Reportage

Geloof jij in ‘iets’?

Geloof jij in ‘iets’?

‘Ik ben niet religieus, maar wel spiritueel’, ‘Ik geloof niet in God, maar ik geloof wel dat er ‘iets’ is’, ‘Ik volg mijn eigen spirituele pad’. Trots noemen veel mensen zich vandaag een spiritueel persoon, zonder een bepaalde godsdienst aan te hangen. Het iets-isme duikt op in tv-reportages, het geneeskundige discours, interviews uit weekbladen en het dagelijkse leven.

Mindfulnesscursussen en yogasessies worden gepromoot omdat ze zouden helpen bij een spirituele zoektocht naar het zelf. Ze bieden een kans om naar meerwaarde te zoeken naast alle materialisme en hectiek. We worden aangespoord om onszelf te ‘ontdekken’, om op zoek te gaan naar ‘meer’ in het leven. Een spirituele weg te nemen. Maar mag je jezelf spiritueel en/of gelovig noemen ondanks je niet naar een kerk gaat of in een heilig boek gelooft? Want woorden als ‘spiritueel’ worden zo vaak gebruikt – maar weten we wel wat ze betekenen? Wat is het ‘iets-isme’ dat mensen her en der proclameren? Wijst het erop dat geloof aan het uitsterven is, of zijn we in het Westen bezig op een andere manier invulling te geven aan ons innerlijke bestaan? Ik ging op onderzoek uit.

Allereerst het woord spiritualiteit. Uit mijn gegoogle bleek al snel hoe beladen dat woord is. Het verwijst naar ‘spirit’, dat geest betekent en tegenover materie, bijvoorbeeld het lichaam, wordt geplaatst. Als we teruggaan in de tijd, zien we dat spiritualiteit en religie altijd verweven waren met elkaar, zoals cultuursocioloog Dick Houtman uitlegt: “Spiritualiteit was altijd al een vorm van religie, dat postuleerde de Duitse theoloog Ernst Troeltsch al. Naast kerkreligies of sektereligies onderscheidde hij de mystieke religie, waarin het persoonlijke leven en individuele ervaringen op de voorgrond staan en het individu zélf onderdeel is van het goddelijke.”

“De mystieke kant van religie kwam meer op de voorgrond. In het New Age-fenomeen van de jaren ‘70 werd ‘de weg naar binnen’ het ideaal.”

Pas in de recente geschiedenis is men de begrippen gaan contrasteren. In het midden van de 20ste eeuw, toen het proces van secularisatie begon door te zetten, brokkelde in de Westerse samenleving de macht en vanzelfsprekendheid van het establishment, dus ook van religieuze instituten, verder af. Met de tegencultuur en revoltes vanaf de jaren ’60, die streden voor vrijheid en individualiteit, werd tegen traditionele instanties en machtsstructuren ingegaan. Mensen begonnen buiten de kerk om naar nieuwe vormen van zingeving te zoeken (dat wordt wel eens ‘spiritual seeking’ genoemd) en vonden onder andere inspiratie bij oosterse religies zoals het Hindoeïsme en Boeddhisme.

Bepaalde praktijken en filosofieën die de mens zelf centraal stellen in de geloofsbeleving werden enthousiast onthaald. Men keerde zich in toenemende mate af van het idee van één persoonlijke god die als schepper van de wereld de mens straft en beloont, en had steeds meer interesse in het bestaan van een kracht, macht, energie of abstracte werkelijkheid, die je evengoed niet kunt waarnemen. De mystieke kant van religie kwam meer op de voorgrond. In het New Age-fenomeen van de jaren ‘70 werd ‘de weg naar binnen’ het ideaal. Denk maar aan de hippiebeweging die meditatie omarmde en veel aanhangers die hun toevlucht zochten in psychedelica om zo in hogere sferen te komen. Of aan The Beatles, die gefascineerd door Maharisi Yogi’s transcendentale meditatietechniek naar India trokken. De term spiritualiteit werd dé noemer om dit aan te duiden.

Het concept religie werd immers meer en meer geassocieerd met georganiseerde instituties, conformisme en dogma’s. Dick: “Wat je ziet is dat steeds meer mensen afstand nemen van het label religie, met ‘religie’ wil men eigenlijk niets te maken hebben. Maar zelf zijn ze wel ‘religieus’ want ze geloven nog steeds in ‘iets’. En om dat aan te duiden, is men het spiritueel gaan noemen.”

Veel Westerlingen associëren religie met een beroving van iemands vrijheid, doordat de instituties dingen voorschotelen die je maar moet slikken. Religie wordt vaak neergezet als de vijand van de redelijke mens. Hoewel dit een onterechte veralgemening is, staat vast dat jezelf religieus noemen voor veel Westerlingen bepaalde connotaties met zich meebrengt. Ikzelf associeer het verplicht eerbiedigen van heilige teksten en volgen van strikte etensvoorschriften bijvoorbeeld ook met een strenge hand die van boven wordt opgelegd. Ik spring dan ook voorzichtig om met de adjectieven ‘religieus’ of ‘gelovig’, en zal eerder neigen naar spiritualiteit. Ik vind mijn gevoel terug in de woorden van godsdienstsocioloog Linda Woodhead: “To say you’re religious often sounds as if you’re someone who obeys external orders and authority. Whereas to say I’m spiritual means that I look to my own judgement.

“Spiritualiteit wordt gelinkt aan vrijheid, niet luisteren naar autoriteiten, je niet onderschikken aan dogma’s maar je eigen spirituele pad volgen.”

Uit onderzoek blijkt dat het aantal mensen dat zichzelf religieus noemt, daalt terwijl mensen in toenemende mate de noemer spiritualiteit gebruiken om hun levensvisie aan te duiden. Want de zoektocht naar zingeving gaat verder. Omdat de ratio en de wetenschap tekortschieten en levensvragen over het lot en de dood bijvoorbeeld onbeantwoord laten, zoeken we elders naar zingeving. Iedereen zoekt naar iets dat voor hem duiding geeft, en gebruikt voor deze praktijk steeds vaker de term spiritualiteit.

De nieuwe geloofservaringen worden er net om gewaardeerd dat ze je niet onderdompelen in een gemeenschap, maar je een kans bieden om op eigen houtje een doel en betekenis te vinden. Dick: “Het komt erop neer dat spiritualiteit in de ogen van de betrokkenen wordt gelinkt aan vrijheid, aan je eigen weg gaan, niet luisteren naar autoriteiten, je niet onderwerpen aan dogma’s maar je eigen spirituele pad volgen. Men gaat weg van geïnstitutionaliseerde religies als het christendom, waar te veel vrijheid eigenlijk een probleem is, want: je moet gewoon het woord van God vertrouwen.”

Het individu neemt geen genoegen meer met bepaalde theorieën die door een instantie worden gedicteerd, maar gaat ten rade bij zichzelf. Een spiritueel mens gelooft niet klakkeloos hetgeen een doctrine-religie zegt dat goed of kwaad is. Althans, dat is de interpretatie die vandaag in het Westen overheerst. “In de hedendaagse samenleving wordt vrijheid steeds belangrijker en het is daarom niet raar dat mensen hun eigen spirituele weg uitstippelen,” zegt Dick. “Dat is ook in de politiek zo: veel kiezers veranderen bij elke verkiezing van politieke partij, terwijl stemmen vroeger meer een zaak van traditie was. Of kijk naar de emancipatie van de vrouw en homoseksuelen: we eisen onze vrijheid op om eigen keuzes te kunnen maken.”

Spiritualiteit draait om emoties, intuïtie, ervaringen, het eigen gevoel. Iedereen ontdekt zo een persoonlijke waarheid, die in feite grenzeloos is door innerlijke ervaringen, en kan zo ‘groeien’. Dick: “En daarbij gelooft men ook dat het sacrale bestaat, alleen is het sacrale geen schepper of een man met een grijze baard die de wereld heeft geschapen en orders uitroept, maar is het sacrale iets ongrijpbaars; een macht, kracht of energie. Maar om dat laatste te kunnen vatten moet je natuurlijk eerst geloven dat er zoiets bestaat.”

“Spirituele types geloven niet dat ze geloven. Ze ervaren alleen, denken ze.”

Dat betekent dat het gehanteerde contrast spiritualiteit versus geloof/religie eigenlijk een schijnbare tegenstelling is. Dick: “Spirituele types geloven niet dat ze geloven. Ze ervaren alleen, denken ze. Maar tegelijkertijd merk je uit gesprekken met die mensen dat er toch een aantal geloofsovertuigingen zijn, zoals ‘individuele vrijheid is beter dan conformisme’, ‘ervaring is belangrijker dan geloof’. Het zijn natuurlijk wel heel andere geloofsstandpunten dan een geloof in pakweg de tien geboden. Daarom vind ik die spiritualiteit als socioloog interessant: het is een vorm van religie die niet religieus wil zijn maar het eigenlijk wel is. Het is een vorm van religie die niet aan geloof wil doen maar het tegelijk wel doet.”

Spiritualiteit lijkt dus beter aan te sluiten bij de geïndividualiseerde levenswijze die mensen er in deze moderne tijden op nahouden en vormt het bewijs dat geloof helemaal niet voorbijgestreefd is; daarbij bepaalt iedere mens steeds vaker wat dit geloven voor hem betekent, wat met andere woorden voor hem een heilige status krijgt. Daarvoor mág hij een beroep doen op denkbeelden van een bepaalde religie, maar niemand verplicht hem ertoe. Het individu heeft keuze. En om deze keuzevrijheid aan te duiden, grijpen mensen naar de term spiritualiteit. Dick: “Net omdat spirituele kringen van die vrijheid een dogma maken, wordt vanaf het moment dat men één leidersfiguur of één boek volgt, wantrouwig gekeken en overgegaan naar een andere inspiratiebron. Men doet er alles aan om ongebondenheid en vrijheid te eerbiedigen.”

Het consumptieklimaat dat rond spiritualiteit bestaat, met gidsen als ‘Spiritualiteit voor Dummies’ en workshops spiritualiteit, vloeit ook voort uit deze waardering van vrijheid. Dick: “Commercialisering sluit perfect aan bij het idee dat je het recht hebt om zelf te kiezen. Je kiest een cursus of praktijk die voor jou goed voelt. En dat strookt met het gebod dat mensen moeten ervaren en groeien. De stakkers zijn vanuit spirituele optiek de mensen die geloven dat ze het gevonden hebben. Degenen die zeggen ‘in dit boek staat het allemaal’. Dat betekent dus dat er om de zoveel tijd een nieuwe hype of nieuw boek is, omdat het dogmatische trekken begint aan te nemen. Het is een veld dat draait op verandering, vernieuwing en diversiteit.”

“Spiritualiteit gaat niet om zoeken om te vinden, maar is zoeken om het zoeken zelf.”

En of dat oké is? “Wie ben ik om dat te zeggen?”, zegt Dick. “De kwestie is niet om te besluiten dat deze of gene religiebeleving de ‘ware’ of ‘goede’ is, maar om te constateren wát de tendensen zijn. En die zeggen dat geloof, ook al is het niet meer in de stereotiepe traditionele vorm, nog een belangrijke plaats in onze samenleving inneemt.”

Bovendien hoef je voor een spirituele ‘groei’ zelfs niet op cursus of naar de bibliotheek te gaan. De essentie van een spiritueel bestaan is reflecteren over je leven, zoals ‘Eat Pray Love’-schrijfster Elizabeth Gilbert zegt: “We hebben een heel beperkt idee van hoe een spiritueel pad eruitziet, alsof dat iets moet zijn zoals Moeder Theresa in Calcutta of, om eerlijk te zijn, EAT PRAY LOVE. Dat is een veel te beperkte blik. Je hoeft niet je baan op te zeggen en naar India te verhuizen om een spiritueel pad af te leggen. Ik was maar vier maanden in India, en ik ben op mijn hele leven op spirituele reis. Als mijn spirituele ontdekkingstocht beperkt was tot het deel van bestaan dat ik in een Ashram in India was, dan zou dat mijn leven erg klein en oppervlakkig maken. Ik ben nu op mijn spirituele reis. Ik was gisteren op mijn spirituele reis toen ik bij de benzinepomp hier in New Jersey stond.”

Spiritualiteit gaat niet om zoeken om te vinden, maar is zoeken om het zoeken zelf. Jezelf leren kennen en nadenken over wat voor leven je wil, is op zich al deel van een spirituele zoektocht zelf.

 

Foto’s: Istock

Schrijf je reactie

2 reacties
  • Valere De Brabander says:

    -“Er. Is meer…”, wat zit er in de dingen, de mens, de dieren de planten ,enz. Dat zegt, dat ze zo of zo moeten zich ontwikkelen, groeien, enz.. Wat geeft de vorm en de kleuren aan al, wat is ? De natuur ,  zal je zeggen,Maar wat is dan die natuur ? Een god, de absolute logica, die absolute wil, die ook geschiedt ?
    Een andere god?  De mens, ook materie zijnde, beschikt dan wel over  bewustzijn, een wil en een intellect. Waarom zou alles, wat ook materie is , niet over  een bewustzijn, wil en intellect beschikken ?
     so komen we in een pan-psychistische en pantheistische wereld terecht.

  • Ann says:

    Om op de vraag in de titel te antwoorden: ik zoek zingeving in het hier en nu, in het aardse. Wetenschappers leggen elke dag nog nieuwe wonderlijke aspecten van het leven bloot. Het is prachtig genoeg. Daar hoeft voor mij geen spiritueel sausje over.

Camille is de grootste aller Charlies, letterlijk dan met haar 1m89. Ze zegt heel veel ja, ook als ze beter nee zou zeggen en springt daarom van het ene project naar de volgende opdracht die haar pad kruist. Camille houdt, in een willekeurige volgorde, van komkommers met hummus, vintage shoppen en talen die ze (nog) niet spreekt. Je herkent haar aan haar groen hart, maar laten we eerlijk zijn, nog meer aan haar lang lijf.

Lees verder in Wereld

Colofon

Adres Redactie

Toko Space t.a.v. Charlie Magazine
Statiestraat 139
2600 Antwerpen