te gaan naar onze roots. Waar komen onze ouders en grootouders vandaan? Vandaag: Louise en Jozefien en de Hongaarse connectie

Louise Vanderputte

“Mijn grootmoeder werd als zwakste kindje van een arm Hongaars gezin voor zes maanden naar België gestuurd om aan te sterken”

Mijn grootmoeder langs vaderskant, Erzsébet Rácz, kwam in 1921 op vierjarige leeftijd met een van de Hongaarse kindertreinen voor het eerst naar België. In de jaren na de Eerste Wereldoorlog stuurde Hongarije, dat zware verliezen had geleden, uitgehongerde en verzwakte kinderen met de trein vanuit Boedapest naar Nederland en België. Mijn grootmoeder kwam uit een kroostrijk maar arm Hongaars gezin met zeven dochters, en werd als zwakste kindje van het gezin voor zes maanden naar België gestuurd om aan te sterken. Ze werd door een katholiek kinderloos koppel uit Arendonk opgevangen, en het bleef niet bij dat ene verblijf van zes maanden: na een paar keer terugkeren naar België bleef ze voorgoed, en later werd ze zelfs officieel door hen geadopteerd.

ersebeth

1935. Mijn bomma Erzsébet zit vooraan, met uiterst links haar Belgische adoptiemoeder, Maria. Daarnaast een van haar Hongaarse zusjes, Klarika (die overleed aan tyfus in 1936), en uiterst rechts haar adoptievader.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er aan de Belgisch-Nederlandse grens soldaten bij gastgezinnen ingekwartierd. Mijn overgrootvader had resoluut geweigerd om een soldaat in huis te nemen, omdat hij die jonge mannen niet vertrouwde in de buurt van zijn 24-jarige ongehuwde dochter. Laat op de avond was er één soldaat die nog steeds geen slaapplek had gevonden. Hij belde toch nog een keer aan bij het laatste huis. Mijn overgrootvader kreeg toch medelijden en nam die soldaat, Emile Vanderputte, in huis. Als hij dat toen niet had gedaan, had ik waarschijnlijk nooit bestaan.

Emile en Erzsy werden verliefd, trouwden en kregen samen vijf kinderen. Vele jaren later, in 2010, zou ik haar laatste overlevende zusje, mijn groottante Katoka, voor de eerste en enige keer ontmoeten op haar appartementje in het centrum van Boedapest. Een hele bijzondere ervaring die ik nooit zal vergeten. Je kent elkaar niet, verstaat elkaar zelfs niet, maar je voelt: dit is ook een beetje thuiskomen.

ersebeth kind

Links: 1948. Bomma Erzsy met mijn vader aan de Vlaamse kust. Rechts: 1990. Bomma Erzsy en ik.

Katoka

2009. Mijn groottante Katoka en ik in haar appartementje in Boedapest.

Ik ben heel trots om een beetje Hongaarse spirit in mij mee te dragen, dankzij alle kosmische puzzelstukjes die gevallen zijn zoals ze moesten vallen om mijn familie te creëren. Zo voel ik mij een beetje wereldburger. Hoewel de omstandigheden en beweegredenen niet altijd even rooskleurig zijn, evolueert onze wereld ernaartoe dat mensen zich steeds meer gaan verbinden over alle landen, continenten, culturen en etniciteiten heen. En daar kan ik alleen maar blij om zijn. Neem het van mij aan: op hoe meer plekken je in je hart thuis bent, hoe mooier de wereld eruitziet.

 

Jozefien Daelemans

“Mijn oma’s Nederlandse pleegmoeder was koud en afstandelijk en haar Hongaarse boeken werden verbrand omdat ze ‘vies’ waren”

Mijn oma, Teruska Házi, werd geboren in 1914 in Boedapest, als jongste dochter in een arm arbeidersgezin. Na de Eerste Wereldoorlog werd ze, zoals de oma van Louise en 150.000 andere Hongaarse kinderen, voor enkele maanden naar Nederland gestuurd om aan te sterken. Haar moeder was gestorven en haar vader kon niet goed voor haar zorgen. Na die ‘vakantie’ kwam ze een tijdje terug naar Hongarije, maar toen haar vader zelfmoord pleegde, moest ze voorgoed terug naar Nederland. Ze was toen ongeveer twaalf jaar en vertrok zeer tegen haar zin. Haar pleegmoeder was koud en afstandelijk en haar Hongaarse boeken werden verbrand omdat ze ‘vies’ waren. Bovendien werd ze vaak uitgelachen omdat ze het Nederlands niet zo goed beheerste. Zo noemde ze lakschoenen bijvoorbeeld ‘lakneusjes’. Later bleef ze sommige woorden aandoenlijk verkeerd uitspreken. Ik herinner me dat we onze korstjes goed moesten ‘knauwen’, dat ze een ‘Pendoralleke’ nam tegen de hoofdpijn en haar muziek luisterde op ‘kazetjes’.

treesje

1923. Mijn oma tussen haar Nederlandse pleegzus (links) en pleegmoeder (rechts) in. Aan de achterkant van de foto een berichtje van haar pleegvader.

paspoort oma 3

Het paspoort waarmee mijn oma in 1926 voorgoed naar Nederland werd gestuurd.

Teruska (of Treesje) was erg gelovig en ging op haar twintigste het klooster in. Maar de nonnen konden niet overweg met haar eigenwijze karakter en stuurden haar weg. Ze ging werken als gouvernante in Hengelo en ontmoette daar mijn opa, Gerard Meijer. Hij werd verliefd op dat meisje met die vreemde naam en dat rare accent. Ze trouwden, kregen een kindje en verhuisden naar België om dichter bij haar zus Erzsébet te zijn, die als kind in een pleeggezin in Oud-Turnhout terecht was gekomen. In België kregen ze nog vijf kinderen, onder wie mijn moeder, de jongste van de zes.

Familie was enorm belangrijk voor mijn oma, waarschijnlijk omdat ze haar eigen familie zo vroeg had moeten achterlaten.

Oma was graag gaan studeren of werken, maar dat kon in die tijd niet. Als moeder van zes moest ze thuisblijven voor de kinderen. Omdat ze zich toch nuttig wilde maken, besloot ze zich in te zetten voor de buurtkinderen. Ze werd algauw door iedereen Moeder Meijer genoemd en stond altijd voor iedereen klaar. Van niks kon ze een feestmaal maken. Ze was, ondanks haar vreselijke kindertijd, een fiere en warme vrouw. Familie was enorm belangrijk voor haar, waarschijnlijk omdat ze haar eigen familie zo vroeg had moeten achterlaten.

oma familie

Opa en oma Meijer met hun zes kinderen in de jaren ’50. Mijn moeder is het blonde meisje op schoot bij mijn oma.

Ik heb nooit zo stilgestaan bij het feit dat mijn grootouders immigranten waren. Ik ben bleek en blond en mijn familienaam is oervlaams. Ik voel wel veel verwantschap met Nederland, ik heb veel Nederlandse vrienden en mijn man is ook half Nederlands. Ik ben ook erg fier op mijn Hongaarse roots. Een paar jaar terug was ik voor het eerst in Boedapest. Ik was meteen verliefd op de stad. Het was erg vreemd om op sommige naambordjes woorden te herkennen die ik als kind in het huis van mijn oma had gezien. Ook de wetenschap dat daar nog ergens bloedverwanten van mij rondlopen was een onwerkelijk gevoel.

Mijn oma was even oud als de vele vluchtelingenkinderen die vandaag verkleumd en doorweekt in tentenkampen in heel Europa zitten.

Mijn oma was een bijzondere vrouw. Ze kwam als jong meisje in een land terecht waar ze de taal noch de cultuur kende, in een gezin dat niet erg warm was voor haar. Toch was ze zelf de meest lieve en warme oma die ik me kan inbeelden. Ze had lak aan wat anderen over haar dachten en dat probeerde ze haar kinderen en kleinkinderen ook mee te geven. Ik denk nog vaak aan haar als ik het zelf moeilijk heb. Haar kracht geeft me op een manier zelfvertrouwen om mijn eigen shit ook wel aan te kunnen. Als ik een kwart van haar moed, vrijgevigheid en eigenwijze geest in me heb, mag ik al heel blij zijn.

Mijn jongste zoon is even koppig en eigenwijs als mijn oma vroeger was. Bloed kruipt waar het niet gaan kan. Hij is nu ongeveer even oud als zij toen ze voor het eerst naar Nederland werd gestuurd. En even oud als de vele vluchtelingenkinderen die vandaag verkleumd en doorweekt in tentenkampen in heel Europa zitten. Zal er voor hen ooit een kindertrein rijden?

 

Lees de hele reeks over de roots van Charlie hier.
7 reacties
  • eve van dyk says:

    Beste Jozefien Daelemans,
    Ik ken je niet, maar ik ben met verstomming geslagen door het lezen van jouw verhaal.
    Jouw tekst kwam me zo bekend voor tot ik halfweg besefte dat je het over MIJN groot-tante Terus en MiJN oma Erzsébet had…
    Dit was even schrikken.
    Mijn oma vertelde veel over Hongarije, maar toch steeds met veel melancholie en verdriet… zo herinner ik me.
    De hongaarse traditie maakte deel uit van ons dagelijks leven. Ze maakte de heerlijkste hongaarse spek-koekjes, hongaars gebak met maanzaad (dat ze mák noemde) en uiteraard de gulyás. Ze liet me ook steeds weten dat de “goulash” van de Belgen niet te vergelijken is met de hongaarse “gulyás”. En met kerst stond er jaarlijks een prachtige boom versierd met hongaars snoepgoed en koekjes, die de kleinkinderen mochten leegeten.
    Ze leerde me hongaarse liedjes en hongaarse woordjes. Vele woorden ben ik vergeten, maar sommige staan in mijn geheugen gegrift… zoals “jo napot kivanok” of “egészégedre” of “köszönöm szépen”… Of “piros fehér zöld” de kleuren van ‘haar’ hongaarse vlag (rood wit groen). En telkens wanneer ze in de zomer een watermeloen voor ons opensneed, zei ze: kijk… “piros fehér zöld” … de kleuren van de watermeloen zijn dezelfde kleuren als de kleuren van de hongaarse vlag.” Wel duizend keer heb ik het haar horen zeggen. En zelfs nu, wanneer ik een watermeloen eet, zeg ik nog vaak hardop “piros fehér zöld”…
    Ik ben redelijk temperamentvol en vaak zei ze me dat ik ook het stierenbloed van de echte hongaren heb. Als kind sprak dit ongelofelijk tot mijn verbeelding. Stierenbloed???
    Met het overlijden van mijn oma is het hongaarse hoofdstuk in mijn leven grotendeels afgesloten. Herinneringen vervagen. Maar ik ben er van overtuigd dat het stierenbloed door mijn aderen stroomt. Ondertussen heb ik drie kinderen. Twee jongens en één (zeer luidruchtig) meisje. Mijn dochter is 13 en al zo vaak heb ik gedacht dat ook zij het hongaars stierenbloed geërfd heeft! Ze is in mijn ogen een echte hongaar! Gitzwart haar en haar huid is zo wit dat het wel doorschijnend lijkt. En haar temperament telt voor 3! Dit moet wel stierenbloed zijn!
    Vorig jaar ontmoette ik een Hongaarse man en toen ik hem vertelde dat mijn oma zo vaak hongaarse kinderliedjes voor me had gezongen, maar dat ik alles vergeten was, begon hij spontaan een liedje te zingen. Tot mijn grote verbazing kon ik het liedje meezingen! Ik dacht dat ik alles vergeten was, maar het kwam helemaal terug. Het was een zeer emotioneel moment. Ondertussen weet ik niet meer welk liedje het was… Het zit weer ergens ver weg opgeborgen in mijn hoofd, maar nu weet ik dat het er ergens zit en altijd zal blijven zitten…

    Dankjewel lieve Jozefien om je verhaal te delen. Het bracht weer zoveel mooie herinneringen naar boven!

    Jó egeszséget kívánok Neked és a családodnak is. Üdvözlettel Eve

    • Dóra Küzmös says:

      Beste Eve,
      Ik kom uit Hongarije maar nu studeer in Vlaanderen. Ik doe een universitair onderzoek in verband met dit thema. Voor mijn onderzoek zoek ik personen die een of andere contact met Hongarije hebben. Hun ouders/grootouders of andere verwanten met een kindertrein naar België zijn gekomen om aan te sterken. Ik ben benieuwd naar zulke verhalen.
      Ik vroeg me af of we eventueel kunnen contacteren.
      Mijn e-mail adres is: dorikuzmos@gmail,com

      Alvast bedankt,
      Dóra Küzmös

      • Fourneau Marcelline says:

        Beste Dora.
        ik heb het verhaal van mijn moeder die in het jaar 1925 met de kindertreinen naar belgie kwam.
        mijn moeder: Erzsebeth Kover Balogh was geboren te abony in hongarije in 1916.
        ze werd opgevangen door 2 jonkvrouwen en woonde heel haar leven te Sint-Eloois-vijve.
        ze werd daar goed behandeld en opgevoed als hun eigen dochter.
        ze was gehuwd met mijn vader Fourneau Marcel en kreeg 3 kinderen ik ben de jongste.
        het rare is ik woon nu zelf reeds een aantal jaren in hongarije in Szolnok naast Abony.
        ik vond de hongaarse familie terug via het rode kruis te boedapest.
        mijn moeder leerde mij ook liedjes in de hongaarse taal zingen
        mijn moeder kwam voor de eerste keer terug naar hongarije met mijn man en ikzelf toen ze 73 was.
        ze kon de hongaarse taal niet meer volgens haar,ik merkte op dat ze de taal verstond,niet goed maar toch .ik denk dat ze de taal door de jaren verdrongen heeft,mijn vader wist zelfs veel woorden in het hongaars.ik spreek de taal half maar heb nooit problemen omdat mijn man en ikself engels en duits spreken.
        er was nog een jongen van 14 jaar op diezelfde trein en ging naar Rumbeke hij kwam uit boedapest.
        zij naam Florian Bucsan.ik heb daar vele jaren contact mee gehad.
        deze man heeft een klub voor hongaarse vrienden gemaakt in Rumbeke,als ik in belgie ben gaan wij daar steeds heen.
        dit is mijn verhaal.
        Groeten Marcelline

  • Jan says:

    Voor wie interesse heeft in de thematiek van het ‘Hongaarsche Kinderwerk’ in de jaren ’20 van vorige eeuw, even dit:
    Mevrouw Vera Hajto en het KADOK te Leuven brengen over dit thema tussen 7 maar en 29 mei 2016 een tentoonstelling in de lokalen van KADOK, Vlamingenstraat te Leuven. Een begeleidende publicatie zal daar ook beschikbaar zijn. ( en wellicht ook op onze website http://www.ARTElust.com )
    Meer details op:
    https://kadoc.kuleuven.be/tentoonstellingen/tentoonstellingen_verwacht
    Iedereen welkom!

  • Decock Annemie says:

    Mijn moeder, Louisa Pirkner kwam in 1925 -ze was 4 jaar- met de kindertrein vh rode kruis uit Boedapest naar Belgie.Zij is hier gebleven
    bij nieuwe ouders. IK voel me zeer verbonden met Hongarije en Oost-
    Europa. Haar biezondere verhaal en haar manier van staan in het leven
    heeft mijn leven diep geraakt.
    Volgend jaar in Leuven tentoonstelling omtrent de hongaarse kinderen die in de jaren 20 nr Belgie zijn gekomen.Contact opnemen met
    hajtovera@hotmail.com

    • Mevrouw,

      Mijn moeder (4/10/1918 – Kispest (Hongarije) met de naam
      Katalin Margit Dornyck kwam als 4-jarige voor 6-maanden naar België in een gastgezin om aan te sterken, ze was een wees, en werd daardoor opgevangen samen met haar zus door een tante (weduwe) met een zoon , deze dame had het moeilijk met de zorg voor 3 kinderen .
      Na 6 maanden keerde zij terug naar Hongarije, doch het gastgezin dat kinderloos was heeft alles in het werk gesteld om haar terug te krijgen.
      Dit was in het Oost- Vlaamse dorpje Burst (bij Aalst), nu een deel van Erpe-Mere.
      Ze is helaas overleden, zonder ooit terug te keren naar de heimat, dit heeft haar leven volgens mij heel erg beïnvloed.
      Mijn vraag is nu, ik heb al met verschillende organisaties contact gehad om meer te vernemen over mijn afkomst, doch zonder resultaat.
      Ik heb het geluk gehad om wijlen Eerwaarde heer Istvan Régoczi te mogen ontmoeten, heb al zijn boeken verslonden.
      Ben regelmatig naar Rumbeke (West-Vlaanderen) ,aar de bijeenkomsten van de Hongaarse vriendenkring aldaar.
      Ik zal zeker de tentoonstelling komen bezoeken maar een gezondheidsprobleempje belet mij dat voorlopig.
      Hopend op een wederwoord van u aanvaard mijn
      Vriendelijke groeten,

      Monique Lievens
      Centrumstraat 27
      9280 LEBBEKE
      Oost-Vlaanderen

      • Dóra Küzmös says:

        Beste Monique,
        Ik kom uit Hongarije maar nu studeer in Vlaanderen. Ik doe een universitair onderzoek in verband met dit thema. Voor mijn onderzoek zoek ik personen die een of andere contact met Hongarije hebben. Hun ouders/grootouders of andere verwanten met een kindertrein naar België zijn gekomen om aan te sterken. Ik ben benieuwd naar zulke verhalen.
        Ik vroeg me af of we eventueel kunnen contacteren.
        Mijn e-mail adres is: dorikuzmos@gmail,com

        Alvast bedankt,
        Dóra Küzmös

Plaats zelf een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Jaarabonnement

Zonder jou geen Charie!

Kom bij de club en krijg: 2 bookzines, Charlie goodies en toegang tot alle online artikels.

En het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een stem die nodig is.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!

Colofon

  • Hoofdredactie Jozefien Daelemans
  • Chef redactie Selma Franssen
  • Marketing & partnerships Sophie Docx
  • Art Direction & fotografie Sarah van Looy
  • Design & code Birdseye design
Adres Redactie

LDV United
t.a.v. Charlie Magazine
Rijnkaai 100
2000 Antwerpen