Column

Dear Doctor Sacks

Stephanie neemt afscheid van haar idool

Dear Doctor Sacks

‘Dear Doctor Sacks.’ Verder ben ik niet geraakt. Toen de bekende neuroloog Oliver Sacks afgelopen winter aankondigde dat hij niet meer lang te leven had, was ik daar zodanig verdrietig om dat ik me voornam hem een brief te sturen, om hem te bedanken voor alles wat hij voor mij had betekend. Maar ik twijfelde: is het niet een beetje onvolwassen om te dwepen met een idool? Zou hij mijn brief niet klasseren onder de waarschijnlijk al veel te grote berg bedankbrieven en afscheidswensen? Nu zijn laatste maanden ingingen, had de man allicht betere dingen te doen dan correspondentie van onbekenden te doorworstelen. Ik legde het opzij en dacht ‘misschien later’.

Allicht ben ik niet de enige van mijn generatie die haar persoonlijke helden één voor één ziet gaan. Allicht zijn er nog mensen die hun oprecht verdriet verstoppen onder een laag volwassenheid. We komen er niet graag voor uit, maar het is perfect normaal om te rouwen om het verlies een bekend figuur die we bewonderen. We volgen ze in de media, ze zijn op een of andere manier aanwezig in onze huizen, we voelen ons enigszins verwant. En wanneer ze heengaan, worden we geconfronteerd met onze eigen sterfelijkheid.

Zijn liefde voor het brein, voor de mens en voor de wetenschap werkte aanstekelijk.

Toen ik als tiener zijn boek De man die zijn vrouw voor een hoed hield las, was ik meteen verkocht. De manier waarop Sacks zijn patiënten en hun merkwaardige aandoeningen beschrijft, leest nog steeds als een trein en houdt het midden tussen een neurologische detectiveroman en een liefdesverhaal. Zijn ongebreidelde nieuwsgierigheid en fascinatie voor het divergente was een feest van herkenning, en iedereen ouder dan 22 weet hoe belangrijk die dingen zijn tijdens de existentiële nachtmerrie die puberteit heet. Zijn liefde voor het brein, voor de mens en voor de wetenschap werkte aanstekelijk. Voor het eerst begon ik me te interesseren in wetenschappen in het algemeen, en neurologie in het bijzonder. Hoewel ik het toen nog niet kon weten, zou die fascinatie me later nog goed van pas komen.

Sacks heeft zijn hele leven gewijd aan het beschrijven van de onwaarschijnlijk interessante levenswerelden van zijn patiënten. Hij maakte het verschil met zijn collega’s door zijn patiënten te benaderen als volwaardige individuen. Hun gedrag, hun symptomen en hun persoonlijkheid beschreef hij met de grootste zorgvuldigheid, altijd respectvol en met een aanstekelijk enthousiasme. Toen hij in de jaren ’60 als assistent-arts stage liep op een afdeling voor zogezegde ‘hopeloze gevallen’, slaagde hij er als eerste in werkelijk contact te maken met een paar autistische patiënten. Hij rebelleerde tegen de onmenselijke gedragstherapieën die toen nog gebruikelijk waren, schreef een essay waarin hij zijn collega’s aanmaande het gedrag van deze patiënten te beschouwen als een vorm van communicatie, en werd overgeplaatst naar een andere afdeling.

Hij maakte het verschil met zijn collega’s door zijn patiënten te benaderen als volwaardige individuen.

Hij zou nog vaak op de lange tenen van de geneeskundige gemeenschap trappen, maar dat heeft zijn rebellie gelukkig nooit getemd. In de jaren ’70 kwam hij terecht op een afdeling vol katatonische patiënten, eveneens geklasseerd als hopeloos. Hij begon hen te behandelen met het experimenteel medicijn L-Dopa, en de rest heb je allicht gezien in de mooie film Awakenings. Daarin wordt Sacks vertolkt door een al even groot genie en tevens persoonlijke held Robin Williams.

Voor mij was het echter niet Awakenings, maar de BBC-documentaire Shane die mijn leven veranderde. Die documentaire is een prachtig relaas van de relatie tussen Sacks en zijn patiënt Shane Fistell, een volwassen man met het syndroom van Gilles de La Tourette. De dynamiek tussen beiden is een ongeziene ode aan hetgeen wat mensen mooi maakt: een oprechte nieuwsgierigheid voor de Andere, een gedrevenheid om te weten, en een bereidwilligheid om mee te gaan in het verhaal van iemand die fundamenteel anders in elkaar zit.

Robert De Niro en Robin Williams in Awakenings

Toen ik jaren later als student verpleegkunde op een dienst vol patiënten met zware hersenschade werd gedropt, koos ik niet toevallig de meest merkwaardige patiënte van de hele dienst als volgpatiënt. De oude vrouw had een ernstig geval van sensorische afasie, een – vanuit neurologisch standpunt – bijzonder intrigerende spraakstoornis waarbij de patiënt gesproken taal niet meer begrijpt en/of kan hanteren. De dame sprak veel en vloeiend, maar gebruikte nonsensicale woorden. Er was geen patroon of aanknopingspunt om te kunnen begrijpen wat ze bedoelde. Als ze een washand ophield en zei “Dus dat is de floep voor de krik?”, had het weinig zin om haar te verbeteren. Ze was te oud en haar aandoening te ernstig om er ooit nog op vooruit te gaan. Evenmin had het zin om haar woorden te onthouden want wat vandaag een floep was, was morgen iets anders. Maar ik merkte dat ze zichtbaar plezier beleefde in het ‘converseren’, dus deed ik mee. Onze conversaties waren betekenisloos, zinloos, en voor een buitenstaander allicht erg komisch, maar ze scheen goed te begrijpen dat ik oprecht probeerde met haar te communiceren. Dankzij Sacks wist ik me een houding te geven en ging ik elke dag enthousiast naar het ziekenhuis. Ik wilde doen wat hij deed: leren, observeren, begrijpen en minzaam zijn.

Ik wilde doen wat hij deed: leren, observeren, begrijpen en minzaam zijn.

Ik had geen beter rolmodel kunnen uitkiezen. En hoewel ik niet meer in ziekenhuizen te vinden ben, ben ik hem nog altijd dankbaar. Hij helpt me op één of andere manier met moeder te zijn van een prachtig, enigszins apart kind en ik weet dat er duizenden mensen zijn die hetzelfde denken. Gelukkig hebben er een hoop onder hen wél een brief geschreven, of hem een zalm gestuurd.

Gisteren overleed Oliver Sacks aan de gevolgen van een oculair melanoom, dezelfde kanker die mijn vader heeft geveld. Dat is een wiskundig compleet verklaarbaar toeval, maar ik geef zonder schroom toe dat hij meer voor mij heeft betekend dan de doorsnee bekendheid. Hij is een mentor voor me geweest, en zal het postuum blijven. ‘Dear Doctor Sacks’, kan ik nu alleen nog maar aanvullen met ‘thank you’.

Foto: Maria Popova via Wiki Commons

Schrijf je reactie

Stephanie Dehennin is een freelance illustrator en een onverbeterlijke nieuwsgierigaard. Voor Charlie deelt ze de verborgen verhalen en fascinerende feiten die ze vindt in de catacomben van het internet.

Lees verder in Wereld

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen